Site-archief

Tongval van het verdwijnen

Anke Cuijpers

Anke Cuijpers is schrijfster en dichter. Ze volgde een divers scala aan beroepsopleidingen, van maatschappelijk werker tot verzekeringsadviseur, en werkte in meer dan een dozijn ambachten, variërend van schoonmaker en lopende band werk tot copywriter. Een tijdlang was ze mede-eigenaar van een goedlopend eetcafé. Ze gooide het roer om nadat ze het literaire vak ging studeren aan de Schrijversvakschool Amsterdam (proza en poëzie). Ze publiceerde in de literaire tijdschriften Het Liegend Konijn, Kluger Hans, de Poëziekrant en De Revisor. Ze droeg meermaals voor in de Prinsentuin in Groningen. Op 7 mei is ze een van de dienstdoende dichters in een van de mooiste boekhandels ter wereld, Boekhandel Dominicanen in Maastricht, waar de Klimaatdichters  optreden in een pop-up expositie van Dorine van der Ploeg
.
In de nieuwe bundel van de Klimaatdichters ‘Tongval van het verdwijnen’ gedichten vanuit niet menselijk perspectief, is het gedicht ‘Wrange vrucht’ van haar hand opgenomen. Bij haar bijdrage is de volgende tekst opgenomen: Met takken die eindigen in doorns en kleine appelvruchten die bovendien hard en wrang van smaak zijn, is de wilde appel door bastaardering verdrongen door cultuurvarianten. In Nederland is hij uitgestorven. De zeldzame Vlaamse exemplaren worden bedreigd door schuurschade.
.
Wrange vrucht
.
wilde boom worden in mezelf een kringloop
zijn, maar wist niet hoe vanwaar ik hing, herfst
dacht ik soms, is dat een container waarin ik pas
.
wilde wortel schieten wilde in de grond
wilde de regen wormen en de mieren horen wilde
met neven en nichten in een boomgaard staan
.
voelde herten tegen de takken schuren
waaraan mijn kleine lijf te plukken viel,
hoe anders dan als wind, ik dacht sindsdien
.
aan vallen, iets moet een appel doen om te
verleiden, het vlees te laten rotten zodat de pitten
verder alle werk, lieve God, was dit zoals het was.
.

Slopersverdriet

Philip Hoorne

.

Vandaag een gedicht van een dichter in de geest van een andere dichter. Philip Hoorne (1964) is een Vlaamse dichter, schrijver, bloemlezer en recensent. Hij debuteerde in 2002 met de bundel ‘Niets met jou’ in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij. De bundel werd genomineerd voor de Vlaamse Debuutprijs. Voor zijn tweede bundel ‘Inbreng nihil’ uit 2004 werd hij genomineerd voor de J.C. Bloemprijs.

Zijn werk werd opgenomen in meerdere bloemlezingen, onder meer in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in duizend en enige gedichten’ van Gerrit Komrij en verschijnt in literaire tijdschriften als Het liegend konijn, De Revisor, Bunker Hill, Landauer en Tirade. Hoorne richtte de poëzierecensiewebsite Poëzierapport op en schreef recensies voor onder meer Knack, de Poëziekrant en Meander.

In 2022 verscheen ‘Beste meneer, Bloem’, een selectie uit 20 jaar op J.C. Bloem geïnspireerd werk, uitgegeven door de Stichting Mr. J.C. Bloem Poëzieprijs. Wanneer een dichter wordt genomineerd voor de J.C. Bloemprijs, zoals Hoorne in 2005, dan wordt deze gevraagd een gedicht te schrijven geïnspireerd op de persoon Bloem, zijn werk of zelfs een regel of titel uit zijn oeuvre. In deze bundel zijn 20 van deze dichters (niet alle dichters hebben gereageerd op het verzoek tot het schrijven van een dergelijk gedicht) met hun gedicht opgenomen waaronder dus het gedicht ‘Slopersverdriet’ van Philip Hoorne.

