Site-archief

Korte gedichten van de maand

April 2020

.

Ik was van plan de zondagen in april te vullen met een nieuwe dichter van de maand en op zoek naar een dichter kwam ik een aantal bundels tegen met korte gedichten. Ik heb me daarom bedacht en zal in april geen dichter van de maand kiezen maar korte gedichten van de maand.

Elke zondag deze maand zal ik vier korte gedichten plaatsen. Gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters van alle tijden. Vandaag te beginnen met vier gedichten van de volgende dichters: Driek van Wissen (1943 – 2010) uit ‘Volle mep’ uit 1987, Roeland van Leuve (1691 – 1751) uit ‘Mengelwerken’ uit 1723, Evy Van Eynde (1978) uit ‘Zal ik liefde noemen’ uit 2019 en Henk Spaan (1948) uit ”n Lach en ’n Traan’ uit 1974. Een eclectisch gezelschap van Vlamingen en Nederlanders uit verschillende eeuwen.

.

Voetbal is oorlog – zei men indertijd,

maar tegenwoordig vindt de meeste strijd

buiten de lijnen plaats en niet erbinnen

door uitschot dat het elftal begeleidt

en waar je nooit de oorlog mee kunt winnen

.

Onweetent

.

Ik Schryf, en en weet niet wat!

Ik Digt, en moet nog denken,

Om ’t geen ik op dit blad,

Mijn Lezer nu zal schenken:

Maar wyl ik niets en weet,

Zoo doe ik niemant leet.

.

IJspapavers

.

Door ijspapavers tegen het raam

grijpt het kale beeld

dat steeds luider schreeuwt

.

om kraakverse krokusblaadjes

mij naar de keel

.

Hoeveel suikerklontjes smelten straks

in mijn kop vol lentebloemen.

.

Dichter

.

De dichter dicht niet

Maar opent verre verschieten

b.v. van tientallen vrouwen

met prachtige tieten

.

Afbeelding: poeziecentrum.be

Service information

Guerilla poëzie

.

Als er iets is waar ik een zwak voor heb dan is het voor spontane ideeën, ingevingen en acties gericht op poëzie en het uiten van dichters. Browsend op het internet kom je dan soms hele mooie voorbeelden tegen. Zoals het voorbeeld dat ik tegen kwam op de website van Andrew Whitehead  https://www.andrewwhitehead.net/ over underground poëzie. Ik schreef al eens over het initiatief van de Metro in Londen om het gedrag van reizigers te beïnvloeden middels ‘Poetiquette’. Daar mochten reizigers op de Tumblr site van de metro gedichten plaatsen en de beste en mooiste werden op posters gedrukt en in de metrostations gehangen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/01/13/subway-etiquette/ .

Maar in diezelfde metro van Londen staan borden van de Service Information. Daarop kunnen mededelingen worden geschreven door de medewerkers van de metro aan de reizigers. Een aantal ‘guerilla’ dichters hebben zich die borden eigen gemaakt. Door boven aan het bord ‘Poetry Corner’ te schrijven en daaronder de datum en een gedicht met weer daaronder de naam van de dichter worden reizigers geconfronteerd met gedichten tijdens hun reizen. Dit kunnen gedichten zijn van bekende dichters maar ook van volledig onbekende dichters of anonieme dichters.

Hieronder een paar voorbeelden. Het eerste voorbeeld is een gedicht van dichter Jehane Markham (1949). Markham studeerde aan de Central School of Art en deed Irish en Film Studies aan de University of North London. In 1974 debuteerde ze met de dichtbundel  ‘The Captain’s Death Soul’ waarna ze nog ‘Ten Poems’ (1993), ‘Twenty Poems’ (1999) en ‘Thirty Poems’ (2004) publiceerde. Van haar hand werd het gedicht ‘The Kiss’ geschreven op het Service Information bord.

.

The Kiss

.

In the dark saying goodbye,

I would kiss you on the lips

and begin to cry.

Imagine for once a good outcome

for death. That heaven really

does exist.

At the gate,

all the people that you love.

Waiting to be kissed.

.

Glas

Voorbij de laatste stad

.

