Site-archief
Driek van Wissen
Voormalig dichter des vaderlands
.
In mijn boekenkast staat ‘De dikke Driek’. In 2000 toen ik het boek van Driek van Wissen (1943 – 2010) kocht heeft hij er nog iets ingeschreven voor mijn dochter. Dit was nog voor hij dichter des vaderlands werd. Driek was een meester in het spelen met taal en in light verse. Hier een mooi voorbeeld waaruit ook blijkt dat light verse niet alleen maar over luchtige onderwerpen gaat. Uit de bundel ‘Een loopje met de tijd’, uit 1993 het gedicht ‘Het arme beest’.
.
Het arme beest
.
In Serajevo stierf de laatste beer.
Zijn dierentuin was al een tijd gesloten,
Omdat zelfs daar voortdurend werd geschoten
En daarom kreeg hij ook geen eten meer.
Immers de Joegoslaven van weleer,
Door wie in strijd met oude landgenoten
Het eigen bloed geestdriftig wordt vergoten,
Schoten ook alle dierverzorgers neer.
Het is helaas een trieste anekdote
Die ik vandaag voor u op rijm citeer,
Maar zo’n bericht bewijst ook deze keer
Dat mensen zich gedragen als malloten:
Het grootste beest ter wereld heeft twee poten
En in zijn klauwen draagt het een geweer.
.
Foto: schilderij Frisia museum
Stilte
Thomas Hood
.
In de film ‘The piano’ uit 1993 van Jane Campion (die maar liefst drie Oscars won), met in de hoofdrollen Harvey Keitel, Holly Hunter en Sam Neill, komt het gedicht ‘Silence’ van Thomas Hood (1799 – 1845) voorbij. Thomas Hood was een Engelse dichter, auteur en humorist, vooral bekend van gedichten zoals ‘The Bridge of Sighs’ en ‘The Song of the Shirt’. Hood schreef regelmatig voor The London Magazine, Athenaeum en Punch. Later publiceerde hij een tijdschrift dat grotendeels bestond uit zijn eigen werken. Hood stierf op 45-jarige leeftijd. William Michael Rossetti noemde hem in 1903 ‘de beste Engelse dichter’ tussen de generaties Shelley en Tennyson.
Het gedicht ‘Silence’ uit The Oxford Book of English Verse: 1250–1900.
.
Silence
.
There is a silence where hath been no sound,
There is a silence where no sound may be,
In the cold grave—under the deep deep sea,
Or in wide desert where no life is found,
Which hath been mute, and still must sleep profound;
No voice is hush’d—no life treads silently,
But clouds and cloudy shadows wander free.
That never spoke, over the idle ground:
But in green ruins, in the desolate walls
Of antique palaces, where Man hath been,
Though the dun fox, or wild hyæna, calls,
And owls, that flit continually between,
Shriek to the echo, and the low winds moan,—
There the true Silence is, self-conscious and alone.
.
Ik heb de liefde lief
Herman Gorter
.
In 1993 verscheen de verzamelbundel ‘Ik heb de liefde lief’ met daarin de mooiste liefdesgedichten uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie. Deze bundel werd samengesteld door Willem Wilmink en bevat, naast vele bekende liefdesgedichten, een aantal liefdesgedichten die ik nog niet kende. Sommige daarvan zijn uit de eeuwen voor de 20ste eeuw maar er zijn er ook bij van recenter jaren. Zo kwam ik een gedicht tegen van Herman Gorter (1864-1927) dat ik niet nog kende maar dat van een eenvoud en schoonheid is dat ik, toen ik het gedicht las, wist dat ik op dit blog zou plaatsen. Het titelloze gedicht verscheen eerder in de bundel ‘Verzamelde lyriek tot 1905’ uit 1977.
.
Hé ik wou jij was de lucht
dat ik je ademen kon
en je zien in het hooge licht
en door je gaan kon.
.
Waar zijn je armen en je handen
en die witte overschoone landen
van je schouders en schijnende borst-
ik heb zoo’n honger en dorst.
.
