Site-archief
Robert Anker
Landschap met de val van Icarus
.
Toen ik de foto’s op mijn Facebook pagina aan het terug kijken was, viel me een foto op die ik maakte in Warchau. Op zoek naar een gedicht dat ik bij deze foto kon plaatsen kwam ik uit bij Robert Anker ‘Nieuwe veters’ verzamelde gedichten 1979 – 2006. In deze bundel uit 2008 staat het gedicht ‘Landschap met de val van Icarus’. Ik weet niet precies waarom maar ik vind het wel bij deze foto passen.
.
Landschap met de val van Icarus
.
Eeuwen was het stil, als in een klooster,
maar de boer staat nu voorop,
los van ons denken, onze wil.
.
Ik kijk omhoog, ik weet het niet,
leun op mijn stok of ik iets mis,
krab dan mijn hond eens op zijn kop.
.
De hand en de stem
Armando (1929 – 2018)
.
Afgelopen zondag, op 1 juli overleed de dichter, kunstschilder, beeldhouwer, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando (pseudoniem voor Herman Dirk van Dodeweerd). Armando was zijn officiële naam; zijn geboortenaam, het pseudoniem zoals hij het noemde, bestond voor hem niet meer. Later heeft hij zijn oorspronkelijke naam in het register van de burgerlijke stand laten wijzigen door Armando. In 1964 debuteerde hij met ‘Verzamelde gedichten’ en tussen zijn debuut en zijn laatste bundel ‘Waarom’ met 21 nieuwe gedichten uit 2015, publiceerde hij vele gedichtenbundels, columns, verhalen, en romans. Als dichter en kunstenaar was hij verder betrokken bij De Nieuwe Stijl en Gard Sivik.
In 1995 werd een kleine bundel van hem gepubliceerd in een oplage van 50 stuks met de titel ‘De hand en de stem’.
.
de hand en de stem
.
hij denkt door middel van de stem, hij
laat de stem denken, de stem
denkt.
.
de stem beveelt de ledematen
ze moeten luisteren, ze
luisteren.
.
is de stem voor rede vatbaar?
.
hoe komt de linkerhand te weten
wat de rechterhand van plan is
hoe kan de linkerhand ooit weten
dat de stem een voorkeur heeft.
.
soms grijpt de ene hand de
andere hand, soms zijn ze
met zijn tweeën, zijn ze
geketend.
.
Dichter van de maand Maart
Armando
.
Na mijn oproep om dichters te noemen die dichter van de maand Maart zou kunnen zijn kreeg ik veel reacties (waarvoor mijn dank). Bekende en minder bekende dichters, zelfs voor mij (nog) onbekende dichters. Uit de 16 suggesties heb ik gekozen voor de kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando (1929) of Herman Dirk van Dodeweerd zoals zijn echte naam luidt.
Armando is een kunstenaar in de meest ruime zin des woords. Aan al zijn activiteiten is al af te lezen dat we het hier hebben over iemand die meer is dan alleen dichter. Toch mocht hij juist voor zijn schrijverschap verschillende prijzen ontvangen zoals De Herman Gorterprijs, de Ferdinand Bordewijkprijs, De Multatuliprijs en de VSB-Poëzieprijs. Armando debuteerde in 1964 met de bundel ‘Verzamelde gedichten’ en in 2017 verscheen zijn voorlopig laatste bundel ‘Liever niet’. Alle reden dus om Armando dichter van de maand te maken.
Ik wilde Maart beginnen met een gedicht uit zijn meest recente bundel ‘Liever niet’ getiteld ‘De waarheid’.
.
De waarheid
.
Wee het veel te smalle bospad,
het stramme struikgewas,
wee de gaten in de bodem.
De jaren zijn in de boeien geslagen,
langs de straten slapen de vochtige lichamen,
stapels op een hoop verzameld.
Hier heeft iets plaatsgevonden
dat op de vage waarheid lijkt.
.
Graf van Jotie T’Hooft
Vlaamse Jim Morrison
.
In de Volkskrant las ik ergens weggestopt een klein maar belangrijk artikeltje. Het betrof hier een aankondiging dat het graf van de jong gestorven Vlaamse dichter Jotie T’Hooft (1956 – 1977) bescherming krijgt van het gemeentebestuur van Oudenaarde, na al 10 jaar met ruiming bedreigd te zijn. Men is er eindelijk van overtuigd dat het graf op de lijst met funerair erfgoed hoort. Als liefhebber van poëzie, van het werk van T’Hooft en van graven kan ik hier natuurlijk alleen maar blij mee zijn. De reden dat men er zo over heeft getwijfeld (40 jaar na zijn dood zijn we inmiddels) is dat T’Hooft een drugsverslaafde en losbandige dichter was. Tsja, als dat al een criterium is dan weet ik nog wel een paar graven van grote dichters die ook geruimd zouden moeten worden. Maar gelukkig is men tot inkeer gekomen.
