Site-archief

Zomernacht

C.O. Jellema

.

De zomer loopt ten einde, tragisch maar waar, en hoewel de temperaturen deze week er geen aanleiding toe geven komt de herfst eraan. Maar nu zijn er nog die lange zomernachten. Zwoel, plakkerig en helder. En gisteravond terwijl ik ’s avonds nog een korte wandeling maakte moest ik denken aan een gedicht van C. O. Jellema dat ik afgelopen week las.

Van mijn broer kreeg ik maar liefst 5 bundeltjes van Jellema uit de kringloopwinkel. Het gedicht waar ik aan moest denken  komt uit een van die bundels ‘Stemtest’ uit 2003. Cornelius Onno (Cor) Jellema (1936-2003) was dichter en essayist. Hij debuteerde in 1961 met enkele gedichten in literair tijdschrift De Gids. Aanvankelijk kreeg zijn werk weinig aandacht, maar in 1981 brak hij definitief door met de bundel ‘De schaar van het vergeten’.

In zijn vroege gedichten zocht Jellema naar een relatie tussen de ‘verteller’ in het gedicht, en de wereld buiten die ‘verteller’. Later speelt ‘de tijd’ een belangrijke rol in zijn werk. In enkele bundels probeert hij een synthese tussen ‘voelen’ en ‘denken’, ofte wel emotie en ratio, te bewerkstelligen. De gedichten van C.O. Jellema zijn gekenmerkt door een strakke vorm, en geregeld maakt hij gebruik van de sonnetvorm.

Na enig onderzoek kwam ik erachter dat het gedicht ‘Zomernacht’ ook voorkomt op de onvolprezen website straatpoezie.nl. Het gedicht werd in 2008 aangebracht aan de Oude Kerkhof Noordzijde 1 in Leens (Groningen) waar Jellema lange tijd woonde.

.

Zomernacht

.

Doe nu die gedachten dicht van je.
Denk nu eens liever niet na over morgen.
Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren
na, bramenplukker die je bent zoals vroeger
maar nu. Maak even geen onderscheid tussen
een wie en hoezo en de kans op anders.
.
Doe in je hoofd uit de lamp, hoor wat er is,
ademt en ritselt, kwaakt in de kikkers.
Leef met je lichaam van nachtwind de koelte.
Geeuw je een gat in het hart en proef het
zo rood al sap van bramen. Wees langzaam
door vogels gezongen het wordende licht.

.

Een mistige dag in Rotterdam

Cornelis Bastiaan Vaandrager

.

Van een oud collega kreeg ik een paar boekjes want anders zouden ze bij het oud papier eindigen. Een van de boekjes is de Dichters Omnibus, 8ste bloemlezing uit 1962. Ik schreef al eerder over deze omnibussen zoals hier, hier, hier, hier, hierhier, en hier.

In  1954 verscheen de eerste editie van de Dichters Omnibus. Een bloemlezing uitgegeven door ESSO Nederland N.V., onder haar relaties als nieuwjaarsgeschenk verspreid. Kom daar maar eens om bij multinationals van vandaag. Er verschenen achttien edities van en ik bezit alle edities op 1 na, de eerste editie. De gemiddelde oplage lag tussen de 15.000 en 20.000 stuks.

De opeenvolgende edities van deze bloemlezing werden samengesteld door uit- en vormgever A.A.M. Stols (van 1954 t/m 1963) en daarna door Ad den Besten (vanaf 1964 tot het laatste, achttiende deel, dat in december 1971 verscheen). Zowel Stols als Den Besten wisselden gedichten van bekende dichters af met werk van jong of nieuw talent.  De ‘jonge’ dichters ontvingen voor hun bijdrage in 1970 vijftig gulden, wat destijds een riante vergoeding was voor een bijdrage aan een bloemlezing.

Zoals gezegd kreeg ik de 8ste bloemlezing in handen (ik heb deze editie al maar mijn exemplaar ziet er wat gehavender uit, dus wordt vervangen). Lezend bleef ik hangen bij een gedicht van Cornelis Bastiaan Vaandrager (1935-1992) getiteld ‘A foggy day in Rotterdam’. Een typisch Vaandrager gedicht.

.

A foggy day in Rotterdam

.

