Site-archief
Frans Vogel poëzieprijs
Dominique De Groen
.
In september werd bekend gemaakt dat de Vlaamse dichter en schrijver Dominique De Groen (1991) de Frans Vogel Poëzieprijs heeft gekregen. Haar werk werd gepubliceerd in Deus Ex Machina, Kluger Hans, Gierik & Nieuw Vlaams tijdschrift, op Samplekanon en hard/hoofd. In 2017 debuteerde ze met de bundel ‘Shop Girl’ en in 2019 volgde ‘Sticky Drama’.
In haar poëzie spreekt engagement met een wereld die op drift is geraakt en waarin niets ongeschonden blijft. Voor de Optimist schreef ze aan de hand van een regel uit de roman van Hiromi Ito ‘ Wild grass on the Riverbank’ ( even as a corpse her calling was stil to protect children) het gedicht ‘Rites for aan abortive spring’.
.
Rites for an abortive Spring
i.
Ik heb alle dode dieren
ten grave gedragen:
IJsbeer, gevallen engel, uitgemergeld in smeltende toendra
Bij, misleid door bloemen van olie en vlees
Olifant, verminkt door slaapwandelende markten
en oogst van tanden glanzend in de hitte
van een beenharde zon.
Ik heb een massagraf gedolven
in de natte, zwarte aarde
tussen mijn schaamlippen
de gezwollen karkassen verslonden
met pulserende tentakels.
ii.
De begrafenisriten:
mijn naakte, opgevulde lijf
uitstrekken op de heide
onder de wassende maan
met draad van stug, dor gras
de grafkuil dichtnaaien.
In mijn baarmoeder klotsen
de bij voorbaat doodgeborenen
in een danse macabre
van druipende kadavers.
Ik draag wildvreemden op
hun hand op mijn buik te leggen
om de beweging te voelen
walgend deinzen ze terug
van de knekeldans
onder hun vingertoppen.
iii.
Volle maan
en tijd om te baren:
ik rijt de grafkuil open
kots mijn uterus leeg
een grijze processie van ondode dieren
glibbert uit de tombe
hobbelt en hinkelt de nacht in.
Ik baar een kubus
van samengeperste dode dieren
ieder vlak
een massa-extinctie
en blaas het blok nieuw leven in
met rituelen van trieste magie.
Lichamen maken zich uit de kubus los
onsterfelijk en schitterend.
iv.
Een grauw dier
met bleke ogen
en aaneengekoekte vacht
likt stollend bloed en slijm van mijn huid
drukt me tegen haar vochtige, warme buik
tot mijn hart weer klopt, mijn cellen weer pulseren.
Dan verdwijnt ze, het uitdijende bos in.
Zelfs als lijk was haar roeping nog steeds het beschermen van kinderen.
.
Waarom Amerikanen niet lopen
Mona van Duyn
.
Ik lees het geweldige boek ‘Waarom Amerikanen niet lopen’ van Arjen van Veelen. En met geweldig bedoel ik in dit geval, geweldig interessant en ook wel heel confronterend. Ik was een aantal jaren geleden in de Verenigde Staten en reisde toen met vrienden van Chicago, via Memphis naar New Orleans. We zouden ook naar Saint Louis gaan maar omdat we via een andere staat reisden (waar de de Rock & Roll hall of fame is gevestigd) sloegen we Saint Louis over. Nu ik ‘Waarom Amerikanen niet lopen’ lees spijt me dit maar tegelijkertijd weet ik nu wel veel meer over de stad. En over de VS. Want wat mij toen al opviel, namelijk de enorme armoede, segregatie en het enorme verschil tussen arm en rijk, wordt in dit boek bevestigd en uitgelegd. ik begrijp waarom dit boek, uitgegeven door De Correspondent zo’n enorm succes is. Niet alleen leer je uit dit boek dat de VS nog steeds heel racistisch is maar ook hoe dit komt, waar het vandaan komt maar ook dat er grote armoede heerst onder grote delen van de witte bevolking.
Natuurlijk begin ik niet over dit boek als er niet een verwijzing naar poëzie in zou staan. En die is er inderdaad. In een hoofdstuk waarin de schrijver binnen de straal van ‘1 tank benzine’ zo’n beetje alle hoofdsteden van Europa en daarbuiten afreist (veel Amerikaanse steden hebben de namen van buitenlandse steden als Cairo, Athene, maar ook Berlijn (ben er geweest) en Parijs). De schrijver verwijst in het boek naar een gedicht van de Amerikaanse dichter Mona Van Duyn die vanaf getiteld ‘A small excursion’ waarin ze veel van deze steden aanhaalt.
