Site-archief

Gedicht bij een monument

Edu Waskowsky en Gerrit Krol

.

De Pools-Groningse kunstenaar Edu Waskowsky (1934 – 1976) werkte tijdens de laatste jaren van zijn leven aan het Joods monument in Groningen. In 1969 kreeg de beeldhouwer Waskowsky (zelf afkomstig uit een joods-Poolse familie) opdracht om het monument te maken. In het monument moest in elk geval een menora worden verwerkt. Waskowsky ontwierp zeven grote van messing gemaakte handen op sokkels voor een onregelmatig gebouwde muur, waarbij in de middelste hand een leegte in de vorm van een menora was weggespaard. Het was de bedoeling dat het beeld bij de dodenherdenking in 1970 zou worden onthuld.

Door allerlei financiële problemen, onenigheid over de productiemethode, ruzies, het overschrijden van deadlines en zelfs rechtszaken was het monument nog niet voltooid toen Waskowsky in 1976 overleed. De zevende hand was nog niet gereed. In overleg met de initiatiefnemers en nabestaanden werd besloten de zevende sokkel leeg te laten omdat Waskowsky het nooit zou hebben geaccepteerd dat iemand anders zijn werk zou beïnvloeden. Zo verklaarde hij bij leven meermaals “Mocht er iets met mij gebeuren, iedereen blijft er met zijn poten af. Ik blaas het anders nog liever zelf op!”. In 1977, zeven jaar na de oorspronkelijke opleverdatum werd het monument alsnog aan het publiek onthuld doordat de jaarlijkse stille tocht ter herdenking begon bij het monument.

Elke hand in het monument vertoont een eigen emotie. De eerste is een gebalde vuist waaruit woede spreekt. De tweede daarentegen strekt zich in geloof naar boven uit. De kandelaarvormige opening in de handpalm is de menora: de zevenarmige kandelaar die een symbool is van het joodse volk. De drie staande handen drukken vertwijfeling uit, terwijl de twee liggende handen verdriet en berusting symboliseren. De onregelmatige muur van betonblokken op de achtergrond refereert aan het afgebrokkelde jodendom door de nazi-terreur.

De Groningse dichter Gerrit Krol (1934 – 2013) schreef een gedicht bij het Joods monument. Het verscheen in de bundel ‘Vijf vingers van dezelfde hand’ uitgegeven in 1999 door uitgeverij Herik.

.

Geen lampen, maar kaarsen, zeven in aantal.
Niet de kaarsen, maar de kandelaar die ze omhoog houdt.
Niet ter ere van God, maar van het Joods Comité en de Raad van de Kunst.
Een zevenarmige kandelaar, ‘zo een als er in Tel Aviv staat.’
Geen joodse kandelaar, maar juist de afwezigheid van een kandelaar.
Zoals ook de joden aan wie het kunstwerk gewijd is afwezig zijn, dat zou passend wezen.
De vinger die op de schouder tikt.
Waarom zeven, waarom niet zes.
Omdat zes niet gelijk is aan zeven.

.

De poëzie van Donald Trump

Doug E. Barr en Rob Sears

.

Ik heb er lang over getwijfeld of ik er iets over zou schrijven. De simpele maar (voor sommige zeer overtuigende) bijna oertaal van de voormalige  Amerikaanse president is een bron van wijdverbreid amusement en afschuw. Maar sommigen zijn begonnen met het verkennen van de esthetische kracht ervan. In ‘The Beautiful Poetry of Donald Trump’ heeft schrijver Rob Sears, aan de hand van (gedocumenteerde) uitspraken van Trump verzen gemaakt en deze gebundeld.  ‘Ik ken woorden … ik heb de beste woorden’ verklaarde Trump ooit met zijn gebruikelijke, opschepperige zelfvertrouwen. Voor een keer heeft hij misschien gelijk. Maar waarschijnlijk op een heel andere manier dan deze narcistische voormalig president zelf dacht. Sears zegt over de taal van Trump:

Hij spreekt in zeer compacte, gedestilleerde zinnen die je veel vertellen over wie hij is, in een klein aantal woorden. Dus het ligt niet zo ver van wat wat poëzie is of kan zijn” zegt Sears. “Veel van zijn zinnen hebben een staccato ritme. Wat hij zegt is niet ingewikkeld.”

