Categorie archief: Favoriete dichters

Laten wij al afscheid nemen

Dichter van de maand december

.

Zondag in december, tijd voor een gedicht van de dichter van de maand Dimitri Verhulst. Misschien wel een van zijn mooiste, vind ik. Uit zijn laatste bundel ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ uit 2017 het gedicht ‘Laten wij al afscheid nemen’.

.

Laten wij al afscheid nemen

 

Laten wij al afscheid nemen,
nu het niet moet,
nu het nog vrolijk kan.
Wij zijn niet donker in ons drinken
deze wijn deugt niet
om wonden mee te wassen,
het zijn geen zorgen
die onze gezangen hebben ingezet.
Houden wij het weerzien warm
en bezoeken wij elkaar
alleen in de herinnering.
Laat ons met honger nog
van tafel gaan, verlaten
vol verlangen. Wij zullen
elkander niet vervelen met ons verval
en sterven stil, zonder tijding,
zonder deining, wetend:
wij zijn in wezen
nooit kapotgegaan.

.

                                                                                                                                                                                   Foto: Peter Lloyd voor De standaard

De dichter des walgens

Poet Nauseate

.

In 2001 werd in Nieuw Zeeland een ‘Terribly Bad Verse & Awful Poetry Competition’ georganiseerd door het blad Artscape. De vreugde van ‘echte’ slechte poëzie ligt natuurlijk in het feit dat het onbewust slecht is. Niemand – behalve deelnemers aan de competitie! – schrijft het opzettelijk; het is alleen dat door voor het hoogste te gaan, de daders er op de een of andere manier in slagen om vreselijke ‘poëzie’ te schrijven.. En dat is om verschillende redenen – rijmdwang, verkeerd gebruik van jambes; het verbrijzelen van de stemming door een onoordeelkundig woord of zinsdeel; het onvermogen om een ​​onderwerp te presenteren in andere dan puur feitelijke termen – kortom, het gebrek aan gevoeligheid en enige vorm van zelfkritiek.

Een aantal voorbeelden van slechte poëzie zoals men daar aantrof: Hugh Smith zijn Ode aan Jean Batten.

.

Ode to Jean Batten

“Dear Jean, there’s not a heart that beats
In great and grand New Zee,
That does not feel a lofty pride
And boundless love for thee.
One mind, one engine, and one heart
Combined to take you through,
And all the listening world is proud
Of each and all and you…”

of wat te denken van de dichter F.C Meyer, die ooit een brief met een afwijzing kreeg van een uitgeverij in 1928 met de volgende woorden:

Geachte heer, Nee u mag ons niet uw verzen toesturen, en wij zullen u niet de naam van een andere uitgever geven. Er is geen enkele rivaliserende uitgever die wij dusdanig haten, dat wij u hen hiermee laten belasten. het voorbeeld gedicht is simpelweg verschrikkelijk, sterker nog, we hebben nog nooit erger gezien.

Frederick Charles Meyer gaf na deze keiharde afwijzing toch niet op en uiteindelijk werd zijn werk toch gepubliceerd in meerdere boeken. Tot 2001, toen zijn werk als voorbeeld werd meegenomen in ‘Jewels of Mountains and Snowlines of New Zealand’ Nieuw Zeelands lschtste vers en verschrikkelijke poëziewedstrijd. Een stuk uit het werk van Meyer:

.

My pet dog

.

“Pluto! come here my dearest little dog,
Don’t get mixed up with every rogue,
And do not run into a fog…”

.

Spiegel van de Surinaamse Poëzie

Michaël Slory

.

De Surinaamse dichter Michaël Slory (1935) geldt als één van de belangrijkste dichters in het Sranan. Het Sranan is ontstaan als taal van de uit Afrika aangevoerde slaven op de plantages tijdens de Nederlandse koloniale overheersing. Het draagt de sporen van Engels, Nederlands, Spaans, Portugees en West-Afrikaanse talen. Deze herkomst is te vergelijken met die van andere gecreoliseerde talen in het Caraïbisch gebied, zoals het Papiaments. Slory studeerde Spaans in Nederland en begon zijn carriëre als dichter met de publicatie van drie bundels met overwegend politieke poëzie. Aan het einde van de jaren zestig keerde hij terug naar Suriname waar hij vanaf 1970 nog uitsluitend in het Sranang schrijft. In de jaren tachtig stapt hij vervolgens weer over naar het Nederlands en Spaans. Slory heeft altijd de sociale en politieke actualiteit poëtisch van commentaar voorzien, niet alleen van Suriname maar ook van Zuid Amerika en Vietnam (1970). Naast poëzie voor volwassenen schreef hij ook verzen voor kinderen en proza. Zijn laatste poëziebundel dateert van 2012 (Torent een man hoog met zijn poëzie).

