Site-archief

Nacht

Agostinho Neto

.

Na een langdurige strijd tegen het Portugese kolonialisme, als medisch student in Lissabon en als leider van de vrijheidsoorlog die de MPLA (People’s Movement for the Liberation of Angola) vanaf 1961 voerde, werd  António Agostinho Neto (1922-1979) op 11 november 1975 bij het uitroepen van de onafhankelijkheid beëdigd als de president van de Volksrepubliek Angola. Agostinho Neto was echter ook dichter. Zijn poëzie werd door de Angolese dichter en schrijver Fernando Costa Andrade (1936-2009) gekarakteriseerd als ‘de kreet van een volk dat vastbesloten is zicht te bevrijden’.  De poëzie van Neto geeft uiting aan het leed van de onderdrukking, het groeiend verzet en het verlangen naar bevrijding.

In de bundel ‘Horizon van bevrijding’ van Agostinho Neto die in een vertaling van Bertus Dijk in 1976 verscheen, wordt de onderdrukking, de vernietiging van mensenlevens maar ook het uitzicht op de bevrijding. Neto schreef het meeste van zijn poëzie tussen 1946 en 1960. Hij was het eerste lid van de Anglo Writers Union and The Center for African Studies in Lissabon. Ook kreeg hij de Lotus Prize van de Conferentie van Afro-Aziatische schrijvers. Uit de bundel ‘Horizon van bevrijding’ koos ik het gedicht ‘Nacht’.

.

Nacht

.

Ik leef

in de duistere wijken der wereld

zonder licht of leven

.

Tastend loop ik

door de straten

geleund tegen mijn vormeloze dromen

struikelend in slavernij

in mijn verlangen om te bestaan

.

Het zijn slavenwijken

werelden van ellende

duistere wijken

.

Waar verlangens verwelken

en de mensen versmelten

met de dingen

.

Strompelend

door de onbekende

onverlichte straten

gedrenkt in mystiek en verschrikking

hand in hand met de schimmen

.

Ook de nacht is donker.

.

Kleuren vertalen

Nachoem M. Wijnberg

.

Een paar jaar geleden kreeg ik voor mijn verjaardag het boek ‘Het geheime leven van kleuren’ van Kassia St. Clair. Een geweldig boek dat een geschiedenis schetst van kleuren en de verhalen die erachter schuilgaan. Kleuren met namen waar ik nog nooit van gehoord had zoals Fallow, Paynes grijs, Cochenille, Heliotroop, Wede, Guttegom en Shocking pink. Bij elk van de 75 kleurvarianten schrijft Kassia St. Claire iets over de geschiedenis van de kleur en brengt daarmee deze kleur tot leven.

Waarom, op een blog over poëzie, heb je het over kleuren zal je je afvragen? Ik moest denken aan dit boek toen ik in de nieuwe bundel van Nachoem M. Wijnberg ‘Hoe het werkt’ uit 2023 het gedicht ‘Kleuren vertalen’ las. In deze bundel probeert Wijnberg (1961) een antwoord te geven op de vraag Hoe wérkt kunst? Hoe verhouden verschillende kunsten zich tot elkaar? Wat blijft behouden en wat gaat verloren in de transactie van een vertaling.

En hoe zit dat met het vertalen van kleuren? Kassia St. Claire heeft een bijzondere poging gedaan in haar boek. In het gedicht ‘Kleuren vertalen’ doet Wijnberg het op zijn manier.

.

Kleuren vertalen

.

Ik ga van een plaats waar ze drie kleuren hebben

naar een waar ze er vier hebben,

maar het is ook later geworden,

de schemering duurde te kort. Zoals vertalers die van de één naar de ander

elkaar hun vertaling toefluisteren (het tegenovergestelde

van zeventig vertalers die allemaal hetzelfde

in hetzelfde vertaalden omdat ze niet zagen waarom

de taal waarheen ze vertaalden

beter te leren).