Je kent het wel: een middag wachten

tot het gaat misten. Wachten

tot het donker wordt. Of avond wordt. Hij

(ik heb het over hem) kijkt,

ziet lege bussen

die koppig starten, de stad in – op zoek naar meer mist?

.

Stemmen van mensen. Oproer? Bijval?

Hij herkent ze, de stemmen . De mensen

kent hij niet – nooit gekend.

.

Je kent het wel: pijnlijk nauwkeurig

kan hij je zeggen (maar hij doet het niet):

‘Nu gaat de telefoon’

En dan gaat de telefoon. De angst

dit aan te voelen. En de angst (nog groter)

zich na tien, elf juiste voorspellingen te vergissen.

.

De mist is binnen.

Reeds zijn de radiatoren verkild.

Hij trekt zijn benen op. Wacht.

Het wordt donker. Of avond.

Hij trekt huiverend een haar uit zijn pols.

.

Kleuters

Chr. van Geel

.

Ik kocht de bundel ‘Het zinrijk’ van Chr. van Geel (1917-1974) uit 1971 op een bazaar in mijn wijk en het leuk van deze aankoop is dat voorin de bundel twee recensies uit kranten zitten. De ene uit de Volkskrant van 24 maart 1971 en de ander uit De Tijd van 12 juni 1971. Beide recensies van Kees Fens en Wam de Moor gaan in op de vorm en omvang (en uiteraard ook inhoud) van de gedichten in deze bundel. Ze zijn kort.Het was mij bij het doorbladeren ook al opgevallen. Gedichten van een paar regels zijn eerder gewoon dan uitzondering.

Wat me ook opviel in de bundel is dat van Geel een paar keer op twee tegenoverliggende pagina’s een gedicht plaatst met een zelfde titel. In sommige gevallen zou een samenvoegen van deze korte gedichten met een zelfde onderwerp makkelijk gekund hebben maar van Geel heeft ervoor gekozen dit niet te doen en ze los te presenteren.  En toch werkt dat. In de gedichten ‘Kleuter’ bijvoorbeeld. In een langer gedicht zouden deze twee gedichten prima bij elkaar passen, er zouden nog wat zinnen aan toegevoegd kunnen worden om de twee te verbinden. Oordeel zelf over dit dubbel-gedicht van één dichter.

.

Kleuter

.

Op wielen rolt hij rond,

op benen stelt hij voor

een korte broekeman.

.

Kleuter

.

Hij zet zich aan tafel

als achter een stuurrad

vol knoppen en hendels

vol radar en lood.

.

Dikke editie

Poëzie thuis ontvangen

.

Hij is uit. MUGzine #18 in een extra dikke editie van maar liefst 20 pagina’s. Poëzie van Rotterdamse makelij van dichters Daniël Dee, Myrte Leffring, Hans Wap, Peter Swanborn, Hester Knibbe en Amber Rahantoknam. In deze nieuwe MUGzine krijg je een doorkijkje van Rotterdamse poëzie in verschillende stijlen anno nu. De gedichten worden aangevuld met artwork van Andries Hoogenraad en natuurlijk wordt je getracteerd op een knetterverse  Luule en een voorwoord van onze redactiefilosoof.

Wil je nou dit kleinood vijf keer per jaar in je brievenbus vinden zodat je op elke gewenste plek en op elk moment de nieuwste en meest diverse poëzie tot je kan nemen, word dan donateur. Dat kan al vanaf € 20,- per jaar (meer mag) en dan heb je geen omkijken meer, dan ontvang je vijf keer jaar elke nieuwe MUGzine via de post.

Wij zijn aan het nadenken over wat geinige merchandise voor MUGzine en @Luule. Daarover binnenkort meer. Maar nu dus eerst nummer 18. Een voorproefje van de eerste dichter die voor de tweede keer in MUGzine staat wat een unicum is en voorlopig niet meer gaat gebeuren, Daniël Dee (1975). Uit zijn laatste bundel ‘[Plak hier uw titel]‘ uit 2019 het gedicht ‘En gesp je revolverholster om’.

.

