Site-archief

Adieu

J.W. Schulte Nordholt

.

Jan Willem Schulte Nordholt (1920 – 1995) was een Nederlandse dichter, historicus en hoogleraar in de geschiedenis en cultuur van Noord-Amerika. Hij is vooral bekend om zijn publicaties over de Verenigde Staten. In 1942 werd hij gearresteerd, waarna hij zowel in Nederland als in Duitsland gevangen zat. In 1943 verscheen clandestien zijn eerste dichtbundel onder het pseudoniem W.S. Noordhout. In 1950 werd zijn eerste dichtbundel ‘Levend landschap’ onder eigen naam uitgegeven. Voor deze bundel ontving hij in 1952 de Lucy B. en C. W. van der Hoogtprijs. In 1961 ontving hij voor zijn bundel ‘Een lichaam van aarde en licht’ de ‘Poeziëprijs van de gemeente Amsterdam. Zijn werk werd ook in veel bloemlezingen opgenomen. Tegenwoordig raakt zijn naam in de vergetelheid en daarom in het kader van de (bijna) vergeten dichters hier het gedicht  ‘Adieu’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1989.

.

Adieu

.

In de kamer zit ik aan de tafel,

luister naar het suizen in mijn oren.

Vogels houden eindelijk hun snavel,

het wordt stil, ik kan de sterren horen,

en wat in de aarde wordt geboren.

.

Nu vannacht, het hele huis ligt open,

ik zit in de blote eeuwigheid,

en ik laat mij door de regen dopen

voor een zachte dood, ik ben bereid.

.

Regen regent en de bomen lopen

bij mij binnen, op mijn hand die schrijft

groeit het gras. Adieu. Mijn hart verstijft.

.

Licht

De 100 beste gedichten

.

Het VSBfonds heeft aangegeven te gaan stoppen met de VSB poëzieprijs. Dat is om verschillende redenen heel spijtig. Hier is al veel over geschreven en het is echt te hopen dat een grote partij deze prijs (onder een andere naam) kan en wil voortzetten. Behalve het uitreiken van deze prijs voor de beste poëziebundel van een jaar was een bijeffect of bijproduct de publicatie van ‘De 100 beste gedichten van dat jaar’. In deze bundel vaak heel interessante, meer en minder bekende dichters die met een of meerdere gedichten werden opgenomen.

Voor mij ligt de editie van 2002. Al bladerend kom ik dan namen tegen van mij onbekende dichters die vaak heel fraaie poëzie schrijven. Zo ook de dichter J.W. Oerlemans.

Jacobus Willem Huibert Oerlemans (1926 – 2011), beter bekend als J.W. Oerlemans, was een Nederlands dichter en historicus. Van 1986 tot 2002 was hij hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Tussen 1962 en 2011 zijn er negen bundels van zijn hand verschenen. Oerlemans wordt meestal gezien als de dichter van bundels met veelal korte, romantische, vrije gedichten in sobere taal, waarin melancholie en het besef van vergeefsheid en vergankelijkheid domineren. In 1992 kreeg hij de Anna Blaman Prijs voor zijn gehele oeuvre.

In ‘De 100 beste gedichten van 2002’ staat het gedicht ‘Licht’. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘De tuinen van dodenman’ een bundel die, vreemd genoeg, ontbreekt in het bibliografisch overzicht op zijn Wikipediapagina.

.

Licht

.

Vaak slaat het licht dwars door de huizen

maar niemand lijkt iets te zien

.

mensen blijven gewoon zitten, lopen rond

met een poes of een handdoek of staan

voor de spiegel iets te doen, eten iets

uit een kast of gaan gewoon met de lift mee

.

intussen slaat het licht door hun oren heen

en door hun boezeroenen en hun botten.

.

Voor wie dit leest

J.A. Emmens

.

In mijn collectie poëziebundels bevinden zich een aantal Salamanderpockets. Een daarvan is de pocket ‘Voor wie dit leest’ Proza en poëzie van 1950 tot heden (heden is in dit geval 1977). Lezend in deze bundel kom ik naast de vele bekende namen van grote dichters ook een paar dichters tegen die ik minder goed of helemaal niet ken.