Van sommige dichtbundels heb ik meerdere exemplaren. Dat komt aan de ene kant doordat ze heruitgegeven worden met een totaal andere kaft of omdat ik ze cadeau krijg. De bundel ‘Voorbij de laatste stad’ van Gerrit Achterberg (1905 -1962) heb ik drie maal in mijn kast staan. Zowel een eerste druk uit 1955 als twee derde drukken uit 1962. Hoewel allebei als Ooievaar pocket uitgegeven prefereer ik de eerste druk met de geel/blauw/zwarte omslag. De achterflap van de derde druk is dan wel weer aardig, daar is een foto van Paul Rodenko (samensteller en inleider van deze bloemlezing) met Gerrit Achterberg afgedrukt. Twee heren in pak, met stropdas, de een een pijp in de hand (Rodenko) en de ander een sigaret (Achterberg).

De bundel ‘Voorbij de laatste stad’ staat vol prachtige, soms intellectuele en soms moeilijk te doorgronden poëzie (Achterberg werd tot een exponent van de Experimentele Poëzie gerekend die rond 1950 op kwam in Nederland) maar is altijd heel leesbaar. Zoals in het gedicht ‘Glas’

.

Glas

.

Ik ben van zoveel glas,

dat elke harde stem

een steen is en een barst.

Ik moet u spiegelen

zo breekbaar ver,

dat gij gaat wiegelen

voor ik u her-

over als ster,

en weer versmelt tot schuim en dras,

om in dit zingen op te gaan,

een zeepbel, groot; langzaam.

.

Het boek

Muus Jacobse

.

Nu uit onderzoek blijkt dat maar liefst 61% van de Nederlanders aangeeft in tijden van thuiszitten vooral te gaan lezen, geef ik graag wat leestips. Degene die mij een beetje kennen weten dat ik niet voor de bekende boeken en de bekende schrijvers (in mijn geval dichters) ga. Ik wil juist die dichters onder de aandacht brengen die we misschien zijn vergeten. Daarom in de categorie (bijna) vergeten dichters vandaag de dichter Muus Jacobse.

Muus Jacobse was het pseudoniem van Klaas Hanzen Heeroma (1909-1972). Heeroma was dichter en taalkundige. Heeroma werd in 1936 benoemd tot medewerker aan het Woordenboek der Nederlandsche taal te Leiden, waar hij bleef werken tot zijn benoeming in 1948 tot hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Indonesië in Djakarta. In 1953 werd hij benoemd tot hoogleraar in de Nedersaksische taal- en letterkunde in Groningen. In 1952/1953 was hij een van de dichters die op de Pietersberg in Oosterbeek ging werken aan een nieuwe psalmberijming.

In de bundel ‘Het landvolk’ Oosterbeekse gedichten, met daarin gedichten van de dichtende medewerkers aan de nieuwe psalmberijming, uit 1958 staat het gedicht ‘Het boek’. Dit gedicht gaat over zijn werk voor de nieuwe psalmberijming maar is toch ook voor niet gelovigen goed te lezen.

.

Het boek

.

Het Woord van het begin

Sluit alle woorden samen.

Zij zeggen ja en amen

En krijgen slot en zin.

.

God heeft zegen en vloek

Van de dood en het leven

Eens voor al opgeschreven.

God is een open boek.

.

En ik begrijp vaak niet,

Als ik zijn held’re geheimen

Moet navertellen in rijmen,

Wat Hij daar nog in ziet.

.

Meanders Rob de Vos-prijs 2020

Doe mee!

.

De Meander Dichtersprijs is ter ere van de geestelijke vader van Meander, Rob de Vos (20 mei 1955 – 2 april 2018) in 2019 omgedoopt tot de Rob de Vos-prijs. Op deze manier wil Meander zijn werk levend houden en houden we de traditie van de dichtwedstrijd in ere.

Tot 1 oktober 2020 mag iedere deelnemer één gedicht inzenden, geïnspireerd op het thema Dit jaar is het thema een illustratie van dit kunstwerk.


(Klik op de afbeelding om deze te vergroten)
Tegel mdf, gemengde technieken – 2018, kunstenaar Inge Bak.