En gesp je revolverholster om

hart van me je had slechts één taak
pompen tot in het oneindige

waarom tref ik je nu dan hier aan
onder de blubber op de bodem van de put

haveloos laveloos korstjes vastgekoekt aan
de mondhoeken van de hele nacht projectielbraken

schuimbekkend schuine moppen tappend
alle duivels uit de hel vloekend

waarom liet je haar niet links liggen
waarom kon je je klep niet houden

breek uit die kooi van verontwaardiging
wees een kerel een koiboi als john ween

niet zo jammer niet zo jammer
tuimelkruid rolt stilletjes langs de saloon

o hart van me brekebeen blubberkop
je had slechts één eenvoudige taak

zet je voeten evenwijdig aan de schouders
knieën lichtgebogen en pief paf poef

hart van me één ding weten we zeker
je bent het breken nog niet verleerd

.

Nieuwe Nederlandse Lyriek

Russisch gebed

.

Wanneer je een bundel koopt met de titel ‘Nieuwe Nederlandse Lyriek, dan is het maar de vraag hoe nieuw die lyriek eigenlijk is. Zeker als de bundel is vormgegeven in een stijl die heden ten dagen niet gewoon is. Een klein onderzoekje (je verwacht het bij het colofon of op de titelpagina maar daar is niets te vinden) wijst uiteindelijk uit dat het hier een uitgave betreft uit 1927.

Het is een bloemlezing van 100 Noord-Nederlandse, Vlaamsche en Zuid-Afrikaanse Gedichten voor Middelbaar Onderwijs, samengesteld door P. van Renssen. En het is een fraaie bloemlezing met portretten (foto’s en tekeningen) van veel van de dichters. Naast veel bekende dichters toch ook heel wat (voor mij) onbekende namen. Vooral in de Vlaamsche en Zuid-Afrikaanse sectie maar toch ook bij de (Noord) Nederlandse dichters.

Zo is Johan Theunisz opgenomen met het gedicht ‘Russisch gebed’. Het gedicht is genomen uit ‘Het klare dagen, een Sonate in Verzen. Johan Theunisz (1900-1979) was historicus , schrijver, vertaler, essayist en dichter en werd in Groningen (Stadskanaal) geboren. Zijn eerste gedichten werden opgenomen in het tijdschrift Het Getij. In 1923 debuteerde Theunisz met zijn verzenbundel ‘Het klare dagen, een sonate in verzen’. In de jaren 1920-1924 behoorde hij tot de Groninger kunstenaarsgroep De Ploeg.

In 1941 ging het de verkeerde kant op met Theunisz. Hij werd sympatiserend lid van de NSB en de Kultuurkamer. In de volgende jaren bekleede hij verschillende functies in organisaties die door de Duitsers toegelaten werden. Als onder­stormleider (de rangen waren toen nog Nederlands) van de SS maakte hij in 1942 een studiereis door Duitsland in opdracht van de SS-organisatie Das Ahnenerbe, een nazi onderzoeksinstituut dat als taak had om “wetenschappelijke” bewijzen voor de herkomst en superioriteit van het zogenaamde arische ras te vinden. Voor zijn toewijding aan de SS werd hij op 22 oktober 1942 – als een van de weinige Nederlanders – door Heinrich Himmler onderscheiden met de SS-Totenkopfring.

Na de oorlog werd hij tot maart 1948 geïnterneerd. Op 2 november 1948 werd hij door de kantonrechter-plaatsvervanger te Zwolle veroordeeld tot een vrijheidsstraf gelijk aan de periode van voorlopige internering. Ook werd hij ontzet uit het kiesrecht, uit het recht om ambten te bekleden en om een functie bij het onderwijs uit te oefenen. De Centrale Eereraad legde hem een publicatieverbod tot 15 mei 1950 op. De Commissie voor de Perszuivering sloot hem uit tot 5 mei 1965. Hierna zou hij nog leraar worden in West-Duitsland en uiteindelijk naar Spanje verhuizen.

Maar van al die foute activiteiten was in 1927 nog niets bekend. Daarom is het niet zo vreemd dat hij in deze bloemlezing werd opgenomen. Hij is overigens niet de enige ‘foute’ dichter in deze bundel. Ook Martien Beversluis (1894-1966) is opgenomen met een gedicht.

.

Russisch gebed

.

Heer, langs de steppe trekken vreemde paarden.

De dag was dor, en de avond droef en zwaar.

