Site-archief
Hans Mirck
Gedicht over de oorlog
.
Naar aanleiding van een ansichtkaart die ik vond tussen mijn spullen (van tijdschrift Liter) met daarop een regel uit een gedicht van Lans Stroeve, ging ik eens neuzen op de website van ‘Liter’. Daarop kwam ik een gedicht van Hans Mirck tegen met een intrigerende titel geschreven aan het begin van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne.
Hanz Mirck (1970), is docent Nederlands en vertaler, muzikant, dichter, ex-stadsdichter van Zutphen en Apeldoorn (dat kan, zie ook Joris Brussels) en schrijver. Hij studeerde Nederlands aan de Universiteit Utrecht en studeerde af met de scriptie over de overeenkomsten tussen de teksten in Bredero’s Groot Lied-boeck en de popgroep Doe Maar. Hij gaf de teksten van de band uit in hun definitieve vorm in het boek “Dit is alles”.
Mirck organiseerde in Zutphen jaarlijks een poëziefestival en ook coördineerde hij voor de Zutphense gemeentelijke literaire stichting alle optredens. Hij was werkzaam voor de Ida Gerhardt Poëzie Prijs en lid van verschillende literaire jury’s. In 2002 debuteerde hij met de bundel ‘Het geluk weet niets van mij’, dat werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2003 en tot ‘aanrader’ bestempeld door Neeltje Maria Min en Gerrit Komrij. Na deze prijs werd hij gevraagd voor de jury van de J.C. Bloemprijs en bekleedt hij deze functie nog steeds.
In 2007 ontving hij de J.C. Bloemprijs voor zijn bundel ‘Wegsleepregeling van kracht’ (2006) en inmiddels staan er zeven dichtbundels alsmede romans en kindergedichten in zijn bibliografie. Mirck is ruim tien jaar actief als schrijfdocent en redacteur, onder andere voor de popgroep BLØF. Ook was hij redacteur van het literaire tijdschrift Parmentier en voor uitgeverijen als Passage en Vassallucci.
Het gedicht in ‘Liter’ heeft een nieuwsgierig makende titel en kun je hieronder lezen.
Recensie van het optreden van het Russisch staatsorkest in
het theater van Marioepol
Een goede noot vindt altijd een goede plaats
maar vanavond struikelden de triolen grotesk
over elkaar, syncopen waren kreupele cyclopen,
de crescendo’s onmachtig lawaai.
Dit was geen musiceren maar vreugdeloos
opvolgen van instructies. Een muziekstuk is de weg
van verre dreiging naar warm licht, loutering,
een climax van mededogen.
De violisten leken laf achter elkaar aan te strijken.
De paukenisten waren blinde kinderen
in een contrapuntisch zwembad,
slagwerkers blikslagers op een kinderboerderij,
de houtblazers megalomane pyromanen
en de koperblazers het luchtalarm,
de pianist speelde geen enkele noot
die niet gelogen was.
Was het zuiver, was het vals? Het was ongeïnspireerd.
De musici leken zelf niet in hun partij te geloven, zo wordt muziek
nooit magisch. Als het bombastisch moet klinken,
laat het dan ook bombastisch klinken!
Een goed stuk zorgt dat alle mensen in de donkere zaal
het innig met elkaar eens zijn, nu bleef de twijfel afleiden.
Een meesterwerk maakt alle ogen even vochtig,
nu knipperden we alleen, als doven.
En dan de dirigent. Te laat, dronken, ongearticuleerd.
Hij leek de enige die wel in vervoering was, terwijl juist hij
de enige zou moeten zijn die het hoofd koel hield.
Hij leek vooral naar huis te willen. Net als wij allemaal.
.
Nacht van de poëzie
Peggy Verzett
.
Vandaag pakte ik, zonder te kijken, uit een reeks dunne dichtbundeltjes de bundel ‘Nacht van de Poëzie, 2006’ uit mijn kast. Deze bundeltjes met gedichten van deelnemende dichters aan de Nacht zijn klein van omvang (22 dichters met bijna allemaal 1 gedicht) dus het was eenvoudig om de bundel ergens halverwege opnieuw ongezien te openen en daar de dichter Peggy Verzett (1958) te ontdekken met een gedicht zonder titel. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in haar bundel ‘Prijken die buik’ (2005) uit de cyclus ‘Cultnat’. Verzett is dichter, beeldend kunstenaar (olieverfschilderijen) docent Nederlands en Beeldende Vormgeving.