Als vertaald wordt wat ik zeg

terwijl ik nog spreek gaat het langzamer,

blijft het langer bij mij (die wacht of wat ik hoopte

dat kon zijn naar mij terug komt) of bij de vertaler

of bij ons allebei.

.

 

Winterdag

Russisch Oekraïnse dichter

.

Toen ik in de bundel ‘Spiegel van de Russische poëzie’ het gedicht ‘Winterdag’ van Yunna Morits las was ik benieuwd naar wat haar achytergrond was (ik kende haar niet). Yunna Petrovna Morits ( Moritz ) (1937) is een In Oekraïne geboren dichter, poëzievertaler en activist.  Ze ontving de Andrej Sacharovprijs voor burgerlijke moed van de schrijver . Ze werd geboren uit joodse ouders, geëvacueerd uit Kiev met de nazi-opmars. Morits studeerde aan het Gorky Literair Instituut in Moskou. In de jaren vijftig ging ze studeren in Moskou , waar ze kort van de universiteit werd gestuurd vanwege de kritische houding van haar gedichten en de vervreemding van het Sovjetsysteem . Haar gedicht was een eerbetoon aan Titian Tabidze , een Georgische dichter die in 1937 door Stalin werd geëxecuteerd.

Beïnvloed door Marina Tsvetaeva, publiceerde ze “Talk of Happiness” (1957), ‘Cape of Desire’ (1961), ‘The Vine’ (1970) en ‘With a Course Thread’ (1974). Daarnaast publiceerde ze ook vertalingen van werk van de joodse dichter M. Toif.

Ze is stichtend lid van verschillende liberale organisaties van artistieke intelligentia, waaronder de Russische afdeling van International PEN . Ze is lid van het Russische Uitvoerend Comité van de PEN en de mensenrechtencommissie ervan. Ze heeft verschillende prestigieuze prijzen ontvangen, waaronder de Andrei Sacharovprijs voor burgerlijke moed van de schrijver .

Wanneer je dit allemaal leest zou je verwachten dat ze zeer kritisch is naar het regime in Rusland en de oorlog die de Russen zijn begonnen tegen Oekraïne (waar ze geboren is). Wat schetst echter mijn verbazing,  na 2014 werd Morits een voorstander van de Russische bezetting van Donbass en de Krim. Sommige van haar recente poëzie brengt anti-Oekraïense en antiwesterse gevoelens over en scheldt ze over de waargenomen anti-Russische campagne door het Westen.

In haar eerdere werk is daar gelukkig niets van te lezen en blijkt dat ze wel degelijk een goede dichter is, maar wel een die een verkeerde afslag heeft gemaakt. Uit ‘De spiegel van de Russische poëzie’ uit 2000 komt het gedicht ‘Winterdag’.

 

.

Winterdag

.

Al wat ik zie vanuit mijn raam –

De grandioze wereldorde –

Zal in mijn dikste schrift niet gaan,

Laat zich ternauwernood verwoorden.

.

Het bos is van kristal, het meer,

De ribes en de rechte hagen.

De bleke zon is in de weer

De januaridag te schragen.

.

De weg bukt onder sneeuwgewicht,

Zwart glanzen losse ravenveren,

Maar verder is het klaar en licht

Van kwetteren en kwinkeleren.

.

De ster die weinig anders doet

Dan licht te werpen op mijn leven

Praat met me op gelijke voet

En staat haar schijnsel weg te geven.

.

Misschien bestaat geluk daarin,

Misschien is dit het magistrale,

Dat niemand deze dag nadien

Letter voor letter kan herhalen.

.

Lust for life

John Schoorl 

.

