Site-archief
Kaarten
De wereld wordt je huis
.
Poëzie en ansichtkaarten zijn een mooie combinatie van twee dingen die elkaar op een goede manier versterken. Een gedicht leent zich uitstekend voor de vorm van een ansichtkaart (tenzij een prozagedicht) en als boodschap naast wat je op de ansichtkaart op de achterkant schrijft aan degene die je de kaart toestuurt (zeg maar een dubbele ‘boodschap’).
Rutger Kopland heeft al eens in een gedicht verwerkt hoe je een ansichtkaart schrijft, MUGzine heeft een eigen ansichtkaart laten maken, de VSB Poëzieprijs kwam in 2014 met een set ansichtkaarten met daarop gedichten uit de vijf genomineerde bundels van dat jaar, dichters mogen graag gedichten op ansichtkaarten laten afdrukken (net als kunstenaars hun kunstwerken) en ook wordt de poëzie-ansichtkaart wel ingezet als reclame middel voor bijvoorbeeld bier.
En ook de organisatie van de Poëzieweek doet mee aan dit graag gebruikte middel om poëzie onder de mensen te brengen. Dit jaar, voor de Poëzieweek 2024, heeft men drie ansichtkaarten laten maken met gedichten van Jos van Hest, Esohe Weyden en Judith Herzberg. De gedichten sluiten aan bij het thema van de Poëzieweek ‘Thuis’. De mooi vormgegeven ansichtkaarten (illustraties van Leonard Cools) zijn bij bibliotheken en boekhandels gratis verkrijgbaar.
Het gedicht ‘De wereld wordt je huis’ van Jos van Hest verscheen eerder in het tijdschrift ‘Dichter’ nummer 6, Nieuwe buren, uitgegeven door Plint in 2017.
.
De wereld wordt je thuis
.
In de vensterbank bloeien de sterren
bij de voordeur groeit zeldzaam geluk
.
Nachten glanzen als zwarte parels
dagen glinsteren als goven in de zon
.
De wereld wordt een huis met open ramen
wolken zweven naar binnen en buiten
.
Geen land hoeft ooit nog op slot
er zijn kamers voor alle seizoenen
.
Dichters zijn om te dichten
Lucebert
.
In 1959 publiceerde Lucebert bij de De Bezige Bij, als Literaire pocketserie nummer 25, de bundel ‘val voor vliegengod’. Lucebert (pseudoniem van Lubertus Jacobus Swaanswijk) was een Nederlandse kunstenaar en dichter (lid van de Vijftigers) die voor het eerst bekend werd als de dichter van de COBRA- beweging, de avant-garde kunstbeweging waartoe ook onder andere Karel Appel, Constant en Asger Jorn behoorden.
Lucebert (1924-1994) schreef zelf het 20 pagina vullende lichtelijk absurdistische, bij tijd en wijle vileine maar oh zo heerlijke voorwoord. Een aantal zinnen uit dit voorwoord wil ik jullie niet onthouden: “Dichters! Dichters! Bah, ze vreten slecht en ze kakken slecht, zodat we gerust kunnen vaststellen, dat ze niet eens voor zichzelf produktief zijn. Plato en Multatuli hadden groot gelijk…” of “Iedere ontploffing van een motor, is een hoestaanval van de duivel, zegt Indro Montanelli. Dit is natuurlijk een understatement. Zo’n ontploffing lijkt me meer een schreeuw van een eeuwig verdoemde, die voortgedreven door geselende en vlammenwerpende duivels, nooit rusten mag op de weg die nergens begint en nergens heenvoert”.
De poëzie van Lucebert in een lange monoloog verpakt als voorwoord. Uit deze bundel waarin ook enige tekeningen van zijn hand zijn opgenomen, koos ik het gedicht ‘Dichters zijn om te dichten’.
.
dichters zijn om te dichten
.
‘de dichter draagt het mombakkes der poëzie
op vastenavond alleen, breekt
aswoensdag aan, is ook dit feest voorbij’
zeker, zonder een zuiverend stortbad
zweet en zonder O M O van een purgerende honger
geen paleis van paarlen op een grashalm
te betreden
.
ook blinden kunnen in het licht tasten
was ter haar’s vrede die de kudde voorgraast
onpoëtisch? is dat een meisje alleen
dat voor vrede speelt?
nee, niet elk lam lam gods of van elk ram een gulden vlies
maar zijn prozaïsche schaapjes op het droge hebben
maakt op den duur ook deze dieren zo dorstig
dat zij zowaar blaten naar het nutteloos
moeras der poëzie
eertijds in china tastte vaak een advocaat
in zijn broek revelerend zijn lid inciterend
bla bla bla bla
een voorzichtig op een oordeel aforerende rechter
struikelt beteuterd over zoveel vooroordeel
.
