Site-archief

Martijn Teerlinck

Ademgebed

.

Martijn William Zimri Teerlinck (1987 – 2013) was een in België geboren Nederlands muzikant en dichter. Op 26 jarige leeftijd overleed hij aan het syndroom van Marfan dat bij ongeveer 1 op de 10.000 voorkomt. Andere bekende namen die aan het syndroom zijn overleden zijn Joey Ramone, Niccolò Paganini en Sergej Rachmaninov.

Van Martijn Teerlinck is in 2014 postuum zijn debuutbundel ‘Ademgebed’ verschenen. Tijdens zijn leven wilde geen uitgeverij de handen branden aan deze post-romantische lyriek maar een jaar na zijn overlijden verscheen dan toch bij Lebowski publishers zijn debuut.

Martijn Teerlinck won in 2010 het NK Poetry Slam. Bijdragen van hem verschenen in de bloemlezing ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ ( 2011), een persoonlijke bloemlezing van Arie Boomsma, in ‘Deus ex Machina’ en ‘Awater’ en in het online literaire tijdschrift ‘Samplekanon’.

Uit de bundel ‘Ademgebed’ het gedicht ‘Lucht’.

.

lucht

alle lucht is ingehouden adem van de wereld
die langzaam aan het stikken is

maar mensen hebben vijgenbladgezichten
en zij lopen onbekommerd in hun eeuwen

mensen slikken alles zonder storm: aarde en vlees
daar stinkt het binnen in hun stolpen naar

en ik, al ben ik dunbevleugeld
en al heb ik een lichaam van draden

als ik toch longen had gehad
had ik ze aan de wereld willen geven

maar ik heb lege druppels
die te drogen hangen in mijn borst

daarom beadem ik zachtjes een stem bij elkaar
en laat ik de wereld waaien in mij

.

Teerlinck-Ademgebed-193x300

 

teerlinck

Gedichten voor tuiniers

Poems for gardeners

.

Van een vriendin kreeg ik de bundel ‘Poems fo gardeners’. Germaine Greer bracht gedichten over tuinen en tuinieren bij elkaar. De gedichten komen uit de klassieke oudheid tot aan de 21ste eeuw. Van Shakespeare en Anacreontea tot Alexander Pope en Louise Glück. Maar ook Cummings, Heaney en Simon Armitage.

Germaine Greer schrijft in haar inleiding: ‘Marianne Moore said that the poet’s job was to depict “imaginary gardens with real toads in them’. In truth, gardens are always imaginary because they are always the garden that you are aiming for rather than the garden you have, but the toads are real and immediate’.

Uit deze mooi vorm gegeven bundel een gedicht van Philip Larkin getiteld ‘Cut Grass’.

.

Cut grass

.

Cut grass lies frail:

Brief is the breath

Mown stalks exhale.

Long, long the death

.

It dies in the white hours

Of young-leafed June

With chestnut flowers,

With hedges snowlike strewn,

.

White lilac bowed,

Lost lanes of Queen Anne’s lace,

And that high-build cloud

Moving at summer’s pace.

.

GG

Nederlandse poëzie van de 20ste eeuw

Van Holst tot heden

.

Op mijn oproep via Twitter, om onverkochte poëziebundels aan mij te schenken die anders wellicht weggegooid zouden worden na de Koningsdagverkoop, kreeg ik van Elisabeth vijf bundeltjes die “bij mij een beter thuis zouden hebben”. Waarvoor mijn dank uiteraard. Een van deze bundeltjes valt bijna uit elkaar (blijkbaar goed gelezen en zelfs met plakband hersteld) maar is dan ook uit 1958. Het is de Prisma pocket ‘Nederlandse poëzie van de 20ste eeuw, Van Holst tot heden’ samengesteld door C.J. Kelk en Bert Voeten. Nu had ik al aardig wat bundeltjes uit deze periode en allemaal in pocketversie (waar zijn ze gebleven?), maar deze had ik nog niet. Van Willem Elsschot’s (1882) gedicht ‘Tot den arme’ tot Alfred Kossman’s (1922) ‘Bosheks’ staan erin.

