Site-archief

mooi neukweer

Jan Kostwinder

.

De dichtbundel ‘Alles is er nog’  uit 2003 van de jong overleden dichter Jan Kostwinder (1960-2001) samengesteld en ingeleid door Hein Aalders en Chrétien Breukers, bevat het poëtisch oeuvre van Jan Kostwinder, en bestaat uit de twee bij leven van de auteur verschenen bundels, uitgebreid met het nooit in boekvorm gepubliceerde ‘Donkere wolken pakken zich samen boven het hoofd van Meneer De Vries’ en een ruime keuze uit zijn verspreide en nagelaten gedichten.

Kostwinder werd geboren in Oud-Pekela en studeerde in Amsterdam Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 1989 studeert hij cum laude af op de poëzie van Wilfred Smit, waarna hij les gaat geven aan het Atlantic College in Llantwit Major in Wales. Tijdens zijn studie Nederlands richt Kostwinder samen met Marisa Groen, Stef van Dijk en Rogi Wieg het tijdschrift Adem op, dat van 1986 tot 1990 zal bestaan. Hierin publiceert hij verhalen, gedichten en essays.

In 1988 debuteerde hij met de bundel ‘Binnensmonds’. In 1994 verscheen zijn tweede bundel, ‘Een kussen van hout’. Het boek ‘Een man alleen’, uit 1995, bevat beschouwingen over Cesare Pavese (geschreven in samenwerking met Hein Aalders). Jan Kostwinder schreef naast poëzie ook polemieken, een briefroman en verhalen.

Uit de bundel ‘Alles is er nog’ komt het gedicht ‘Een ansicht uit de Ardennen’.

.

Een ansicht uit de Ardennen

.

Het is mooi

neukweer vandaag.

.

Tussen de dode bomen

die op totempalen lijken

.

zeikt het

van de regen.

.

Altijd hetzelfde.

.

Wie gelukkig wil zijn

had thuis moeten blijven.

.

 

 

Binair Non-Binair

Thorn de Vries

.

Soms is het voor mij ingewikkeld om te bepalen of ik iets poëzie vind of niet. Prozagedichten zijn zeer populair en sommige ‘dichtbundels’ lezen meer als een roman of een set verhalen. In het geval van de bundel ‘Schillen’ van Thorn de Vries twijfel ik. Op Hebban lees ik in een review van deze bundel een zin waar ik me wel in kan vinden: Gedachten en fragmenten die qua opmaak en soms qua vorm richting poëzie gaan. Voor mijn boekhandel was het blijkbaar genoeg reden om de bundel bij de poëziecollectie te leggen.

Thorn de Vries (die/diens, 1995) is schrijver, acteur, filmmaker, activist en dragking en onder andere bekend van de film ANNE+, SpangaS I en Flikken Maastricht.  Hoe kun je weten hoe het is om mens te zijn als je alleen maar bezig bent met hoe de mens hoort te zijn?  Thorn de Vries probeert in deze bundel daar een antwoord op te geven. In het jaar dat ‘genderneutraal’ verkozen werd tot irritantste woord kwam Thorn de Vries uit de kast. Wie ben je als iedereen een mening heeft over wie je zou moeten zijn? Hoeveel lagen verhullen en verbergen de essentie van je zijn?

In een tijd waarin de genderdiscussie door al het populistische geweld onder druk staat, is een bundel als deze, voor een ieder die met zijn/haar/diens identiteit worstelt een lichtpuntje. Uit deze bundel nam ik het onderstaande gedicht (?) getiteld ‘Binair Non-Binair’.

.

Binair Non Binair

.

Ik vind het een compliment als mensen denken dat ik

een man ben.

Zolang ze me maar niets als vrouw zien.

Ik wil niet herinnerd worden aan het meisje dat ik ooit

was.

Dacht te zijn.

Leek te worden.

Maar toch niet werd.

.