In 2010 verscheen van haar de bundel ‘Vissing’, in 2016 de bundel ‘Haar vliegstro‘, in 2021 de bundel ‘Sneeuweieren / Snow Eggs’ en in 2023 de bundel ‘een ronde bol een ronde bol’. Uit de festival bundel van de Nacht van de Poëzie het volgende gedicht.
.
wij zagen een geborduurde
en een gevorderde winnaar
.
wij kozen de gevorderde
met de verre stad
.
achter droeg een verre stad met een brede rivier
toe-toe-toebedeelde morgens op willekeurige doorsneden
.
onze bladschuiven valhoogten en composieten
de wind weegt het vlees van de hypocrises
.
Anna!
hier is wat fraais begonnen
zet ’t likhout op een kier
.
door de gaten van onze kapsels
helt een lucht van gewelfde zucht
,
tussen de lamplicht en lamplicht
die langs zouden komen
.
Voer voor struikrovers
Els Moors
.
De voormalige Dichter van België. of zoals ze daar zeggen de Dichter*es (ik dacht dat we van de vrouwelijke vorm af waren maar ik hoor het de laatste tijd weer steeds vaker, dichteres, wat is dat?) heeft een nieuwe bundel uit. Els Moors (1976) want daar heb ik het hier over was Dichter van België in 2018-2019. Ze publiceerde al de bundels ‘er hangt een hoge lucht boven ons‘ (2006) waarvoor ze de Herman de Coninckprijs 2007 kreeg voor het beste poëziedebuut, ‘liederen van een kapseizend paard (2013) de tweede beste poëziebundel bij de J.C. Bloemprijs in 2015 en nu dus haar nieuwste bundel ‘voer voor struikrovers’ (2025). Tussen deze dichtbundels schreef ze een aantal romans maar met deze nieuwe poëziebundel werd ze verkozen tot Clubkeuzebundel van de Poëzieclub / Awater in het eerste kwartaal van 2026.
‘voer voor struikrovers’ is een bundel met gedichten zonder titels, wat op zichzelf natuurlijk een heel legitieme keuze is. Voor mij als lezer is het wel een extra opgave want is elke pagina een nieuw gedicht? Sommige gedichten lopen bijna van de bladzijde en wat zegt mij dat een nieuwe bladzijde een nieuw gedicht is of dat het gedicht daar doorgaat? Het is maar een observatie maar Els gebruikt ook geen hoofdletters of interpunctie wat het geheel nog onoverzichtelijker maakt. In de dichtbundel valt gelukkig wel genoeg te genieten. Zoals van het gedicht op pagina 13.
.
papa was een rolling stone
en ik verwacht hem telkens
weer als opschorting
van een straf
.
eerst moet ik dit lichaam in bezit
nemen van aan de kruin
tot aan de gekwelde kuiten
dagelijkse kilometers afleggen
.
terwijl ik op de totale vrijheid
wacht durf ik al zo ver te springen
dat ik aan mezelf genoeg heb
voldoende vesting vind
.
ter genoegdoening
van zijn wens.
.
Verliefd, weer
Jannah Loontjens
.
Jannah Loontjens (1974) werd geboren in Denemarken, woonde in Zweden en is schrijfster, dichter en filosofe. In 2012 promoveerde ze op het onderwerp ‘Popular Modernism’ aan de universiteit van Amsterdam in de Literatuurwetenschap. Voor de Groene Amsterdammer en Awater schreef ze over poëzie en filosofie. Met enige regelmaat schrijft ze opiniestukken voor o.a. Trouw en NRC Handelsblad. Sinds 2019 heeft ze een vaste rubriek in Filosofie Magazine.
In 2001 debuteerde ze met de dichtbundel ‘Spectroscoop’ gevolgd door ‘Varianten van nu’ in 2002. In 2006 verscheen haar bundel ‘Het ongelooflijke krimpen’ waarvoor ze in 2008 de Eline van Haarenprijs kreeg. In 2009 verscheen ‘Be my guest. I prefer to keep the door closed. Untranslatables; A task for poetry’ en in 2013 gevolgd door haar voorlopig laatste dichtbundel ‘Dat ben jij toch’. In de jaren na 2013 legde ze zich helemaal toe op het schrijven van romans en essays met één uitzondering in 2016 toen ze de Melopee Poëzieprijs kreeg voor het gedicht ‘Mijn licht gekwelde melancholische blik’.
Uit haar bundel ‘Het ongelooflijke krimpen’ is het gedicht ‘Verliefd, weer’ genomen.
.
Verliefd, weer
.
Ik wil je dicht, dichter tegen me aan. Mijn buik die een gehunker
door romp en leden pompt. Beleef ik dit? In het echt met jou?
