Site-archief
Dóór
Derek Otte
.
Alweer een dichter uit Rotterdam (er zijn er daar veel hoor) en in dit geval de stadsdichter van Rotterdam 2017-2018 Derek Otte. In 2018 kwam zijn robuuste bundel ‘Woorden zijn daden’ uit naar aanleiding van zijn stadsdichterschap bij uitgeverij Rorschach. Behalve gedichten staan er in deze bundel ook proza stukken en korte overpeinzingen waarin Derek Otte zo goed is. Voorbeelden als ‘Meerdere wegen leiden naar dromen’ en Lezende dame: ‘Is het brein een tuin met bloemen / geven we die met lezen water’. Maar uit de vele stukken en gedichten koos ik het gedicht ‘Dóór’ Herdenkingsgedicht, 14 mei 2017.
.
Dóór
Herdenkingsgedicht, 14 mei 2017
.
soms moeten we wel heldhaftig
daar is niet heel veel moedig aan
wat anders waar leegte
niets behalve morgen
.
zei opa
.
vechtlust kan ook zonder bloeddorst
dat wordt vaak vergeten
zwijgen daden klinken ze als
heien tot hemelhoog
.
leven wij hier in zo’n stilte
van toekomst te schrijven
het geruisloze van nooit af
de echo van later
.
iets om bij stil te staan
om stil van te worden
zolang dat in diezelfde taal:
ondanks alles altijd voorwaarts
.
SOS
Rieneke Minderman-Grobben
.
Als er één dichter is die ik mis dan is het wel Rieneke Minderman-Grobben (1944 – 2018), de immer in het roze geklede Rotterdamse die jarenlang een vaste bezoeker en dichter was van de Ongehoord! podia die ik mede mocht organiseren. Haar vrolijkheid, haar nuchterheid en haar lach was genoeg om je dag glans te geven. Steevast noemde ze me Woutertje en zij mocht dat want ze bedoelde het altijd op een positieve en lieve manier.
Haar voordrachten waren legendarisch, haar gedichten altijd met een stevige knipoog. Zo ook het gedicht ‘SOS’ uit de bundel ‘De wereld volgens Grobben; Rotterdamse gedichten en verhalen’ die Joop van der Hor samenstelde in 2018.
.
SOS
.
Ik leed schipbreuk en spoelde aan
Het was geen prettige ervaring
Bijna was het met me gedaan
Ik stak nog een vuurpijl af
maar dat had géén effect
Doodmoe zeiknat
Maar God zij dank
Ik leefde nog
Dat had ik zojuist gecheckt!
Ik spoelde op een eiland aan
Viel in slaap
Werd wakker bij het rijzen van de zon
Maakte een plan
Hoe ik overleven kon!
Ik wilde dolgraag een vuurtje stoken
Maar mijn lucifers waren nat
M’n aansteker verloren
In mijn broekzak zat een gat!
Ik ging op verkenning uit
En keek op mijn kompas
Wilde water drinken uit m’n fles
Maar merkte dat het een wijntje was
SOS
Ik zit op 51 graden noorderbreedte
Het eiland onbewoond
De naam is Tiengemeten!
En als je me komt redden
Neem dan broodjes mee
Graag iets te roken en
Een warm koppie thee
Want…
Ik heb al 40 dagen niet gegeten
Op het eiland Tiengemeten
.
705
Mark Boninsegna
.
Alweer een bundel uit 2018 van een dichter die ik al langer ken. De, in hart en nieren, Rotterdamse dichter Mark Boninsegna debuteerde in 2018 met de bundel ‘Levensinkt’ bij uitgeverij Douane. In MUGzine nummer 4 komt onder andere werk van hem.
Ik schreef er hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/11/13/levensinkt-2/ een recensie over. Uit diezelfde bundel vandaag het gedicht ‘705’, een gedicht over Rotterdam (hoe kan het ook anders). Of het hier Vaanweg 705 betreft (waarschijnlijk) of lijn 705 van de metro is me niet helemaal duidelijk (toch eens vragen aan Mark) maar het geeft een mooi inkijkje in zijn blik op Rotterdam.
.