Zolang ze me maar niet als vrouw zien.

.

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat mijn transitie naar

non-binair zo verschrikkelijk binair is geworden?

Het is voor mij wel heel erg dat een of dat ander

en dus absoluut niet datgeen wat ik vroeger was.

.

Lofzang op het verlies

Fiona Zerbst

.

De Zuid Afrikaanse dichter en journalist  Fiona Zerbst (1969) heeft vijf dichtbundels gepubliceerd en schrijft reportages over onder meer Rusland en Oekraïne waar ze ook woonde. Ze wordt gezien als één van de leidende poëtische stemmen in Zuid-Afrika. Ze publiceerde vijf dichtbundels: ‘In Praise of Hotel Rooms’ (2020), ‘Oleander’ (2009), ‘Time and Again’ (2002), ‘de kleine zone’ (1995). ) en ‘Parting Shots’ (1991). Ze behaalde een MA in Creatief Schrijven aan de universiteit van Kaapstad en een PhD in Creatief Schrijven aan de universiteit van Pretoria. Haar gedichten zijn veelvuldig gepubliceerd in bloemlezingen. Daarnaast werkte ze samen met professor Hendrik Hofmeyr aan het libretto voor zijn opera Saartjie, die in 2022 in première ging. Momenteel werkt ze aan een nieuwe opera met componiste Juliet Wootton.

In de bundel ‘Oleander’ onderzoekt Zerbst de complexiteit van het leven, die zowel mooi als giftig is: liefde, dood, kunst, de nasleep van oorlog en genocide, reizen, religie, openbaring. Oleander is rijker dan Zerbsts vorige bundels en brengt ervaringen in kaart waarmee het ‘zelf’ getransformeerd kan worden.

In een vertaling van Hilke Molenaar hier het gedicht ‘Lofzang op het verlies’ waarin ze het verlies van een man aan andere vrouwen in een perspectief zet waarin de vrouw geen slachtoffer is maar juist in haar kracht zet.

.

Lofzang op het verlies

.

Verlies

tot het verlies

goed voelt.

.

Verlies met kaarten.

Pas

Weiger mee te spelen.

.

Antwoord niet

op provocaties.

Woorden.

.

Investeer niet.

Wees zeker

dat het niets uitmaakt.

.

Hou jezelf

koel; verlies

de mannen die je kent

.

aan andere vrouwen.

Pas.

Weiger mee te spelen.

.

Het is geen zonde

jezelf te sparen

laat het toe,

.

de kennis

van dit verlies

dat sterft, leeft.

.

Hermans over Hölderlin

Dichter over dichter

.

Schrijver Willem Frederik Hermans (1921-1995) schreef in zijn leven niet veel poëzie. Slechts ruim honderd gedichten, die in een relatief korte periode in een vroege fase van Hermans’ schrijverschap ontstonden. Zijn eerste gedicht publiceerde hij in 1939 in de schoolkrant, het laatste gedateerde is van 1953.

Hermans publiceerde vier bundels poëzie. In 1944 verscheen in een kleine oplage in eigen beheer ‘Kussen door een rag van woorden’, in 1946 ‘Horror Coeli en andere gedichten’, in 1948 ‘Hypnodrome. Gedichten’ en in 1968 ‘Overgebleven gedichten’. Hermans’ poëzie werd wisselend ontvangen, Hans van Straten schreef in een recensie dat zijn gedichten meer merkwaardig dan goed waren.

In 2011 verscheen bij De Bezige Bij de volledige poëziewerken van Hermans onder de titel ‘Volledige werken’ deel 9 Gedichten. Uit deze bundel nam ik het gedicht dat Hermans schreef over Friedrich Hölderlin (1770-1843).

.

Hölderlin

.

Hij gaat gebukt onder de droeve kanonnaden

Van de horizon der onsterfelijkheid.