In 1995 kwam bij Meulenhoff Boekerij de vuistdikke bundel ‘Spiegel van de Surinaamse poëzie, van de oude liedkusnt tot de jonge dichters’ uit waarin Slory uiteraard goed vertegenwoordigd is. Uit deze bundel hier het gedicht in vier delen ‘Nachtregen van Michaël Slory.

.

Nachtregen (I)

.

En in de koude regen

het harteleed

dat klaagt.

.

Straatstenen, schaduwen

luisteren niet

waar de nacht woedt,

verloren.

.

Nachtregen (II)

.

In de koude wind

vleermuizenscherts

na regen.

.

De sapotille

is reeds aangevreten

en valt daarna.

.

Nachtregen (III)

.

(kikkers)

.

De koperen blazers

wachten op het orkest.

Maar

het valt niet in.

.

Zelfs de sterren

hebben hun stemrecht

verloren.

.

Nachtregen (IV)

.

(hond)

.

Waf!

Alleen

een diep geblaf.

Van bijten

komt er niets.

.

De regen

houdt hem

ervan af.

Waf!

.

 

 

 

Goblin

Merlijn Huntjens

.

In 2013 stond hij op een podium van Ongehoord! in Maassluis en sindsdien volg ik hem, tegenwoordig is hij stadsdichter van Heerlen, en consulent Literatuur bij het Huis van de kunsten in Limburg. Ik heb slechts zijn kleine bundel ‘Ja, blokfluit’ in huis maar telkens als ik hierin lees word ik vrolijk.

De bijzondere, iet wat bevreemdende gedichten toveren altijd een glimlach op mijn gezicht. Toch eens informeren bij hem of er al nieuw werk van hem is, ik las ergens dat hij twee bundels heeft gepubliceerd maar ben er nog niet achter hoe de andere is getiteld.

Merlijn Huntjens (1991) heeft samen met theatraal performer Nina Willems (1986) PANDA (“Poetry And New Dramatic Arts”) opgericht. Dit is een multidisciplinair kunstenaarscollectief dat op eigen initiatief of in opdracht projecten bedenkt en uitvoert. Daarnaast heeft Merlijn aan verschillende Poetry Slams meegedaan.

Uit ‘Ja, blokfluit’ het gedicht ‘Track #5: Goblin’.

.

Track #5: Goblin

.

Al lig je zo goed,

de kleine staat er.

Hij lacht,

hij pakt je bij je slurf,

ademt in je mond, in je neus,

hij liegt.

.

De lichten, lampen, het kunstmatige helder;

ze zijn niet prettig noch fijn noch lekker geil.

achter elk sterrenlicht, achter elke prettige maan,

schuilt een fuckertje, een demon, een goblin,

van het zwart.

.

Nina Willems & Merlijn Huntjens

 

Poëziepodium Ongehoord! 10 december

In Rotterdam

.

Op zondag 10 december is alweer het laatste poëziepodium van 2017 in de centrale bibliotheek van Rotterdam. Op de 4e etage in het auditorium komen de volgende dichters:

  • Gijs ter Haar (met werk uit zijn nieuwe bundel)
  • Marijke Hooghwinkel (ook met werk uit haar nieuwste bundel)
  • Peter Goossens uit Vlaanderen (ook al met werk uit zijn nieuwste bundel
  • Meliza de Vries (jong en aanstormend talent)
  • Gideon Borman (actieheld en dichter)

Wil je deze dichters alvast een proeve van bekwaamheid zien doen kijk dan alle filmpjes hier: https://www.facebook.com/stichtingongehoord/

Natuurlijk is er een open podium. Meldt je hiervoor aan ter plekke bij de presentator Maiko. Toegang is als altijd gratis, koffie en thee staan klaar. Aanvang: 14.00 uur, je kan terecht vanaf 13.30 op de 4e etage van de centrale bibliotheek aan de Hoogstraat (naast de markthal en station Blaak).

Hier volgt alvast een voorproefje van een gedicht van Marijke Hooghwinkel uit ‘werkdagboek[aantekeningen]1996-2014’.

.

gedachten over

wind die de zee in kleine stukjes rond/
je heen uit elkaar barst tot een/
in de nacht helder uitgehouwen//

donzig veertje recht naar beneden valt op de/
grond langs een hek bij het water tegen/
het licht gestapeld ligt//

gerimpeld onkruid verschroeid/
als taartenaarde met slakkenslijm omringd/
door platgetrapt tussen //

wuivende rietstengels/
geur van mest/
brekend glas/
lijn van huizen//

gedachten over zand en//

…..etc.

.

Von Solo

De Jeff Koons van de vaderlandse poëzie

.