Een paar voorbeelden (De cijfers achter de zinnen zijn verwijzingen naar de bronnen, gelegenheden waar Trump zijn uitspraken deed):

I am the best1

.

I predicted Apple’s stock would fall2

I will build a great, great wall3

I build buildings that are 94 stories tall4

My hands – are they small?5

.

Hot little girl in highschool6

.

I’m a very compassionate person (With a very high IQ)7

Just think, in a couple of years, I’ll be dating you8

It must be a pretty picture, you dropping to your knees9

Come here, I’ll show you how life works10. Please11

.

Gelukkig is er altijd een tegengeluid. Toen ik het gedicht ‘Donald Trump’ van dichter, essayist Doug E. Barr tegenkwam wist ik dat ik over de ironisch bedoelde bundel ”The Beautiful Poetry of Donald Trump’ kon schrijven. Doug E. Barr zet de persoon en de politiek in een heel ander daglicht.

.

Donald Trump

.

It’s apropos he’s loud and brash,
A cut off horn gives him his name.
He blows his own and tweets nonstop
For mass distraction is his game.
Bamboozle is his stock-in-trade.
Though he spent hours on the stump,
Divisions in America
Are what elected Donald Trump.

.

By his account he is the best,
He boasts, the greatest of them all.
His skill is in division though.
Too sad “divided we will fall.”
Despite how strong he thinks he is
He draws his strength from those divides.
Without them he would fade away.
He couldn’t live without the sides.

.

The sides sustaining politics
Are ways we try to fill the void.
If we’d accept we can’t do that,
All Donald Trumps we could avoid.
If we stop giving life to Trumps
We would unite humanity.
Without divides we might survive
To live another century.

.

It matters not that Biden won,
Beliefs dividing us remain.
Because “divided we will fall”
To keep believing is insane.
Throughout the race the voters prayed,
”God please come over to our side.”
The God of Abraham agreed.
But Nature’s God cannot divide.

.

Blauw

Geliefde kleur

.

Van een collega kreeg ik de tip om de bundel ‘En blauw zal alles zijn’ een bloemlezing in de rainbowpocket reeks en samengesteld door Elisabeth Lockhorn te lezen. Uiteraard doe ik dat graag en ik heb de bundel dan ook meteen geleend bij mijn bibliotheek. Alles in deze bundel draait om de kleur blauw. Ik moest hierbij meteen denken aan ‘Blauw’ van The Scene denken maar er blijken heel veel dichters (soms zijdelings) over de kleur blauw te hebben gedicht. In de inleiding staat onder andere dat uit onderzoek, gehouden in tien verschillende landen op vier verschillende continenten in 2015, bleek dat de kleur blauw met afstand de meest geliefde was. En dat deze uitkomst al uit meerdere onderzoeken sinds de Eerste Wereldoorlog kwam. Kortom een logische keuze voor een verzamelbundel met poëzie.

Omdat er zoveel gedichten in deze bundel staan heb ik er maar meteen een Dubbel-gedicht van gemaakt. Dus twee gedichten van twee verschillende dichters over het zelfde onderwerp. In dit geval met een gedicht van Leonard Nolens (1947) oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Twee vormen van zwijgen’ uit 1975 en het gedicht ‘Korfu’ van J.B. Charles (1910 – 1983), dat oorspronkelijk verscheen in ‘De groene zee is mijn vriendin’ uit 1987.

.

Blauwvraat, jij, blauwvraat.

.

In Czernowitz je vroegste keelgehaspel

als een monsterteerling geworpen

in de sterren die schaatsen op zwart ijs.