Of is het bovenal mijn hoop op het werkelijk bestaan
van verzonnen beelden. Niet eens altijd die van mijzelf.
.
Ja, ik denk aan je Ina, Michel, Anna, Radha, Noenka. Wie ben ik
en achter wie loop ik aan? Wie bedenk ik in mijn verlangende waan
en hoe verzin ik jou en mezelf. Ideaal samen. Zo volmaakt. Zo traag
en zo intens zoenend, zich eindeloos spiralend herhalend. Uniek
.
in die rommelende schakel van jaren en jaren en jaren.
Dit is wat ons allen met elkaar verbindt. Hierin zijn we één,
zijn we gelijk. Hoe ver ook van mij vandaan, Aramees of Zweeds,
Italiaan of Afrikaan, het smachten delen we. Allemaal. Triljarden
zijn me voorgegaan, onnoembare verliefden komen er nog aan.
.
Boekenkast
Erwin Vogelezang
.
Op de tweede kerstdag sta ik maar weer eens voor mijn boekenkast om ‘at random’ een bundel van één van de vele planken te pakken. Zonder te kijken is dat ‘Dichters uit de bundel‘ De moderne Nederlandstalige poëzie in 400 gedichten geworden. Samengesteld door Chrétien Breukers en Dieuwertje Mertens uit 2016. Zonder te kijken open ik de bundel op pagina 545 en daar staat het gedicht ‘drie meisjes bij de slam’ van Erwin Vogelezang.
Ik herkende de naam van Vogelezang en het blijkt dat ik zijn naam eerder noemde op dit blog in de serie gedichten op vreemde plekken en wel die in Stripvorm. Vogelezang debuteerde in 2006 met ‘Bladluis’ in de Windroosreeks. Zijn gedichten zijn opgenomen in diverse bloemlezingen, waaronder Rainbow Essentials verzamelbundels en 25 jaar Nederlandstalige poëzie in 666 en een stuk of wat gedichten. Op zijn website schrijft hij ook nog: “Als rabiaat onproductief dichter, profiteert hij graag van de oprispingen van anderen: de keuze voor deelname aan FLARF was voor kenners dan ook een logische. Erwin was een paar jaar rouwdichter in het kader van de Eenzame Uitvaart.”
Uit de bundel ‘Bladluis’ komt het gedicht ‘drie meisjes bij de slam’.
.
drie meisjes bij de slam
.
en jawel hoor, ze staan er weer
met teruggetrokken tanden al
dan niet de dertig te passeren.
.
drie meisjes bij de slam
in schotsgeruite pofrokjes
bespreken jongeherenleed.
.
even lekker kletsen zo
op een warme oktoberavond
met glutenvrije strandtas om.
.
maar heer heb medelij!
zij zullen vroeger vast hebben geslist
en was er niet iets met hun vaders?
.
zeep dus eerst hun borstjes in
en houd ze dan voorzichtig maar beslist
drie minuten onder handwarm water.
.
Hij komt, hij komt..
Nummer 30
.
Hij komt inderdaad, het laatste nummer van 2025, de nieuwe MUGzine. Dus als je nog geen cadeautje hebt voor Sinterklaas of Kerstmis is dit de uitgelezen (no pun intended) mogelijkheid om geliefden eens iets echt origineels te geven. En zoals je van ons gewend bent doen we er altijd een klein presentje bij. Dus geef iemand een MUGzine cadeau (gewoon of in een speciale MUGzine Japanse enveloppe) of nog beter, geef een jaar lang MUGzines in de brievenbus (5 exemplaren) en word donateur.
Het december nummer van MUGzine is weer een fraai exemplaar geworden. Met poëzie van Trudy Dijkshoorn, Elbert Gonggrijp, Dietske Geerlings en Jan Kleefstra. Het muggedicht is dit keer van Bas Belleman en de kunstenaar is dit keer Mark Fayot. Natuurlijk is er ook een kakelverse Luule en wordt je weer getrakteerd op een poëtisch voorwoord van Marianne.
Als opwarmertje hier alvast een gedicht van Jan Kleefstra (1964). Deze Friese dichter verschenen gedichten in bloemlezingen als ‘Dichters in de Prinsentuin’ (2006), ‘Kastanjegedichten’ (2006), ‘Schoonheid’, Hernehim (2007), ‘Mengelwerk Drentse open’ 2007, ‘Openbare Bibliotheek Amsterdam’ (2007), ‘7e Regenboog, Breedevallei Dichters’ (2008), ‘Haarlemse Dichtlijn’ (2008), ‘Inkijk, interieurs in de Hollanderwijk’ (2009) en ‘Giftige simmer’ (2009). In 2008 kwam zijn Friestalig debuut uit, ‘Fragminten’, wat niet een vertaling is van de voormalige Nederlandse bundel met dezelfde naam.