Ik heb gekozen voor een gedicht van Ida G. M. Gerhardt (1905) met de titel ‘De paarden’.

.

De paarden

.

Daags drinken bij het wed

de grote aardse paarden.

Hoefprenten staan op de aarde,

het gras is zilt geplet

.

Te nacht, als sterren en maan

in zachte diepten spiegelen,

beweegt het wak aan wiegelen:

twee vleugels ruisen aan.

.

Het water ligt vervaard,

als witte manen zinken:

rimpelend om het drinken

van een geweldig Paard.

.

Later draagt het, weer blak,

de adem in nevelvegen

van ’t Paard dat, reeds ontstegen,

dronk uit een sterrewak.

.

prismapocket

IdaWEr

Van de zee

Willem Kloos

.

Willem Kloos (1859 – 1938) was dichter en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Tachtigers. De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur die van ca. 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het  impressionisme en naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie (dichtkunst). De beweging moet worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan.

In 1880 debuteerde Kloos in het tijdschrift Nederland’met het gedicht ‘Rhodopis’. De gedichten die Kloos schreef in de jaren 80 van de 19e eeuw zijn in grote mate beïnvloed door de dichter Shelley. In 1885 richt hij samen met onder andere Frederik van Eeden en Albert Verwey het literaire tijdschrift ‘De Nieuwe Gids’ op. In dit tijdschrift publiceerde Kloos een reeks literaire kronieken, die samen een beeld geven van zijn poëtica. Hij legt hierbij de nadruk op het op persoonlijke wijze weergeven van emoties door de dichter.

Een veel geciteerde uitspraak van Kloos is dat kunst ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’ moet zijn. Vorm en inhoud zijn onscheidbaar; het gaat om l’art pour l’art (kunst om de kunst).

De dichter Kloos is nog steeds bij veel mensen bekend door de eerste regel van zijn ‘Sonnet V’ die luidt: “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten”.

Uit de bloemlezing met als titel die eerste regel uit 1980 het gedicht ‘Van de zee’ (jullie kennen mijn voorliefde voor de zee).

.

Van de zee

(aan Frederik van Eeden)

.

De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,

De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld

ziet;

De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,

Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.

.

Zij wist van zich-zelven af in eeuwige verreining,

En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij

vliedt,

Zij drukt zich-zelven in duizenderlei lijning

En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.

.

O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,

Dan zou ik eerst gehéél en gróóts gelukkig zijn;

.

Dan had ik eerst geen lust naar menselijke

belustheid

Op menselijke vreugd en menselijke pijn;

.

Dan wàs mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,

Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn.

.

kloos1923

 

 

De muze op zee

Een bloemlezing

.

De inleiding van de bloemlezing ‘De muze op zee’ begint met de zin: Wij zijn een zeevarend volk. Het is dan ook niet vreemd dat er een bundel met ‘zeegedichten’ is samengesteld. Adriaan Morriën heeft deze bloemlezing met Nederlandse dichters met gedichten over de zee samengesteld ter gelegenheid van de Boekenweek 1951. Eigenlijk is het een Boekenweek uitgave voor jonge mensen, zoals op de titelpagina  staat te lezen. Uitgegeven door de commissie voor de propaganda van het Nederlandse boek, de voorganger van de huidige CPNB, de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels.

Hij eindigt zijn inleiding net de woorden; ‘Moge deze bloemlezing niet alleen de vaderlandse liefde tot de zee, maar ook de, ik zou bijna zeggen, onvaderlandse liefde tot de poëzie aanwakkeren.’

Een mooi en nobel streven. Ik weet niet of dit destijds gelukt is maar deze bloemlezing staat vol prachtige poëzie van onbekende dichters tot de groten uit ons taalgebied als Slauerhoff, Vasalis, Greshoff en Marsman. Aangevuld met fijne illustraties in zwart/wit van de hand van Fons Montens.