De dichter J.A. Emmens is zo’n dichter die ik helemaal niet ken of kende moet ik inmiddels zeggen.  Jan Ameling Emmens (1924 – 1971) was doctor in de Kunstgeschiedenis en was van 1958 tot 1961 directeur van het Nederlands Kunsthistorisch Instituut in Florence. Vanaf 1967 was J.A. Emmens hoogleraar algemene kunstwetenschap en ikonologie aan de Rijksuniversiteit in Utrecht.

Samen met o.a. Theo Sontrop en William Kuik wordt hij wel tot de ‘Utrechtse school’ gerekend. Hij schreef simpele, erudiete gedichten, waarin gevoel en verstand hand in hand gaan. In zijn soms geestige werk relativeerde hij veel vaststaande waarden. Terugkerende thema’s zijn angst en agressie. Hij leed aan depressies en maakte zelf een einde aan zijn leven door zich op te hangen.

Een voorbeeld van het thema angst in zijn poëzie is opgenomen in de Salamander pocket 306 maar verscheen oorspronkelijk in ‘Autobiografisch woordenboek’ uit 1963. Het betreft hier het gedicht ‘Rapport over de angst’.

.

Rapport over de angst

.

Oorsprong nog onbekend, het groeit,

naar men thans aanneemt, in ’t geheim,

merkwaardig struikgewas

.

Paart zelden, in volwassen staat

als in een mist ontwaard,

gehuld in ziektes uiterst ingenieus.

.

Sterft, schijnt het, niet altijd: een god,

verouderd tegengif,

is het wel eens genadig.

.

Zwemmen

J.W. Oerlemans

.

Toen ik het onderstaande gedichtje van de dichter J.W. Oerlemans las moest ik aan een gedicht van mezelf denken van jaren geleden.  De dichter J.W. Oerlemans (1926 – 2011) kende ik niet.

Hij was een Nederlands dichter en historicus. Van 1986 tot 2002 was hij hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Tussen 1962 en 2002 zijn er zeven bundels van zijn hand verschenen. Oerlemans wordt meestal gezien als de dichter van bundels met veelal korte, romantische, vrije gedichten in sobere taal, waarin melancholie en het besef van vergeefsheid en vergankelijkheid domineren. In 1992 kreeg hij de Anna Blaman Prijs voor zijn gehele oeuvre. Uit ‘De gedichten van nu en vroeger’ het gedicht ‘Zwemmen’.

 

.

Zwemmen

.

Gisteren toen zijn moeder gestorven was

ging hij zwemmen en het water was even leeg

als de hemel en toen hij wegging

wist niemand met zekerheid

het vocht op zijn gezicht te verklaren.

.

 

 

Vliegtocht

Anthonie Donker

.

Na de Dichters omnibus, derde bloemlezing, vandaag de vierde bloemlezing die ik kreeg toegestuurd van Corry Nieman. Het vierde deel uit 1958 bevat gedichten van vele bekende dichters en een enkele voor mij wat minder bekende dichter. Daar zal ik later ongetwijfeld nog een keer over schrijven in de rubriek (bijna) vergeten dichters. Vandaag koos ik echter voor een dichter die misschien niet meer zo bekend is maar die velen zeker van naam nog zullen kennen; Anthonie Donker.

Anthonie Donker, pseudoniem van Nicolaas Anthony Donkersloot (1902 – 1965) studeerde in Leiden en Utrecht Nederlands en promoveerde in 1929 op het proefschrift ‘De episode van de vernieuwing onzer poëzie [1880-1894]’. Hij was enige jaren leraar en vanaf 1936 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam  in de Nederlandse letterkunde, vanaf 1956 in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap.

Hij was tijdens WO II  betrokken bij het verzet tegen de bezetters, werd gearresteerd en ontslagen als hoogleraar. Van 1945 tot 1949 was parlementslid voor de Partij van de Arbeid en in 1950 medeoprichter van de vredesbeweging De derde weg.

In zijn gedichten streeft Donker naar verinnerlijking, een mediteren over dood, leven en liefde. Behalve dichter was hij vertaler van o.a. Goethe. Uit de vierde bloemlezing van de Dichters omnibus komt zijn gedicht ‘Vliegtocht’.