Het houdste van
Ruud Osborne
.
Ik wil dit jaar positief en met een boodschap van liefde beginnen (het afgelopen jaar was een tranendal in vele opzichten),en hoe kan je dat beter doen dan met een liefdesgedicht. In dit geval van dichter Ruud Osborne. In zijn bundel ‘Ik zeg je de kleinste liefde’ uit 2007, poëzie voor jongeren van 14+ (maar ook uitstekend te lezen door volwassenen) staat het gedicht ‘Het houdste van’.
‘Ik zeg je de kleinste liefde is een verzameling gedichten rond de thema’s puberliefde, bestaande liefde en ouder worden. Met gekleurde illustraties in collagetechniek van Gudrun Makelberghe. Ruud Osborne is energetisch therapeut (AETM), counselor, kind- en jeugdscoach en dichter. Zijn werk verscheen in bundels en o.a. in Het Liegend Konijn, Tirade, De Nederlandse Kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten (samengesteld door Gerrit Komrij) en in het prachtige boek ‘Heel de wereld wordt wakker’. Zijn laatste bundel ‘Lef’ stamt uit 2022 en bevat gedichten zonder leeftijd.
.
Het houdste van
.
in hun bedjes
van het zachtste van het mooiste
van het warmste van het liefste
liggen ze samen
het houdste van
het allerhoudste van dat ik ken
.
ze slapen de handjes open de mondjes dicht
de hartjes open
het openste dat ik ken
.
ze dromen de dag dicht de nacht dicht
de tijd dicht
het dichtste dat ik ken
.
ze zijn uit het kleinste uit het grutterigste
uit het kruimeligste tevoorschijn gekomen
uit het nietigste dat ik ken
.
ze zijn voor mij het altijd aanwezigste het altijd blijvendste
het altijd altijdste
het eeuwigste dat ik ken
.
ze zijn het allerhoudste voor mij.
.
Kom met een gesis van vleugels
Leda
.
Aan de vormgeving van dichtbundels wordt over het algemeen vrij veel aandacht besteed. Omdat de vorm en omvang van een dichtbundel meestal gering is, is een opvallende vormgeving, kwaliteit en aantrekkelijkheid belangrijk om op te vallen. Ik zie met enige regelmaat nog dichtbundels, meestal in eigen beheer uitgegeven of bij een ‘uitgeverij’ die het niet zo nauw neemt met de vormgeving of de druk/papiersoort/inhoud, waar ik niet heel blij van word. En het is echt niet zoveel moeite om voor niet al teveel geld iets moois te maken.
Aan de andere kant van het spectrum zijn er bundels die niet alleen met heel veel zorg voor de vormgeving en de kwaliteit (ja ook in eigen beheer uitgegeven bundels zitten hierbij) zijn uitgegeven maar nog iets extra’s brengen. Door omvang, papierkeuze, illustraties en door hun kunstzinnige vormgeving. Zo’n bundel is ‘Kom met een gesis van vleugels’ uit 1987, uitgegeven door Athabasca met tekeningen van Charlotte Mutsaers.
In deze bundel zijn 10 gedichten opgenomen over het thema Leda en de zwaan. De bundel werd samengesteld door Jan Gielkens en Pauline Tonkens en typografisch verzorgd door Herman Dommisse. Deze bundel op A4 formaat verscheen in een oplage van 1500 stuks en 200 werden er Romeins genummerd en gesigneerd door Mutsaers. En er werd een gesigneerde zeefdruk in kleuren aan toegevoegd. Helaas heb ik een exemplaar van de 1500 maar desalniettemin is het een prachtig boek dat werd gedrukt op 200 gram Velasques papier (voor de kenners).
In de bundel staan dus 10 gedichten, allemaal voorzien van illustraties en in het geval van buitenlandse dichters ook voorzien van de tekst in de oorspronkelijke taal. De dichters zijn niet te eerste de beste: W.B. Yeats, Getrud Kolmar, Christine D’haen, H. Marsman, Aleksandr Puskin, D.H. Lawrence, Rainer Maria Rilke, Antoine-Vincent Arlnault, Paul Eluard en Marin Sorescu.