.

Slopersverdriet

Naar ‘Insomnia’ van J.C. Bloem

.

Denkend aan de daad kan ik niet slopen,

En niet slopend denk ik aan de daad,

En mijn hamer aarzelt voor hij slaat,

Zijn puin en gruis mijn enige hopen?

.

Hoe onmachtig klinkt het schriel ‘ga lopen’,

Als een muur tegen de vlakte gaat.

Stof waait door de opgebroken straat.

‘k Denk dat ik mij beter op kan knopen.

.

Om de vrouw die zich te weinig geeft,

Slechts eens per maand wil minnekozen,

Te min haar vreugde om mijn krachtig zaad,

.

Tot meer paringsdaden niet in staat.

Op steenslag zal ik mijn kiemen lozen,

‘k Wil in mij geen leven dat niet leeft.

.

 

 

 

Ik, om maar iemand te noemen

Anton Korteweg

.

Dichter Anton Korteweg (1944) publiceerde onlangs alweer zijn vijftiende dichtbundel. In deze bundel staan luchthartige en scherpe, ontroerend en licht melancholische gedichten zoals we van hem gewend zijn. Korteweg is een man die zijn zegeningen telt, en de kleine dissonanten in het leven maakt hij onschadelijk in zijn poëzie.

Arjen Peters schreef over Anton Korteweg: ‘Een van de aangenaamste Hollandse dichters is Anton Korteweg, een te burgerlijk calvinist om in dit tranendal op verlossing te mogen hopen, en dat weet hij verdraaid goed.’ En een van mijn favoriete dichters van alle tijden Herman de Coninck schreef over hem: ‘Zo lees ik in moeilijke dagen Anton Korteweg. En dan kan ik mijn geluk weer aan.’

Allemaal superlatieven voor een dichter die zijn plek binnen de Nederlandse poëzie meer dan verdiend heeft. Daarom ook hier een gedicht uit zijn laatste bundel ‘Ik, om maar iemand te noemen’ getiteld ‘Even een dagje doen’.

.

Even een dagje doen

.

Uiteindelijk heeft het licht van je gewonnen:

je benen bungelen allemaal uit bed,

nog even en je eerste stappen zijn gezet

de nieuwe dag in, zowat nummer dertigduizend.

De krant ligt al te wachten naast je bord.

Een beker melk, want dat is goed voor elk.

Waar slaan ze deze keer elkaar in gort?

.

Even een dagje doen, moet je daar nou als mens

mee mogen, moeten, kunnen, willen doorgaan,

soms stoïcijns, soms woedend, bevend van verdriet?

Allez, vooruit, veel erger wordt het niet.

.

Dit hier is bijna nergens

Henk van Raak

.

Enige tijd geleden was ik in Tilburg in de zeer goed geoutilleerde tweedehandsboekenzaak de Boekenschop (dit is geen verschrijving). Ruim 30.000 boeken hebben ze op voorraad en de opbrengst gaat naar een goed doel. De poëzieafdeling beslaat maar liefst een volledige kast (ruim 5 meter), iets waar de gemiddelde boekenwinkel een puntje aan kan zuigen. Op zichzelf begrijp ik dat wel, aan poëzie valt gewoon te weinig te verdienen en een tweede handswinkel kan oudere bundels gewoon langer in voorraad hebben, waar ik dan juist weer heel blij van word.

Ik kocht er de bundel van Paul Celan, een bundel van Lévi Weemoedt die ik nog niet had en de bundel ‘Door mij spreken verboden stemmen‘. Van de eigenaar van de winkel kreeg ik bij het afrekenen nog een bundeltje mee van een heel goede klant van haar die in 2025 op 72 jarige leeftijd was overleden, de journalist en dichter Henk van Raak. Van Raak was betrokken bij de oprichting van de Literaire Kring Goirle en een tijd lang voorzitter. Hij was ook een serieus boekenverzamelaar, zijn huis was tot en met de zolder gevuld met boeken.

