Site-archief
Topkok
Rieneke Minderman-Grobben
.
Begin van dit jaar overleed een bijzondere dichter en geweldige vrouw Rieneke Minderman-Grobben, Rotterdamse uit Charlois, altijd volledig gekleed in het roze. Ik kende Rieneke al jaren, ze was een vaste dichter bij de podia van Ongehoord! en ook daarbuiten kwamen we elkaar regelmatig tegen ook op podia die ik organiseerde, altijd in het gezelschap van haar man Jan.
Vlak voor haar overlijden heeft Joop van der Hor de bundel ‘De wereld volgens Grobben’ samengesteld en uitgegeven waarmee Rieneke als mens en dichter blijft voortbestaan ook nu ze niet meer onder ons is. Ik ben Joop daar zeer dankbaar voor. Rieneke schreef haar gedichten steevast op papieren rollen die ze in haar roze koffertje meedroeg (en waar altijd een lintje omheen zat) maar ze waren verder nergens te lezen. Door de publicatie van ‘De wereld volgens Grobben’ blijven haar gedichten bewaard.
Hoewel ik veel van haar gedichten ken (vaker gehoord uit haar mond) staan er ook nog genoeg in de bundel die ik niet kende. Voor iedereen die de poëzie van Rieneke niet kent maar zeker ook voor een ieder die haar wel kende en haar een warm hart toedroeg (en wie deed dat niet) hier één van mijn favoriete gedichten van haar hand ‘Topkok’.
.
Topkok
.
Ik droomde ik was Topkok
Ik zwaaide de scepter in een restaurant
Een dagmenu of à la carte
Gereserveerd door kelner of ober of gerant!
Schil aardappel, de bint
De eigenheimer
Of de opperdoes en smelt ondertussen
in een grote pan
De van goudreinetten appelmoes
Ik snij
Ik pluk
Ik snipper
Ik pers
Ik kneus
Ik pof
Ik hak
Ik stamp
Ik mix
Ik schaaf
Ik zeef
Ik pel
Ik bak
Ik braad
Ik stoof
Ik smoor
Ik sudder
Ik grill…
En hoe!
Voeg ondertussen
Vers gemalen peper én zeezout toe!
Ik pocheer
Ik lardeer
Ik trancheer
Ik gratineer
Ik blancheer
Ik pureer
Ik pommadeer
Ik fileer
Ik roqueer
Ik schockeer
En
Smeer..
Een boterham
Ik blus
Ik sus
Ik kus
De baas in de bezemkast
Wijn op temperatuur
Oven voorverwarmen
Sfeerverlichting aan
Thermostaat een graadje hoger
Dek de tafel met damast
En wel in ’t wit
Borden voorverwarmen
Bestek van zilver keurig gepoetst
In alle soorten én netjes in ’t gelid
Servet in de ring
Glazen in diverse soorten
Van flonkerend kristal
Coolers voor de wijn, champagne
Kaarsen in de kandelaar
Én … ondertussen
Is het eten beet of half gaar
De gasten schuiven volgens tafelschikking aan
De kledingcode:
Casual of naar believen chique
Het restaurant heeft sterren
Èn de ligging is uniek
De ober buigt en gaat serveren
Men begint
Te eten
Te schransen
Te schaften
Te slempen
Te bikken
Te zwelgen
Te buffelen
Te smikkelen
Te smullen
Te bunkeren
Te peuzelen
Te kanen …
Te dineren
.
Afijn:
Mijn taak als Topkok zit erop
Eet u allen smakelijk
Ik, ik ga hem smeren
En!!
Tussen ons gezegd
’t is geen geheim
U mag het allen weten
Ik! …
Ik ga lekker
Bij mijn moeder eten!
.
De hand en de stem
Armando (1929 – 2018)
.
Afgelopen zondag, op 1 juli overleed de dichter, kunstschilder, beeldhouwer, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando (pseudoniem voor Herman Dirk van Dodeweerd). Armando was zijn officiële naam; zijn geboortenaam, het pseudoniem zoals hij het noemde, bestond voor hem niet meer. Later heeft hij zijn oorspronkelijke naam in het register van de burgerlijke stand laten wijzigen door Armando. In 1964 debuteerde hij met ‘Verzamelde gedichten’ en tussen zijn debuut en zijn laatste bundel ‘Waarom’ met 21 nieuwe gedichten uit 2015, publiceerde hij vele gedichtenbundels, columns, verhalen, en romans. Als dichter en kunstenaar was hij verder betrokken bij De Nieuwe Stijl en Gard Sivik.
In 1995 werd een kleine bundel van hem gepubliceerd in een oplage van 50 stuks met de titel ‘De hand en de stem’.
.
de hand en de stem
.
hij denkt door middel van de stem, hij
laat de stem denken, de stem
denkt.
.
de stem beveelt de ledematen
ze moeten luisteren, ze
luisteren.
.
is de stem voor rede vatbaar?