Bij de titel ‘Lust for life‘ denk ik meteen aan het gelijknamige nummer van Iggy Pop uit 1977. Maar dit is ook de titel van de dichtbundel die John Schoorl (1961) uitbracht in 2013. De bundel bevat muziekgedichten wat meteen de titel verklaard. John Schoorl is  journalist, schrijver en dichter. Hij  schreef eerder voor De Morgen, HLN, De Ondernemer en de tijdschriften De Muur, Passionate Magazine en Hard gras. In 1988 werd hij stadsverslaggever voor het Haarlems Dagblad. Sinds 1998 schrijft hij voor de Volkskrant.

In 2007 debuteerde hij als dichter met ‘A Capella’ in de Sandwichreeks van Gerrit Komrij. Vanaf dat jaar verschenen er meerdere dichtbundels van Schoorl zoals ‘Uitloopgroef’ (2009), ‘Bukshag’ (2012) en  ‘Lust for life’ in 2013. Voor zijn journalistieke werk ontving hij verschillende prijzen. Een ervan herinner ik me nog goed, dat was zijn reportage van De Jeugd van Tegenwoordig, genaamd ‘De Anale Driehoek’ in de Volkskrant in 2015.

In de bundel ‘Lust for life’ staan ongeveer 50 gedichten geweid aan muziek. Het lijkt een kleine tour door zijn collectie heen te zijn. Van Alicia Keys tot Herman Brood, van David Bowie tot George Baker. Over meerdere componisten en bands is een gedicht door hem geschreven. In voetnoten bij de gedichten lees je over welke teksten hij het heeft en op welk album het te vinden is. Handig om de muziek bij een gedicht te vinden.

Uit deze bundel koos ik een gedicht bij een al wat ouder nummer van de Franse zanger Johnny Hallyday (1943-2017) getiteld ‘Pour Moi la Vie Va Commencer’ uit 1963. Dit was destijds het Franse antwoord op Elvis. Hallyday scoorde er een nummer 1 hit mee.

.

Pour Moi la Vie Va Commencer

.

Voordat we onder

Het brood doorgingen,

In polonaise nog wel,

.

De moules frites werden

Aangegaapt door een

Everzwijn in ruste,

.

De bordurende vrouw

Naar me lachte, en jij stiekem

Parmantig zat te roken,

.

Pakte ik je dansende hand vast,

En zag ik het hoesje van

Dat plaatje haarscherp voor me.

.

Wij waren allang begonnen hoor,

Me-neer-tje Hallyday.

.

Hoe het werkt

Nachoem M. Wijnberg

.

Econoom, wetenschapper, schrijver maar vooral dichter Nachoem M. Wijnberg (1961) debuteerde in 1989 met de bundel ‘De simulatie van de schepping’ en sindsdien verscheen er vrijwel elk jaar een dichtbundel of (in mindere mate) roman van zijn hand. Voor al dat werk ontving hij verschillende literaire prijzen. In 1997 de Herman Gorterprijs, in 2005 de Jan Campertprijs, in 2008 de Ida Gerhardt poëzieprijs, in 2009 de VSB poëzieprijs en in 2018 de P.C. Hooft-prijs voor zijn dichtoeuvre.

Pas geleden verscheen zijn laatste bundel ‘Hoe het werkt’ die in de Volkskrant van afgelopen zaterdag een lovende recensie kreeg. In zijn recensie verwijst Geertjan de Vugt naar een gesprek tussen Hugo Huppert en Paul Celan, waarin de laatste opmerkte dat hij in zijn jonge jaren zich vaak verschool achter metaforen. “Dat soort verstoppertje spelen wijst de volwassen dichter af” Het woord ‘zoals’ merkt hij op, ‘heeft hij uit zijn atelier verbannen. Het is een misleidend woord, alsof de lezer dankzij een vergelijking  dichter bij de dichter kan komen. Iets wat volgens Celan absoluut niet het geval is.

Wanneer niet te kwistig, creatief en fantasievol gebruikt, vind ik metaforen best kunnen. Voor mijzelf is dan altijd de uitdaging woorden als ‘zoals’ en ‘als’ waar mogelijk te vermijden. Nachoem M. Wijnberg kiest juist voor een overdosis metaforen in zijn laatste bundel. Het woord ‘zoals’ komt maar liefst 280 keer voor. Twee en een halve keer per bladzijde (of gedicht zeg maar). De Vugt heeft ze blijkbaar geteld.