705
.
hier geen poëzie
geen reclamefolders
.
wordt niet om 18:00 uur aardappelen op het vuur gezet
worden geen stortbakken uit elkaar gehaald
.
hier geen Vogel
ook geen Iggy
of pop
.
geen vol bad
geen keel met gat
geen Delta
.
hier wordt niet meer geveinsd
niet meer gelogen
.
geen columns
meziek
kroketten
of Gard Sivik
.
geen Joop
geen dope
geen plastic tasjes
of winkelruiten met stickers
hier is niks nieuws
is niks gemaakt
.
hier is Vaanweg
hier ben ik
.
Bijna vergeten dichter
Leyn Leijnse
.
Dichter, schilder en schrijver Leyn Leijnse (1941 – 2006) begon zijn werkend leven op de wilde vaart als ketelbinkie. Eind jaren zestig was hij bureauredacteur bij Het Vrije Volk in Rotterdam. Hij maakte reizen naar Noord-Afrika en Nabije Oosten. In Israël werkte hij in een kibboets. In 1972 nam Leijnse (ook wel Leyn Leynse) deel aan Poetry International te Rotterdam, en ook in 1977 las hij op Poetry voor uit zijn werk. In 1974 richtte hij met de dichters Rien Vroegindeweij en Eddy Elsdijk de poëziewinkel “Woutertje Pieterse in Poëzie“op. Hij werkte mee aan literaire activiteiten van de Rotterdamse Kunststichting, Workshop Arbeidersliteratuur Rotterdam. Leijnse was ook vooral bekend als schrijver. Zo ontving hij de Anna Blaman Prijs in 1969 voor zijn roman ‘Afrika sterft’. In 1974 werd hem de Herman Gorter Prijs toegekend voor zijn dichtbundel ‘Antwerpen’. In In 1978 verbleef hij een half jaar in New York. De laatste 20 jaar werkte hij afwisselend in Parijs en Rotterdam.
In de bundel ‘Dichters bij de Bezige Bij 1944 – 1984’ is een gedicht zonder titel opgenomen dat verscheen in zijn bundel ‘Antwerpen’.
.
het was een NS-trip
de goedkoopste weg naar Highgate Cemetery
.
de eerste mei werd een trieste dag
het graf was niet mooi en het regende
.
we liepen terug
het vervoerspersoneel staakte
.
archiefvernietiging stond op een bakfiets
‘zijn jullie pelgrims? Swinburne?’, vroeg de berijder,
graaiend in zijn bagage boeken en kranten, ‘of
Chauser?
‘Marx’, zeiden wij, ‘en we zijn sijknat van de regen
.
hij nam ons mee om thee met melk te drinken
we doopten een suikerklontje dat nauwelijks
verkleurde
een stoet mensen spoelde de straat in en een olifant
waar een vrouw met rood haar en groene ogen opzat
.
kijk naar het stervende dier
de laatste keer, op een vliegend tapijt in de Tuilerieën,
speelt het orkest van travestieten Lady of Spain
de kinderen plassen in hun broek van het lachen
op zondagse pakken wordt ijs en bier gemorst
ze blazen op toeters en slaan met deksels op ronde
billen
.
op een dag in juni 1290 kwam hij hier
kijk hoe de natte, grijze circustent bezwijkt
kijk naar de stervende olifant
z’n slurf piept in de groene lucht
steeds meer boeken worden in het vuur geworpen
een jongleur beklimt het zinkende beest
en zwaait naar ons met z’n strooien hoed
.
het graf was niet mooi
het regende en iedereen staakte
.
Foto: Marcel Edixhoven
Ménage à deux
Benne van der Velde
.
Sommige dichtbundeltjes zijn zeldzaam, zeker als ze maar in een kleine oplage gemaakt zijn. Dat geldt zeker voor het dunne bundeltje (20 pagina’s) ‘Ménage à deux’ van dichter Benne van der Velde. In de Eendagsvliegreeks is de #6. Uitgegeven door uitgeverij Nadorst. Deze Rotterdamse uitgeverij van Joris Lenstra ken ik uit mijn begintijd van Ongehoord Rotterdam. Joris was met zijn uitgeverij de drijvende kracht achter de administratieve handel en wandel van Ongehoord Rotterdam tot hij ermee stopte en de Ongehoord Rotterdam overging in de stichting Ongehoord! De Eendagsvliegreeks is een project van foutograaf, nostalgist en fotograaf Ruben van Luijk.