Nog even om het geheugen op te frissen of de kennis bij te spijkeren: Leda is bekend door het verhaal van ‘Leda en de zwaan’. De Griekse oppergod Zeus was verliefd op haar, maar kon haar niet overtuigen met hem geslachtsgemeenschap te hebben, hiertoe veranderde hij zichzelf in een zwaan en overweldigde Leda. Beschaamd om wat er gebeurd was, had Leda gemeenschap met haar man die avond en na negen maanden kreeg zij kinderen, die volgens zekere overleveringen uit een ei kwamen.
Zoals ik al schreef, de gedichten zijn van beroemde dichters en stuk voor stuk de moeite waard. Ik koos voor het gedicht van de Franse dichter Antoine-Vincent Arnault (1766-1834) met het gedicht ‘Sur Leda’ of zoal;s het in de Nederlandse vertaling van J. van Dijk heet ‘Over Leda’.
.
Over Leda
..
Waarom gelooft u niet dat Leda,
die eens de duivel zelf verleidde,
met een zilvervleugelige minnaar vrijde
op een ochtend, heel tevreden?
.
Helaas bestaat ze nog, die zeldzame
manier van lieven om elkander te behagen.
’t Verschil is dat het heden ten dage
Uilskuikens zijn in plaats van zwanen.
.
Ooitgedicht
b. zwaal
.
Door de jaren heen heeft het CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) verschillende boeken en bundels met poëzie uitgegeven. Als geschenk of als uitgave ter promotie van de poëzie, of denk aan de serie bundels uit de jaren ’50 en ’60 (1949-1964) met in de titel steeds ‘De muze’. Maar soms kwam er ook zomaar een boek met poëzie. Zoals in 1985.
Toen werd door het CPNB in samenwerking met het (toen nog) ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) het boek ‘Ooitgedicht’ uitgegeven. En hoewel het boek er aan de buitenkant uitziet als een kinderboek (waarschijnlijk mijn associatie met de overigens geweldige tekeningen van Sylvia Weve) is het wel degelijk een poëzieboek voor volwassenen en jongeren (vanaf 14 jaar) en voor iedereen eigenlijk die de poëzie een warm hart toedraagt.
De ondertitel van ‘Ooitgedicht’ is ‘een groot aantal gedichten verzameld in een boek’. Geniale ondertitel natuurlijk, zowel nietszeggend als alleszeggend. De samensteller van dit boek is Willem van Toorn en bestaat uit heel veel gedichten van heel veel dichters, illustraties van Peter van Hugten, Sylvia Weve, Franka van der Loo en Louis Radstaak. Achterin het boek van elke dichter een biobibliografie (ja je leest het goed) en een aantal blanco bladzijden waar je je eigen gedichten in kan schrijven.
Naast de dichters die je verwacht staan er ook teksten in van muzikanten. Zo is van Paul Simon de liedtekst van ‘You’re kind’ opgenomen, van Bruce Springsteen ”The river’ en van Jackson Browne ‘Running on empty’. Ook van een aantal buitenlandse dichters is poëzie opgenomen zoals van Kurt Schwitters, Marin Sorescu, Dylan Thomas, Czeslaw Milosz en Edna St. Vincent (allemaal in vertaling).
Het boek heeft hoofdstukken zonder dat die heel duidelijk worden aangegeven. Over poëzie en het dichten, over de dood, over de liefde, over angst, werk en school en dieren. Een boek kortom om heerlijk in te bladeren en vaak ter hand te nemen om in te lezen. Ik koos voor een gedicht uit het ‘hoofdstuk’ over dieren van de dichter b. zwaal (zo geschreven zonder hoofdletters) zonder titel.
.
een rode mier op het wad jaagt de vloed op de vlucht.
ik ben trots, denkt de mier.
ik, een kleine heerser,
rood op de zwarte kleuren van slib,
verdraag geen bezoek van de zee op mijn vlakte.
duizelig marcheert de mier over de droge landen.
zijn oog valt op het kind,
scharrelend over paaltjes en kluiten.
wat brengt jouw bezoek, kindje?
ik breng je aai, mier, rode aait.
de zee ziet beide aan, lacht wat.
ik kom terug, ik kom eraan.
berg je, mier van het kind.
huppelend nadert de zee het kind en de mier,
tikt ze aan, tilt ze op.
hun roepen waait over de vlakte.
alleen de dijk luistert met aandacht.
.
Vlinder vliegt
Miriam Bruijstens
.