En daarna. Berlijn. Sjofel met je wang

tegen de stad geleund, de gooui die je was

tot taal ontcijferd en verwrongen tot vraag.

.

Had ik had ik…

Had ik een hand, een woord,

een antwoord kunnen geven in Parijs?

Wellicht je baard, Paul, je hart

gestreeld, je stem

gekust.

.

Korfu

.

De heuvel de zitreuzin aan de zee

houdt op haar schoot vlak boven het strand

een huisje witter nog dan het zand.

.

Moedertje heuvel trekt haar groen

reuzinnekleed van twee miljoen

olijfbomen tot zover naar benee

dat witter dan het is het huis gaat lijken.

.

De zee zegt, goed, ik doe ook mee.

Zij neemt een reckitts zakje blauw en maakt

zich op om in het vogeltje te kijken.

.

 

Bloem over Verlaine

Dichters over dichters

.

In de categorie Dichters over dichters vandaag een gedicht van J.C. Bloem getiteld ‘Verlaine’. Dichter J.C. Bloem (1887 – 1966) is beroemd geworden door de eerste twee regels uit zijn gedicht ‘Insomnia’ dat je hier kan lezen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/05/18/de-weg-naar-het-graf/ . Hij behoort tot de bekendste en meest gewaardeerde dichters van Nederland en hij wordt nog steeds gelezen. Bloem is de dichter van het verlangen, van de hunkering naar een vervulling of een geluk dat altijd onbereikbaar zal zijn, terwijl de dood steeds dichterbij komt. Berusting voert uiteindelijk de boventoon, gemengd met flarden liefde, genot, aanhankelijkheid en vreugde die de melancholie eigenlijk alleen nog maar sterker maken.

Paul Marie Verlaine (1844 – 1896) werd met zijn werk een van de leidende Franse dichters van het symbolisme en decadentisme en beïnvloedde vele anderen. Zijn gedichten zijn muzikaal en proberen de schakeringen uit het gevoelsleven tot uiting te brengen. Zowel morbide erotiek als religieus gefundeerde mystiek komt in zijn werk aan de orde. Daarmee beïnvloedde Verlaine de neoromantische beweging. Zijn gedicht “Art poétique” werd een manifest van de symbolisten. Verlaine vond de klank van een gedicht belangrijker dan de inhoud.

Twee verschillende dichters uit twee verschillende tijdperken. Bloem schreef over Verlaine het gedicht ‘Verlaine’ waarin hij verwijst naar de laatste dagen van de dichter Verlaine die hij doorbracht verarmd en eenzaam, levend in cafés en bordelen. Het gedicht is genomen uit Bloems ‘Verzamelde gedichten’ uit 1981.

.

Verlaine

.

De wereldwijzen zijn de onwijsten,

De onnoozle flinken, die vanzelf

Zich wringen in de krapste lijsten,

Zich krommen onder elk gewelf.

.

Wat geeft het lot aan de gedweesten.

De dienenden mèt heug en meug?

Een vorm, gebootst op geijkte leesten,

Een muffe bete, een zure teug.

.

De wereld is een sluw belover,

Een bieder vol arglistigheid;

Maar slaat gij toe – gij houdt niets over:

Gij zijt èn koop èn koopsom kwijt.

.

Waarom dan ’t hart te laten derven,

Den weg langs naar het eind der reis,

En niet gelijk Verlaine sterven,

Dichter en dronken, vuil en wijs?

.

J.C. Bloem

Paul Verlaine

Onder bankiers (in de City)

K. Michel

.

Dichter K. Michel (pseudoniem van Michael M. Kuijpers) werd in 1958 geboren in Tilburg. Voordat hij debuteerde als solo dichter had hij al verschillende samenwerkingsprojecten gedaan met andere dichters zoals onder andere met Arjen Duinker ( Aap, Noot, Mies een periodiek dat verscheen van 1982-1985). In 1989 debuteerde hij met de bundel ‘Ja! Naakt als de stenen’ waarna nog 6 bundels zouden volgen. Ook schrijft hij proza en vertaalt hij dichters als Octavio Paz en Michael Ondaatje en is hij enige tijd redacteur van het literaire tijdschrift Raster. Voor zijn werk ontving hij de Jan Campert-Prijs, de VSB Poëzieprijs en de Herman Gorterprijs.