Ik heb al een tijdje niets meer vernomen van Von Solo, de self acclaimed Jeff Koons van de vaderlandse poëzie. Sinds het overlijden van zijn grote vriend Derrel Niemeijer is het, voor mij in ieder geval, wat stil geworden rond deze sympathieke dichter. Von Solo is een ware activist in de voordrachts- en slampoëzie. Sinds een vliegende start in het najaar van 2011 bestijgt hij podia door geheel Nederland en België. Hij wekt afschuw en afbraak en heeft hier een solide reputatie mee opgebouwd die hij maar al te graag tegelijk waarmaakt en ondergraaft. Dat staat op zijn website te lezen http://www.vonsolo.nl

Daar lees ik ook vooral columns van zijn hand, zeer leesbaar, actueel en gevat maar toch anders dan zijn poëzie. Zijn laatste optreden (en daar is Von Solo legendarisch om wat mij betreft), dateert alweer van 1 oktober jongstleden. Om de jonge lezers die Von Solo nog niet kennen te introduceren met zijn werk heb ik zijn gedicht ‘Pantserkruiser Potemkin’ gekozen om hier met jullie te delen. Wil je Von Solo ‘echt’ meemaken ga dan eens naar een voordracht van hem.

.

Pantserkruiser Potemkin

.

Aangedreven door schroeven
Grote kanonnen genoeg
Pompende machines in de buik
Doorklievend met een stalen boeg

In je haven aangemeerd
Tijd voor een groots onderhoud
De zaak moet doorgesmeerd

Pantserkruiser voor de ware liefde
Als graanschip vol met rijpe zaden
Pompende machines in de buik
Geen woorden meer, maar daden

Anker uit en trossen los
Hoe kan dat tegelijk
Net zo zinloos als je afvragen
Of ik op een pantserkruiser lijk

Toch is het zo, nu weet je het zeker
De ramboeg zit erin
Je maakt water nu, ontken het maar
Ontkennen heeft geen zin

De golven breken je, je verzuipt erin
En kreunt naar adem snakkend zacht
Pantserkruiser
Potemkin

.

Kleine advertentie

Mirjam Eijk

.

In mijn boekenkast kwam ik de kleine bundel ‘Metamorfoses aan zee’ tegen van dichter/schrijfster Mirjam Eijk. Uitgegeven door uitgeverij Maldoro is dit een bundeltje met bijzondere gedichten. Het verhaal van ‘Metamorfoses aan zee’ gaat over een meisje dat vanuit haar Haagse woning naar het strand gaat waar haar gemoedstoestand volkomen omslaat.

Dit verhaal wordt verteld op 35 verschillende manieren, in de traditie van Raymond Queneau’s ‘Stijloefeningen’. Uit de mond van een zesjarige, een zwartkijker, een achterdochtige en in de vorm van een politiebericht, een wetenschappelijk onderzoek en een advertentie.

Aangestoken door de contactadvertenties die Rinske Kegel elke zaterdag op Facebook deelt was mijn keuze meteen gedaan voor een voorbeeld van zo’n advertentie in deze bundel. Daarbij is het een bijzondere vorm en zoals je weet hou ik daar ook van.

.

Kleine advertentie

.

T. pkt. fts.R. n. strnd. Luchie schpn. Mnsn. wkkn. agrss. T. uit krtk. T. zcht. & stnt. Ook zovl. gkk. mnsn. ! Eindlk., strnd. Shck ! g.v.d. andr. mnsn. ook dr. T snkt. nr. adm. Zcht. zcht. ze wrdt. ng. gk.Sjk. slp. vlk. Pltslng. klrn. uit. Nkt. ! Z. in Z. zwmt., ijskd. mr. ze zwmt. ! Al. andr. kijkn. hun ogn. uit. Valln. zlfs. pr. ogn. uit hun kassn. ! (Kunn. mnsn. z. nt. mr. vndn., trst.)Evn. ltr. gt. T druit. Glijk. mndr. zrgn. an. dr. kp. Gk. hr. wl. prrtg. vr. d. T.

.

(witte) hond

Charles Bukowski

.

Op de website https://bukowski.net/manuscripts/ staan een enorme hoeveelheid varhalen en gedichten van Charles Bukowski te lezen. Zoals hij ze destijds getypt op papier aan zijn uitgever toestuurde. Het gedicht ‘white dog’ is een bijgewerkte versie van het origineel getiteld ‘dog’ dat anders eindigt en iets anders is van opzet. Omdat ik van ‘white dog’ een Nederlandse vertaling vond deel ik die hier met jullie. In de afbeelding daaronder het origineel getiteld ‘dog’.