.
hoe komt de linkerhand te weten
wat de rechterhand van plan is
hoe kan de linkerhand ooit weten
dat de stem een voorkeur heeft.
.
soms grijpt de ene hand de
andere hand, soms zijn ze
met zijn tweeën, zijn ze
geketend.
.
Zweef
F. Starik
.
Afgelopen vrijdag overleed de dichter F. Starik (1958), het zal veel van jullie niet zijn ontgaan. Frank von der Möhlen zoals zijn echte naam luidde was behalve dichter ook prozaïst, fotograaf, zanger, performer en beeldend kunstenaar. F. Starik studeerde dan ook fotografie en mixed media aan de Rietveldacademie. Gedurende zijn publicerende leven kwam zijn veelzijdigheid regelmatig naar voren. Zo publiceerde hij een gedichtenbundel ‘De grote vakantie’ uit 2004 met een CD en een andere bundel met een tentoonstelling. In oktober 2012 schreef ik al over een ander project van Starik, de ‘drijvende-gedichten-kamer’ van de Amerikaanse kunstenaar Aiah Armajani, op een eiland in de Noordbuurt in Amsterdam, waar Starik een gedicht voor schreef dat te lezen is bovenop het hekwerk rondom het eiland.
Waar F. Starik natuurlijk ook zeer bekend mee geworden is, is de Poule des Doods, een dichterscollectief (dat hij oprichtte) dat zorgt voor een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen. Het initiatief van de Poule des Doods kent ondertussen beginnende navolging in Rotterdam, Den Haag en Antwerpen.
Van 2010 tot 2011 was Starik stadsdichter van Amsterdam. Ter afsluiting van zijn stadsdichterschap verscheen een driedubbeldikke editie van de Amsterdamse daklozenkrant Z!, waarvan in twee weken 20.000 exemplaren werden verkocht.
Starik debuteerde in 1974 met de bundel ‘Mot, of de neerslag van twijfel’ dat hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgde nog vele bundels. De laatste was de bundel ‘Staat’ waaruit het volgende gedicht.
.
Zweef
.
Als kind kon ik ’s nachts het raam uit vliegen
ik spreidde mijn armen en dreef door de nacht
als een meeuw op de wind, het was niet moeilijk en niet zwaar
ik spreidde simpelweg mijn armen en zweven maar.
Freud zegt hierover: een gesublimeerd verlangen naar macht
ach, wist ik veel, ik was een kind, ik was veertien jaar.
Nu hoor ik vaak een bel gaan in mijn hoofd
soms de zoemer van de buitendeur, soms
het schorre belletje van boven
sinds ik geen wekker meer bezit
rinkel ik mezelf wakker in de nacht
of zegt iemand keihard hallo in mijn oor
het klinkt zeer levensecht maar
nooit staat er iemand naast mijn bed.
Ik ben het zelf die de bel produceert
die de wekker wekt
zichzelf telefoneert
ik ben het zelf die hallo zegt
vliegen doe ik allang niet meer.
.
Levensloop
Menno Wigman
.
Gisterochtend overleed de dichter, schrijver en essaist Menno Wigman (1966) aan een hartziekte. Menno Wigman debuteerde in 1997 met de bundel ‘Zomers stinken alle steden’, waarmee hij meteen doorbrak naar een groot publiek. Ook met zijn latere werk oogstte hij succes bij zowel de critici, de pers als het publiek.
Zijn laatste bundel, ‘Slordig met geluk’, verscheen in 2016 en werd afgelopen nog woensdag voorgedragen voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs. Volgens zijn uitgever heeft dit nieuws hem nog bereikt.
Behalve gedichten publiceerde Wigman ook essays en een autobiografisch werk. Zijn gedichten zijn vertaald in onder meer het Frans, Engels en Duits.
Van 2012 tot 2014 was Wigman stadsdichter van Amsterdam en moest hij regelmatig her en der opdraven. Achteraf was dat een te zware periode, moest hij vaststellen toen hij met een hartkwaal op de intensive care belandde. Uiteindelijk was het dus die hartkwaal die hem noodlottig werd. Een mooi inhoudelijk stuk over zijn leven en poëzie kun je lezen op https://www.volkskrant.nl/boeken/een-leven-verpest-door-poezie-maar-hij-kon-het-niet-laten-dichter-menno-wigman-51-overleden~a4564840/
Menno Wigman ontving in 2002 de Jan Campert-prijs voor de bundel ‘Zwart als kaviaar’ en in 2015 de A. Roland Holst-penning.
Ik heb gekeken of ik een toepasselijk gedicht van zijn hand kon vinden. Het is het gedicht ‘Levensloop’ geworden uit zijn bundel ‘Dit is mijn dag’ uit 2004 waarbij vooral de laatste regels me deden besluiten voor dit gedicht te kiezen.
.
Levensloop
.
Voor bijna alles heb ik mij geschaamd.
Mijn nek, mijn haar, mijn handschrift en mijn naam,
de schooltas die ik van mijn moeder kreeg,
mijn vader die zich in een blazer hees,
het huis waar ik voor vriendschap heb bedankt.