Zware pijnstillers
Rob Schouten
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Zware pijnstillers’ van Rob Schouten (1954), zijn 13e en voorlaatste dichtbundel alweer. Rob Schouten is dichter, prozaschrijver, columnist voor Trouw en literatuurcriticus. Daarnaast verzorgt hij sinds 1981 voor het weekblad Vrij Nederland recensies van dichtbundels.
In 1986 en 1987 was hij writer in residence aan de University of Minnesota, van 1993 tot 1996 bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij zat in talloze literaire jury’s, schreef naast dichtbundels en romans ook essays en een verhalenbundel. Daarnaast stelde hij een aantal bloemlezingen samen.In 2002 kreeg hij de Herman Gorterprijs voor ‘Infauste dienstprognose’.
De romantisch decadente elitaristische inslag van zijn vroege werk evolueerde gestaag in de richting van een eigenaardig soort realisme, dat het midden houdt tussen ruwhartig en gevoelig. Zo ook in de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.
Het gedicht ‘Vader’ uit deze bundel is een mooie illustratie van het ruwhartige en gevoelige in één gedicht.
.
Vader
.
Twee oorlogen had hij op zak, als twee horloges,
een peutertje, de ander een volwassen man.
Niemand van ons kende hem nog, misschien verzon
hij soms maar wat, dat hij eerst boekhouder
en later predikant, ‘van kasboek tot bijbel’,
Plots had hij ons verwekt, maar bleef even
‘hardcore’-gelovig als jongen van Jan de Wit.
Hij kon niet tegen onrecht en mijn puberteit.
.
Maar ’t echte werd tot allerlaatst bewaard
toen hij broodmager, zachtjes kotsend, snotterde:
ik wou m’n kleinkinderen groot zien worden.
.
O God, bewaar me, laat me nu afglijden,
sla me met pest, neem me mijn dochters af
en leg me als het erop aankomt kalm in bed!
.
Augustus
Victor Vroomkoning
.
Het is bijna augustus en ik herinnerde me een gedicht van Victor Vroomkoning op http://www.poezie-leestafel.info dat begint met de fraaie openingsregelregel ‘Wat weten vlinders van augustus?’ en dan het vervolg over een plant waar ik nog nooit van gehoord had de Buddléia, tot ik hem opzocht en ik tot de ontdekking kwam dat ik er zelfs eentje in mijn tuin heb staan. Het betreft hier namelijk de Vlinderstruik. De naam Buddléia wordt in Franstalige gebieden gebruikt voor deze plant.
Victor Vroomkoning, pseudoniem van Walter van de Laar (1938) is een Nederlands dichter. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en filosofie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was lange tijd werkzaam in het onderwijs. Zijn werk werd regelmatig onderscheiden. Zo won hij in 1983 de Pablo Nerudaprijs en in 2006 de Karel de Grote-prijs van de stad Nijmegen. Dat jaar ook won hij met zijn bundel ‘Stapelen’ de Publieksprijs voor de beste gedichtenbundel van 2005. Vroomkoning publiceerde inmiddels 18 dichtbundels maar ook proza, essays en tonbeelstukken.
Uit de bundel ‘Oud zeer’ uit 1993 het gedicht ‘Buddléia’.
.
Buddléia
.
Wat weten vlinders van augustus?
De buddléia bloeit, ze nemen het
ervan. Je dochter kan dat eigenlijk
niet aan, zo ijl, zo flinterdun
haar jurk. Je bent haar vader maar
kunt kijken als een man. Waar eindigen
haar poten? Hoge zomen vangen wind,
de zomer raakt nu op zijn bangst.
Ze fladdert weg, je kijkt haar na zoals
de vriend die laatst iets ongelukkigs
zei toen zij op haar fiets passeerde.
Later als het licht de middag heet
en scherp maakt bij de sloot aan gene
zijde jaagt een man bij de buddléia ‘s.
.
Het koningsgraf
Bertus Aafjes
.
Mijn broer Bart heeft heel lang Bruna pockets verzameld waarvan de omslag was ontworpen door Dick Bruna (ja jongens en meisjes, dat was voor hij met Nijntje doorbrak). Vanuit een esthetisch oogpunt (Bart is grafisch ontwerper bij Brrt.nl) heb ik vele exemplaren voor hem verzameld door op rommelmarkten en in kringloopwinkels altijd uit te kijken naar Brunapockets.