Hij gaat blootshoofds de schrikkelpaden

Die tot verdwalen leiden. In zijn haar de zaden

Van gewassen die slechts daar ontkiemen,

Waar zij wiesen. En niet waar hij gaat:

.

Aangehitst door droefenis en grieven

Naar een veilig, maar steriel klimaat,

Nu de diepte van zijn trieste giechlen

Met zijn laatste tanden is betaald.

.

Poëzie tussen beelden van Miró

Lin An Phoa

.

Gisteravond was in in het museum Beelden aan Zee op Scheveningen waar BAZ After Hours was. Bezoekers konden genieten van een avond vol poëzie omringd door de bijzondere beeldhouwwerken van Miró, er waren workshops gedichten schrijven, beeldgedichten, zelf drukken en er was muziek. Gevestigde namen en opkomende woordkunstenaars van Huis van Gedichten deden hun voordrachten en er was een open mic.

De avond werd gepresenteerd door Sophia Blyden en georganiseerd door Daniëlle Zawadi van het Huis van Gedichten. Daniëlle ken ik nog van haar deelname aan de Kunstbende in 2017 (waar ik samen met Alexander Franken en M in de jury zat en waar zij de voorronde van het onderdeel Taal won) en haar deelname aan het zomerpodium van poëziestichting Ongehoord! later dat jaar.

In de line up een groot aantal, voor mij, onbekende namen. Dat is ook de reden dat ik graag naar podia ga, om me te laten verrassen en om te kijken of er dichters zijn die ik niet ken. Ook dit keer werd ik niet teleurgesteld. Al bij de eerste dichter was ik diep onder de indruk. Door de performance en door de inhoud. Ik heb het hier over dichter performer Lin An Phoa (1995).

Lin An Phoa is taalwetenschapper, schrijft poëzie en treedt op als spoken word-artiest. In haar fysieke en kritische teksten onderzoekt ze de verwachtingen en patronen van de systemen waarin we leven, in een poging tot verbinding, verzachting en verandering. Waar de taal soms stug en hoofdelijk kan zijn, zo schrijft ze op haar website, zoekt Lin An naar manieren om van lichaam tot lichaam te spreken.

Maar deze nog jonge dichter is nog veel veelzijdiger. Zo treedt ze op als presentator, moderator, docent en programmamaker. Maakt ze deel uit van het talentontwikkeltraject van literatuurorganisatie Wintertuin en was ze werkzaam bij podia als Poetry International, Crossing Border, Nederlands Film Festival, Dansateliers en Kunstbende.

Naast de inhoudelijke kant van haar poëzie was ik onder de indruk van haar timing en haar performance. Dus ging ik op zoek naar werk van haar op het web en vond daar het gedicht ‘Balletmeisjes breken niet’.

.

Balletmeisjes breken niet

.

zelfs na al die jaren zit het ballet nog in je botten
niet het hele zwanenmeer, maar net genoeg om uitgedraaid uien te snijden
net genoeg om met je voeten het licht aan te doen als je handen vol net genoeg
om jezelf bij elkaar te houden aan je buikspieren
te geloven dat je zou afbrokkelen als je zou ontspannen
dat je gewichtloos kan worden als je nog iets harder werkt

net genoeg om je grenzen op te rekken alsof het je hamstrings zijn:
als je uitademt kan je nog net iets verder

iets verder
iets verder
iets verder

tot je onhoorbaar knapt maar blijft lachen naar de spiegel omdat alle meisjes lachen omdat
dat zo hoort omdat we mooier zijn als we lachen want wie lacht is ontspannen en gelukkig
en makkelijk omdat ze niet mogen zien dat we moeite doen want wie lacht kan het allemaal
zelf dragen en als je nog kan lachen valt het vast allemaal wel mee want

balletmeisjes breken niet, ze buigen
en ooit komt er applaus

.

Lin An Phoa

 

Hasan Gök

Bahghi

Watou

Bernard Dewulf

.

