Site-archief
Poesie 1
Thom Gunn
.
In de Morvan (Frankrijk) kocht ik in een kringloopwinkel een deel van de in serie uitgegeven pocketbundels ‘Poesie’, in dit geval Nummer 69-70 uit 1979 met de titel ‘La nouvelle Poesie Anglaise’. Het feit dat in dit deel Engelse dichters met Engelse gedichten staan heeft me doen besluiten het bundeltje te kopen. Helaas is mijn Frans dermate slecht dat ik Franse poëzie niet kan lezen, maar Engelse wel. In dit bundeltje gedichten van Seamus Heaney, Adrian Henri, Ted Huges, Philip Larkin, Sylvia Plath en Thom Gunn.
De laatste dichter kende ik wel van naam maar niet van werk en omdat de gedichten (ook) in het Engels zijn opgenomen kocht ik dit bundeltje en ik werd niet teleurgesteld. Het gedicht ‘Courage, a tale’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Jack Straw’s Castle’ uit 1976, bracht meteen een glimlach op mijn gezicht. Reden genoeg dit gedicht hier met jullie te delen.
Thom Gunn (1929 – 2004) was een Engelse dichter die werd geprezen om zijn vroege verzen in Engeland, waar hij werd geassocieerd met The Movement (waartoe ook Philip Larkin behoorde), en zijn latere poëzie in Amerika, zelfs nadat hij naar een lossere, vrij-vers stijl overstapte. Nadat hij van Engeland naar San Francisco was verhuisd, schreef Gunn over homogerelateerde onderwerpen, met name in zijn beroemdste werk, ‘The Man With Night Sweats’ uit 1992, evenals over drugsgebruik, seks en zijn bohemien levensstijl. Hij won grote literaire prijzen; zijn beste gedichten zouden een compacte filosofische elegantie hebben. Of dat ook opgaat voor ‘Courage, a tale’ laat ik aan de lezer over.
.
Courage, a tale
.
There was a Child
who heard from another Child
that if you masturbate 100 times it kills you.
.
This gave him pause;
he certainly slowed down quite a bit
and also kept count.
.
But, till number 80,
was relatively loose about it.
There did seem plenty of time left.
.
The next 18
were reserved for celebrations,
like the banquet room in a hotel.
.
The 99th time
was simply unavoidable.
.
Weeks passsed.
.
And then he thought
Fuck it
it’s worth dying for,
.
and half an hour later
the score rose from 99 to 105.
.
.
Land van genade en verdriet
Dichter van de maand juni
.
In de Volkskrant van 29 mei staat een artikel over Vanja Kaluderjercic, directeur van het International Film Festival Rotterdam (IFFR). In de rubriek ‘Onze gids dit weekeinde’wordt elke week een bekende persoon gevraagd naar het favoriete boek, een plek, een architect, een gerecht, film, persoon en in in het geval van Kaluderjercic ook naar haar favoriete dichter.
Dit blijkt Antjie Krog te zijn, dichter van de maand juni 2021 op mijn blog. Ze zegt hierover: “Ik ken haar werk nog niet heel goed, maar ik raak er steeds bekender mee, sinds in in Nederland woon. Antjie Krog is hier veel gepubliceerd’. Dan staan de Engelse gedichten naast de Nederlandse vertaling, zo oefen ik ook mijn Nederlands.” En ook: “Country of Grief and Grace is een gedicht van haar dat ik zo nu en dan herlees.”
Omdat Antjie Krog dichter van de maand is, en omdat het gedicht ‘Land van genade en verdriet’ in de bundel ‘Kleur komt nooit alleen’ staat is het voor mij een kleine moeite om het eerste deel van de Nederlandse vertaling van dit gedicht hier te plaatsen. Het totale gedicht in het Zuid Afrikaans vind je hier: https://www.poemhunter.com/poem/land-van-genade-en-verdriet/
.
Land van genade en verdriet
.
tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij
zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven
waar gaan we heen van hier?
je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden
hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
de ander bereikt
in dit land dat zo bloedend tussen ons ligt.
.
Foto: Daniel Cohen
Bescheidenheid
Michaël Slory
.