.

Vliegtocht

.

Het v liegtuig hangt tegen het avondrood.

Het leven wordt verdubbeld met den dood.

Het krijgt een onbenoembre voorwaarde,

een smaak van voortbestaan buiten de aarde,

met open ogen ziende in het Niets –

Maar bijna zonder dat men het begeert

wordt het oneindige reeds afgeweerd,

maakt men in rechte lijn weer rechtsomkeert

en is aldoor domweg op weg naar iets

waar kalm de breuk in den tijd wordt hersteld

en men bij het vanouds wordt ingeteld.

.

De Sidderrog

N.E.M. Pareau

.

In de bundel ‘Lees eens een gedicht’ uit 1974, samengesteld door T. van Deel kwam ik een mij onbekende dichter tegen (niet de enige trouwens) met de naam N.E.M. Pareau. Achter deze naam bleek de schrijver/dichter/jurist/hoogleraar rechtsgeschiedenis Herman Jan Scheltema (1906-1981) schuil te gaan. Nu moet ik eerlijk bekennen ook deze dichter niet te kennen al ging bij zijn naam wel een klein lampje branden (maar dat bleek een andere Scheltema te zijn).

Over zijn poëzie is bij mij niet veel bekend behalve dat hij destijds (in de jaren ’30 – ’40) in nauw contact stond met de schildersvereniging ‘De Ploeg’ in Groningen en dat hij behalve onder het pseudoniem Pareau ook schreef onder een ander pseudoniem namelijk Mr. J.Jer. van Nes.

Het gedicht De sidderrog komt uit ‘Mengelingen’ uit 1933 proza en poëzie.

.

De sidderrog

.

Schoon week en traag schuwt hij den vijand niet;

zijn blanke buik komt door het slijk gegleden

en peinzend starend prevelt hij gebeden,

’t vermoeide oog vol eeuwenoud verdriet.

.

Maar ijzig gif doorstroomt de klamme leden,

verschrikking, die het vadsig merg doorziedt.

Het oog vlamt op. De kille bliksem schiet.

De prooi is dood, de sidderrog tevreden.

.

Somwijl heeft hem het listig aas bedrogen,

de haak is door de dunne lip gebogen.

Thans spilt niet, ijdel rukkend, hij zijn kracht.

.

De visscher trekt… hij ziet het monster drijven

en loost het snoer – dan plots: de handen stijven;

de sidderrog zinkt bodemwaarts en lacht.

.

lzgp_hj_scheltema_foto

37590205-sidderrogmp

Vrij!

Ariel Dorfman

.

In 2008 verscheen bij Rainbow Essentials de uitgave ‘Vrij!’ een bloemlezing van zestig spraakmakende werelddichters, en een dozijn anonieme en legendarische dichters, uit drieënveertig eeuwen. Ze schreven gedichten over onrecht, recht, oorlog en vrede, over verlating en solidariteit.

De bundel werd samengesteld door Amnesty International ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Uit deze bundel de dichter Ariel Dorfman met het gedicht ‘Twee plus twee’ dat oorspronkelijk in vertaling van Erik Gerzon verscheen in de bundel ‘Verdwijnen’ uit 1985.

Vladimiro Ariel Dorfman (1942) is een Chileens-Amerikaans romanschrijver, essayist, toneelschrijver, dichter en mensenrechtenactivist. Sinds 2004 heeft hij een Amerikaans paspoort. Hij is hoogleraar aan de Duke Universiteit in Durham vanaf 1985.  

.

Twee plus twee

.

We weten allemaal hoeveel stappen het zijn,

compañero van de cel

tot die ene kamer.

.

Als het er twintig zijn,

brengen ze je al niet meer naar de wc.

Als het er vijfenveertig zijn,

kan het al niet meer zijn

om je te luchten.

.

Als je boven de tachtig zit,

en je begint

struikelend en blind

een trap op te gaan,

ai, als je boven de tachtig zit,

is er geen andere plaats

waar ze je heen kunnen brengen,

is er geen andere plaats,

is er geen andere plaats,

is er al geen andere plaats meer.