In de kringloopwinkel kocht ik ‘Poëziezomer Watou 2004’ verzamelde gedichten, samengesteld door Gwy Mandelinck. Een wat wonderlijke bundeling gedichten want in plaats van de gedichten in de bundel te hebben gedrukt, zijn er deels gedrukte gedichten maar het grootste deel is losbladig en erin geplakt (wat de bundel niet altijd ten goede komt). Daarbij zijn de geplakte gedichten soms op glad papier en andere juist weer niet. En omdat de bundel al oud is zijn er, natuurlijk, ook gedichten losgelaten.

Van een enkele dichter zijn twee gedichten opgenomen (Rutger Kopland), bij een gedicht van K. Michel zijn de laatste regels in pen toegevoegd, en alsof dat nog niet genoeg is zitten er los twee gedichten in die ook al geplakt in de bundel zitten. Een heerlijke chaos kortom maar met prachtige gedichten van bijvoorbeeld Jan Lauwereyns, Mark Insingel, Mark Boog, Peter Verhelst, Miriam Van hee, Serge van Duijnhoven en Hugo Claus.

Ik koos voor het gedicht ‘Boswachter’ van Bernard Dewulf (1960-2021) dat werd genomen uit de bundel ‘Waar de egel gaat’ uit 1995 die bekroond werd met de Debuutprijs. Bernard Dewulf was dichter, essayist, toneelauteur en columnist.

.

Boswachter

.

Hij is even terug van weggeweest.

Nu is nu en dan. Toch moet hij morgen

naar het bos, zijn hoofd ligt

nog vol hout. Een stapel zorgen

in een begroeide geest.

.

Bij zijn bijl, op een sprei

zoekt hij bomen in de kamer.

.

En te voorschijn in wit schort,

uit een deur in het lover

komt een zoon, een jager

die hem aan tafel vraagt.

Hij knikt en komt binnenkort.

.

Een passage

Gertrude Starink

.

Ik was op zoek naar de afbeelding van een bundel uit 2001 en al zoekend kwam ik terecht op een website over Gertrude Starink (1947-2002), een dichter die ik niet kende. Haar meisjesnaam was Ruth Smulders en in de jaren ’70 schreef ze onder het pseudoniem Ruth Sabatier. Starink was naast dichter ook vertaler en ze werkte als freelance medewerker bij literaire radioprogramma’s van de KRO.

Tussen 1980 en 2000 verschenen van haar hand vijf dichtbundels met vijfenzeventig ‘passages’ die uit een of meerdere gedichten bestaan. De bundels werden samen gepubliceerd als ‘De weg naar Egypte’. Voor de derde bundel ontving Starink in 1996 de Herman Gorterprijs en de vijfde bundel werd in 2001 genomineerd voor de VSB Poëzieprijs.

Piet Keijsers die een dissertatie schreef over de gedichten van Starink, wijst erop dat de vijf bundels samen naar de vorm volkomen symmetrisch zijn gecomponeerd, dat wil zeggen het eerste gedicht van de eerste bundel en het laatste gedicht van de vijfde bundel komen formeel overeen, evenzo het tweede gedicht van de eerste bundel en het voorlaatste gedicht van de vijfde bundel, enzovoorts, tot aan de middelste twee gedichten van de derde bundel die de symmetrie doorbreken. Deze bouw impliceert dat de derde bundel beschouwd kan worden als “de kleine symmetrie”. De grote symmetrie van de vijf bundels was niet oorspronkelijk gepland, maar deed zich al schrijvende aan de dichteres voor.

We kunnen wel spreken van een bijzondere dichter in het Nederlandse taalgebied. Starink schreef haar gedichten zonder hoofdletters of enige interpunctie. Hieronder een voorbeeld uit ‘De weg naar Egypte’ een passage 1985-1993 (1995).