Een keuze maken uit zoveel mooie gedichten is niet eenvoudig dus heb ik gekozen voor twee gedichten uit deze bloemlezing, een van Achterberg en een van J.B. Charles.

.

Marsman

.

Juli 1940

Misschien dat eens de parelvisschers van Bizet hem vinden,

zooals hij neerligt op den bodem van den Oceaan

met centenaren water boven zich. Hij ziet de booten gaan

van Duitschland, engeland, Amerika en Insulinde

binnen zijn oogen als het ware; tot het jongst gericht.

.

Dan zullen wij hem op de waterheuvelen zien staan,

zeggend tegen de hoogste sterren dood’s diepzeegedicht

.

G. Achterberg

.

Een suite van de zee

.

De groene zee is mijn vriendin,

ik rust bij haar en speel er in,

en voor mijn onbevreesde voeten, geplant

op de verste vaste rand,

dit brosse gele suikerzand van ’t strand,

spoelt zij ze aan, de lieflijke geschenken

waarvan de zilte geur aan haar doet denken,

aan haar en aan zoveel in haar besloten dingen:

het wier, een Spaanse fles en schelpen

waarin de meermin en de eeuwigheid

tweestemmig zingen.

.

J.B. Charles

.

Muze op zee

Fons Montens

 

Arthur Rimbaud

De tuin van de Franse poëzie

.

In 2011 verscheen van Paul Claes de bloemlezing ‘De tuin van de Franse poëzie, een canon in 100 gedichten’. In deze lijvige bundel (440 pagina’s). In deze bundel staat van elke dichter die is opgenomen een korte biografie, een typering van het werk, een bibliografie en commentaar door Claes.

Van Arthur Rimbaud (1854 – 1891) zijn (vanzelfsprekend) meerdere gedichten opgenomen. Van het gedicht ‘De slaper in het dal’ zegt Claes: Een antimilitaristisch anthologiestukje van een voorlijke adolescent. Oordeel zelf.

.

De slaper in het dal

.

Een plek vol groen waar een rivier door zingt

Die ’t kruid met flarden zilver onbesuisd

Bespat; vanaf het fier gebergte blinkt

De zon: een klein dal dat van stralen bruist.

 

Een jong soldaat, blootshoofds, met open mond,

De nek in blauwe kers gedompeld, ligt

In openlucht te slapen op de grond,

Bleek in zijn groene bed vol plenzend licht.

 

Zijn voeten in het lis, zo slaapt hij. Zwakjes

Lachend zoals een ziek kind, soest hij zachtjes:

Natuur, wieg hem vol warmte: kou heeft hij.

 

De geuren doen zijn neusvleugels niet trillen;

Hij slaapt in de zon, één hand op zijn stille

Borst, rechts twee rode gaten in de zij.

.

Tuin der

 

 

arthur-rimbaud

Guichelheil

Huub van de Lubbe

Vanmorgen luisterde ik naar ‘Groot hart’ van De Dijk en toen herinnerde ik me dat Huub van der Lubbe ook een niet onverdienstelijk dichter is (Gerrit Komrij nam drie van zijn gedichten op in zijn bloemlezing). Dat lees je al terug in zijn songteksten maar zoals ik al eerder schreef op dit blog, songteksten of liedteksten hebben hun eigen dynamiek en regels. Poëzie heeft deze regels niet of minder/anders.

In 2010 verscheen van Huub de dichtbundel Guichelheil, wat al zijn 5e dichtbundel is. Eerder verschenen ‘Melkboer met de blues’, ‘Versterkte gedichten’, ‘Geregeld leven’ en  ‘Solo met Jan’.

Ter vergelijking uit de bundel Guichelheil het gedicht ‘Over en uit’ en van de CD ‘Door’ uit 2003.