Zijn laatste bundel getiteld ‘& rol door’ is speels, beeldend en melodisch. Ook in deze bundel experimenteert K. Michel met poëzievormen. In deze bundel staat het gedicht ‘Onder bankiers (in de City) waarin hij de Engelse metafysische dichter John Donne (1572 -1631) aanhaalt en zijn gedicht ‘A Burnt Ship’.

In een analyse van dat gedicht op https://interestingliterature.com/2014/03/guest-blog-john-donnes-a-burnt-ship/ staat onder andere: “Het is alsof Donne ons uitnodigt om waarnemers te zijn en voor onszelf te oordelen. Door dat te doen, denk ik dat hij het gruwelijke lot van de matrozen nog meer als een tragedie laat lijken. We kunnen onze eigen conclusies trekken over het tafereel, en ik betwijfel of er mensen zijn die geen medelijden hebben met de arme zielen die verbrandden in een waterig graf en verdronken in een brandstapel.” In het gedicht van K. Michel zou je de matrozen kunnen lezen als de mensen die kopje onder zijn gegaan na de financiële crisis.

.

Onder bankiers (in de City)

.

ja zweep de koersen op

stuw de statistieken

knallend door het dak

dwing de prognoses door

gloeiende hoepels te springen

jaag de groei ademloos

door roeien en ruiten

.

maar vergeet het schip

niet waarover john donne

lang voor de uitvinding

van glasvezels microchips

en de hele flitshandel zong

het brandende schip dat

alleen kon ontsnappen aan het vuur

door te zinken

.

 

Wat is mogelijk?

Adrienne Rich

.

Adrienne (Cecile) Rich (1929 – 2012) was een politiek en sociaal geëngageerde Amerikaanse dichter, docent, essayist, woordvoerder voor de lesbische belangen en feministe.  Rich studeerde in 1951 af aan Radcliffe College met een Bachelor of Arts-graad. Op de universiteit las ze moderne Britse en Amerikaanse dichters zoals Wallace Stevens, Robert Frost en W. H. Auden. Haar debuut als dichter met de bundel, ‘A Change of World’, gepubliceerd in hetzelfde jaar dat ze afstudeerde, toont de invloed van deze dichters. Haar carrière als schrijver werd gelanceerd toen ze in 1951, op 22-jarige leeftijd, door W. H. Auden werd gekozen voor de Yale Younger Poets Award.

Adrienne Rich werd een van de meest gelezen en invloedrijkste dichters uit de tweede helft van de 20e eeuw. In de vele dichtbundels die ze schreef is een stilistische evolutie merkbaar vanaf formele poëzie naar een meer persoonlijke en krachtige stijl. Tot haar bekendste gedichten behoren. Met ‘Diving into the Wreck’ (1973) won ze de National Book Award. Ze accepteerde deze prijs samen met twee finalisten, Audre Lorde en Alice Walker, in naam van alle vrouwen. Daarnaast werd ze onder meer bekroond met de Bollingen Prize in 2003 en in 2010 ontving zij de ‘Lifetime Recognition Award’ van de Griffin Poetry Prize.

Door de redactiefilosoof van MUGzine Marie-Anne Hermans werd ik gewezen op een bijzonder gedicht van Adrienne Rich getiteld ‘What is possible’. Wil je het gedicht luisteren? Ga dan naar https://comraderadmila.com/tag/adrienne-rich/  of lees het hieronder.

.

What is possible

.

A clear night if the mind were clear

.