Heer, op het veld, het rood-en-zwart bezwaarde,

brandt laag de zon, als kaars op een altaar.

.

Heer, dorpen aan de doez’lig’ einder branden;

de stroom die langs de dorpen spoelt, is rood.

Heer, stilten, vreemd als schepen, die gaan landen

aan verre kust, staan bij ons, stom en groot.

.

Heer, machten, angsten die we nauw’lijks kennen,

zinkt nu de nacht op onze schouders neer.

Heer, om ons al gevaren, ongewende

en ongetelde. En gij zo ver, O Heer!

.

Bram Vermeulen en John Donne

Gedichten over sterven en de dood

.

In de krant kijk ik altijd even bij de overlijdensberichten. Niet omdat ik bijzonder geïnteresseerd ben in wie er nu weer is overleden ( ik ken die mensen vrijwel nooit) maar om te kijken of en hoe er met poëzie wordt omgegaan in overlijdensberichten. Afgelopen zaterdag las ik twee berichten naast elkaar. Boven de een was een strofe van het lied ‘Testament’ van Bram Vermeulen (1946-2004) geplaatst. Boven de ander staat een strofe uit het gedicht ‘Sweetest love, I do not go’ van John Donne (1572-1631). Beide strofes gaan eigenlijk over het zelfde namelijk dat wanneer iemand sterft hij of zij niet weg is zolang ze niet worden vergeten. Het gedicht van Donne lees je hier.

Op de websites van verschillende uitvaartondernemingen kun je gedichten lezen die toepasselijk zijn voor allerlei overlijdens (vader/moeder, partner, kind, algemeen, zelfdoding, bij ziekte etc.). Maar er zijn zelfs zeer uitgebreide particuliere websites met heel veel gedichten om uit te kiezen of inspiratie uit op te doen. Dat zijn wel vaak wat oppervlakkige en soms wat pathetische verzen maar veel mensen voelen zich daar prettig bij. Ik hou erg van poëzie bij overlijdensberichten die slaat op de persoon die is overleden of die de voorkeur voor een dichter van de overledene weergeeft.

De keuze voor een gedicht van een 16e-17e eeuwse Engelse dichter (Donne) vind ik daarom heel bijzonder. De keuze voor de liedtekst van Bram Vermeulen heb ik vaker gezien. Omdat het een prachtige tekst is van Bram Vermeulen plaats ik de tekst hier helemaal.

.

Testament

.

Als ik dood ga, huil maar niet.

.

ik ben niet echt dood moet je weten
het is maar een lichaam dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij die bent vergeten.

.

En als ik dood ga, treur maar niet
ik ben niet echt weg moet je weten
het is de heimwee die ik achterliet,
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten.

.

En als ik dood ga, huil maar niet
ik ben niet echt dood moet je weten
het is het verlangen dat ik achterliet
dood ben ik pas als jij dat bent vergeten
dood ben ik pas als jij me bent vergeten.

.

Het orakel

Menno van der Beek

.

In literair tijdschrift Liter, nummer 104 uit 2022 lees ik het gedicht ‘Het orakel’ van de Rotterdamse dichter Menno van der Beek (1967). Een wonderlijk maar mooi gedicht met een boodschap waarvan ik nog niet zeker ben wat ie nou precies is. Menno Van der Beek werd opgeleid tot organisch chemicus. Hij is werkzaam als computerprogrammeur. Vanaf 2002 is hij medewerker aan een langlopend her-vertaalproject van alle Hebreeuwse psalmen.

Van der Beek is poëzieredacteur van het literaire tijdschrift Liter. Hij was onder andere ook medewerker van Woordwerk (een netwerk van schrijvers, dat samenwerkt met vormgevers en fotografen), Zulma (tijdschrift voor jong literair en grafisch talent), Meander en Rottend Staal.

Van der Beek debuteerde in 1999 met de bundel ‘Vergezocht’ waarna nog een aantal bundels zouden volgen. Zijn laatste bundel is uit 2020 en heeft als titel ‘Naar de maan’, een in oblong formaat gedrukte bundel waarin een cyclus staat (tien kwatrijnen met een staartregel) waarin bespiegelingen zijn opgetekend, genoteerd in de laatste tellen voor het vertrek, van iemand die misschien wel naar de maan gaat. Gedichten van Van der Beek zijn daarnaast opgenomen in verschillende bloemlezingen.