Mona Van Duyn (1921 – 2004) werd geboren in Waterloo (!) was dichter en schrijfster. Ze stamde af van een Nederlandse familie die zich in 1649 vestigde in het Nieuw Nederland van Peter Stuyvesant. In 1971 won ze de National Book Award, in 1991 de Pulitzerprijs voor poëzie en in 1992-1993 was ze de United States Poet Laureate, een soort dichter des vaderlands. In 1959 debuteerde ze met ‘Valentines to the Wide World’.
.
Wacht … woorden
Anneke Brassinga
.
De kern van het werk van dichter, prozaïst, essayist en literair vertaler Anneke Brassinga (1948) bestaat volgens Piet Gerbrandy (uit een bericht uit 2015) uit (v)echtlust, geestige dwarsheid en grondeloze melancholie. Paul Demets schrijft over haar in ‘Awater’ uit 2011 dat ze allerlei onheil raakt dat met vergankelijkheid gemoeid is in haar poëzie, maar dat dat bij haar een soort dragelijke lichtheid krijgt. Anneke Brassinga wordt gezien als postmodernistisch dichter maar zelf rekent ze zich tot de surrealisten. Hoe het ook zij, haar werk wordt breed gewaardeerd. Zo kreeg ze voor haar werk de Martinus Nijhoff Vertaalprijs (1978, niet door haar geaccepteerd), de VSB Poëzieprijs 2002 voor de bundel ‘verschiet’), de Constantijn Huygens-prijs (2008) en de P.C. Hooft-prijs (2015), voor haar poëtisch oeuvre.
In 1987 debuteerde Brassinga met de bundel ‘Aurora’ en haar laatste bundel ‘Het wederkerige’ dateert alweer van 2014 . In 1991 verscheen van haar hand de bundel ‘Thule’, uit deze bundel het gedicht ‘wachtwoorden’.
.
Wachtwoorden
.
Ik had me zo geoefend in het wachten
dat ik schrok toen er iemand kwam;
ik had nog nooit van hem gehoord
herkende hem op het eerste woord
zodat ik aan geen wachten dacht.
Twee gorilla’s, Lust en Vraatzucht,
bewaakten van bovenaf de poort;
in een schip gecamoufleerd met lakens
voeren wij de stad in, onder hen door.
Gesloten bleef de tas met taarten,
al jaren uit mijn mond gespaard,
nooit was er tijd, nooit tijd te over
om aan uitstel te ontkomen.
Wij zijn nu zo geoefend in het wachten
dat als een kind het bij ons hoort.
.
Foto: Serge Ligtenberg
Alpenlied
Leo van der Zalm
.
Harme van der Kamp vroeg om aandacht voor de dichter Leo van der Zalm op mijn verzoek om dichter te noemen waaraan ik aandacht zou moeten besteden. Leo van der Zalm (1942 – 2002) wordt op zijn Wikipedia pagina omschreven als een dichter in de marge. Hij was lid van het Amsterdams Ballon Gezelschap, een artistieke groepering met wisselende bezettingen afkomstig uit en gevestigd in het dorpje Ruigoord. Leo van der Zalm drukte jarenlang gedichten op een oude degelpers in het ruim van zijn schip.
Hij debuteerde in 1978 met de bundel ‘Het beestenspul van A’dams Blijdorp’ en zou in de jaren daarna als ‘Portier van de Drempeldichters’ vooral jonge dichters als Carla Bogaards, Pieter Boskma en Diana Ozon op weg helpen. Ook was hij enkele jaren medewerker van het One World Poetry festival. Dat waren meerdaagse poëziefestivals waar dichters uit de Amerikaanse beatgeneratie als Allen Ginsberg en William Burroughs optraden. Later zou dat overgaan in wat nu nog steeds het Crossing Border festival is. Met Jules Deelder, Johnny van Doorn en Simon Vinkenoog toerde hij door de Verenigde Staten. Van der Zalm publiceerde een aantal dichtbundels bij In de Knipscheer en hij publiceerde veel in eigen beheer.
.
In ‘De Tweede Ronde’ (een Nederlands literair tijdschrift met ruime aandacht voor vertalingen, en met een vaste rubriek Light Verse) verscheen in jaargang 12, 1991 het gedicht ‘Alpenlied’ van van der Zalm.
.
Alpenlied
.
Zomerwind
Jo Kalmijn-Spierenburg
.