Poëzie is er voor alle leeftijden. Voor jong en oud en hoewel de poëzie voor de jeugd vaak echt wel anders is dan de ‘volwassenen poëzie’ wil dat zeker niet zeggen dat poëzie voor de jeugd slechter is. Ik denk dat poëzie voor kinderen schrijven vaak nog ingewikkelder is dan poëzie schrijven voor volwassenen. Nu zijn er bekende dichters die gedichten voor de jeugd schrijven, denk aan Hans en Monique Hagen, Edward van de Vendel en natuurlijk Annie M.G. Schmidt, maar er zijn ook minder bekende dichters voor jeugdigen.
Een van hen is Miriam Bruijstens (1980). Miriam is schrijver van poëzie, kinderboeken en literatuur voor jongeren. Haar eerste kinderboek, Vlinder, verscheen in 2012 bij Uitgeverij Pica. Haar tweede kinderboek, ‘Storm’, verscheen een jaar later bij Clavis. Omdat Miriam graag verschillende dingen uitprobeert, stapte ze over naar het schrijven van poëzie, wat in 2018 leidde tot de dichtbundel ‘Ik huppel naar je lach’. In november 2019 verscheen ‘Het zout uit je ogen’, een dichtbundel voor young adults. In 2021 is er een vernieuwde en herziene uitgave van ‘Vlinder’ verschenen.
Ik heb het kleine maar fijne dichtbundeltje ‘Vlinder vliegt’ uit 2013 van haar hand bevat 10 gedichten en de illustraties zijn van Martine Verstraete. uit dit bundeltje koos ik het gedicht ‘Verstoppen’.
.
Verstoppen
.
ik verstop me
onder tafel
met mijn ogen dicht
mijn handen voor mijn oren
als je tegen me schreeuwt
of als je me niet gelooft
ik ben er niet
ik ben er niet
ik woon nu in mijn hoofd
.
foto: Inez Pleizier
Geruisloos verdwenen
Mark Deckers
.
Bibliotheekcollega en schrijver Mark Deckers (1971) werkt als bestuurssecretaris bij Rijnbrink (Provinciale Ondersteunings Instelling voor Overijssel en Gelderland). Bij archiefonderzoek stuitte hij op een bibliotheekmedewerker die in de oorlog uit haar functie was gezet omdat ze Joods was. Dit stimuleerde hem om op zoek te gaan naar meer Joodse bibliotheekmedewerkers die ditzelfde lot trof. In zijn boek ‘Geruisloos verdwenen uit de bibliotheekgeschiedenis’ het lot van de Joodse bibliotheekmedewerkers, beschrijft hij de levens van 11 van hen. Verhalen over pijnlijk ontslag of in de knop gebroken levens. Maar ook verhalen over het overleven van meerdere kampen of door moedig onderduiken. Verhalen over levens die bijna onder het stof leken te verdwijnen maar die het waard zijn om opnieuw in het licht te zetten. Het boek verscheen deze maand (april) bij Walburg Pers.
Lezend in dit boek kwam ik het verhaal van Dora Belinfante uit Zeist tegen. Bij haar bleef ik plakken omdat zij met haar familie als kind letterlijk bij mij om de hoek woonde in Den Haag. Het verhaal van haar ontslag bij de bibliotheek Zeist, deportatie naar kamp Westerbork en Theresienstadt en vervolgens Zwitserland om daarna weer naar Nederland terug te keren als overlevende van de oorlog is geïllustreerd met een aantal gedichten van Dora Belinfante die zij tijdens deze periode schreef.
Het boek leest als een spannend boek van een trieste geschiedenis. De levensverhalen van de 11 Joodse bibliotheekmedewerkers mag dan een klein detail zijn uit 5 verschrikkelijke oorlogsjaren, het is goed en mooi dat ze zijn opgeschreven en bewaard zijn door Mark.
Uit het boek een gedicht van Dora getiteld ‘Basel 23.7.’45.’
.
Basel 23.7.’45.
.
Wij zitten op de grens van toekomst en verleden
Met de herinneringen aan de Geneefse dagen.
’t Verblijf te Basel vormt een merkwaardig heden
Van weerzien, wachten, staan en dragen.
Alleen het rustig samenzijn bij ’t eten
Geeft ons gelegenheid ons te bezinnen
Op het verleden, dat wij niet vergeten,
En op het leven, dat zal gaan beginnen.
.


