Maar nu mijn vader aan vijf slangen hangt,
zijn mond steeds heser over afscheid spreekt,
nu hurkt mijn schaamte in een hoek. Hij stierf
zoals hij in zijn Opel reed: beheerst,
correct, zijn ogen dapper op de weg.
Geen zin in dom geworstel met de dood.
Hoe alles wat ik nog te zeggen had
onder de wielen van de tijd wegstoof.
.
Oude dromen
Pero Senda
.
Vandaag 4 jaar geleden werd ik gebeld door de vrouw van mijn vriend en dichter Pero Senda (1945 – 2013). Vrij onverwacht was hij, na een kort ziekbed overleden. Ter nagedachtenis wil ik daarom vandaag, op zijn sterfdag een gedicht van hem plaatsen uit de bundel, die hij destijds in 1999 presenteerde in de bibliotheek van Maassluis. Vanaf dat moment leerde ik Pero steeds beter kennen en ik mis hem en zijn bijzondere en warme persoonlijkheid nog altijd.
.
Oude dromen
.
Opnieuw kwellen mij niet uitgedroomde dromen
Gletsjers, schotsen, het poollandschap in schaduw en licht
Wit schitterend schuim in een zeegezicht
De witte dood loert. Angst grijpt me aan
Ik vlucht, wil zuidwaarts, blijf roerloos staan
Snel, snel! Waarheen? Natuurlijk naar huis:
Naar mijn huis in Maassluis.
.
Zandstranden. Copacabana.
Is het Rio of Havana?
Gevaarlijke klanken uit Afrika’s zuiden
Kenya, safari, ziekten en kruiden
Wilde dieren overal, dag en nacht
De zon die brandt, ik dorst en smacht
Weer op de vlucht. Waarheen? Naar huis:
Naar mijn huis in Maassluis.
.
Op de Balkan niets nieuws, geen dromen,
Hetzelfde decor, slechts nieuwe spelers zijn gekomen.
Vooral statisten rijen zich ten dans
Van bloed en vrijheid hebben zij thans
De mond vol. Weg nu met al die grote woorden
Ik overstijg de idealen die mij ooit bekoorden
Vluchten, zo ver ik kan, van al die dwazen
Naar het land van bloemen in borders en vazen
Van gele tulpen – dus terug naar huis:
Naar mijn huis in Maassluis.
.
Pause
Antoinette Sisto
.
Voor de laatste keer als dichter van de maand oktober (maar zeker niet als laatste keer) een gedicht van de dit jaar overleden dichter Antoinette Sisto. Uit haar laatste bundel ‘Hoe een zee een woord werd’ het gedicht ‘Pause’.
In november wil ik doorgaan met de dichter van de maand of met dichter op verzoek. Voorstellen zijn dus van harte welkom. Dit mogen dichters van vroeger zijn of dichters van nu, alle voorstellen zal ik serieus nemen.
.
Pause
.
Met één klik valt het heden
in een zal voor ogen voor ons stil
op een gevoelig netvlies zeggen ze
komt alles harder tot een halt
.
de trilling van je mondhoek
wie beeldde het zich in
het begin van een proestlach
hoe iets brak
.
of jouw wimpers van dichtbij
tegen het vuile daglicht knipperden
een vlinder tegen mijn wang sloeg
zich niet vangen liet
.
dat wat mijn handen
onder de knop moeten bewaren
hangt seconden lang stil
.
zijn sidderende vleugels
zó stil.
.
Dichter van de maand
Antoinette Sisto
.
Vandaag op deze zondag, de dag van de dichter van de maand oktober Antoinette Sisto, een gedicht uit haar laatste bundel ‘Hoe een zee een woord werd’. Opnieuw een gedicht waarin de dood een prominente rol speelt. Wanneer ik het lees gaan mijn gedachten terug naar die mooie zaterdag, 4 februari van dit jaar in Perdu, toen ze vol trots en met de mensen die ze liefhad, haar vriend en haar moeder, deze bundel presenteerde en nog niets wees op de dramatische gebeurtenissen en zwakke gezondheid later dit jaar die tot haar overlijden hebben geleid.
.
Vloedlijn
.
Met de tijd zal alles verdwijnen
de zee die de gedachte aan jou kan zijn
de zee van tijd
die een woord wordt
om te herinneren
.
het koor in de branding
dat geen stem
van betekenis durft te zijn.
.
Met de tijd zal ieder lichtschip
aan de kim dat de radar aangeeft
een vergissing
van het bijziend oog blijken
zoals toen jouw woord op slag
in de golven verdween.
.
En zelfs als ik aan je terugdenk
aan hoe je het zei
hoe het zong uit jouw mond
als een zee oneindig
en zonder tastbare tijd
.
zal er ergens nog
een zee zonder jou zijn
het tij dat een van ons bijblijft
een van ons in zich verliest.
.

















