Site-archief
Dichter in het museum
Kenneth Goldsmith
.
Leonardo da Vinci heeft ooit gezegd: Painting is poetry that is seen rather than felt, and poetry is painting that is felt rather than seen. Dat was in 2013 het uitgangspunt van het MoMA (Museum of Modern Art) in New York voor een stukje onvervalste (maar toch wel geënsceneerde) guerilla poëzie.
Wanneer je een museum bezoekt, vooral in New York City, kun je gemakkelijk ronddwalen zonder te pauzeren om naar specifieke kunstwerken te kijken. Er is tenslotte zoveel te zien en zoveel drukte. Zelfs als je stopt om naar een kunstwerk te kijken, is het soms moeilijk om betrokken te raken bij en te interpreteren waar je naar kijkt. Het label vertelt je de artiest, het jaartal en de titel, maar verder is het aan de kijker om een kunstwerk te begrijpen.
Uncontested Spaces: Guerilla Readings was onderdeel van het inaugurele Artists experiment, een reeks samenwerkingen tussen de afdeling Educatie van het MoMA en kunstenaars, waaronder dichter Kenneth Goldsmith die in dat jaar tot Poet Laureate van het MoMA werd benoemd. Goldsmith (1961) droeg zijn gedichten voor bij verschillende kunstwerken en in die zelfde week nodigde hij collega dichters uit om dat zelfde te doen in het MoMA.
In 2016 stond Goldsmith nog op het Poetry International. Voor hij met conceptuele poëzie begon was hij tien jaar lang beeldend kunstenaar. Onder zijn meest opmerkelijke boeken vallen de trilogie ‘Sports’ (2008), ‘Traffic’ ( 2007) en ‘The Weather’ (2005). Deze delen bestaan uit een getranscribeerde uitzending van respectievelijk een honkbalwedstrijd, verkeerspatronen en het weer.
In 2001 verscheen van Goldsmith de bundel ‘Soliloquy’ en hieruit blijkt dat hij zijn tijd ver vooruit was. Tegenwoordig is het heel gebruikelijk (en zelfs ‘in de mode’) om lange prozagedichten te schrijven. Hij deed dit in 2001 al met het ‘gedicht’ ‘Alleenspraak, Act 6 [uittreksel]’.
.
Alleenspraak, Act 6 [uittreksel]
.
Nee. Ik ben niet boos. We waren gewoon aan het spelen. Ja. Het was een grapje. Het was een grapje. De recorder blijft deze kunstweek aanwezig. Wat? Nee. Slechts een week. Oh, is het al tijd voor een nieuwe was? O, we kunnen het overnemen. Het is niet erg. Weet je nog toen we de hond in de was begroeven? Was dat niet schattig? Dit zou wel eens de laatste wasbeurt voor de winter kunnen zijn. Sorry. Omdat we dezelfde mensen zijn. Wij, omdat we dezelfde persoon zijn. Ik ben de secretaris. Ik ben de secretaris. Natuurlijk deed ik dat. Dat is waarom ik het zei, maar ik kan niet alles zeggen waarvan ik weet dat we denken, omdat we alles zullen herhalen. O, dat zou een opluchting zijn. Ja, als je dat wel zou doen, zou je vijf keer zoveel banden hebben als ik. Ik heb heel weinig cassettebandjes van deze week. Nee, het is veel beter dat het zo was. Het is veel beter. Ja. Het maakt mij niet uit, weet je, het is nu gewoon een industrieel geluid, het was gewoon een soort geschreeuw en gezeur en, weet je, nee, het is een stuk beter. Overhemden. Cheryl, wat is dit voor ding en waarom blokkeert het altijd de hele week mijn kast? Kun je ze voor je kast zetten? Ik bedoel, het kan me niet echt schelen dat ze weg zijn, ik kan alleen niet bij mijn spullen komen. Zet ze daar neer. Ik vind dat ze het bij onze stomerij goed doen. Kijk eens hoe leuk dit shirt is. Ze doen het goed, nietwaar? Hebt u ooit betaald gekregen van Yale? Heb je ooit betaald gekregen van hoe heet ze, Ardele? Wat? Kunnen ze je niet betalen? Is dit een andere staking? Is dit een andere aanval dan die van Kathy? Oja erg. Deze jongen is bedraad. Kijk mij aan, je kunt niet eens zien dat het een microfoon is. Deze jongen is bedraad. Oh, je zou Steven trouwens