.

het was om jou dat ik de zin begon
en elke letter is aan jou gewijd
de namen die je aannam in die tijd
heb ik gebeiteld om de lotuslamp

.

de hinde ligt te smeken in het kamp
dat haar de adem afgesneden wordt
mijn wapens ben ik kwijt mijn haar is kort
ik wil alleen zijn als ik haar bevrijd

,

alleen met blote hand zonder respijt
zal ik me voorbereiden op de nacht
waarin hij die ontbrak komt om zijn kracht
te meten met de krachten die ik won

.

ik zag een huis dat op de klifrand stond

.

ga jij maar vast als ik de zin voleind
staat op de lamp een vlam die niet verdwijnt
maar doorschijnt als een ader in albast

.

ik blijf hier wachten op mijn laatste gast

.

De Nacht van de Poëzie 2024

Poëzie in overvloed

.

Afgelopen zaterdagnacht en zondagochtend was de 41ste editie van de Nacht van de Poëzie in Utrecht, georganiseerd door ILFU. In tegenstelling tot vorig jaar wilde ik dit jaar tot het bittere einde blijven en dat was een juiste beslissing. Een overdaad aan dichters en entr’actes kwamen voorbij aan de (zeker de eerste uren) bomvolle zaal. Het was dan ook uitverkocht. Later, na 12 uur werd het al snel rustiger, waarschijnlijk omdat de laatste treinen rond dat uur vertrokken.

Gelukkig was het programma afwisselend en veelkleurig. Van oude rotten in het vak als Anna Enquist (1945), Kees ’t Hart (1944) en Thomas Lieske (1943) tot de jonkies Lena Plantinga (1999), Roan Kasanmonadi (1995) en Yentl van Stokkum (1991). Maar ook mijn absolute favoriete dichters van de avond Ramsey Nasr (1974) die ik het indrukwekkendst vond, Lies van Gasse (1983) waar ik van genoot, Daan Doesborgh (1988) die me het meest positief verraste tot aan de dichter uit de buitencategorie Bibi Dumon Tak (1964) waarvan ik niet wist dat ze ook dichter was maar wier kinderboeken ik geweldig vind.

Maar ook de ontmoetingen met oude bekenden, Simon Mulder, Daniël Dee en Alek Dabrowski (Awater).  Of wat te denken van de legendarische introducties van Ester Naomi Perquin (1980) en Piet Piryns (1948), grappig, ter zake, poëtisch en liefdevol naar elke dichter. Een avond en nacht om te koesteren en lang van na te genieten. En dat bij het laatste optreden van een niet-dichter Parra.Dice mijn nichtje schitterde op saxofoon (verassing) maakte de Nacht van de Poëzie helemaal af.

Natuurlijk kreeg elke bezoeker de Nachtbundel met een gedicht van elke dichter en daaruit deel ik graag het gedicht ‘Wie ben ik’ van Ted van Lieshout (1955). Daaronder nog wat foto’s die ik nam gedurende de nacht.

.

Wie ben ik?

.

Ik vroeg aan mijn moeder waarom ik besta.

Papa had al negen kinderen. Wou hij er dan nóg een?

.

Nee, zei mijn moeder, hij wou neuken. – Let wel: dat is

dezelfde moeder die mij vertelde dat ik niet geboren ben,

.

maar in de bosjes ben gevonden toen ze haar eigen kind

per ongeluk bij de bakker had laten staan en toch graag

.

met een kind thuis wilde komen. Zo zorgt mijn moeder

ervoor dat ik nergens anders thuis kan horen dan bij haar.

.

Ramsey Nasr

Kees ’t Hart

Peter Verhelst

Ingmar Heytze en Babs Gons

Anna Enquist

Lies van Gasse

Victorieplein

Ischa Meijer 

.