De oplage is genummerd en ik heb nummer 4. Het bindwerk is ook al door een bekende gedaan namelijk Atelier Zonneveld uit Rotterdam. De illustratie op de omslag werd gemaakt door Frans de Winter uit Vlaardingen waar Benne van der Velde ook woonachtig is. Een heel charmante uitgave en ik koos voor het titelgedicht.
.
Ménage à deux
.
Als je hem maar niet vergeet,
wil ik dat je weet dat jij
vreemd mag blijven gaan met mij
zolang ik mezelf niet ben.
.
Hij heeft het beste met je voor,
kent je door en door en ik
ben één grote harde pik
waarin ik mezelf niet herken.
.
Als je mij maar weer vergeet,
wil hij dat je weet dat jij
vreemd mag blijven gaan met mij
tot ik weer de oude ben.
.
Gemadeliefd
Anton Ent
.
Anton Ent is het pseudoniem van Henk van der Ent (1939), een Rotterdams dichter, prozaschrijver en essayist. Op zoek naar de achtergrond van Anton Ent bleek dat we beide op de School voor Taal en Letterkunde hebben gestudeerd in Den Haag (inmiddels reeds lang geleden opgegaan in een andere opleiding). Hij was zijn werkzame leven actief in het lager onderwijs en docent Nederlands.
In 1969 debuteerde hij met de bundel ‘Hagel en sneeuw’ Eind 1993 baarde Henk van der Ent opzien door zich te onthullen als de man achter het pseudoniem Marieke Jonkman, een dichteres die sinds 1991 veel succes had met haar bundels. Onder zijn eigen naam publiceerde hij in ‘Maatstaf’, ‘Liter’ en ‘Tirade’ en als Marieke Jonkman in ‘De Gids’, ‘Ons Erfdeel’, ‘Dietsche Warande en Belfort’ en ‘Hollands Maandblad’. In totaal publiceerde Ent 17 dichtbundels. Hij wil door middel van beelden, klanken en ritme bij de lezers gevoelens oproepen. Zijn poëzie vereist een leeshouding waarbij de lezer zich openstelt voor de evocatieve kracht van de taal.
In de binnenflap van de bundel ‘Hoe het licht valt’ van Anton Ent uit 2016, schrijft Jaap Goedegebuure: “Karakteristiek voor zijn poëzie is dat ze in haar mystieke gerichtheid gedurig heen en weer slingert tussen hartstochtelijk beleden obsessie en de neiging tot berusting en verstilling”.
Op zoek naar het laatste kwam ik uit bij beide in het bijzondere gedicht ‘Gemadeliefd’. Bijzonder omdat de dichter in dit gedicht woorden gebruikt die in het Nederlands niet bestaan maar waarbij de lezer meteen een beeld of idee heeft. Ik hou van dergelijke taalvondsten en daarom hier dit gedicht.
.
Gemadeliefd
.
Ben ik gemadeliefd om gloed te zien in spierwitte straling?
.
De lintbloemen glimlachen om de vierentwintig fijnzinnige
richtingen van de windroos die naar haar willen verwijzen
.
Ik zou vergrast of versteend willen zijn
maar verman me
.
Bijgeluiden
Henk Ester
.
Ik ken inmiddels toch behoorlijk wat Rotterdamse dichters, persoonlijk of van hun werk, maar de naam Henk Ester (1952) kende ik nog niet. Tot ik zijn (eerste) bundel in handen kreeg getiteld ‘Bijgeluiden’. Op de achterflap lees ik dat Ester dichter en redacteur is (dat laatste bij de Automatiseringsgids), dat hij geografie studeerde en filosofie. Verder lees ik dat hij graag op de Maasvlakte en door de duinen zwerft (wat ik heel goed begrijp).