Nieuwsgierig geworden heb ik de bundel ter hand genomen en het klopt. Maar waar ik bij ‘zondagsdichters’ af en toe kriegel word van de vergelijkingen vallen ze in de poëzie van Wijnberg niet eens zo erg op. Dit komt door zijn wonderbaarlijke en ogenschijnlijk ontsporende zinnen. Poëzie om op te kauwen noem ik dit. Ik lees het en net wanneer ik denk dat ik de essentie te pakken heb, net wanneer ik denk ‘Oh zo’ komt Wijnberg met weer iets nieuws, iets onbegrijpelijks curieus of ondoorgrondelijks. Hieronder een voorbeeld uit de  bundel getiteld ‘Wat een begin blijft’.

.

Wat een begin blijft

.

Wat het begin kan zijn

omdat ik niets anders weet

waarvan meer wegen gaan naar wat het meest als dit is,

want het eerste zeggen hoe verder is

dat ik het begin kan herhalen in plaats van wat ik nog niet weet.

.

Het einde als het tegenovergestelde

van het begin en het einde

als wat het makkelijkst herhaald kan worden

omdat één in het midden als vergeten is.

.

Alsof ik wat tussen begin en einde is,

zoals zeggen dat het er is als het er niet niet is,

buiten had willen houden,

maar het is al binnen. Tussen haakjes zetten

waarmee samen kan, maar ook zonder

of wat verdeeld kan worden over wat niet daartussen staat,

en tussen aanhalingstekens zetten wat zo gezegd kan zijn

of wat zegt dat het ook anders gelezen kan worden.

.

Dichter in het museum

Kenneth Goldsmith

.

Leonardo da Vinci heeft ooit gezegd: Painting is poetry that is seen rather than felt, and poetry is painting that is felt rather than seen. Dat was in 2013 het uitgangspunt van het MoMA (Museum of Modern Art) in New York voor een stukje onvervalste (maar toch wel geënsceneerde) guerilla poëzie.

Wanneer je een museum bezoekt, vooral in New York City, kun je gemakkelijk ronddwalen zonder te pauzeren om naar specifieke kunstwerken te kijken. Er is tenslotte zoveel te zien en zoveel drukte. Zelfs als je stopt om naar een kunstwerk te kijken, is het soms moeilijk om betrokken te raken bij en te interpreteren waar je naar kijkt. Het label vertelt je de artiest, het jaartal en de titel, maar verder is het aan de kijker om een ​​kunstwerk te begrijpen.

Uncontested Spaces: Guerilla Readings was onderdeel van het inaugurele Artists experiment, een reeks samenwerkingen tussen de afdeling Educatie van het MoMA en kunstenaars, waaronder dichter Kenneth Goldsmith die in dat jaar tot Poet Laureate van het MoMA werd benoemd. Goldsmith (1961) droeg zijn gedichten voor bij verschillende kunstwerken en in die zelfde week nodigde hij collega dichters uit om dat zelfde te doen in het MoMA.

In 2016 stond Goldsmith nog op het Poetry International. Voor hij met conceptuele poëzie begon was hij tien jaar lang beeldend kunstenaar. Onder zijn meest opmerkelijke boeken vallen de trilogie  ‘Sports’ (2008), ‘Traffic’ ( 2007) en ‘The Weather’ (2005). Deze delen bestaan ​​uit een getranscribeerde uitzending van respectievelijk een honkbalwedstrijd, verkeerspatronen en het weer.

In 2001 verscheen van Goldsmith de bundel ‘Soliloquy’ en hieruit blijkt dat hij zijn tijd ver vooruit was. Tegenwoordig is het heel gebruikelijk (en zelfs ‘in de mode’) om lange prozagedichten te schrijven. Hij deed dit in 2001 al met het ‘gedicht’ ‘Alleenspraak, Act 6 [uittreksel]’. 