.

over en uit

Als alles wat gedaan moest is gedaan
En alles wat gewaagd is geprobeerd
Als alles is gegaan zoals gegaan
En alles wat je deert je niet meer deert

Als alles wat bestreden is beslecht
Als wat onopgemerkt bleef is geduid
Als alles wat besproken is gezegd
En alles wat verbrast kon is verbruid

Soms voel ik even een verlangen naar
Het einde, die goedkope panacee
En naar de stilte daarvan, dat geluid

Ik merk dat ik me, langzaam weliswaar,
Maar toch verzoenen kan met het idee
Dat het voorbij is straks, over en uit

.

.

Wil je altijd van me houden

Wil je altijd van me houden
Zoals alleen jij dat kan
Wil je altijd van me houden
Al maak ik er een zootje van
Wil je altijd van me houden
Ook als ik van niks meer weet
En ik al je lieve woorden
Van de narigheid vergeet

Wil je altijd van me houden
Ook al praat ik nog zo krom
Wil je altijd van me houden
Al vraag jij je af waarom
Wil je altijd van me houden
Ook als het eiglijk niet meer gaat
Maar jij met je ruime denken
Mij in mijn waan en waarde laat
Wil je altijd van me houden
Ook al blijf je aan de gang
Wil je altijd van me houden
Ook al duurt dat nog zo lang

Wil je altijd van me houden
Ook als ik van niks meer weet
en ik al je lieve woorden
Van de narigheid vergeet
Wil je altijd van me houden
Ook al jaag ik je op stang
Wil je altijd van me houden
Al lul ik tegen het behang
Wil je altijd van me houden
Ook al duurt dat nog zo lang

.

Door

Guichelheil (1)

Guichelheil

Facetten der Nederlandse poëzie

Jan Prins

.

Vandaag uit mijn boekenkast een bundel gepakt die er op het eerste oog wat saai uitziet. Cremekleurig met op de voorkant slechts een frame met letters (de n en de d van de uitgeverij Nijgh & van Ditmar te) en daarbinnen de titel ‘Facetten der Nederlandse poëzie, van Kloos tot Elsschot’ uit 1964.

Dit is deel 68 uit de Nimmer dralend reeks (enkel deel) en deel 3 uit de ‘Facetten van de poëzie’. Samengesteld door Pierre H. Dubois, Karel Jonckheere en Laurens van der Waal. In de inleiding stellen zij over de totstandkoming en keuze der dichters onder andere: “..dat de litteratuur in Noord en Zuid als één geheel wordt beschouwd en er derhalve naar een redelijk evenwicht tussen beide werd gezocht.” Poëzie en dichters uit Nederland en Vlaanderen dus.

Omdat er vele prachtige gedichten in deze bundel staan, heb ik gekozen voor een gedicht van een, mij onbekende, dichter namelijk Jan Prins.

Jan Prins (1876 – 1948) werd geboren in Rotterdam, werkte van 1892 tot 1924 bij de Marine. In zijn poëzie geeft Prins blijk van zijn liefde voor het Nederlandse (en later ook Indische) landschap. Jan prins kreeg bekendheid door de gedichten die hij schreef over het bombardement op Rotterdam in 1940. Oorspronkelijk uit de bundel ‘Bijeengebrachte Gedichten’ uit 1947 het gedicht ‘De stad’.

.

De stad

.

De stad ligt in den avondgloed, –

De torens en de tinnen blinken, –

En ’t laag gedaalde zonlicht doet

Wat kleurig was in schaduw zinken.

.

De schemerige wegen zijn

Nog vol, en in de nauwe stegen

Ziet men zich in den valen schijn

Een vagen mensendrom bewegen.

.

Chinezen met hun onbehaard

Gelaat en rustige Javanen

En Arabieren, trots-behaard,

In hun wijdzeilende soutanen.

.

De bruggen over de rivier

Bespannen met haar smalle bogen

Het bleke water, waarin hier

En daar iets donkers wordt bewogen.