moeten vertellen: ook dat de FMU hem een van de afspeellijsten moet geven en hij stond bovenaan. De afspeellijst kwam officieel uit en hij was als een van de allerbeste afspeellijsten. Ik moet hem iets officieels geven, ja. Hij deed het heel goed bij FMU. Het is niet te geloven. Het is ja. Nou, vind je de cd leuk? Ik moet er echt naar luisteren. Ja, ik bedoel, de mensen op het bureau waren er gewoon kapot van. Zeker, is er nog eentje? Ik heb het niet gezien. Denk je dat ik er bijna aan kan denken om deze weg te gooien? Nee, ze zijn gewoon neergeschoten. Echt. Weet je niet waar die tas gebleven is? Oke. Wij gebruiken gewoon een gewone tas. We gaan er gewoon nog een kopen. Ik zet je beneden af en je blijft daar een hele week wonen. Oh, kijk eens naar die lieve. Heb je een schoenlepel? Een wat? Wat is een schoenlepel? Wat? Wat is een schoenlepel? Hè? Dus ik hou van de verhalen van mijn moeder over Max die driftbuien krijgt. Dat was grappig. Hé, misschien kunnen we gaan, oh, weet je wat we moeten doen als we vandaag op het eiland zijn? Nadat de festiviteiten voorbij zijn? Neem de auto van mijn ouders en probeer wat garageverkoop te vinden. Ik bedoel, het is zo mooi als het eerste mooie lenteweekend. Er zullen een miljoen meter labelverkoop plaatsvinden in Port Washington. Wat zeg jij? Wat zeg jij? Ja. We moeten een trein van 10:20 maken, ja. Zijn ze niet leuk? Ik vind ze erg hip, jij ook? Zijn ze een beetje vierkant? En het echte aan hen is dat ze al aanvoelen als pantoffels. Weet je, dit worden alledaagse schoenen. Mijn moeder heeft pleisters, ze zijn geen zeldzaam goed. Goed. Hij was een grappige oude man. Ik vond hem leuk. Hij was een grappige oude man.
.
Rouw is een lichaam
Marc Reugebrink
.
De in Nederland geboren maar al jaren in Gent woonachtige dichter, essayist en schrijver Marc Reugebrink (1960) debuteerde in 1988 met de dichtbundel ‘Komgrond’ waarvoor hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs ontving. Voor zijn debuut won Reugebrink in 1987 voor een aantal van zijn gedichten het Hendrik de Vriesstipendium van de stad Groningen. Na zijn debuut verschenen nog enkele bibliofiele uitgaves en in 1991 verscheen zijn tweede en laatste dichtbundel ‘Wade’. In de jaren hierna schreef hij nog poëzierecensies voor onder andere Nieuwsblad van het Noorden en de Groene Amsterdammer.
Ook maakte hij van 1990 tot 1993 deel uit van de redactie van literair tijdschrift, De XXIe Eeuw, een vervolg op het inmiddels ter ziele gegane tijdschrift De Held, van 1994 tot 1999 van het algemeen cultureel tijdschrift De Gids en van 2001 tot 2008 van het onafhankelijke Vlaamse literaire tijdschrift Yang. Vanaf 1995 schrijft Reugenbrink vooral romans.
Uit zijn tweede en laatste bundel ‘Wade’ uit 1991 nam ik het gedicht ‘Rouw is een lichaam’.
.
Rouw is een lichaam
.
Rouw is een lichaam, liefje.
Het is je hand op tafel
met gespreide vingers op de tast,
het is het onzichtbare hart
in de ondenkbare ruimte
.
die zich vult met jou. Mooi
ben je, haast onwerelds en nabij
met gespreide vingers tastend
naar het hart en naar de pijn.
.
Er is geen ander zijn, geen
ander wezen dan wat blijft
en steeds opnieuw begint,
.
aan deze tafel zit in onweerlegbaar,
onbarmhartig tegenlicht, en zo
.
volstrekt alleen gelaten is.
.
Protest van Vrouwe Vagina
Lauwe thee
.
Hoewel Guus Middag weinig heel liet van het debuut van Mickey Walvisch in 1985 met de bundel ‘Heksenrecht’, in zijn recensie in Vrij Nederland, maakt hij toch een kleine uitzondering voor het gedicht ‘Lauwe thee’. En laat dat gedicht nou zijn opgenomen in de bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’ waar ik al eerder over schreef (zie onder de categorie: erotische poëzie).