Inmiddels heeft Ester nog twee bundels uitgegeven; ‘E-groot is rood’ in 2016 en ‘Het vermoeden van Witten’ in 2018. In zijn debuutbundel ‘Bijgeluiden’ uit 2013 (waar hij de C. Buddingh’ prijs voor ontving) is van het voorgaande regelmatig iets terug te vinden. Zo ook in het gedicht ‘Tijd’ dat in de bundel valt onder het hoofdstukje Bijgeluiden VII (serie van 5 gedichten, dit is nummer 3).
.
Tijd
.
Als er geen getuigen zijn
.
als de straten leeg zijn tot ver voorbij de hoek
als niemand meer een tegel licht
om zijn gelijk te halen
en geen schilder meer de ruimte kleurt
als het ‘zoete zeegefluister’ zwijgt
en niemand leest
als geen componist meer pleit voor ‘klanken zonder meer’
als werkelijk niemand meer op rotsen slaat
en logica verkruimelt in graniet
.
wie schrijven dan de uren?
.
en hoelang duurt dat dan?
.
ik bedoel
die uren aan zee
als er geen getuigen zijn.
Korte gedichten
Op maandag
.
De dagen lijken steeds meer op elkaar en daardoor was ik gisteren helemaal in de war. In plaats van korte gedichten van de maand te plaatsen, gaf ik jullie een ‘Cadeautje’. Ook niks mis mee natuurlijk en daarom vandaag, voor een keer op maandag in plaats van op zondag, korte gedichten. Vandaag koos ik voor drie gedichten van dichters uit Vlaanderen en Nederland te weten Hubert van Herreweghen (1920 – 2016) een van de belangrijkste na-oorlogse dichters uit Vlaanderen, de Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) en de Vlaamse dichter Petra Van den Berghen (1971).
Van Hubert van Herreweghen koos ik het gedicht ‘Paar’ uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986.
Van Riekus Waskowsky koos ik het gedicht ‘Gospelsong’ uit ‘De verzamelde gedichten’ uit 1985.
Van Petra Van den Berghen koos ik het gedicht ‘grijpen en mazen’ uit ‘Staalkaart van de Nederlandstalige Podiumpoëzie 2017’.
.
Paar
.
Ik zie een jongen naast een meisje lopen,
hij kust haar en zij lacht om het geval.
Genadige dood! Zij kirren en zij hopen,
zij zien het kind nog niet dat hen begraven zal.
.
Gospelsong
.
Elke seconde verandert de wereld
men leeft maar en sterft maar
alsof het niets is en misschien is
het ook wel niets dan wat beweging
waardoor de wereld niet verandert.
.
grijpen en mazen
.
het glijdt de vingers van herhaling door
-tussen-
de pauzes in
snijdend aan gewonde handen grijpen ze doelloos in uitgezette netten
tussen de lijven in wapperen de mazen, bot in hun vieren
in altijd, overal ontglipt.
.
Zon
Ester Naomi Perquin
.
De dichter, schrijver, columnist, essayist en voormalig stadsdichter van Rotterdam (2011-2012) en Dichter des Vaderlands (2017-2019) Ester Naomi Perquin (1980) is een multi-talent. Ze debuteerde in 2007 met de bundel ‘Servetten halfstok’ die werd gevolgd in 2009 door de bundel ‘Namens de ander’, in 2012 met ‘Celinspecties’, in 2016 met ‘Jij bent de verkeerde en alle andere gedichten tot nu toe’ en in 2017 met ‘Meervoudig afwezig’.
Ze kreeg verschillende poëzieprijzen waaronder de J.C. Bloem-poëzieprijs en de Anna Blaman Prijs. Een aantal van haar gedichten verschenen op kaarten en posters bij Plint. Zo ook het gedicht ‘Zon’.
.
Zon
.
Ik sta een tijdje met mijn vriendje op de dijk.
Kijk, zegt hij: de zon zakt in de zee
en het licht zakt langzaam mee
en de schaduwen verdwijnen
en de kleuren van de dag
en als het donker wordt
dan is het avond
en is het avond
wordt het nacht.
Mooi hè, zegt hij.
En we zwijgen.
Het is mooi en
goed bedacht.
.













