Site-archief
Overdenking
(bijna) vergeten dichters
Allerzielen 2 november 1974
Overdenking
Lieve Mamma. Hoe gaat het met je en Pappa,
en Oma en het wéér daarzo? Warm en vrolijk voor
.
Bodemloos blauw
Mark Meekers
.
De dichter Mark Meekers is samen met Hugo Claus de meest bekroonde Vlaamse dichter. Naast dichter is Meekers beeldend kunstenaar onder zijn ware naam Mark Rademakers.
Mark Meekers (1939) was stichter van de dichtersgroepen ‘Mengmetaal’ en ‘Concept’. Hij was dorpsdichter van het spookdorp Doel waarover ik op 3 maart 2019 al schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/03/03/doel/ en hij was poëzie-ambassadeur van Vlaams-Brabant.
In 2016 verscheen de bundel ‘Bodemloos blauw’ van zijn hand bij uitgeverij P in Leuven. ‘Bodemloos blauw’ is een hulde aan de dromerige surrealistische kunstenaar Marc Chagall (1887 – 1985). Meekers gedichten werpen een unieke blik op Chagalls bestaan en kunst.
Uit deze bundel koos ik het gedicht dat hoort bij het gelijknamige schilderij ‘Paris by light’ Uit 1927.
.
Paris by light
.
even nog slapen onder een hamer, dan
als een kogel uit de Russische roulette
het paradijs uitgelucht, waar de kippen
eieren in dopjes moeten leggen, de blinde
.
vlek het hele oog overspoelt, loensen (zelfs
links) verboden is. Parijs – “sacré coeur!” –
heeft een groot hitsig hart en licht voor
allen. In elke Parisienne giechelt een meisje
.
van plezier. french cancan + champagne-
ringen over ritsige roden. de valiezen
uitgepakt in de passage de Dantzig nummer
twee, waar het gonst van de steekbeitels,
.
penselen elkander in de haren vliegen.
hier draait dame fortuin het reuzenrad,
tracht hij ogen in beslag te nemen, als ziener
kijkers medeplichtig te maken aan het mooie.
.
De koffer
John Ashbery
.
In 1977 staat Poetry International in het teken van de koffer, symbool van het reizen. Naast de gebruikelijke poëzie en dichters uit vele landen is er een tentoonstelling van oude reiskoffers. In 1977 staat de Amerikaanse dichter John Ashbery op het podium in Rotterdam. Ashbery (1927- 2017) werkte van 1955 tot 1965 voor The New York Herald Tribune in Parijs als kunstcriticus. Na zijn terugkeer in de Verenigde Staten werkte hij als docent Engels en was hij ook daar kunstcriticus. Ashbery was een avant-gardistisch dichter.
Ashbery’s vroege werk werd sterk geïnspireerd door door het werk van Auden, alsook door de obscure Franse surrealistische dichter Pierre Martory. Later werd zijn werk steeds meer modernistisch. In de jaren zestig verkeerde hij in avant-gardistische kringen, met wereldwijd de aandacht trekkende kunstenaars als Andy Warhol en John Cage.
Ashbery’s werk kenmerkt zich door vrije, spontane associatie, waarbij zijn gedichten meestal nauwelijks een echt onderwerp kennen. Hij kan heel vaag en poëtisch zijn over concrete alledaagse dingen, waarbij hij regelmatig de parodie als stijlmiddel gebruikt. Een overkoepelend thema is de relatie tussen chaos en het bewuste menselijk denken en met de kunst in zijn algemeenheid. Hoewel Ashbery vaak beweerd heeft voor een groot publiek te willen schrijven, geldt veel van zijn werk als moeilijk toegankelijk, niet in de laatste plaats door de semantische en linguïstische experimenten in zijn werk.
Uit zijn bundel ‘The double dream of spring’ uit 1970 het gedicht ‘The task’ en in een vertaling van Peter van Lieshout, ‘De taak’.
.
De taak
.
Ze maken zich klaar om opnieuw te beginnen:
Problemen, een nieuwe wimpel aan de vlaggemast
in een voorspelde romance.
.
Rond de tijd dat de zon laag boven het
Westelijk halfrond haar stralen vlijt, de kermis echoot,
Dringen de vluchtende landen onder andere namen bijeen.
Leegte neemt de plaats van vreugde in, en Ieder moet vetrtrekken
Weg, ver weg in de stokkende nacht, want zijn lot
Is vruchteloos terug te keren uit het licht
Voorgetoverd door verstrijkende tijd. Slechts
Luchtkastelen waren het, doorkneed in de kunst het verleden
Te grijpen en met pijn te beheersen. En de weg ligt open
Nu om regelrechtschapen te handelen in deze tijd
Verterende dichtheid waarin hij ooit leerde ademen.
.