Deze bundel, samengesteld door Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze uit 2001 biedt een vrolijke en diverse kijk op seks als thema in de poëzie. “Poëtische erotica is inventief, ruimdenkend en zacht en ruw tegelijkertij” schrijven de samenstellers of zoals Guus Middag schreef: “Maar zelden wordt dit grauwe realisme omgestookt tot iets wat je poëzie, althans beeldspraak, zou kunnen noemen” met het gedicht ‘Lauwe thee’ dus als uitzondering.
.
Lauwe thee
.
Hoewel ik zeker weet dat je nooit flippert,
Behandel je mijn lichaam als zo’n automaat.
Speels efficiënt werk je het programma af,
Een waar natuurtalent:
Druk op de knop,
Ruk aan de tepelk,
Schoudergeschud,
Ritmische roffel op de bilpartij.
Je spuit: alweer te vroeg.
Zijn ’t echte muntjes deze keer?
Een grondige behandeling, da’s waar.
Toch zeurderig protest van Vrouwe Vagina:
Zij voelt zich thee, gezet met water,
Dat net niet heeft gekookt.
.
Libretto
Peter Holvoet-Hanssen
.
‘Libretto’ Lied- en muziekdoosgedichten uit 2022 is een bloemlezing van liedgedichten en ‘muziekdoosgedichten’ uit eerdere werken van de Vlaamse dichter Peter Holvoet-Hanssen (1960). Holvoet-Hanssen debuteerde in 1998 met de bundel ‘Dwangbuis voor Houdini’. Hiervoor ontving hij in 1999 de Vlaamse Debuutprijs. In 1999 verscheen ‘Strombolicchio. Uit de smidse van Vulcanus’ waarvoor hij in 2001 de Dirk Martensprijs ontving. Naast deze blijken van waardering ontving hij ook nog onder andere de Louis Paul Boonprijs voor ‘Blauwboek’ in 2019 en de Paul Snoekprijs voor ‘Navagio’ in 2010.
In 1994 richte hij samen met zijn partner Noëlla Elpers het Kapersnest op om interesse voor (jeugd)literatuur en (kunst)geschiedenis bij kinderen aan te wakkeren. Noëlla Elpers verzorgde ook de samenstelling, het voorwoord en de pentekeningen in ‘Libretto’. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Wolk van de Zwarte God’.
.
Wolk van de Zwarte God
.
het regent op Watou
in de verte roept een pauw
‘Claus! Claus!’
en iedereen is moe
.
het blaft en het waait
stap over de stormgrens
een man in pyjama
loopt zijn voordeur achterna
.
dan zwaluwt de kerk
hier drinkt Gerrit op de hoek
daar zinkt Eddy in het gras
gedichten doe de luiken toe
.
zing van het korreltje zand
en bevlieg dit dodenland
hop dans duivencirkels tien
de weg is anders dan voorzien
.
Sebastiaan
Hans Warren
.
Zoals alles in dit leven staat ook de literatuur onder druk. Ik denk aan de boeken van Roald Dahl waarin, door de invloed van sensitivity readers in het Verenigd Koninkrijk, woorden en uitdrukkingen aangepast moesten worden, de controverse rond de vertaling van Amanda Gormans ‘The Hill We Climb’ door Marieke Lucas Rijneveld en pas geleden nog de ophef over het gedicht dat geschreven zou worden voor de Kinderboekenweek door Pim Lammers. Je zou bijna gaan denken dat poëzie en literatuur er toe doen.
Dat er in andere tijden anders gekeken en gedacht werd over allerlei zaken blijkt voor mij wel uit het gedicht ‘Sebastiaan’ van Hans Warren (1921-2001). Het gedicht werd overgenomen uit zijn ‘Verzamelde gedichten 1941-1981’ in de bundel ‘Ik droeg nog kleine kleren’ Het kind in de Nederlandstalige poëzie uit 1994. Ik vraag me af of de scherprechters van vandaag een dergelijk gedicht niet meteen gecanceld zouden hebben.
.
Sebastiaan
.
Sebastiaan was een knaap
zoals Michelangelo schilderde:
matte huid, befloerste ogen
onder een luifel zwarte krullen.
Hij had altijd iets droevigs
en zijn leden, hoe mooi ook,
waren net iets te zwaar van bouw.
Ontroerend, in een verlaten duinpan,
toen hij voor ’t eerst naakt lag,
zijn heel kleine geslachtsdelen,
nootjes van klootjes,
en in het groefje van zijn eikel
vonkte als diamant een druppel.
.
Brug
Hans Wap
.