Pas geleden las ik in een column op Meander dat verzamelbundels eigenlijk slecht zijn voor de poëzie, het zijn makkelijk in elkaar gezette boekwerkjes, meestal rond een thema en de lezer krijgt steeds één gedicht van een dichter te lezen die vaak ook nog eens uit de context is gehaald van de bundel waarin dit gedicht oorspronkelijk werd gepubliceerd. En grotendeels was ik het met de schrijver eens. Het maakt lui want omdat er geen context is (behalve de gelijke gemene deler van een thema) is het heel makkelijk om er browsend en grasduinend van te consumeren.
Nu is dat iets dat volgens mij veel poëzieliefhebbers doen (ik wel in ieder geval) juist ook omdat je, door dit te doen soms dichters en gedichten tegen komt die je niet kent of waar je ergens in de verte wel van hebt gehoord, en ook nog eens een halve mening over hebt maar waarschijnlijk nooit echt iets van hebt gelezen. En als ik dan zo’n gedicht lees word ik nieuwsgierig en ga ik op zoek naar die bundel of meer werk van zo’n dichter.
Op die manier kunnen bloemlezingen en themabundels wel degelijk ook het plezier in het lezen van poëzie en het genieten van het werk van nieuwe dichters bevorderen. Ik schrijf dit omdat ik in een kringloopwinkel het kleine maar redelijk dikke bundeltje ‘Licht’ Het museum van de poëzie, 125 dichters uit meer dan vijftig landen kocht. Deze bundel uitgegeven door Amnesty International en samengesteld door Daan Bronkhorst bevat vele gedichten van dichters die ik nog niet ken. Maar ook van dichters die ik wel ken van naam of waar ik weleens iets van gelezen heb maar waar ik dan toch weer nieuwsgierig naar word.
Zo’n dichter is Michaël Slory. Michaël Arnoldus Slory (1935 – 2018) was een Surinaams dichter. Hij geldt als een van de belangrijkste dichters in het Sranan. Hij heeft daarnaast gepubliceerd in het Nederlands, Spaans en Engels. Michaël Slory is een van de meest gelauwerde dichters van Suriname.
Het gedicht in deze bundel van Slory verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Torent een man hoog met zijn poëzie’ uit 2012 en is getiteld ‘Bescheidenheid siert de mens’. Toen ik dit gedicht las deed het me heel erg aan de huidige tijd denken.
.
Bescheidenheid siert de mens
.
Vind je niet
dat jouw eigen maaksels
jouw handen al na één dag
zijn ontgroeid?
.
Vind je niet?
.
Vind je niet
dat ergens
zonder jou
iets anders broeit?
.
Vind je niet?
.
Stootwerk
Ayatollah Musa
.
De Rotterdamse dichter, kunstenaar en journalist Ayatollah Musa (1979) is een veelzijdig mens. Afkomstig uit één van de etnische minderheden in Afghanistan de Hazara, geboren Rotterdammer en opgevoed in drie talen (Nederlands, Engels en Urdu). Hij is medewerker aan o.a. Passionate, Payola en Trouw en hij maakt documentaires.
Ik kende zijn naam wel maar kwam erachter dat hij slechts één dichtbundel heeft gepubliceerd en wel de bundel ‘Taj Mahal’ uit 1999. In deze bundel met slechts 27 gedichten verdeeld over drie hoofdstukken (Immortal Beloved, Buurmeisje International en In het land van mijn Vader) komt die verscheidenheid goed naar voren.
Zo komen in het hoofdstuk ‘Immortal Beloved’ namen voor die niet Nederlands zijn (Hoeri, Mumtaz, Jamnu) maar ook in de andere gedichten komt zijn achtergrond naar voren. zoals in de 8 verzen in het hoofdstuk ‘In het land van mijn vader’. Ik wilde juist een heel ander geluid van Musa laten zien zoals in het gedicht ‘Stootwerk’ uit het hoofdstuk Buurmeisje International’.
.
Stootwerk
.
Organen gevoerd
kabels gespannen
kavels getrokken
met een stijve geprikt
de barbell gestoten
.
Tribal dance
ode aan Organon
voor my dearlittlecentrefold testicles
gestoten
.