.

Het orakel

.

Jij zei niet veel, je ging de deur uit met

je zware aktentas met initialen

en links en rechts een cijferslot: je hebt

het allemaal al van tevoren aan zien komen

.

want het was jouw idee, dat ik met hem ging praten:

hij was een kennis van je, deze psychiater,

.

die van mijn kleine ziel geen groot probleem maakte-

in plaats daarvan leerde de man mij schaken

.

en hij had ook een Vliegend Hert, een dode kever,

twaalf centimeter groot gestold op tafel liggen:

.

die tor in plastic gieten, had hij zelf gedaan,

en net niet goed, het blok zat vol met belletjes.

.

Het leek mij helder, dat het ding voor mij was,

maar toen ik het op die manier ook vastpakte

.

zei hij geen woord- ik mocht het beest weer neerleggen

en ik was uitgeschaakt, dus ik ging bij hem weg:

.

de koning, die moest dood, zoveel was duidelijk,

en wie iets wil bewaren, die moet rustig gieten

.

want anders krijg je belletjes en daarom werkt het niet.

.

 

 

Dichterspodium

Dichters en troubadichters

.

Dichter bij de Dood organiseert sinds twee jaar het evenement Dichter bij de dood op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag op Allerzielen (2 november). Dat is een poëzie-evenement dat al langer loopt maar sinds twee jaar ben ik via poëziestichting Ongehoord! aangehaakt en worden er behalve de avond op 2 november ook (open) dichters[podia georganiseerd. De eerste jaren in Loft maar vanaf dit jaar in de geheel gerestaureerde en prachtige aula van de begraafplaats.

Wil je meedoen als (trouba)dichter? Dat kan. Naast de dichters die dit jaar meedoen op Allerzielen is er plek voor een ‘open podium’. Kom dan op zondag 24 september naar begraafplaats Oud Eik en Duinen aan de Laan van Eik en Duinen 40 in Den Haag. De inloop is vanaf 13.30 uur en de start is om 14.00 uur. De middag duurt tot 16.00 uur en is uiteraard gratis te bezoeken. Wil je meedoen zorg er dan voor dat je voor 14.00 uur je aanmeldt bij Marjon van der Vegt of bij mij. Elke dichter wordt in de gelegenheid gesteld om drie gedichten voor te dragen.

.

Verleden verbinden

Augusta Peauxfestival

.

Aanstaande zondag 3 september zal ik samen met nog 24 dichters voordragen op het Augusta Peauxfestival in Simonshaven (nabij Spijkenisse). Tussen 14.00 en 17.00 uur zullen 25 dichters en een A capellakoor de bezoekers van dit festival meenemen in hun poëzie rondom het thema ‘Verbinding’. Ik zal twee maal een kwartier vullen met mijn gedichten op twee verschillende plekken op het festivalterrein in de tuin van de voormalige pastorie aan de Ring 42 in Simonshaven waar dichter Augusta Peaux (1859-1944) woonde.

Als jong meisje speelde Augusta Peaux met de latere dichter Jacques Perk die even oud was als zij. Ze groeide op als dochter van een dominee. Als dichter wordt Peaux beschouwd als een van de belangrijkste symbolistische dichters uit het einde van de 19e en begin 20ste eeuw. Ondanks haar bescheiden oeuvre en leefstijl heeft ze een belangrijke en blijvende invloed gehad op de Nederlandse poëzie. Zo werd ze door Gerrit Komrij en Hans Warren opgenomen met werk in hun bloemlezingen. Maar ook dichters Albert Verwey en J.C. Bloem waren bewonderaars.

Haar poëzie kenmerkt zich door haar introspectieve en mystieke karakter. Haar gedichten hebben thema’s als de liefde, verlangen, melancholie en de zoektocht naar zingeving. Ze schreef met subtiele, beeldrijke taal en gebruikte vaak symbolen en verwijzingen naar de natuur. Ze had in haar poëzie het vermogen om de diepere emotionele en spirituele ervaringen te verkennen en te verwoorden. In en rond haar woonplaats is een organiserend comité actief dat het werk van Peaux onder de aandacht blijft brengen. Lesley Sanford, Julius Caesar, Ronald Bottelier en Frans van den Akker doen dit onder andere door het organiseren van een festival op 3 september. Naast dichter Ingmar Heytze en een aantal dichters uit de regio komen ook een aantal dichters van daarbuiten een bijdrage leveren, waaronder ik dus.