Ik schreef al eerder over schrijver, journalist, interviewer, televisiepresentator, toneelschrijver en filmacteur Ischa Meijer (1943 – 1995) , over zijn dichterschap naar aanleiding van een blogbericht over de bundel ‘Kinderen’ meer dan 100 gedichten over hun wondere wereld, samengesteld door Willem Wilmink. Nu kwam ik in een andere bundel  ‘Amsterdam, de stad in gedichten’ uit 2001 een ander gedicht van hem tegen getiteld ‘Victorieplein’ dat Meijer schreef in 1972.

.

Victorieplein

.

Soms loop ik ’s nachts naar het Victorieplein,
Als kind heb ik daar namelijk gewoond.
Aan vaders hand zijn zoon te zijn,
Op moeders schoot te zijn beloond.
.
Om niet. Om niet is het, dat ik hier ga,
De vrieskou in mijn jas laat dringen,
Alsof de tijd zich ooit zou laten dwingen,
Terwijl ik roerloos in de deurpost sta
.
Om thuis te komen. En zo simpel is de gang
Om tot dit moeilijk inzicht te geraken:
Dat ik geen kind meer ben; dat ik verlang
.
Naar iemand die nooit kon bestaan:
Een jongetje dat alles goed zou maken –
De tijd die stilstond en hem liet begaan.

.

De pisang

Patty Scholten

.

In 2018 schreef ik al eens over de mooi vormgegeven bundel ‘Album van de Indische poëzie’. Naar aanleiding van dat bericht heb ik nog met de zoon van de dichter Tj. A. de Haan gecorrespondeerd wat leidde tot een nieuw bericht over deze dichter. En nu ben ik dan in het bezit gekomen van deze bundel. Alle reden om hier nog eens een gedicht uit te delen.

Al bladerend kwam ik een aantal prachtige illustraties tegen van onder andere kruidnagel (Tjengkeh) en een tros bananen (Pisang). Bij deze laatste staat een gedicht van Patty Scholten getiteld ‘De pisang’. Bij de illustratie en het gedicht staat een voetnoot die ik je niet wil onthouden: “De hedendaagse Christenen in Syrië en Egypte houden ze eendrachtig voor de vrucht, daar aan onze moeder Eva de eerste zonde heeft begaan. Wijl de vrucht het mannelijk lidt verbeeld, door welkens gezicht Eva in een zo sterke begeerte is aangezet geweest. Zij noemden de banaan Pomum Paradisi”. Dit komt uit het Amboinsch Kruid-boek van Georg Everhard Rumpf (1627-1702), beter bekend als Rumphius uit 1741-1750.

Patty Scholten (1946-2019) was stripauteur (als Patty Klein, haar meisjesnaam) en dichteres (als Patty Scholten). Zij kreeg haar opleiding bij Toonder Studio’s en heeft scenario’s geschreven voor een groot aantal Nederlandse stripverhalen. In 1995 verscheen haar eerste bundel ‘Het Dagjesdier’ met 44 dierentuinsonnetten. Daarna volgden nog zeven andere bundels. Over de 17e-eeuwse koopman voor de VOC en natuuronderzoeker Rumphius verscheen in 2000 de bundel ‘Een tuil zeeanemonen’ waarvoor ze voor de VSB poëzieprijs werd genomineerd. Uit die bundel komt het gedicht ‘De pisang’.

.

De pisang

.

Een grap, een uitglijder, maar een traktatie

zowel voor baby als voor baviaan.

Zo tonen mens en aap, rond de banaan,

weer even broederschap en correlatie.

.

De kleur is een subtiele demonstratie

hoe geel en bruin en blank goed samengaan.

De telers echter zijn Javaan of Indiaan,

hun bazen meest het blanke deel der natie.

.

Bij Rumphius lees ik dat de banaan

de vrucht is waar de erfzonde op steelt,

waar Eva iets intiems mee heeft gedaan.

.

‘Wijl die het mannelijk lid verbeeldt,

door welk zij in begeerte is aangezet.’

.

Nu is er ook komkommer en courgette.

.