Als dichter debuteerde hij in 2013 met de bundel ‘Dit hier is bijna nergens’ en in 2015 verscheen ‘Plaatsen waar ik nog ben’. Zijn derde bundel waar hij aan werkte zal niet gepubliceerd worden. Favoriete dichters had van Raak ook en niet de minste; Fernando Pessoa, Constantínos Kaváfis, Federico Garcia Lorca en de Nederlandse dichters Rutger Kopland en Judith Herzberg.

De toon van zijn poëzie is melancholisch en zijn dichterlijke houding is filosofisch-beschouwend. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gedicht ‘Herinnering’.

.

Herinnering

.

Al droom ik graag terug naar het verleden,

ik weet dat de herinnering het minst

van alles te vertrouwen is.

.

Men kleedt haar aan als een etalagepop

en maakt van wat schamele kleding was

een blauw tuniek met zilveren knopen.

.

Met terugwerkende kracht wordt

rechtgezet dat ik mij vroeger

knollen voor citroenen liet verkopen.

.

Roes en memorie

Paul Celan

.

Het zal denk ik ruim twintig jaar geleden zijn dat ik voor het eerst hoorde van de dichter Paul Celan (1920-1970). Het was bij een avond over poëzie in de bibliotheek van Den Hoorn. Ik droeg er met een aantal andere mensen voor en de organisator van de avond, een docente Nederlands als ik me niet vergis van een middelbare school in Delft, vertelde er over poëzie en dan met name over Paul Celan.

Op die avond droeg ze zijn gedicht ‘Todesfuge‘ voor en ze gaf een heel mooie analyse van het gedicht. Afgezien van haar voordracht en analyse was ik meteen zeer onder de indruk van het gedicht, van het onderwerp (de Holocaust) en de poëtische zeggingskracht en ik wilde meer weten over Paul Celan. Ik zocht informatie over hem op Internet en sindsdien heb ik verschillende keren over hem en zijn poëzie geschreven.

Vreemd genoeg bezat ik geen bundel van Celan. In verzamelbundels en bloemlezingen las ik verschillende gedichten van hem en op het internet uiteraard, maar in mijn collectie ontbrak nog een dichtbundel van hem. Daar is nu verandering in gekomen. Sinds een week bezit ik de bundel ‘Roes en memorie’ uit 1995 vertaald door dé Celan-vertaler Ton Naaijkens.

‘Roes en memorie’ of ‘Mohn und Gedächtnis’ zoals de bundel in het Duits is getiteld, maakte van Celan in 1952 in één klap een klassiek auteur. De bundel staat in het teken van rouw en verdriet om de verwoestende kracht van een oorlog. In deze bundel zoekt Celan naar mogelijkheden van verwerking: slaap en herinnering, verdoving en besef, roes en memorie. De eerste gedichten ontstonden aan het einde van de oorlog, andere in de tweede helft van de jaren veertig in Boekarest, Wenen en Parijs. ‘Roes en memorie’ is het derde deel van de integrale vertaling die werd uitgegeven door Picaron Editions. Eerder verschenen ‘De niemandsroos’ (1991) en ‘Ademkeer’ (1992).

Ik koos voor een van de eerste gedichten in de bundel ‘Marianne’ vooral omdat ik (samen met Bart) en haar al jarenlang MUGzine maak.

.

Marianne

.

Zonder sering is je haar, je gelaat uit spiegelglas.

Van oog tot oog trekt de wolk, als Sodom naar Babel:

ze stroopt de toren als lover en woedt om de

zwavelstruik.

 

Dan flitst er een schicht rond je mond – die kloof met

de stukken viool.

Met sneeuwige tanden bespeelt er een man de snaren:

o mooier klonk het riet!

.