Ik denk dat de meeste mensen Hans Wap (1943) kennen als beeldend kunstenaar. Wap is dan ook een veelzijdig mens want beeldend kunstenaar is te kort door de bocht als je leest wat hij allemaal doet: actief als zeefdrukker, vervaardiger van houtsnedes, grafisch ontwerper, illustrator, wandschilder, tekenaar, schilder, dichter, en vervaardiger van gouaches. Wap volgde een opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Rotterdam van 1963 tot en met 1965, en vestigde zich nadien als beeldend kunstenaar in Rotterdam.
Hans Wap debuteerde in 1967 als Hans Melchior Wap bij uitgeverij De Arbeiderspers met ‘Schoten en Filtersigaretten’. Inmiddels is zijn oeuvre uitgegroeid tot een tiental bundels. De eerste paar bundels verschenen allemaal in de jaren ’70 van de vorige eeuw waarna hij zich op de kunst toelegde want in de jaren ’80 en ’90 verscheen er geen poëzie van zijn hand. Pas in 2001 verscheen de bundel ‘Een huismus op stelten’.
In 2008 verscheen de bundel ‘De laatste lemming’ en daaruit heb ik het gedicht ‘Brug’ genomen omdat ik bij het lezen van het gedicht meteen aan Rotterdam moest denken.
.
Brug
.
een idee overbrengen
zonder natte voeten
hele landstreken aan elkaar zetten
met hout, metaal en beton
een ezelsbrug
om de knoop in mijn zakdoek te onthouden
het enige dat ertoe doet
is de volgende regel
die van niets
naar nergens gaat
en de regel daarna
die kant nog wal raakt
bruggen dwingen
scheepvaart tot stoppen
leggen verkeer te land
lam
de kapitein
steekt er nog eentje op
en vaart feilloos
tussen twee pijlers door
Jij weet wat wij niet weten en andersom
Henk van der Waal
.
Nog regelmatig stuit ik op dichters die ik niet ken. Aan de ene kant verwonder ik me daarover, ik schrijf al 15 jaar over poëzie en lees dagelijks poëzie, en aan de andere kant zijn er ook zoveel dichters. Een dichter die ik niet kende is Henk van der Waal. In ‘600 gedichten over leven, liefde en dood’ het Nieuw Groot Verzenboek, samengesteld door Jozef Deleu uit (in mijn geval) 2015 lees ik het gedicht ‘Jij weet wat wij niet weten en andersom…’ van zijn hand.
Henk van der Waal (1960) studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Universiteit van Parijs. In 1995 verscheen zijn debuutbundel ‘De windsels van de sfinx’, waarvoor hij de C. Buddingh’-prijs ontving. Hierna volgden nog enkele dichtbundels. Zijn gedichten verschenen in de literaire tijdschriften Optima, De Revisor en Parmentier. Hij vertaalde werk van onder andere Julia Kristeva, Maurice Blanchot en Paul Auster. Van der Waal schrijft ook proza en essays.
Het gedicht ‘Jij weet wat wij niet weten en andersom…’ komt uit zijn bundel ‘Schuldsanering’ uit 2000. Rob Erkelens schreef in 2001 in De Groene Amsterdammer over deze bundel: “Henk van der Waal schrijft opvallende poëzie doordat hij heel bewust aandacht besteedt aan het typografische uiterlijk van zijn gedichten. De lengte van de regels kiest hij zodanig dat het gedicht een geometrische vorm krijgt.” Dit is ook het geval met het gedicht ‘Jij weet wat wij nieten en andersom…’.
.geometrische vorm, typografische uiterlijk, gedicht, gedichten, dichter, poëzie, poëziebundel, gedichtenbundel, dichtbundel,
Jij weet wat wij niet weten en andersom…
.
Jij weet wat wij niet weten en andersom,
dat is het geluk dat ons scheidt: de
fascinatie – en onbedaarlijk kus
ik je handen, want ze wijzen
zonder te wijzen, vol
als ze zijn van wat
voor ons al jaren
achter de streep
verdwenen is,
.
maar wat mateloos en zonder weerga nog door
jouw gebaren stroomt en manifest is in de
ondeugd van je ogen, die wij verwonden
met een beschaamde glimlach om onze
mond, omdat wij jouw vervoering
hebben verloochend en haar
pas achteraf, als alles
afgelopen is, weer
smaken mogen.
.
Lago Maggiore
Tonnus Oosterhoff
.