Het ingezonden gedicht is

  • in het Nederlands geschreven
  • in een Word-bijlage
  • niet langer dan één A4 formaat
  • geïnspireerd op het thema
  • nooit ergens eerder gepubliceerd
  • nooit genomineerd of bekroond
  • niet kwetsend of discriminerend
  • na inzending niet meer te veranderen

Er kan over de uitslag niet worden gecorrespondeerd. Door deelname geeft de dichter toestemming voor het plaatsen van het gedicht op de site van Meander. Juryleden en organisator van Meander zijn uitgesloten van deelname. Bij deelname verklaart de inzender zich akkoord met het wedstrijdreglement. Inzendingen die niet voldoen aan bovenstaande voorwaarden worden uitgesloten.

Er worden tien gedichten genomineerd, daaruit komen drie winnaars voort en zeven eervolle vermeldingen. De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. De datum van bekendmaking is in het najaar en wordt tijdig aangekondigd. In december volgt er een algemeen juryrapport dat iedere deelnemer ontvangt. Lees hier de winnende gedichten terug van de Rob de Vos-prijs 2019 En hier de eervolle vermeldingen Deel I en Deel II van vorig jaar.

1e prijs – De Rob de Vos-trofee en € 100,-
2e prijs – Boekenbon € 50,-
3e prijs – Boekenbon € 25,-

Eervolle vermelding is een publicatie van je gedicht op Meandermagazine.

Stap jij in de voetsporen van Vicky Francken, Ellen Deckwitz, Frouke Arns, Merel van der Slobbe en de winnaar van 2019, Mandy Eggerding? Laat je inspireren door ons thema! Gedicht als bijlage in word-document sturen naar e-mailadres: meanderwedstrijd@hotmail.com

In de mail vermelding van naam adres, geboortedatum, e-mailadres plus de titel van het gedicht.

Succes!

Deze wedstrijd kun je ook terugvinden op https://schrijvenonline.org

De ballade van als dan

Gedichten voor gelukkige mensen

.

In 2008 werd door Querido de bundel ‘Voor gelukkige mensen’ uitgegeven van Bart Moeyaert. Roman-, kinderboekenschrijver en dichter Moeyaert (1964( debuteerde in 2003 als dichter met de bundel ‘Verzamel de liefde’. Hij publiceerde een aantal romans en stelde de poëziebloemlezing ‘Vlees is het mooiste’ samen.

Van januari 2006 tot en met januari 2008 was hij stadsdichter van Antwerpen en ontving hij in die functie ook een eredoctoraat aan de universiteit van Antwerpen. Moeyaert is veelvuldig bekroond en werd in meer dan 17 talen vertaald.

Voor zijn kinderboeken ontving hij vele prijzen en voor zijn poëzie werd hij genomineerd voor de J.C. Bloem-poëzieprijs 2009 (voor ‘Gedichten voor gelukkige mensen’) en voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2020 (voor de bundel ‘Helium’).

In de bundel ‘Gedichten voor gelukkige mensen staan 27 gedichten en ik koos voor het gedicht ‘De ballade van als dan’.

.

De ballade van als dan

.

Ik dacht dat je wat zei

-jij hoort bij mij

was mooi geweest-

en buig me naar je toe,

maar hoe ik me ook

hou, in jouw geval

noem ik het horten

van je adem de ballade

van als dan: ik ken er

onderhand de stilte

van – het is haast

dodelijk hoe jij naar

woorden zoekt als je

wilt zeggen: dichterbij.

.

Gedicht I en II

Jana Beranová

.

Zoals aangekondigd deze week vooral tips en aanmoedigingen om de tijd zinvol door te komen met lezen. Nu de bibliotheken nog gesloten zijn, veel (grote) boekhandels gesloten zijn (maar wel gewoon on-line hun boeken verkopen, dus verkies de boekhandel boven de grote digitale ‘Kooppaleizen’, dan blijven ze ook na de crisis nog bestaan) is er nog een manier om aan boeken te komen. Naast de kringloopwinkel (maar die zijn bijna allemaal ook gesloten) zijn er de minibiebjes (feitelijk boekenkastjes in de buitenruimte waar mensen hun boeken die ze kwijt willen kunnen neerleggen) en de kasten met boeken in de supermarkten van o.a. Albert Heijn. Maar voor de Rotterdammers is er nog een mogelijkheid om gratis boeken te zoeken en te vinden (en te doneren) en wel bij Book Central in de centrale hal (Hal A) van het Groot Handelsgebouw. Book Central is 7 dagen per week geopend van 07.00 tot 20.00 uur op Stationsplein 45 naast het Centraal Station.