If the mind were simple, if the mind were bare
of all but the most classic necessities:
wooden spoon knife mirror
cup lamp chisel
a comb passing through hair beside a window
a sheet
thrown back by the sleeper

.

A clear night in which two planets
seem to clasp each other in which the earthly grasses
shift like silk in starlight
If the mind were clear
and if the mind were simple you could take this mind
this particular state and say
This is how I would live if I could choose:
that is what is possible

.

A clear night. But the mind
of the woman imagining all this the mind
that allows all this to be possible
is not clear as the night
is never simple cannot clasp
its truths as the transiting planets clasp each other
does not so easily
work free from remorse
does not so easily
manage the miracle
for which mind is famous
or used to be famous
does not at will become abstract and pure

.

this woman’s mind

.

does not even will that miracle
having a different mission
in the universe

.

If the mind were simple if the mind were bare
it might resemble a room a swept interior
but how could this now be possible
given the voices of the ghost-towns
their tiny and vast configurations
needing to be deciphered
the oracular night
with its densely working sounds

.

If it could ever come down to anything like
a comb passing through hair beside a window

.

no more than that
a sheet
thrown back by the sleeper

.

but the mind of the woman thinking this is wrapped in battle
is on another mission
a stalk of grass dried feathery weed rooted in snow
in frozen air stirring a fierce wand graphing

.

Her finger also tracing
pages of a book
knowing better than the poem she reads
knowing through the poem
through ice-feathered panes
the winter
flexing its talons
the hawk-wind
poised to kill

.

U ook weer hier

Jonge dichter

.

Gaël van Heijst (1990) schrijft gedichtjes en korte verhalen, vanuit een klein dorpje in Gelderland.  Zijn poëzie en fotografie vinden een plek op een Instagram-pagina @eindelijkeenpodium, en op zijn gelijknamige website https://www.eindelijkeenpodium.nl/

In eigen beheer heeft hij een paar bundels met poëzie en fotografie uitgegeven zoals ‘Buiten de lijnen’ en ‘Droog is het land’, beide uit 2020. In december 2020 won hij de 15e editie van het Schrijverspodium. Daarmee won hij de uitgave van een bundel. De jury schreef over zijn werk: “er valt een hoop te ontdekken en te genieten in zijn werk. Zijn poëzie loopt over van het creatieve taalgebruik en de originele inhoudelijke en stijlmatige vondsten”. Van zijn website het gedicht ‘U ook weer hier’ uit 2021.

.

U ook weer hier

.

Goeiedag, hallo u ook weer hier,
het is prachtig weer vandaag.

.

Ja deze hoed staat u beter ach
kijk die snoet hij doet echt niks,
alleen de buurman wil wel eens blaffen.

.

Niet allemaal,
de meeste die willen wel
eens even met je kletsen.

.

Toch het went, als enkele vent
rugwaarts op fikkie gaat staan wachten.

.

Goeiedag, hallo u ook weer hier,
het is prachtig weer vandaag.

.

Een antwoord heel voorzichtig.

.

Benjamin’s vertellingen

W.L. Penning jr.

.

Wanneer ik de vele dichtbundels bekijk op de rug in mijn boekenkast, zie ik soms bundels waarvan ik het bestaan vergeten ben of waarvan ik het bestaan niet eens kon vermoeden. Meestal zijn dit oude en wat obscure bundels zoals in onderhavig geval ‘Benjamin’s vertellingen’ een gedicht door de Schiedamse dichter Willem Levinus Penning jr (1840 – 1924) . Dit fraaie werkje is uitgegeven in de sprokkelmaand (februari) van 1898 (zo staat het er echt) in Amsterdam door S.L. van Looy en bevat een aantal hoofdstukken en delen die in de jaren voor 1898 vanaf 1881 werden gepubliceerd onder andere in De Gids, Europa en De Nieuwe Gids.