.

Alleenspraak, Act 6 [uittreksel]

.

Nee. Ik ben niet boos. We waren gewoon aan het spelen. Ja. Het was een grapje. Het was een grapje. De recorder blijft deze kunstweek aanwezig. Wat? Nee. Slechts een week. Oh, is het al tijd voor een nieuwe was? O, we kunnen het overnemen. Het is niet erg. Weet je nog toen we de hond in de was begroeven? Was dat niet schattig? Dit zou wel eens de laatste wasbeurt voor de winter kunnen zijn. Sorry. Omdat we dezelfde mensen zijn. Wij, omdat we dezelfde persoon zijn. Ik ben de secretaris. Ik ben de secretaris. Natuurlijk deed ik dat. Dat is waarom ik het zei, maar ik kan niet alles zeggen waarvan ik weet dat we denken, omdat we alles zullen herhalen. O, dat zou een opluchting zijn. Ja, als je dat wel zou doen, zou je vijf keer zoveel banden hebben als ik. Ik heb heel weinig cassettebandjes van deze week. Nee, het is veel beter dat het zo was. Het is veel beter. Ja. Het maakt mij niet uit, weet je, het is nu gewoon een industrieel geluid, het was gewoon een soort geschreeuw en gezeur en, weet je, nee, het is een stuk beter. Overhemden. Cheryl, wat is dit voor ding en waarom blokkeert het altijd de hele week mijn kast? Kun je ze voor je kast zetten? Ik bedoel, het kan me niet echt schelen dat ze weg zijn, ik kan alleen niet bij mijn spullen komen. Zet ze daar neer. Ik vind dat ze het bij onze stomerij goed doen. Kijk eens hoe leuk dit shirt is. Ze doen het goed, nietwaar? Hebt u ooit betaald gekregen van Yale? Heb je ooit betaald gekregen van hoe heet ze, Ardele? Wat? Kunnen ze je niet betalen? Is dit een andere staking? Is dit een andere aanval dan die van Kathy? Oja erg. Deze jongen is bedraad. Kijk mij aan, je kunt niet eens zien dat het een microfoon is. Deze jongen is bedraad. Oh, je zou Steven trouwens moeten vertellen: ook dat de FMU hem een ​​van de afspeellijsten moet geven en hij stond bovenaan. De afspeellijst kwam officieel uit en hij was als een van de allerbeste afspeellijsten. Ik moet hem iets officieels geven, ja. Hij deed het heel goed bij FMU. Het is niet te geloven. Het is ja. Nou, vind je de cd leuk? Ik moet er echt naar luisteren. Ja, ik bedoel, de mensen op het bureau waren er gewoon kapot van. Zeker, is er nog eentje? Ik heb het niet gezien. Denk je dat ik er bijna aan kan denken om deze weg te gooien? Nee, ze zijn gewoon neergeschoten. Echt. Weet je niet waar die tas gebleven is? Oke. Wij gebruiken gewoon een gewone tas. We gaan er gewoon nog een kopen. Ik zet je beneden af ​​en je blijft daar een hele week wonen. Oh, kijk eens naar die lieve. Heb je een schoenlepel? Een wat? Wat is een schoenlepel? Wat? Wat is een schoenlepel? Hè? Dus ik hou van de verhalen van mijn moeder over Max die driftbuien krijgt. Dat was grappig. Hé, misschien kunnen we gaan, oh, weet je wat we moeten doen als we vandaag op het eiland zijn? Nadat de festiviteiten voorbij zijn? Neem de auto van mijn ouders en probeer wat garageverkoop te vinden. Ik bedoel, het is zo mooi als het eerste mooie lenteweekend. Er zullen een miljoen meter labelverkoop plaatsvinden in Port Washington. Wat zeg jij? Wat zeg jij? Ja. We moeten een trein van 10:20 maken, ja. Zijn ze niet leuk? Ik vind ze erg hip, jij ook? Zijn ze een beetje vierkant? En het echte aan hen is dat ze al aanvoelen als pantoffels. Weet je, dit worden alledaagse schoenen. Mijn moeder heeft pleisters, ze zijn geen zeldzaam goed. Goed. Hij was een grappige oude man. Ik vond hem leuk. Hij was een grappige oude man.