.
Bloei kent geen denken
teder tot een eind gebracht
ongehavend op zwarte modder
zonder zomerstof gekmakend
vingerzacht groen op de wangen
langs het spoor van de achterblijver
het rag om roestige spijkers slaan
verwaaid zingen aanklampen
een stroomdraad spannen
.
Focus
Bernard Wesseling
.
Nadat ik de bundel ‘Focus’ kocht van schrijver, dichter, slammer en vertaler Bernard Wesseling (1978) ben ik op zoek gegaan naar meer informatie over deze dichter. Mijn eerste bevinding was dat ‘Focus’ uit 2006 de C. Buddingh’ prijs (prijs voor het beste poëziedebuut) won in 2007. Daarna volgden de bundels: ‘Naar de daken’ (2012) die genomineerd werd voor de J.C. Bloem-prijs en’& de dag ligt open als een ei in zijn gebroken schaal’ uit 2016. Zijn laatste dichtbundel ‘Ontkrachtingen en affirmaties’ verscheen in 2024. Naast zijn dichtwerk schreef Wesseling een aantal romans.
Zijn poëzie is vertaald in het Frans, Grieks en Spaans. Hij vertaalt poëzie en proza (vaak samen met punkrocker Jan de Nijs) vanuit het Engels. In de bundel ‘Focus’ klinkt een koortsige stem die vat probeert te krijgen op de chaos in de wereld. Want wat de een verdraagt is de ander te veel. Dat blijkt uit de bijzondere mix van onderwerpen en thema’s in de bundel, zijn vocabulaire, is zeer hedendaags en in de greep van een alomtegenwoordige beeldcultuur. In een recensie wordt dit debuut benoemd als een koortsig, bezwerend poëziedebuut van een groot talent.
Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent’.
.
Zen & de kunst van weten wanneer je te veel bent
.
Wie in een vulkaangod gelooft denkt twee keer na
voordat hij de grond onder kwat want hij weet
lava kruipt waar het niet kan komen
.
Het is deze steeg, deze engte heeft iets weg van een trechter
mijn blaas steegvormig
.
Een agent die voor agent speelt laat me afknijpen
wat ik ervan geleerd heb
incasseren
.
Ik bel mijn enige zus en spreek het uit:
je bent een prachtmens
en ik meen het ik meen altijd alles dus
waarom dit niet
.
Tegen de hond die ik niet heb: kop dicht mormel!
voordat hij begint te blaffen want die stuurloze herder is echt
.
Mijn laatste Lucky
wat een junk met succes moet weet ik ook niet
.
En wat ik haast vergeten zou
Bas Belleman
.
Journalist, essayist, dichter, vertaler en Shakespeare-kenner Bas Belleman (1978) studeerde cultuur- en wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht. Naast recensies over proza in Trouw schreef hij over poëzie in Passionate Magazine, de Groene Amsterdammer en het poëzietijdschrift Awater. Ook was hij columnist van dagblad De Gelderlander, schreef hij essays en columns voor Filosofie Magazine en verzorgde hij de programmering van de Maastricht International Poetry Nights. Enkele jaren was Belleman jurylid van de AKO Literatuurprijs. In 2021 verscheen poëzie van Bas in MUGzine #7.
In 2003 debuteerde hij met de bundel ‘Nu nog volop ventilatoren’, deze bundel werd genomineerd voor de Cees Buddingh’-prijs voor beste debuutbundel, gevolgd jij door ‘Hout’ in 2006 en ‘De drift van Sneeuwwitje’ in 2014. In 2020 verscheen de Nederlandse vertaling ‘Shakespeares Sonnetten’ met daarin de 154 sonnetten en ‘A Lover’s Complaint’. In 2021 won hij voor dit werk de Filter vertaalprijs.
Uit zijn debuutbundel ‘Nu nog volop ventilatoren’ onder redactie van Gerrit Komrij, koos ik het laatste gedicht uit de bundel getiteld ‘En wat ik haast vergeten zou’.
.
En wat ik haast vergeten zou
.
Nog even dit:
.
het woord ‘vervreemdend
.
(een tafel een pen een scheur
in de vitrage voor het raam en ergens
ter lande valt een bonte vogel dood;
zéér vervreemdende regels!)
.
sturen we met liefde naar
de Eeuwige Papierversnipperaar.
.