Hoewel hij dit nog altijd doet (het verzamelen) heeft hij er inmiddels al heel veel. Tegenwoordig lijken de rollen wel omgedraaid, nu kijkt hij uit naar dichtbundels in de kringloopwinkel bij hem op de hoek. Afgelopen zondag kreeg ik weer twee bundels die hij daar had aangeschaft waaronder de bundel ‘Het Koningsgraf’ van Bertus Aafjes uit 1949 met als ondertitel ‘Honderd en een sonnetten’.
Bertus Aafjes (1914 – 1993) schreef deze sonnetten in 1947 in Caïro. Uit deze bundel heb ik voor het sonnet ‘Liefhebben’ gekozen
.
Liefhebben
,
Liefhebben is in droefheid zich vermeren,
en voller worden van een vreemd erbarmen,
en langzaam tot de bodem weer te keren
als men ’t geluk drinkt in elkanders armen.
Want wie bemint neemt ook de droefheid over
die zich in ’t andre, zo geliefde leven
genesteld heeft als schaduw in het lover
nevens het zonlicht en daarmee verweven.
Liefhebben is opgroeien in verdriet
en dan in de berusting van het zwijgen,
de toppen van het leven te bestijgen,
tot waar men in het dal der tranen ziet,
dat zacht en blauw is en schier onbewogen,
als somtijds droefheid is in kinderogen.
.
Gruwelijke gedichten
Paul Celan
.
Al eerder schreef ik over de dichter Paul Celan (1920 – 1970). Over zijn beroemde gedicht ‘Todesfuge’. Paul Celans ouders werden door de nazi’s vermoord in een Oekraïens concentratiekamp en zelf werd hij als dwangarbeider in een Roemeens werkkamp tewerkgesteld. Dit gegeven werd de belangrijkste leidraad in zijn poëzie. Gedichten die de gruwelijkheid van de oorlog als onderwerp hebben. Na ‘Todesfuge’ (1948) en ‘Mohn und Gedächtnis’ (1952) verscheen in 1955 ‘Von Schwelle zu Schwelle’ met daarin het gedicht ‘Mit wechselndem Schlüssel’. In dit gedicht doet hij opnieuw een poging om te leren spreken na de verstomming van Auschwitz.
Chris van Esterik schreef hierover in het NRC van 22 oktober 1993: “In al zijn gedichten probeert hij steeds weer nieuwe sleutelwoorden uit om de waarheid te ontsluiten. De woorden, voorzien van vele verschillende betekenissen om de kans op het openen van het slot te verhogen, zocht hij met name bij mystici in chassidische geschriften, de kabbala, de bijbel en de natuur. Dat bezorgde hem het aura van een hermetisch dichter, een omschrijving die hij zelf met stelligheid van de hand wees. Hij omschreef zijn werk als “Mehrdeutigkeit ohne Maske’.”
Dat de gedichten van Celan niet altijd eenvoudig zijn of eenduidig mag dan zo zijn, maar zijn gedichten raken je en laten je voelen welke verschrikkingen er plaats hebben gevonden tijdens de tweede wereldoorlog en met name in de concentratiekampen. Zo ook in het gedicht ‘Mit wechselndem Schlüssel’ of ‘Met wisselende sleutel’ zoals de vertaling luidt.
.
Mit wechselndem Schlüssel
.
Mit wechselndem Schlüssel
schliesst du das Haus auf, darin
der Schnee des Verschwiegenen treibt.
Je nach dem Blut, das dir quillt
aus Aug oder Mund oder Ohr,
wechselt dein Schlüssel.
Wechselt dein Schlüssel, wechselt das Wort,
das treiben darf mit den Flocken.
Je nach dem Wind, der dich fortstösst,
ballt um das Wort sich der Schnee.
.
Met wisselende sleutel
.
Met wisselende sleutel
ontsluit je het huis, waarin
de sneeuw van ’t verzwegene woedt.
Naar gelang het bloed opwelt
uit je oog of je mond of je oor,
wisselt je sleutel.
Wisselt je sleutel, wisselt het woord
dat woeden mag met de vlokken.
Naar gelang de wind die jou wegstoot,
balt om het woord zich de sneeuw.
.