Kat a
bol
isme in het hoofd
gestoten
Snatched off
afgetrokken
en gestoten
een stijve
380 kg recht omhoog
.
ik heb gewonnen
.
Dood werk
Maarten van der Graaff
.
Maarten van der Graaff (1987) is dichter en romanschrijver. Hij studeerde Religie en kunst aan de Universiteit van Utrecht. Hij debuteerde in 2013 met de bundel ‘Vluchtautogedichten’. In 2014 krijgt hij voor deze bundel de C. Buddingh’-prijs. ‘Dood werk’, zijn tweede bundel, verscheen in het voorjaar van 2015. Deze bundel werd in 2017 bekroond met de J.C. Bloemprijs. Hij publiceerde poëzie en proza in verschillende tijdschriften en is veel op de podia te vinden. Hij is redacteur en medeoprichter (samen met mede dichter Frank Keizer) van het online literair tijdschrift ‘Samplekanon’ op https://samplekanon.com/ . Samen met Keizer schreef hij een essay over Nederlandse poëzie dat je hier (in twee delen in het Engels) kan lezen: http://www.babelsprech.org/niederlande-12/
Uit zijn bundel ‘Dood werk’ komt het gedicht ‘Lijst met rituelen’. In een recensie over deze bundel las ik: “Zijn toon is illusieloos en zelfverzekerd. Hij probeert enige samenhang aan te brengen in de hem omringende werkelijkheid en zijn leven.” In het gedicht ‘Lijst met rituelen komt dit goed tot zijn recht, oordeel zelf.
.
Lijst met rituelen
Voor CAConrad
.
Overgiet een grijze Kadett met cognac.
Ga in de grijze Kadett naar Umbrië.
Stap in Umbrië uit de Kadett.
Begraaf een gedicht van Pasolini
onder een kurkeik of een jeneverbes.
Er blijft iets ongezegd.
Vernietiging heeft ons gekozen,
vernietiging heeft zich geopend.
Overgiet de grijze Kadett met siroop.
Reis in de grijze Kadett naar een loofbos.
Voer daar de leer- of werkstraf uit
van een vreemde.
Begraaf een gedicht van Dickinson.
Vernietiging heeft ons gemaakt.
Kom klaar in een pretpark.
Teken een cirkel op de serre
van een politicus.
Ga naar het stadskantoor
en leg je onder een klok op de grond,
met je voeten naar Kaapstad.
Lees de gedichten van Snoek.
Verbrand drie dagen later
een zijden voorwerp.
Vernietiging gaat in ons op.
Omklem Pascal en het Kussenboek,
wandel een kerk in.
Denk aan het boerenleven.
Schrijf iets over de geur van religie,
het middenklassegeloof van je ouders.
Vernietiging is onze mondigheid.
Wacht tot je psycholoog op vakantie is.
Zet een tent op in haar tuin.
Ga in een vaalgeel gewaad in de tent zitten.
Neem een vel papier en noteer de titel
Civiele liederen.
Schrijf drie dagen lang civiele liederen.
Gebruik deze regels:
Er is geen eenheid in de riten van mijn massacultuur.
De geschiedenis laat mij blind achter.
Kom zonder gewaad de tent uit.
Ruik de ochtendlucht.
Ontmenselijk jezelf: trek vulgair
en fluitend de stad in.
.
In de nieuwe MUGzine
Maarten Buser
.
Half februari (deze week!) verschijnt MUGzine #6 met daarin poëzie van Merlijn Huntjens, Michaël Van Remoortere, Marleen De Crée en Maarten Buser. Het artwork is dit keer van internationaal opererend kunstenaar Jordy van den Nieuwendijk. Natuurlijk is er een nieuwe Luule en als je MUGzine op papier automatisch wil ontvangen word dan donateur (kijk hiervoor op http://mugzines.nl/ ).