De gedichten gaan over Benjamin en zijn vrouw Ruth, over het dichterschap, over het familieleven, over het dagelijks leven maar steeds rondom de familie van Benjamin waar de titel naar verwijst. In het hoofdstuk ‘Hoe in den grooten Benjamin de kleine werd wakker geluid’ staat het gedicht ‘De muze en haar dienaar’ dat losgezongen van de rest ook goed leesbaar is als opzichzelfstaand gedicht. Waarbij ik graag je wijs op de laatste 4 zinnen van de tweede strofe, waar de dichter duidelijk aangeeft hoe hij denkt over de ware kunst  (een kunstenaar moet lijden).

Penning was een van de voorlopers van de Beweging van Tachtig, een stroming die mede opkwam uit verzet tegen de clichématige, bloedeloze literatuur van haar voorgangers. Hoewel Penning tot die voorgangers behoorde, was hij nu juist een van de weinigen die een eigen geluid lieten klinken. Dichtbundels als ‘Benjamin’s vertellingen’ en ‘Tom’s dagboek’ thematiseren de kinderjaren van de dichter. Door een oogkwaal ging het gezichtsvermogen van Penning snel achteruit en werd hij uiteindelijk blind. Penning was bevriend met bekende dichters, zoals Jacques Bloem, Jan Greshoff, Hein Boeken en Albert Verwey. Zij maakten het mogelijk dat “Levensavond” (1921) verscheen daar Penning toen al enige jaren blind was..

Op Delpher kun je de bundel (tweede druk uit 1920) in zijn geheel lezen mocht je hierin geïnteresseerd zijn https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=MMKB02A:000031081:00001

.

De muze en haar dienaar

.

Aanschouwlijk, zou zich Ruth het nonnetje ook doen hóóren;

Zou ’t dubbel spoken! had ik wel gezworen;

Doch nu ’t Portret weêr hing, werd van geen vers gewaagd;

En liggen bleef het – tot door na-jaarskoren,

Door storm-muziek mijn ziel werd opgejaagd,

En zich ontwikkelde uit een zakendrukte

Waarvoor de muze al menigwerven week;

Wien ze ooit zich eensklaps weêr ontsluierde ne vrrukte,

Gist hoe in mij de minnaar Dienaar bleek.

Wien ze ooit verkóór, hij weet hoe’s dichters leven

Een dubbel-leven is, en al wie kunstig doet

Veel en uit liefde lijden moet-

Of koud is de uitslag van zijn streven,

Fabriekswerk! mooi, maar poppig goed!

.

Met zwier en glans den Geest ontwrongen,

Zij ’t kunstgewrocht bewond’renswaard, –

Beminnelijk is, en Goddelijk van aard,

Wat, tevens aan ’t Gemoed ontsprongen,

Meer bloeit dan blinkt, als uit de ziel gezongen

Dier leven trillende openbaart.

.

En wijl in ’s dichters hof de lieflijkste rozen

Zich drenkten met zijn hartebloed,

En tranen dauwden op haar gloed,

En stille pijn zich teekent in haar blozen,

Zoo heet de dichter ziek? ….

Blijkt maar zijn oogst gezond,

Gezond is ook zijn ziel! En àlweêr, zorgzaam blijde,

Wil ze als der Parel moeder lijden. –

En aarden naar de Schelp daar Venus uit ontstond.

.

 

Gedichtendag 2021

Krijtpoëzie en meer

.

Vandaag is het Nationale Gedichtendag. En hoewel deze dag wat minder aandacht krijgt sinds de invoering van de Poëzieweek is het toch alweer de 22ste editie van de Gedichtendag die sinds 2000 bestaat. Poetry International initieerde destijds de Gedichtendag – de oorspronkelijk naam was Nationale Gedichtendag of Landelijke Gedichtendag – met het doel iedereen in Nederland de kans te geven op die dag in aanraking te komen met poëzie. Later werd ook Vlaanderen erbij betrokken, door samenwerking met Behoud de Begeerte. Sindsdien heet het evenement Gedichtendag.