Alleen daarom al vandaag een gedicht van Jotie T’Hooft getiteld ‘Een eenvoudig dorp’ uit zijn ‘Verzamelde gedichten’ uit 1983.
.
Een eenvoudig dorp
.
Geknield aan de grens van een simpel dorp
ben ik ontworteld voor het aanschijn
van honderden bunders land, waartussen
de mensen, de dieren, de lucht en het water
zich bewegen; in een bedding, of voor een
.
ploegschaar gespannen en toch zeer rustig
want doende aan een niet te stuiten werk.
Dit herinnert mij aan de lucht die in mijn longen
tot rust zal komen zoals de meubelmaker
die in de handen van zijn hout
.
een tafel wordt, zich buigt, in zich de zon voelt
groeien, gloeien, loeien met het huiswaarts kerend vee
mee, wanneer ik onderga en rozerood en purper
ieder ooglid sluit.
.
De muze en Europa
Venezia
.
In 1963 was het Boekenweekgeschenk de poëzieverzamelbundel ‘de muze en europa’. Een deel uit de serie van ‘de muze’. Mijn exemplaar is uit de kringloopwinkel en de tijd na verschijnen nogal beschadigd. Op de voorkant zit een rode vlek en de titelpagina is eruit gescheurd. Toch ben ik blij met dit bundeltje. In deze bundel poëzie van dichters over (plaatsen in) Europa. Gedichten van bekende dichters en gedichten van (mij) onbekende dichters zoals het gedicht ‘Venezia’ van Jan van Nijlen. Jan van Nijlen (1884 – 1965) was een Vlaams dichter maar vreemd genoeg werd zijn werk in Nederland meer gewaardeerd dan in België.
De motieven in zijn poëzie zijn ontleend aan het vliedende leven: herinneringen aan de jeugd, geluksverlangen, berusting in het onvermijdelijke leed, aanvaarding van de ouderdom en de naderende dood. In 1955 kreeg hij toch nog de eer die hem in België toe kwam, hij ontving de Belgische Staatsprijs ter bekroning van zijn schrijversloopbaan en in 1963 kreeg hij de Contstantijn Huygens-prijs.
Uit de bundel ‘de muze en europa’ het gedicht (oorspronkelijk verschenen in ‘Verzamelde gedichten, Te laat voor de wereld’) ‘Venezia’.
.
Venezia
.
Nu is de laatste straal van de zon geweken,
En in den hemel zijn de kleuren broos, Zoodat de zuiderwind, die ademloos
Erlangs wuift, schuchter doet verbleken
.
Het laaiend rood tot bijna blauwend roos
Dat geelgroen is waar ’t in de zee gaat breken.
Nu is ’t het uur dat elke ziel zich koos
Om, op het water dat zoo luid kan spreken,
.
Te varen in de schaduw der paleizen,
Wanneer met dieper kleur de zomernacht
Het laatste blauw des hemels gaat vergrijzen,
.
En neerdaalt van het zwartbevolkte oosten,
Dat lichtend niet zoo innige schoonheid bracht,
Volmaakte goedheid die bijna kan troosten.
.
Adieu
J.W. Schulte Nordholt
.
Jan Willem Schulte Nordholt (1920 – 1995) was een Nederlandse dichter, historicus en hoogleraar in de geschiedenis en cultuur van Noord-Amerika. Hij is vooral bekend om zijn publicaties over de Verenigde Staten. In 1942 werd hij gearresteerd, waarna hij zowel in Nederland als in Duitsland gevangen zat. In 1943 verscheen clandestien zijn eerste dichtbundel onder het pseudoniem W.S. Noordhout. In 1950 werd zijn eerste dichtbundel ‘Levend landschap’ onder eigen naam uitgegeven. Voor deze bundel ontving hij in 1952 de Lucy B. en C. W. van der Hoogtprijs. In 1961 ontving hij voor zijn bundel ‘Een lichaam van aarde en licht’ de ‘Poeziëprijs van de gemeente Amsterdam. Zijn werk werd ook in veel bloemlezingen opgenomen. Tegenwoordig raakt zijn naam in de vergetelheid en daarom in het kader van de (bijna) vergeten dichters hier het gedicht ‘Adieu’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1989.
.
Adieu
.
In de kamer zit ik aan de tafel,
luister naar het suizen in mijn oren.