Zoals geschreven is Maarten Buser een van de dichters is #6. Maarten Buser (1991) is dichter en neerlandicus. Hij studeerde Nederlands en letterkunde aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen, volgde daar onder meer ook colleges kunstgeschiedenis en internationale literatuurgeschiedenis, en studeerde af op de poëzie van Mustafa Stitou. Zijn gedichten en essays verschenen in onder meer De Revisor, Het Liegend Konijn en Liter. Daarnaast schrijft hij over beeldende kunst en poëzie (en soms ook popmuziek) voor verschillende media, waaronder de lage landen, Metropolis M, Gonzo (circus), Awater en de site van Athenaeum Boekhandel. Ook vertaalde hij poëzie van Jana Prikryl, Robert Polito, Ian McLachlan en Vincent Katz. Werk van hem werd vertaald in het Engels en het Frans. In Revisor 8 verschenen een aantal van zijn ‘Kleine versjes in proza’. Een van die kleine poëtische prozagedichtjes wil ik hier graag met je delen.
.
Hoe ik het Sublieme leerde begrijpen
Ik heb me nooit bezwaard gevoeld om bij een meisje achterop de fiets te zitten. Deze keer waren we allebei aangeschoten. Ze had recent bier leren drinken en fietste me naar het station. Het was overigens een belachelijk korte afstand, had ik dat al gezegd? Ik heb constant gedacht dat we om zouden donderen. Daarom heb ik mijn hoofd tegen haar rug gelegd en geglimlacht.
.
Het gedicht ‘Onderzoeker’ verscheen op https://www.deoptimist.net/
.
Onderzoeker
.
Hij houdt van de bedden waarin
hij zich omdraait, vreemd
.
en alleen. In de zomer
is hij schoonmaker op kantoor
.
Hij acht zichzelf glad als een vis,
maar is de graat in onze kelen
.
Op de bureaus staan familiefoto’s;
hij bedenkt de namen van skioorden
.
en gezinsleden, of waarom
het jongste kind zijn lachen
.
niet in kon houden. Hij heeft graag
dat de feiten meebuigen
.
met hoe hij spartelt
Hij loopt naar believen huizen binnen
.
En dus binnenkort meer poëzie van Maarten in de nieuwe MUGzine, het leukste en kleinste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen.
.
Stof stof stof
Pieter Boskma
.
Teruglezend op mijn blog kwam ik tot de ontdekking dat ik in al die jaren dat ik dit blog al schrijf nog geen aandacht had besteed aan dichter Pieter Boskma (1956). Pieter Boskma studeerde tussen 1977 en 1984 onder andere Nederlands, Engels, Indonesisch, Kunstgeschiedenis van Oost-Azië en antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij debuteerde in 1984 met de dichtbundel ‘Virus Virus’, uitgegeven in eigen beheer in samenwerking met Paul van der Steen. In hetzelfde jaar richtten Van der Steen en hij het tijdschrift ‘Virus’ op. Eind jaren tachtig was hij betrokken bij de poëziebeweging de Maximalen.
Vanaf 1990 werkte hij een aantal jaren als poëziedocent aan de Schrijversvakschool ’t Colofon. Hij publiceerde niet alleen in alle literaire bladen en de meeste landelijke kranten en opiniemagazines, maar ook in bladen als Playboy en Avenue, en in meer dan honderd bloemlezingen. Daarnaast werkte hij voor de VPRO- en NPS-radio.
Boskma’s werk werd vertaald in onder meer het Engels, Duits, Fries, Frans, Chinees en Italiaans. Pieter Boskma was geruime tijd redacteur van het poëzietijdschrift ‘Awater’. In 2003 had hij zitting in de jury van de P.C. Hooft-prijs. Voor zijn werk ontving hij onder meer de Ida Gerhardt-Poëzieprijs, de Rabobank Cultuurprijs Letteren voor zijn hele oeuvre en hij werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2016.
Het gedicht dat ik koos van Boskma komt uit zijn bundel ‘De messiaanse kust’ uit 1989 en is getiteld ‘Stof stof stof’.
.
Stof stof stof
.
wat maakt het ons uit of ook het stof tot stof vergaat?
wij zijn de douche-generatie, ordelijke gel-gebruikers,
wij laten niets
aan het toeval over.
.
wij shockeren de pillenslikkers van de bestbeprijsde kwis.
wij houden van de doofpot der sterren en kometen.
wij zijn allergies voor knarsende sloten
want wij roesten niet.