Het gedicht ‘white dog’ verscheen in ‘The pleasures of the damned’ uit 2007,  het origineel ‘dog’ dat Bukowski schreef in 1977, verscheen in de bundel ‘What matters most is how well you walk through the fire’ uit 1999.

.

white dog

.

I went for a walk on Hollywood Boulevard.

I looked down and there was a large white dog

walking beside me.

his pace was exactly the same as mine.

we stopped at traffic signals together.

we crossed the side streets together.

a woman smiled at us.

he must have walked 8 blocks with me.

then I went into a grocery store and

when I came out he was gone.

or she was gone.

the wonderful white dog

with a trace of yellow in its fur.

the large blue eyes were gone.

the grinning mouth was gone.

the lolling tongue was gone.

things are so easily lost.

things just can’t be kept forever.

I got the blues.

I got the blues.

that dog loved and

trusted me and

I let it walk away.

.

witte hond

,

Ik ging wandelen op Hollywood Boulevard.

Ik keek naar beneden en er liep

een grote witte hond naast me.

Zijn pas was precies dezelfde als de mijne.

We hielden samen halt aan de verkeerslichten.

We staken samen de zijstraten over.

Een vrouw glimlachte naar ons.

Hij moet zo 8 huizenblokken samen

met mij voortgegaan zijn.

Toen liep ik een kruidenier binnen en toen

ik buiten kwam was hij weg.

Of was zij weg.

Een prachtige witte hond

met een vlok geel in zijn vacht.

De grote blauwe ogen waren weg.

De grijnzende mond was weg.

De lusteloze tong was weg.

Dingen gaan zo makkelijk verloren.

Dingen kunnen gewoon niet altijd blijven.

Ik ben triest.

Ik ben triest.

Die hond hield van me

en vertrouwde me en ik

liet hem lopen.

.

 

 

Kaartlezers

Albertina Soepboer

.

Dichter, toneel- en prozaschrijfster Albertina Soepboer (1969) woont in Harlingen en heeft haar atelier in Groningen Ze studeerde Romaanse talen en culturen en Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen.

Haar Friestalige debuutbundel ‘ Gearslach’  verscheen in 1995. Hierna  volgden nog negen andere bundels. Naast het Fries heeft ze altijd in het Nederlands geschreven en ze ziet zichzelf dan ook als een tweetalig schrijver. In haar poëzie is die meertaligheid een belangrijk thema. Een ander belangrijk thema is landschap. Het wad komt vaak terug in haar poëzie, maar ook haar passie voor reizen speelt een grote rol.

Voor haar gedichten kreeg ze in 1996, 1997 en 1998 de Rely Jorritsma-prijs. Als dichter heeft ze op vele festivals opgetreden, o.a. op Poetry International in Rotterdam, De Wintertuin in Nijmegen, De Nachten in Antwerpen, Poesie International in het Oostenrijkse Dornbirn, Struga Poetry Evenings in Macedonië en The Ubud Writers&Readers Festival op Bali. Haar werk is vertaald naar het Engels, Duits, Frans en Slavisch-Macedonisch.

Uit de dichtbundel ‘ De hengstenvrouw’  uit 1997  koos ik voor het gedicht ‘ De kaartlezers’.

.

De kaartlezers

.

Dat het dichterbij kwam, daar
waren we wel zeker van. Als duin
zou het in ons huizen. En al
vielen meeuwen vaak uit wolken,
het was er, naderde en naderde.
Zoveel wisten wij.

Het pad, zeker, we tekenden het.
Zo zou het zijn. Alles was in kaart
gebracht en dan zouden we gaan.
Veters gestrikt. Fiets mee. Naar
zee, naar zee waar alles begint.
Zoveel wisten wij.

Maar hoeveel wisten wij niet.
Wij raakten het pad kwijt, konden
de kaart niet meer lezen en
verdronken in zee.

.

Deze lente, dit

Miriam Van hee

.

Zondag in november en dus plaats voor een gedicht van de dichter van de maand november Miriam Van hee. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht met de veelzeggende titel ‘Deze lente, dit’ (ik kan niet wachten tot het weer lente is)uit haar bundel ‘Vrouwen dichten anders’ uit 2000.

.

deze lente, dit

.

deze lente, dit
nerveuze regenen maakt
alles weer onzeker en toch
buiten door het raam
gaat alles verder:

onrust ingemetseld in
huisnummers buslijnen
rekeningen dagen
graden en

daar lopen onder paraplu’s
allen die wat willen worden
die al huizen hebben
schoenen auto’s
kinderen

ach, deze lente dit
uitgesteld ontluiken, dit
regenen waarin je
afscheid neemt, de trein
mist, rondhangt, rechtstaand
eet, ontredderd, vrij

.