Geliefde, ook jij bent het riet en wij allen de regen;

een wijn zonder weerga je lijf, en we klinken getienen;

een schuit in het graan is je hart, we roeien haar

nachtwaarts;

een kruikje blauwte, zo dartel je over ons heen, en wij

slapen…

.

Voor de tent trekt het honderdschap op, we dragen je

brassend ten grave.

Nu rinkelt op ’s werelds plavuizen de daalder, de

harde, der dromen.

.

 

Drs. P

De duivel

Ik was de afgelopen week in Bulgarije en bezocht onder andere het Rila Klooster. Een prachtig klooster gelegen in de bergen. Daar nam ik onderstaande foto. Een soort stripverhaal van iconische schilderingen waar de duivel overduidelijk een hoofdrol vervult.
Ik moest meteen aan een gedicht van Drs. P (1919-2015) denken over de duivel. Even opgezocht en het bleek in zijn bundel ‘De tweede ronde’ uit 2005 te staan. Hieronderhet gedicht en de foto.

 

De Duivel

De Duivel is afkerig van moraal
Wanstaltig, onwelwillend en gehoornd
God pleegt Zich wijs en keurig te gedragen

Zo heet het. Maar hij is wel vaak vertoornd
Waarbij Hij grif miljoenen weg zal vagen
Omdat ze menselijk dus zondig zijn

Waar is ’t verstand? De goedheid? Domme vragen!
Zijn employés verklaren het haarfijn
maar wij begrijpen dat niet allemaal

Ach ja, er is bij ons mentaal iets mis
Onthoud nu maar, dat toorn een zonde is

Waarheid

Rien Vroegindeweij

.

Dag zeven van – Kort weg – en vandaag een gedicht van de Rotterdamse dichter Rien Vroegindeweij (1944) met als titel ‘Waarheid’. Ik vind dit om een paar redenen een erg goed gedicht. Het zet je aan tot nadenken, er zit een twist in, en in een tijd waarin de waarheid maar al te makkelijk met voeten wordt getreden ook nog eens actueel, zeker ook nu nog in het huidige China. Het gedicht nam ik uit de bundel ‘Gemengde berichten’ uit 2006.

.

Waarheid

.

In de keizerrijken van het oude China

stond de waarheid onomstotelijk vast.

.

Iedereen werd geacht haar te kennen

en geen fratsen met haar uit te halen.

.

Dichters die aan haar wetten tornden

werden van het hof verbannen

.

naar verre en eenzame gebieden

waar de mooiste poëzie werd geschreven.

.

Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt

Herwig Hensen

.

Afgelopen weekend las ik wat in de bundel ‘De Nederlandstalige poëzie in pocketformaat’ samengesteld door Philip Hoorne en Chrétien Breukers uitgegeven door Compaan uitgevers in 2012. Het aardige aan dit soort verzamelbundels is dat je altijd ontdekkingen doet, elke weer opnieuw namen van dichters tegenkomt die je niet kent. En dat was ook dit keer het geval.

In de bundel is een gedicht opgenomen met de titel ‘Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt’ van Herwig Hensen. Meteen moest ik denken aan de Klimaatdichters, had ik een naam gemist? Maar niets bleek minder waar, Herwig Hensen (1917-1989) was al lang overleden toen de Klimaatdichters zich verenigden in een collectief met die naam.

De Vlaamse Herwig Hensen (pseudoniem van Florent Constant Albert Mielants jr.) was schrijver, docent wiskunde, docent dramaturgie en dichter. Aanvankelijk stond de poëzie van Herwig Hensen onder invloed van het impressionisme en het symbolisme van Karel van de Woestijne. Zijn later werk werd meer introvert. Zijn klassieke verzen geven afwisselend een smart weer om de waanzin van deze wereld en een bejubelen van het wonder van het leven.