.

 

Zomernacht

C.O. Jellema

.

De zomer loopt ten einde, tragisch maar waar, en hoewel de temperaturen deze week er geen aanleiding toe geven komt de herfst eraan. Maar nu zijn er nog die lange zomernachten. Zwoel, plakkerig en helder. En gisteravond terwijl ik ’s avonds nog een korte wandeling maakte moest ik denken aan een gedicht van C. O. Jellema dat ik afgelopen week las.

Van mijn broer kreeg ik maar liefst 5 bundeltjes van Jellema uit de kringloopwinkel. Het gedicht waar ik aan moest denken  komt uit een van die bundels ‘Stemtest’ uit 2003. Cornelius Onno (Cor) Jellema (1936-2003) was dichter en essayist. Hij debuteerde in 1961 met enkele gedichten in literair tijdschrift De Gids. Aanvankelijk kreeg zijn werk weinig aandacht, maar in 1981 brak hij definitief door met de bundel ‘De schaar van het vergeten’.

In zijn vroege gedichten zocht Jellema naar een relatie tussen de ‘verteller’ in het gedicht, en de wereld buiten die ‘verteller’. Later speelt ‘de tijd’ een belangrijke rol in zijn werk. In enkele bundels probeert hij een synthese tussen ‘voelen’ en ‘denken’, ofte wel emotie en ratio, te bewerkstelligen. De gedichten van C.O. Jellema zijn gekenmerkt door een strakke vorm, en geregeld maakt hij gebruik van de sonnetvorm.

Na enig onderzoek kwam ik erachter dat het gedicht ‘Zomernacht’ ook voorkomt op de onvolprezen website straatpoezie.nl. Het gedicht werd in 2008 aangebracht aan de Oude Kerkhof Noordzijde 1 in Leens (Groningen) waar Jellema lange tijd woonde.

.

Zomernacht

.

Doe nu die gedachten dicht van je.
Denk nu eens liever niet na over morgen.
Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren
na, bramenplukker die je bent zoals vroeger
maar nu. Maak even geen onderscheid tussen
een wie en hoezo en de kans op anders.
.
Doe in je hoofd uit de lamp, hoor wat er is,
ademt en ritselt, kwaakt in de kikkers.
Leef met je lichaam van nachtwind de koelte.
Geeuw je een gat in het hart en proef het
zo rood al sap van bramen. Wees langzaam
door vogels gezongen het wordende licht.

.

Liefde

Aad van Stolk en M.C. Escher

.

In het Escher museum in het voormalig paleis van koningin Emma aan het Lange Voorhout in Den Haag, kwam ik een boekje tegen met daarin gedichten van Aad van Stolk (1883-1926) die zij samen uitgaven. Het betreft hier het boekje ‘Flor de Pascua’ (Paasbloem) met 19 houtsneden van Maurits Cornelis Escher (1898-1972) en gedichten dus van Aad van Stolk die naast arts ook beheerder was van de kunstcollectie van zijn grootvader, het museum van Stolk in Haarlem. Het boekje werd gepubliceerd in 1921.  De vrouw van Aad, Jonkvrouwe Sophie van der Does  de Willebois (1883-1961) ontwierp het omslag. Van dit boekje werden 222 exemplaren gedrukt.