Jaarlijks wordt ook een gedichtendag-bundel uitgegeven van de dichter(s) die daarvoor gevraagd worden. Namen van dichters die de bundel verzorgden zijn bijvoorbeeld Menno Wigman, Remco Campert, Toon tellegen, Hugo Claus, Mark Boog maar ook Antjie Krog. Dit jaar zijn de dichters van Gedichtendag de Vlaamse Maud Vanhauwaert en de Nederlandse dichter Rodaan Al Galidi.

Elk jaar heeft de Gedichtendag (of de Poëzieweek) een thema en dit jaar is dat (heel toepasselijk) ‘Samen’. Op de dag zelf staat het iedereen vrij om in het kader van de poëzie een activiteit te organiseren (jaarlijks zijn dar er tussen de 250 en 300). Ik heb voor dit jaar bedacht dat, nu met de lockdown er weinig mogelijkheden zijn om samen te komen, het leuk zou zijn om met krijt op stoepen, muren, pleinen en straten een gedicht met krijt te schrijven, hier een foto van te maken en deze te delen via een Instagram account @krijtpoezie2021 (mailen naar mijn emailadres woutervanheiningen@yahoo.com en dan plaats ik de foto). Inmiddels staan er al 6 voorbeelden op dit account maar er kunnen er altijd meer bij natuurlijk.

Hieronder een voorbeeld van Monique Smit met het gedicht ‘Bezit’ van Jean Pierre Rawie.

.

Bezit

.

Waar ik mijn hart aan heb verpand
in mijn verspild verleden,
het ging voorbij, het hield geen stand,
het is als zand vergleden.

.
Ik heb mij steeds het meest gehecht
aan sterfelijke zaken,
aan dingen die ik nimmer echt
tot mijn bezit kon maken.

.
Maar alles wat zo dierbaar was
dat ik het heb verloren,
is mij sinds ik het kwijt ben pas
voorgoed gaan toebehoren.

.

Gedicht over een bibliotheek

Tracey Herd

.

De in Dundee (Schotland) geboren dichter Tracey Herd (1968) debuteerde in 1995 met de bundel ‘No Hiding Place’ die meteen op de shortlist kwam van de Forward Prize. Voor haar debuut was ze al gepubliceerd in een aantal bloemlezingen zoals ‘New Women Poets’ uit 1990 en ‘The Gregory Anthology 1991-1993’. Herd studeerde Engelse en Amerikaanse studies aan de universiteit van Dundee. Van 2009 tot 2011 was Herd een Royal Literary Fund Fellow aan de Dundee University en ze is momenteel een Royal Literary Fund Lector aldaar.

Een van de grote passies van Herd is paardenrennen. Haar eerste gedicht werd gepubliceerd in ‘Pacemaker’, een tijdschrift voor het fokken van paarden, en ze heeft online beoordelingen en overlijdensberichten geschreven van paarden die ze bewondert. De poëzie van Herd wordt beschreven als ‘onschuldig huiselijk’ en ‘donker seksueel’.  De Australische dichter, criticus en essayist John Kinsella omschrijft haar werk als ‘riskant en uitdagend’. 

Op zoek naar een gedicht van haar hand kwam ik het gedicht ‘Library’ tegen en je begrijpt dat ik dat gedicht hier met je wil delen.

.

Library

.

When he’s away she doesn’t like it much,
Pushing the reheated food around the plate,
The big, brass key rigid in the lock
Which she’ll go back three times
To check before turning off the radio
And taking the water-glass to bed.

.

Christie, Sayers, Marsh are sitting
Well-mannered on the shelf
Pushed in tight to keep
Their suave murderers inside,
Their victims choked cries unheard.

.

She turns over onto her other side
Pushing the pillows forward, back,
Thinking of the spinster pulling weeds
And tidying the tubs in her well-tended
Garden in St. Mary Mead, between murders
As it were, but soon will come
The poison pen, the bullet in the dark
That could have been blindly fired
When the house’s lights went out
But was only ever meant for one.

.