Schrijver en dichter Tonnus Oosterhoff (1953) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Oosterhoff debuteerde in literair tijdschrift Raster. Naast poëzie schreef hij proza, verhalen, essays, hoorspelen en een toneelstuk. Oosterhoff publiceerde vanaf 1990 vele dichtbundels en zijn werk kenmerkt zich door onderkoelde humor en hij lijkt zich met elke nieuwe bundel te willen vernieuwen.
Vanaf 2001 werkt Oosterhoff aan een website met bewegende gedichten. In 2012 ontving Oosterhoff de P.C. Hooft-prijs voor zijn ‘in hoge mate vernieuwende poëzie’. In 2008 verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij de bundel ‘Ware Grootte’ waarin ook het gedicht ‘Lago Maggiore’ staat.
.
Lago Maggiore
.
Onze geschiedenisleraar Treurniet,
doof, depressief, als student was hij
vrolijk geweest – hij is dood, allang
.
Mijn vriend die mijn vriend niet was
in bed rook hij naar ijzer, naar vrouwenoorijzer,
en ik, wij
.
Wij hadden ontdekt: ‘nu’ is Frans voor naakt.
.
In het donker vakantiehuis lachten wij, lachten
de open deur, het natuurstenen balkon,
de mimosahelling omlaag ins heilignüchterne Wasser
om de grap, de voorstelling:
‘Nu… komt Treurniet binnen.’
.













Kennismaking met de poëzie
18 mrt
Geplaatst door woutervanheiningen
Billy Collins
.
William (Billy) James Collins(1941) is een Amerikaanse dichter, was Dichter des Vaderlands van de Verenigde Staten, of Poet Laureate zoals het daar heet, van 2001 tot 2003. Hij is een Distinguished Professor aan Lehman College van de City University of New York ( gepensioneerd, 2016). Collins kreeg de titel van Literary Lion van de New York Public Library (1992) en was de New York State Poet van 2004 tot en met 2006. In 2016 werd Collins opgenomen in de American Academy of Arts and Letters. Sinds 2020 is hij docent in het MFA-programma (Master of Fine Arts) aan Stony Brook Southampton. Als dichter kreeg hij verschillende prijzen en onderscheidingen en van zijn bundels werden meer dan 250.000 exemplaren verkocht in de Verenigde Staten.
In 2010 verscheen de bundel ‘Zo Wordt U Gelukkig’ Kees van Kooten en de poëzie van Billy Collins. Kees van Kooten vertaalde en voorzag zesentwintig gedichten van Collins van uitgebreid en geestig commentaar, waarin hij niet alleen laat weten waarom de gedichten hem zo inspireerden, maar ook bepaalde vertaalkeuzes verklaart. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Kennismaking met de poëzie’ of in het Engels ‘Introduction in Poetry’. In dit gedicht neemt Collins op humoristische en ironische wijze lezers (leerlingen) op de hak die per se precies willen weten waar een gedicht over gaat en wat er precies staat. Collins suggereert in dit gedicht dat het lezen van poëzie niet de vreugdeloze analytische oefening hoeft te zijn die veel mensen denken dat het is. De spreker – een leraar – wil dat studenten gedichten benaderen met een speelse, ruimdenkende houding.
.
Kennismaking met de poëzie
.
Ik vraag ze een gedicht te nemen
en dit tegen het licht te houden
als een kleurendia
.
of een oor tegen deze bijenkorf te drukken.
.
Ik zeg laat een muis in het gedicht los
en kijk hoe hij de uitgang zoekt,
.
of schuifel rond in de kamer van dit gedicht
en tast langs de wanden naar de knop van het licht.
.
Ik wil dat ze waterskiën
over het oppervlak van een gedicht
en zwaaien naar de auteursnaam op het strand.
.
Maar het enige dat zij willen
is het gedicht met touwen op een stoel binden
en er een bekentenis aan ontwringen.
.
Zij beginnen te meppen met stukken tuinslang
om erachter te komen wat dit te betekenen heeft.
.
Introduction to Poetry
.
Dit delen:
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Over Poëzie
2 reacties
Tags: 1941, 2001, 2003, 2004, 2006, 2010, 2016, 2020, American Academy of Arts and Letters, Amerikaans dichter, analyse, Billy Collins, commentaar, dichtbundel, dichter, Dichter des Vaderlands van de VS, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, humor, Introduction to Poetry, ironie, Kees van Kooten, Kennismaking met de poëzie, onderscheidingen, poëzie, poëziebundel, poem, poet, Poet Laureate, potry, prijzen, professor, vertaler, vertaloing, William James Collins, Zo Wordt U Gelukkig