.
wij spreken graag voor duistere halflege zalen.
wij dragen fier de ons geschonken bokalen van afgunst.
wij spiegelen ons niet aan elkaar.
wij zijn eenzaam.
.
wij ontvangen ons fortuin van de streamlined stropdas.
wij halen een mes langs de hals die daarin zit.
wij zijn en blijven tegendraads.
ons universum rafelt.
.
en na de feestjes, als wij dertig zijn
en dronken van twee biertjes
in de beha-loze zomer
schrijden wij in onze eigenaardigheid naar huis:
.
hermetische cellen in het harnas van de angst
dat ook het stof tot stof vergaat
en ons als een watertaxi
op de Tafelberg
slechts met ademnood omgordt.
.
Gedicht over Stalin
Osip Mandelstam
.
In mijn vorige bijdrage over de bundel ‘Gezanten uit Alexandrië, schreef ik al dat ik zou terugkomen op een gedicht van de Russische dichter Osip Mandelstam dat hij schreef over de dictator Joseph Stalin in 1933. Mandelstam droeg dit gedicht in hem vertrouwde kringen voor maar die vertrouwde kringen bleken minder vertrouwd dan hij had gehoopt. Hij werd gearresteerd, opgesloten en weer vrijgelaten op persoonlijke voordracht van Stalin. Hij zwierf daarna met zijn vrouw vier jaar door de Sovjet Unie, opgejaagd en rechteloos zonder enig uitzicht om aan die situatie te ontsnappen of een echt pardon van de leider. In 1938 werd hij uiteindelijk alsnog opgepakt door de geheime politie en naar Siberië vervoerd waar hij vermoord werd.
Het gedicht ‘Stalin’ is in de bundel opgenomen en en vertaald door Nadjezdja Mandelstam zijn vrouw. Na Osips tweede arrestatie en overlijden in een doorvoerkamp in 1938 leidde Nadjezdja Mandelstam een zwervend bestaan om arrestatie te voorkomen, waarbij ze regelmatig van adres en baan wisselde. Ze zag het als haar levenstaak de poëzie van Osip te bewaren voor het nageslacht. Ze leerde daarvoor het oeuvre van haar man uit haar hoofd.
Meer informatie over Mandelstam en zijn poëzie is hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/07/12/het-ene-isme-is-het-andere-isme-niet/ te lezen.
In 1970 verscheen in Engeland het boek ‘Hope against hope’ met de memoires van Nadjezdja Mandelstam van haar leven met Osip. In dit boek staat de oorspronkelijke vertaling van haar hand dat je hieronder kunt lezen. In het Engels en voor de die hards in het Russisch.
.
(Stalin)
.
We live. We are not sure our land is under us.
Ten feet away, no one hears us.
.
But wherever there’s even a half-conversation,
we remember the Kremlin’s mountaineer.
.
His thick fingers are fat as worms,
his words reliable as ten-pound weights.
.
His boot tops shine,
his cockroach mustache is laughing.
.
About him, the great, his thin-necked, drained advisors.
He plays with them. He is happy with half-men around him.
.
They make touching and funny animal sounds.
He alone talks Russian.
.
One after another, his sentences hit like horseshoes! He
pounds them out. He always hits the nail, the balls.
.
After each death, he is like a Georgian tribesman,
putting a raspberry in his mouth
.
Мы живем, под собою не чуя страны …
.
Мы живем, под собою не чуя страны,
Наши речи за десять шагов не слышны,
А где хватит на полразговорца,
Там припомнят кремлевского горца.
Его толстые пальцы, как черви, жирны,
И слова, как пудовые гири, верны,
Тараканьи смеются смезтся гюлеся смезтся смезтся гюезся гюесся гюеяся
гири верны.
.
А вокруг него сброд тонкошеих вождей,
Он играет услугами полулюдей.
Кто свистит, кто мяучит, кто хнычет,
Он один лишь бабачит en тычет.
Как подкову, дарит за указом указ –
Кому в пах, кому в лоб, кому в бровь, кому в глаз.
Что ни казнь у него – то малина
И ирокая грудь осетина.
.