Kijk eens naar de rommel die je gemaakt hebt,
Zie eens wat je hebt gedaan
Maar als dat dat al spijt mocht zijn raakt het nauwelijks
De kinderen die na het eten buitenspelen.
Belofte van kussens en meer in de nacht die straks valt.
Ik ben van plan hier wat langer te blijven
Omdat dit enkel ogenblikken zijn, ogenblikken van inzicht,
En omdat getast en gereikt nog moet worden,
Naar uiterst en vurig verlangen dat wegsmelt
Ondertussen, als afstand onder pelgrimsvoeten.
.
The task
.
They are preparing to begin again:
Problems, new pennant up the flagpole
In a predicated romance.
.
About the time the sun begins to cut laterally across
The western hemisphere with its shadows, its carnival echoes,
The fugitive lands crowd under separate names.
It is the blankness that follows gaiety, and Everyman must depart
Out there into stranded night, for his destiny
Is to return unfruitful out of the lightness
That passing time evokes. It was only
Cloud-castles, adept to seize the past
And possess it, through hurting. And the way is clear
Now for linear acting into that time
In whose corrosive mass he first discovered how to breathe.
.
Just look at the filth you’ve made,
See what you’ve done.
Yet if these are regrets they stir only lightly
The children playing after supper,
Promise of the pillow and so much in the night to come.
I plan to stay here a little while
f’or these are moments only, moments of insight,
And there are reaches to be attained,
A last level of anxiety that melts
In becoming, like miles under the pilgrim’s feet.
.
Nacht
Mies Bouhuys
.
Zoals zoveel Nederlanders denk ik bij de naam Mies Bouhuys (1927 – 2008) meteen aan kinderboeken. De vele versjes, verhalen van Pim en Pom maar ook ‘Anne Frank is niet van gisteren’. Daarnaast schreef zij echter ook poëzie. Ze was vanaf 1957, tot aan zijn dood in 1970, getrouwd met de dichter Ed Hoornik. In 2014 verscheen het boek ‘Omdat ik in de wereld loop’ een biografische schets van Bouhuys, van haar kinderboeken, musicals, gedichten en kinderseries, met de nadruk op haar rol als activiste tegen onrecht. Zo zette zij zich jarenlang in voor de Dwaze Moeders in Argentinië, de moeders van onder de dictatuur verdwenen (vermoorde) gevangenen.
In ‘Omdat ik in de wereld loop’ staat een prachtig gedicht getiteld ‘Nacht’ dat ik hier met jullie wil delen.
.
Nacht
.
Nacht doof het licht,
hemel verhul mij de maan
regen kus mijn gezicht
het is voorbijgegaan
voorbij de dagen treuren
als lege huizen in de tijd
kinderen bloemen en kleuren
werden onwerkelijkheid
Schuif nu de wolken
tussen de bomen en het licht
en laat de bloemen mij kussen,
wind jagen in mijn gezicht,
We moeten het vergeten:
de dag, het licht, de maan
Omdat we zeker weten,
dat het voorbij is gegaan
.
Gedichten van het jaar
The New Yorker
.
Al vanaf februari 1925 plaatst The New Yorker poëzie in het magazine. In 2017 waren dat zo’n 100 gedichten van onder andere The Poet Laureate (zeg maar de dichter des Vaderlands van de Verenigde Staten), bekende dichters en aanstormend talent. Elk jaar wordt er een overzicht geplaatst op de website van The New Yorker met alle gedichten die dat jaar zijn gepubliceerd. Daarnaast is er een website waar alle gedichten die vanaf het allereerste begin zijn gepubliceerd zijn gearchiveerd en waar je ze dus allemaal terug kan lezen https://www.newyorker.com/magazine/poems
Tussen de vele dichters die in dit archief zijn terug te vinden staan beroemde namen als Bertold Brecht, Leonard Cohen, Dorothy Parker en Seamus Heaney maar ook het Franse volkslied (editie 1926) staat ertussen.
In de editie van 2017 staat onder andere een gedicht van de dichter John Ashbery (1927 – 2017) getiteld ‘Disorder and Light’.
.
Disorder and Light
.
Answer: I would dump it.
She lost her husband. It was time.
The more blurry it’s gonna be, the great complicator
takes us all into account.
I don’t know what this is, remnant.
You won’t get there forever.
Decades ago, after the dogs inspected it
it became part of their repertory.
. . . Comes in and ankles around like
he owned the place (which he did, in a sense).
Fast action on their part drew her on.
This wasn’t morning. It was more like
a week from now. I’ll be on your side, searching
for what we both know is there: our crumbling infrastructure.
You stay out of it.
You’ve got to be kidding me. Your pill, he urged.
Have a wild breakfast,
eyed and mulled. There you go, passionate
as a song. I mean, that’s what he told us to say.
The trees seem to agree.
.




