Hieronder een voorbeeld van een gedicht van Augusta Peaux uit de bundel  ‘De wilgen, de velden, het water’ uit 2014 getiteld ‘Verleden’.

.

Verleden

.

Met handen ben ik gebonden

in een ver verleên,

dat is te aller stonde

onzichtbaar om mij heen.

.

Met geuren ben ik betooverd

terug in vroeger tijd,

als staat de boom ontlooverd,

al ben ik ’t voetspoor kwijt.

.

In klanken lig ik gevangen

van een verzonken bestaan

die bleven om mij hangen

toen alles was vergaan.

.

De klokken door mijn dagen

luiden en lokken mij

zoete bedwelming dragen

de geuren mij voorbij.

.

Met banden ben ik gebonden

en ga geen weg alléén

mij heeft altijd gevonden

wat in de tijd verdween.

.

NLMDO2_P-00243-II-012, 22-01-2008, 13:36, 8C, 1892×1436 (3419+3870), 100%, LetterkundigMu, 1/80 s, R40.4, G21.3, B29.2

Partij voor de poëzie

Brussel

.

Afgelopen maand was ik tijdens mijn vakantie in Brussel. En daar bezocht ik in de wijk Mutsaard een kringloopwinkel. Voor wie dit blog regelmatig leest is het geen nieuws dat ik daar graag kom. Om verschillende redenen (circulaire economie dus minder afval, interessante boeken en soms (wat oudere) dichtbundels) bezoek ik dit soort winkels in Nederland maar ook, als het kan in het buitenland. Dat ik hier een bericht wijd aan die winkel in Mutsaard in Brussel heeft echter een andere reden. Op een deur naast de ingang van de winkel stond namelijk een gedicht geschreven. Behalve dat ik gek ben op gedichten in de openbare ruimte was dit gedicht ook nog eens geschreven door de  Partij voor de Poëzie of le Parti pour la Poesie (Brussel is tweetalig zoals je ongetwijfeld weet).

De Partij voor de Poëzie werd in mei 2018 opgericht door de dichters Jan Ducheyne (1970) samen met Michaël Vandebril (1972) en Laurence Vielle (1968). Partij Voor De Poëzie heeft één duidelijk doel : ‘meer poëzie, altijd, overal’. De Partij wil de poëzie naar de straat, naar de mensen brengen. Alle gedichten krijgen de titel SIGNAAL en een oplopend nummer. Zeven signalen werden reeds geschreven door ongeveer een vijftigtal verschillende dichters, vier in het Nederlands, twee Franse en één in 13 verschillende talen. 

Het gedicht bij de kringloopwinkel is getiteld ‘Nieuwe Eerste Handen’ en werd in juli 2019 aangebracht.

.

Nieuwe Eerste Handen

.

Laat mij de jouwe zijn,

waar ik vandaan kom heeft geen belang.

We hebben allen ons verhaal.

Soms kun je het zien, als je goed kijkt.

Met het oog van een kenner.

.

Even vaak ben ik simpelweg wat je zoekt

en stel je geen vragen.

Je wilt me, het is liefde op het eerste zicht.

.

Tweede keus zijn is niets voor mij,

je moet me echt willen.

Smaken verschillen, dat weten we allemaal.

Maar trek mij aan,

zie mij staan.

.

Reeds in je kamer hangen, liggen.

Ik ben er klaar voor.

Van ver ben ik gekomen,

of van net om de hoek.

.

Ik ben dat ene boek dat je nog niet las,

die plaat die je al jaren zocht.

Ik ben het winnende lot in jouw loterij.

Zolang niemand anders mij wil,

ben ik vrij, doch niet gratis.

.

Doe dat ietsje meer moeite,

en je vindt mij vandaag nog.

Ik wacht op jouw ogen,

op de eerste naar mij

verlangende handen sinds lang.

.

Kom binnen,

ik heb tijd,

tot jij er bent.

Waarna mijn tijd opnieuw begint.

Bij jou.

.