Dat is ook de plek waar ik ‘Geen hemel zo hoog’ van Jana Beranová (1932) vond. Deze bundel uit 1983 was, na enkele bibliofiele uitgaven, haar eerste grote dichtbundel, die toen al een paar jaar in voorbereiding was. In de bundel staan ‘Gedicht I’en ‘Gedicht II’. Twee gedichten waar voor mij leven en hoop uit spreken.

.

Gedicht I

.

De winterzon droogt regentranen

op mijn ramen. Onder de witte vlakte

van mijn bureau sluimeren verzen.

.

Ik ben het rustige stekje.

Ik wacht op een gedicht.

Ik wacht als een visser of ze bijten.

Ik ben het aas.

.

Gedicht II

.

De zon veegt de slaap uit mijn ogen.

Met klappen van de zweep start ik de

schrijfmachien. De letters rennen

uit de schaduw naar buiten.

.

Ik loop de straat op, de pleinen over.

Ik hoor mijn gedichten met kloppend hart.

Ik hoor mijn gedichten tegemoet.

Ik loop mijn gedichten.

.

Zomergedichten

Dubbel-gedicht

.

Nu de zon weer schijnt in deze rare en ingewikkelde tijden vond ik het tijd om ook in mijn berichten wat vaker de zon te laten schijnen. Als hart onder de riem of gewoon als voorbode van betere tijden. Daarom vandaag een Dubbel-gedicht over de zon.

Het eerste gedicht ‘Zomer’ is van de dichter Jos De Haes (1920 – 1974) en komt uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986. De Haes was een Vlaams dichter, essayist en radiomaker. Hij debuteerde in de collectieve bundel ‘Aanhef’ in 1941 met ‘De diepe wortel’, publiceerde gedichten in ‘Podium (1943 – 1944) waar hij hoofdredacteur van was, in de ‘Poëziespiegel’ en in ‘Dietsche Warande & Belfort’ waarvoor hij in 1950 recensent werd en in 1960 redactielid. Na zijn dood verscheen zijn verzameld werk in 3 delen in 1974, 1986 en 2004.

Het tweede gedicht ‘Zonlicht’ is van dichter Rogi Wieg (1962 – 2015) en komt uit de bloemlezing ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ uit 2015. Rogi Wieg was schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en muzikant. Hij debuteerde in 1981 met de bundel ‘Cis-trans’. Hij was redacteur van de literaire bladen ‘Tirade’ en ‘Maatstaf’ en hij was tussen 1986 en 1999 als poëziecriticus verbonden aan ‘Het Parool’. Wieg kreeg onder andere het Charlotte Köhler Stipendium voor ‘De zee heeft geen manieren’ en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverblijf’. stipendium voor ‘De zee heeft geen manieren’ en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverdrijf’. 

.

Zomer

.

Stond op de plek een wagen

scheef in de grond ter ziele.

De zon stond hout te zagen.

Ik sliep tussen de wielen.

Ik sloeg de liefde gade

van kevers en van maden.

Tedere bakelieten

plezierden en verdrietten

elkaar met dunne vijlen,

met haken en met bijlen,

met tatertjes en sprieten

alaam van sodomieten.

.

Ik lag in hoge klaver,

de rode toppen blekten.

Ik lag in hoge klaver

met wijfjes van insecten.

.

Zonlicht

.

Veel grote mannen hadden wel

een gezin, een warm bord op

tafel, een balkon boven de zee.

Ben ik een groot man, sla dan

.

tenminste een spijker in mijn

werk die niet krom en roestig

verleden of toekomst uitbeeldt,

maar als spijker het oog

juist op de hoogte houdt

.

van wat het moet zien:

ik mis je zo, eeuwigheid,

dat ik haastig naar huis ga

uit het zonlicht om nog

.

tijd te hebben thuis te komen

uit het zonlicht.

Grootheid is het meervoud omarmen

van grammaticaal zeer ongelijke tijden.