Uit de heerlijke serie (al is het maar door de titel) ‘Met een boekske in een hoekske’ uit de Libellen serie, heb ik rond Oud en Nieuw in Groningen weer twee nieuwe deeltjes gekocht. Een van deze twee is het bundeltje ‘Zomerwind’ van Jo Kalmijn-Spierenburg (deel 377). Na enig speurwerk kwam ik erachter dat deze bundel in 1939 werd uitgegeven (het bundeltje zelf geeft geen uitsluitsel). Jo Kalmijn-Spierenburg (1905 – 1991) was schrijfster van gedichten, romans en kinderboeken. Voor wie meer wil weten over leven en werken van Jo Klamijn-Spierenburg verwijs ik graag naar de beschrijving van har werk op https://www.dbnl.org/tekst/_nie002193901_01/_nie002193901_01_0219.php
Uit dit leuke vierkant uitgegeven bundeltje (alle Libellen reeks deeltje zijn vierkant van vorm), het gedicht ‘Het is geen lente nog’.
.
Het is geen lente nog
.
Maar een vermoeden, onuitspreek’lijk teeder,
van komend bloesemen vlaagt aan.
Men weet niet hoe of waar vandaan.
.
De lucht is grijs gelijk een duivenveder,
een glanzend grijs. en er begint
iets luws te zwellen in den wind.
.
Er is een and’re klank in ’t vogelfluiten,
een dieper en een voller slag
in ieder lied op dezen dag.
.
Er is een mildheid, een zich zacht ontsluiten
voor al wat zuiver is en goed.
Een nieuw geloof en nieuwe moed…..
.
Genade
Anna Enquist
.
Begin van de jaren negentig van de vorige eeuw maakte Anna Enquist (1945) een stormachtige entree in de literatuur met haar dichtbundel ‘Soldatenliederen’. Ze ontving voor deze bundel meteen een prijs, de C. Buddingh’prijs. Ook haar tweede bundel ‘Jachtscènes’ uit 1993 wordt bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Met haar krachtige gedichten weet ze een grote groep mensen te bereiken. Woorden die je tegen komt als je over haar poëzie leest zijn werkelijkheidslievend, anekdotisch, eigen idioom en beeldtaal. In 2000 verscheen een overzichtsbundel getiteld ‘De gedichten 1991 – 2000’ met daarin poëzie uit de 4 dichtbundels die ze vanaf 1991, haar debuut schreef. Uit deze bundel het gedicht ‘Genade’ dat eerder verscheen in de bundel Klaarlichte dag’ in het laatste hoofdstuk getiteld ‘Het reisverslag’.
.
Genade
.
Met de mensen in de supermarkt
op vrijdag geen mededogen, geen
genade voor de producten, de lamme
karren, geen pardon voor de kassa.
.
De winkel moet in de hoek
van reddelozen, bij de honden,
het ziekenhuis en de radio.
.
Ik kruip bij de lafaards. Een dag
respijt krijgen wij van de dageraad
iedere morgen, om op te kauwen
tot het donker is. Aalscholvers,
.
Belgische voetpaden, bibliotheken,
en ik.
.
Meisjeskamer
Anna Enquist
.
Schrijver en dichter Anna Enquist (1945) is het pseudoniem van Christa Widlund-Broer. Ze is psychoanalytica en debuteerde in 1991 met de poëziebundel ‘Soldatenliederen’. In deze bundel staat een gedicht waarvan, toen ik het las, ik zoveel herkende, een herkenning die je bekend voorkomt wanneer je zelf een dochter of dochters hebt of hebt gehad in de leeftijd van 15 jaar. Alleen daarom al wilde ik het gedicht hier plaatsen.
.
De meisjeskamer
.
Hoe het ruikt naar lippenrood,
poederkwast. Latere handen
ten voorbeeld streelt de borstel
met stomheid het haar.
Zij is een acrobaat, hoog in
de lucht doet zij kunsten
aan de trapeze. Vijftien jaar.
Zij ademt vluchtig, houdt
zich nauwelijks vast. Negeert
in vervoering elk gevaar.
.
Wij zijn het vangzeil waar
zij zich soms achterover
in laat vallen. Wij wiegen
haar als toen, ontwricht
als zij weer opveert en ons
achterlaat. Het plotseling
ontbreken van gewicht.
Vergeefse spanning in mijn armen,
verbazing om het zelfvertrouwen,
het geluk op haar gezicht.
.
