Vogels houden eindelijk hun snavel,
het wordt stil, ik kan de sterren horen,
en wat in de aarde wordt geboren.
.
Nu vannacht, het hele huis ligt open,
ik zit in de blote eeuwigheid,
en ik laat mij door de regen dopen
voor een zachte dood, ik ben bereid.
.
Regen regent en de bomen lopen
bij mij binnen, op mijn hand die schrijft
groeit het gras. Adieu. Mijn hart verstijft.
.
Chanson
Jotie ‘T Hooft
.
Zo nu en dan lees ik de berichten op mijn blog terug. Ik kies dan bijvoorbeeld een dichter en zoek dan naar berichten waarin die dichter voor komt. Dit doe ik om twee redenen. De eerste reden is om te zien of ik wel eens over een dichter heb geschreven en als dat zo is, hoe vaak en hoe lang dat is geleden. Een tweede reden is om te controleren of ik een bepaald gedicht al eens geplaatst heb. Het is me bijvoorbeeld weleens gebeurd dat ik een bericht had geschreven en klaar had gezet voor publicatie waarna ik nog even controleerde of ik al iets over de desbetreffende dichter had geschreven, om er vervolgens achter te komen dat ik het gedicht al een keer behandeld had. Zonde van al het werk natuurlijk.
Waarom deze inleiding? Ik wilde weer eens een gedicht van Jotie ‘T Hooft plaatsen. Ik was zijn ‘Verzamelde gedichten’ aan het lezen en kwam daar veel moois tegen. Na controle bleek dat het valweer ruim 3 jaar geleden was dat ik iets over Jotie publiceerde. Daarom vandaag een gedicht uit ‘Verzamelde werken’ uit 1981, uit het hoofdstuk ‘Verspreide gedichten’ het gedicht ‘Chanson’.
.
Chanson
.
Grafelde popdeun, stukgezongen blues
& versteende jazz of geroeste rock
en mijn eeuwenoude lied:
.
nooit iemand te hebben ontzien,
nooit troost te hebben geboden
dan om eigen bestwil, nooit of
nooit een gemeend gebed of offer.
.
Als een ziekte, onverhoeds en onnaspeurbaar.
Als hitte die in alle hoeken woedde
en waarvoor geen schuilplaats bestaat
was mijn leven dat ik zag opbranden,
.
een toeschouwer, niet bij machte
de verschrikkelijke zaal te verlaten.
.
Ilco Fix
Louis de Bourbon
.
Hoewel ik al eens eerder over Louis de Bourbon (1908 – 1975) schreef kwam zijn naam me niet meteen bekend voor toen ik in de bundel ‘Erts’ een bloemlezing uit de poëzie van heden, een gedicht van zijn hand las. In deze bundel uit 1955 staan een paar wat minder bekende dichtersnamen. Die van de Bourbon is er dus een van. Op 26 september 2014 behandelde ik deze dichter nog in de categorie ‘dichter in verzet’ vandaag dus in de categorie (bijna) vergeten dichters.
In dit gedicht, dat werd gepubliceerd in ‘Ibidem’ komt een dichter naar voren die aan de ene kant speelt met de taal op een bijna post moderne wijze ( de vermenging van talen, het willekeurig noemen van merken) en aan de andere kant zelfs licht dadaïstische trekjes vertoont. Hoe dan ook, het is een intrigerend gedicht.
.
Ilco Fix
.
.
Het lied van een eenzame vrouw
Lucebert
.
Als je op mijn website zoekt op Lucebert dan kom je heel veel posts tegen waarin Lucebert genoemd wordt. Vaak als één van de vijftigers of als dichter met een gedicht in een bloemlezing, als inspiratie of als kunstenaar. In al de jaren dat ik dit blog nu schrijf echter, heb ik maar weinig over en van hem zelf gepost. Daar gaat vandaag verandering in komen. Uit zijn ‘Verzamelde gedichten’ uit 2002 heb ik hgekozen voor het gedicht ‘Het lied van een eenzame vrouw’. Een tragisch gedicht eigenlijk, weemoedig en rauw maar daarom niet minder mooi.
.
Het lied van een eenzame vrouw
.
toen haar gelaat nog maar een kamerplant was
en zijn wrokkig gezicht een ondoordringbare baard
en de laatste resten van het wrak
door de kinderen verbrast
verging ook dit gezin
tot nog maar een herinnering
aan lentedagen op een zonnig terras
toen alle bomen donker opvlogen
achter blakende oogkleppen
een een noodklok bombamde
tussen blozende dovemansoren
.