.

vrij

ad

 

Evolutie

Mikhail Katsnelson

.

In 2013 gaf de Radboud Universiteit in Nijmegen ter gelegenheid van de uitreiking van de Spinozaprijs aan professor Mikhail Katsnelson, in opdracht van het bestuur van de universiteit, de bundel ‘Vijftien gedichten’ uit. Deze bundel bevat 15 gedichten in zowel het Russisch, het Engels als het Nederlands van theoretisch fysicus Mikhail Katsnelson. Deze vertrok in 2002 uit Rusland tegen wil en dank naar het westen. Met de Sovjet Unie was ook de grote natuurkunde traditie verkruimeld. In 2004 werd hij hoogleraar in Nijmegen. Naast zijn werk als hoogleraar blijkt Katsnelson ook poëzie te (kunnen) schrijven. Uit deze bundel het gedicht ‘Evolutie’.

.

Evolutie

.

De pijn en verveling van hen, die de Aarde vóór ons bevolkten

zijn door leem en steenkool bewaard, door kalksteen en zandsteen,

maar meer nog door olie. Misschien worden wij ooit olie

net zo, en vormen we brandstof voor nieuwe dieren,

wat zullen ze zich wel niet inbeelden, alsof ze verstand hebben.

We zullen hun leven vergiftigen, ongemerkt – ziedaar de wraak van

de overwonnenen.

.

15

Niet als een vogel

Nachoem M. Wijnberg

.

Als je de C.V. van de dichter en schrijver Nachoem M. Wijnberg (1961) leest valt op dat we hier te maken hebben met een typisch geval van Alfa én Beta in één persoon. Hij studeerde rechten en economie en hij was hoogleraar industriële economie en organisatie aan de universiteit van Groningen.

Zijn debuut als dichter was in 1989 met de bundel ‘De simulatie van de schepping’ waarna inmiddels nog 14 bundels volgde. Voor zijn werk kreeg hij de Jan Campertprijs ( voor ‘Eerst dit dan dat’), de Ida Gerhardt Poëzieprijs (voor ‘Liedjes’), de Herman Gorterprijs (voor ‘Geschenken’), de Paul Snoek-prijs (voor ‘Vogels’)  en de VSB Poëzieprijs voor ‘Het leven van’.

De kracht van zijn poëzie ligt vooral in het gegeven dat hij met weinig middelen een groot effect weet te bereiken, zoals ook blijkt uit het gedicht ‘Niet als een vogel’ uit ‘Vogels’ uit 2001.

.

Niet als een vogel

.

In vrouwen zijn

kleinere vrouwen,

soms grotere vrouwen

en nog grotere vrouwen in die vrouwen.

.

De mannen

laten zien aan wie niet kan

door te doen alsof zij bijna niet kunnen:

tussen schaduwen stil zitten.

.

Zij laten zien aan wie kan vliegen

niet als een vogel

maar als een vogel die uit een vogel

gehaald wordt en weer teruggezet.

.

vogels

 

Veel voor weinig

De boekenkast van Lucebert

.

Stichting Perdu staat voor het uitdragen en ontwikkelen van de poëzie in het Nederlandse taalgebied in samenhang met andere kunsten. Daartoe brengt zij op haar podium experimentele en geëngageerde vormen van literatuur met de dichtkunst als focus en reflectie als uitgangspunt.

Bij Poëziecentrum Perdu wordt op 1 december een feestelijke bijeenkomst georganiseerd  rond het thema ‘De boekenkast van Lucebert’. Naast een film en een voordracht van Lisa Kuitert (als hoogleraar Boekwetenschap verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en schrijfster van ‘De lezende Lucebert’) wordt er een verkoop georganiseerd van een deel van het nagelaten boekenbezit van Lucebert. Een deel van zijn uitgebreide bibliotheek is op verzoek van de erven Lucebert geschonken aan Perdu.

De boeken worden in pakketjes van steeds 4 exemplaren verkocht voor € 12,- per stapeltje. Een aantal van de boeken bevat een handtekening of een stempel en ben je niet tevreden met een titel in je pakket dan kun je deze achteraf met andere kopers ruilen.

.

perdu

perdu_100