Een van de gedichten is getiteld ‘Liefde’ en Escher heeft hierbij een prachtige houtsnede gemakt van een moeder die haar kind de borst geeft, waarschijnlijk zijn dit Fietje (zoals Sophie genoemd werd) en haar zoon Jan. De compositie heeft Escher niet zelf bedacht maar afgekeken van zijn leermeester Samuel Jessurun de Mesquita (1868-1944). De tentoonstelling van beiden (Escher en de Mesquita) is nog tot 1 oktober te bekijken in het Escher museum.

.

  Muse: R.M.M.V.S.

“Liefde”

.

Ik heb een meisje gezien,

Dat was vergeten

Haar talrijk kroost;

Geen spoor meer van een huwelijksketen;

Zij zocht geen troost…

Zij làchte uit haar blank geweten

Dat nimmer was besmet misschien…

.

Maar van haar vorige verblijven

In deze stof,

Bleef slechts d’essentie in haar ziel beklijven;

Den dood zij lof!

.

Die slaakte alle “toebehooren”

En ’t kindje pas herboren

Was aan ’t bekoren.

.

 

 

 

 

Doggy bag

Moniek Spaans

.

Multitalent Moniek Spaans (1961) is dichter, beeldend kunstenaar, schrijver, fotograaf, redacteur en coverontwerper. Daarnaast struint ze graag met haar camera door de stad en maakt ze foto’s voor haar blog. Haar werk werd opgenomen in verzamelbundels en o.a. gepubliceerd op de Meandersite, Het Gezeefde gedicht en SLA Avier. Op haar website kun je meer over haar en haar werk lezen en ook gedichten van haar hand. Een gedicht dat ik daar aantrof en kan waarderen wil ik hier met je delen.

.

doggybag

.

ik mis de man die een kuil groef

voor een stapel onbestelbare post

.

de man die een hoektand miste

maar niet de moeite nam om deze te laten vervangen

.

ik mis de hoogleraar vleeswetenschappen

.

ik mis de man die midden in de stad

naar olie boorde

.

de man die aangehouden werd

voor het verven van papegaaien

.

de chirurg die zich na een geslaagde

operatie liet ontvallen:

uw lichaam maakt mooie littekens

.

ik mis de man die vroeg of hij de rest van de avond

mee mocht nemen in een doggybag

.

 

Twee keer hotel

Dubbel-gedicht

.

Vandaag in de rubriek Dubbel-gedicht een bijzondere aflevering. Dit keer geen twee dichters die rond een thema of onderwerp een gedicht schreven maar slechts één dichter, die in zijn bundel ‘Nog een grap’ uit 2013 twee gedichten over hetzelfde onderwerp schreef, namelijk een hotel. De dichter is Nachoem M. Wijnberg (1961).

In deze bundel  staan een kleine 300 gedichten waarin de dichter grappen verteld, of probeert toe te laten dat gedichten grappen maken. Dat is een serieuze zaak – reden waarom het steeds opnieuw geprobeerd moet worden. In dit geval dus twee gedichten over een hotel. Beide gedichten hebben naast hetzelfde onderwerp ook nog eens dezelfde titel ‘In een hotel’ terwijl de gedichten toch over andere zaken gaan. Het is alsof het tweede gedicht een antwoord is op het eerste gedicht. De grap van het handdoeken stelen uit karretjes van schoonmakers en dat dat de grap is die jezelf uitgeprobeerd hebt.

.

In een hotel

.

In een hotel

handdoeken stelen

van de wagentjes van de schoonmakers,

niet om naar huis mee te nemen

maar voor in de kamer.

.

Zij hebben er zoveel,

gewassen, gevouwen,

in hoge stapels.

.

In een hotel

.

Een boek met grappen,

het beste wat je in een hotel kunt vinden

om in te lezen.

.

Bij een grap staat

in de kantlijn

sehr richtig.

.

Bij een andere grap,

der Beste.

.

Je bent allang

door die heen

die je op jezelf

uitgeprobeerd hebt

nadat je ze gelezen hebt.

.