.

De vrouwen komen af en aan,

Die water in de kruiken halen,

En met een doek gesluierd gaan

Als in de Bijbelse verhalen.

.

De kooplui zitten op den grond

Bij lampen, die nu de gezichten

Der stille kopers, in het rond

Gebukt, beginnen te verlichten.

.

Een enkele beweging slaat

Nog uit de menigte naar voren

En vlamt in ’t rosse licht, en gaat

Weer in de menigte verloren.

.

En vreemder wordt, nu ’t avonduur

Opnieuw de mensen komt vertroosten,

In ’t licht dat zwicht na ’t middagvuur,

De vreemde wereld van het Oosten.

.

jan_prins

JP bijeengebrachte

 

IMG_9348

prinsjanhandt

Politiek

William Butler Yeats

.

Gistermiddag werd ik aan mijn reis met vrienden door Ierland herinnerd en aan het bezoek (bij toeval reden we er langs en zagen het bord met: grave of W.B. Yeats) van het graf van deze dichter. Uit de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ uit 2010 daarom nog maar eens een gedicht van zijn hand, tenslotte kun je nooit genoeg lezen van Yeats. Daarom ook het Engelse origineel en de Nederlandse vertaling van ‘Politics’ van Jan Eijkelboom uit 1993.

.

Politics

.

How can I, that girl standing there,

My attention fix

On Roman or on Russian

Or on Spanish politics?

Yet here’s a travelled man that knows

What he talks about,

And there’s a politician

That has read and thought,

And maybe what they say is true

Of war and war’s alarms,

But O that I were young again

And held her in my arms!

.

Politiek

.

Hoe kan ik mijn aandacht bepalen,

Terwijl daar dat meisje staat,

Bij wat er in Rome of Rusland

Of Spanje, aan politiek omgaat?

Toch is hier een bereisde man

Die weet waarover hij het heeft

En daar is een politicus

Die nadenkt en veel leest,

En ’t kan wel waar zijn wat ze zeggen

Over oorlog en oorlogsgevaar,

Maar o, wat was ik liever jong

En vrijde ik met haar

.

politics_by_w_b_yeats_t_shirts-r8877efe27e9246e79069032a9237dd59_va6pe_512

 

_70228827_yeats

 

 

Proletarische dichtkunst

Martien Beversluis

.

Afgelopen weekend bracht ik een bezoek aan de nieuwe Paagman vestiging in het centrum van Den Haag in het oude pand van De Slegte. In de boekwinkel zijn nog altijd op de eerste verdieping tweedehands boeken en antiquaren boeken te koop. Ik mag daar altijd graag in de sectie poëzie rondsnuffelen.

In de poëziekast kwam ik een bijzondere dichtbundel tegen. De bundel ‘Arbeiders-noodlot’, Proletarische dichtkunst. Een bloemlezing uit de moderne Duitsche arbeiderspoezie der laatste jaren. In Nederlandsche verzen omgezet door Martien Beversluis. uit 1930, uitgegeven door H. ten Brink in Arnhem.

Martien Beversluis (1894 – 1966) werd in 1922 lid van de SDAP (voorloper van de PvdA) en werd in 1928 literair medewerker voor de VARA. Voor deze omroep verzorgde hij het radioprogramma ‘Internationale socialistische poëzie’. In dit kader moet denk ik ook zijn bemoeienis te plaatsen zijn met de bundel ‘Arbeiders-noodlot’. Duitse Arbeiderspoëzie in Nederlandse verzen omgezet.

In de jaren dertig werd hij lid van de communistische partij en in de oorlog (1941) bij de NSB. In de jaren na de oorlog krijgt hij een publicatieverbod en uiteindelijk blijft hij tot zijn dood actief als dichter van voornamelijk religieus getinte verzen.

Uit deze bundel het gedicht’Aan de draaibank’.

.

boeka

 

boekc

 

boekd

 

boekb