.

 

Verwey en van Eeden

Dichters over dichters

.

Vandaag in de rubriek ‘dichters over dichters’ een sonnet van dichter Albert Verwey (1865-1937) over de schrijver en dichter Frederik van Eeden (1860 – 1932). Van Eeden heeft veel geschreven en maar een heel klein deel van zijn productie is poëzie (bijvoorbeeld de bundel ‘Aan mijn engelbewaarder en andere gedichten’ uit 1922).

In zijn ‘Verzamelde gedichten’ in 3 delen uit 1911 werd het ‘Sonnet’ opgenomen dat als ondertitel heeft ‘aan Frederik van Eeden’.

Ik haalde het uit de bundel ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ samengesteld en ingeleid door Robert-Henk Zuidinga uit 1985.

.

Sonnet

.

aan Frederik van Eeden

.

Ik ben gestemd om een sonnet te maken,

Teêr-blauw als mij Japanse verzen lijken,

Zo vlak als water, dat geen rimpels strijken

Tot vloeiend matglas, waar zij d’oever raken.

.

Fijn porcelein met, voor verwende smaken,

Bleek-blauwe poppen die zo wijd uitwijken,

En zonder perspectief – de rijken kijken

Bij ‘t kopen, of de kleine barstjes kraken.

.

Zó is mijn stemming, bleek met wijde luchten,

’k Ben bang, dat zij zal breken onder te schrijven,

’k Schrijf fijne letters, in mijn teder duchten.:

.

Ik wil, dat ze ongebroken weg zal drijven

Zonder een lijn, als luchte wolken vluchten, –

Doch dit Sonnet zal voor U overblijven.

.

Het zingend hart

Gerard Reve

.

Hoewel hij door de meeste mensen eigenlijk alleen maar als schrijver van romans, brieven en verhalen is gekend, schreef Gerard Reve (1923 – 2006) ook gedichten. Sterker nog, zijn debuut in 1940 was met de dichtbundel ‘Terugkeer’ die hij in eigen beheer uitgaf in een oplage van 50 stuks. Overigens werd pas in de jaren ’80 van de vorige eeuw officieel dat dit zijn debuut was toen er een authentiek exemplaar werd gevonden. In 1993 werd in opdracht van Gerard Reve deze bundel in een oplage van 500 stuks herdrukt en door hem gesigneerd. Dat Reve ook gedichten schreef is ook weer niet zo vreemd, hij was van 1948 tot 1959 getrouwd met de dichter Hanny Michaelis.

Toch is het aantal gedichten van zijn hand klein, helemaal ten opzichte van al zijn prozawerk. Zo publiceerde hij in 1965 ‘Zes gedichten’, in 1979 ‘Een eigen huis’ (gedichten, toespraken en verhalen), in 1984 ‘Schoon schip’ (verhalen, gedichten en artikelen uit de periode 1945-1984, ‘Verzamelde gedichten’ uit 1987 en ‘Het zingend hart’ een uitgave uit 1973 en in 2003 opnieuw uitgegeven in De Grote Lijsters met 35 gedichten. Een klein oeuvre binnen zijn enorm grote oeuvre als schrijver.

In de bundel ‘Het zingend hart’ zijn gedichten opgenomen die Reve schreef in de jaren ’60 en ’70 met een gedicht ‘Kennis’ dat uit de jaren ’80 stamt en eerder verschenen in ‘Een eigen huis’ en ‘Het zingend hart’.

In de gedichten vele verwijzingen naar het Rooms Katholieke geloof waartoe Reve zich in 1966 bekeerde maar ook altijd die tegendraadse stem die hem als schrijver zo kenmerkte. Zoals in het gedicht ‘Gedicht voor mijn 47ste verjaardag’ uit 1970.

.

Gedicht voor mijn 47ste verjaardag

.

De dag zelf vreemd en grijs. De dag erna

zes zwanen zeilend tot de voetbrug

waar ik met gulle hand het feestgebak te water werp

dat niemand gisteren door zijn strot heeft kunnen krijgen

en dat de vogels evenmin begeren:

hun koninklijke halzen buigen niet,

terwijl het ongewone voedsel zinkt.

.