Voor zijn werk werd hij meerdere malen bekroond, zo kreeg hij onder andere de Grote Driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie (1938-1940). Zijn werk werd in meerdere talen vertaald. Hensen debuteerde in 1934 met een in eigen beheer uitgegeven bundel getiteld ‘Verzen’. Het gedicht ‘Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt’ werd genomen uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1988. Het gedicht dateert waarschijnlijk uit 1971. Toen was deze dichter zijn tijd dus al ver vooruit met zijn gedachten en zorgen om het milieu en de waanzin van de wereld.

.

Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt

.

Deze aarde, wij hebben ze opgebruikt:

Grond, wateren, beemden, bomen,

De vrucht die smaakt. De bloem die ruikt,

En ’t land waarvan wij dromen

.

Wat geven wij onze kinderen mee

Behalve spreuken en kogels?

Niet eens het zuivre zout van de zee

En ’t zingen van de vogels

.

Maar wél het gif en het haastige kruit,

en haat die alom kan passen.

Sindsdien doven de lentes uit

en dorren vroeg de grassen.

 

Belofte slaat over in ongeduld

voor wie geen hoop meer bewaren.

Wat zijn wij onder zoveel schuld?:

Bedriegers of barbaren?

.

Vasalisvogel

Vicky Francken

.

Dag zes alweer van -Kort weg- en opnieuw ben ik in mijn boekenkast gedoken voor een gedicht. Ik word altijd erg blij wanneer ik lees dat een dichter zijn of haar (hun) klassiekers kennen. Toen ik in ‘Röntgenfotomodel‘ van Vicky Franken (1989) uit 2017 het gedicht ‘Vasalisvogel’ las moest ik meteen aan de bundel ‘De vogel Phoenix‘ van Vasalis (1909-1998) denken uit 1947. Een prachtige bundel van een van mijn lievelingsdichters. Dat deze bundel ten grondslag ligt aan dit gedicht mag duidelijk zijn, al is het maar door de feniks uit de voorlaatste regel.

.

Vasalisvogel

.

Ik droomde toen het vrede was al dat er vrede was

waar die nog niet bestond: een witte duif

die zich in cirkels een beroerte vloog –

.

Met mijn hielen kerfde ik een kruis,

ik was al als de dood, het was alsof

de dood zich in mijn hoofd bevond.

.

Ik keek omhoog en zag de vrede vliegen.

Ze leek intens tevreden, barstte snel

en hevig los.

.

In haar val heb ik haar aangekeken.

Ze bleef zo stil, welhaast afwezig,

ik trok haar in twijfel, ze leek wel god.

.

Nu neem ik haar veren brandend in mijn hand,

verbind haar snavel, zing een psalm.

.

Ik strooi haar as uit in mijn ogen.

.

Vrede, wrede feniks,

sticht alsof het niets is brand.

.

Airco

Shana DeBusschere

.

Dag vijf van -Kort weg-  en vandaag een gedicht van de Vlaamse Shana De Busschere (1993). Over haar heb ik niet veel kunnen vinden behalve dat ze in 2016 meedeed aan de  Turing Gedichtenwedstrijd en daar haar gedicht opgenomen zag in de bundel ‘Toch, nachtegaal, zing voort!’ de 100 beste gedichten. Haar gedicht, een sonnet,  ‘Airco’ lees je hieronder.

.

Airco

.

Ook onze steden zijn oorlogsgezind:
alles moet weg of opengereten.
Wat nu slechts steengruis is, werd ooit bemind.
De minnaars zijn al lang vergeten.

Hun kinderen lopen verloren vooruit.
Ze graven een hart op, dat ze fileren.
Ze kauwen en slikken. Ze braken het uit.
Zoveel verleden valt niet te verteren.

In een web van ijzer en steen bonkt hard
het hart. Uitgespuwd, maar niet vergeten,
wie erin schreef en die taal heeft ontward:
wie zich aan liefde heeft volgevreten.

Zelfs wanneer alles zich heeft gereset,
zal het hart nog kloppen in dit sonnet.

.