Site-archief
Varkenspest
Ramsey Nasr
.
Een van de huidige Nederlandse dichters waar ik een zwak voor heb is Ramsey Nasr (1974). Sinds ik bij de bibliotheek in Delft een uitgebreid vraaggesprek bijwoonde met hem (toen gewoon nog live) in 2013 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/05/24/dichter-draagt-voor/ ben ik meer van hem gaan lezen en zien (op You Tube bijvoorbeeld).
Onlangs kocht ik de bundel ‘onhandig bloesemend’ uit 2004 van hem en opnieuw werd ik niet teleurgesteld. Een bundel vol kleurrijk taalgebruik zoals je van Nasr mag verwachten, onderwerpen die heel actueel aandoen (‘het complot’), gedichten over wetenschap, Frederik die in verschillende gedichten voorkomt en een hoofdstuk Wintersonate met drie lange proza-achtige gedichten.
Er ontbreekt maar een stuk aan deze bundel en dat is de CD die erbij hoort (helaas) maar ik kocht hem dan ook in een tweedehandswinkel. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘bse mkz dioxine varkenspest’ een gedicht met een stevige aanklacht tegen de mens en zijn omgang met dieren (bio industrie) getuige de titel waarin de gekke koeienziekte, Mond- en Klauwzeer, de dioxine in kippenmest en als klap op de vuurpijl de varkenspest genoemd worden.
.
bse mkz dioxine varkenspest
.
dag gijs het leven zit erop mijn jong
er werd niet veel gelachen dat is waar
maar zie het ook van onze kant de dood
wat is de dood het is maar een gebaar
.
in elk geval er valt niet veel te zeggen
dit was het dan
god heeft nog een verrassing
wanneer je boven komt het is óf óf
.
de hel is rot maar alles is er gratis
dus laat je niet misleiden beste gijs
want in de grijze hemel en voor geld
daar wonen wij onreine kankerlijders
.
Lente rite
Seamus Heaney
.
Veel van de Ierse dichter Seamus Heaney’s vroege poëzie kwam voort uit het opgroeien op een boerderij in Noord-Ierland, het graven in moerassen en het begrip van werktuigen, evenals de natuur, de dieren, de kikkervisjes. Heaney (1939 – 2013) begreep het komen en gaan van generaties en hij begreep het komen en gaan van de seizoenen. Het gedicht ‘Rite of Spring’ gaat over het inpakken van een bevroren pomp in stro en deze aan het einde van elke winter in brand steken.
Ik moest hieraan denken toen ik een buitenkraan nog maar pas geleden met een stevige ijspegel bevroren en wel ontdekte. Te laat natuurlijk, ik had deze kraan moeten aftappen of in stro en doeken moeten wikkelen zoals Heaney doet in dit gedicht. Maar ja, ik ben niet opgegroeid in een boerderij. Uit de bundel ‘Opened Ground, Poems 1966 – 1996’ het gedicht ‘The Rite of Spring’.
.
Rite of Spring
.
So winter closed its fist
And got it stuck in the pump.
The plunger froze up a lump
.
In its throat, ice founding itself
Upon iron. The handle
Paralysed at an angle.
.
Then the twisting of wheat straw
into ropes, lapping them tight
Round stem and snout, then a light
.
That sent the pump up in a flame
It cooled, we lifted her latch,
Her entrance was wet, and she came.
.
Foto: Micheline Pelletier
Primo Levi en Dirk Kroon
Dubbel-gedicht
.
Twee gedichten die een zelfde thema of titel hebben, hoeven natuurlijk niet altijd van Nederlandstalige dichters te zijn. Voor een goed Dubbel-gedicht telt slechts de overeenkomst in thema of titel. Vandaar dat ik vandaag twee gedichten heb uitgekozen die qua titel en thema Wachten overeenkomstig hebben.
Het eerste gedicht is van de Joods-Italiaanse dichter, schrijver en essayist Primo Levi (1919 – 1987) en is getiteld ‘Wachten’. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Op een onzeker uur’ uit 1988 maar ik nam het over uit ‘Spiegel Internationaal’ moderne poëzie uit 21 talen uit 1988. Het gedicht is vertaald door Maarten Asscher en Reinier Speelman en Primo Levi schreef het in 1949.
Het tweede gedicht is van de Rotterdamse dichter Dirk Kroon (1946). Het gedicht is getiteld ‘Wachttijd’ en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Dagelijkse despoot’ uit 2013. Ik nam het uit ‘Op de hoogte van de vogels’ zijn Verzamelde gedichten uit 2017.
.
Wachten
.
Dit is de tijd van bliksems zonder donder,
Dit is de tijd van niet te verstane stemmen,
Van rusteloze slaap en zinloos waken.
Gezellin, vergeet de dagen niet
Van lange gemakkelijke stilten,
Van nachtelijk toegenegen straten,
Van kalme overdenkingen,
Voordat de bladeren vallen,
Voordat de hemel betrekt,
Voordat ons opnieuw wekt,
bekend geluid, voor onze deuren,
Van met staal beslagen passen.
.
Wachttijd
.
Sta je op een tweesprong
in een uitgestorven landschap?
Kijk naar de knotwilg naast je
die na gekapt te zijn, ineens
weer uitbot of onaangeraakt
zal sterven – de takken in de lucht.
.
Wacht je met gelatenheid
de zoveelste winter af?
Bij het eerste voorjaarslicht
zal blijken of je ongemerkt
op nieuwe groei bent voorbereid.
.
Het enige
Willy Spillebeen
.
Zo nu en dan loop ik de foto’s die ik in de loop van de jaren heb genomen nog eens door. Een enkele keer kom ik dan foto’s tegen waarvan ik helemaal vergeten was dat ik ze ooit heb genomen. Zo kwam ik foto’s tegen van de bundelpresentatie van de Vlaamse dichter en schrijver en vriend Hervé Deleu, de eerste winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/10/14/presentatie-bundel-herve-deleu/ in zijn woonplaats Menen in Vlaanderen. Zoals je kunt zien heb ik van die presentatie een aantal foto’s gemaakt en geplaatst. Toch kwam ik nog een paar foto’s tegen die ik niet heb geplaatst toen. Een daarvan is een foto van een gedicht van plaatsgenoot van Hervé, Willy Spillebeen, die ook aanwezig was bij deze presentatie.
Willy Spillebeen (1932) is een Vlaams dichter en schrijver, zijn poëzie bezit een opvallende eenheid qua thematiek en levensbeschouwing. De sleutelbegrippen tot de gedichten keren terug in de romans en verhalen. De vaak sterk symbolisch geladen beelden uit zijn poëzie zijn ook terug te vinden in zijn proza en worden daar aangevuld met een naturalistische natuurbeschouwing.
De werken van Spillebeen kunnen worden gezien als een geschreven zoektocht die gaat van chaos naar orde, van verbrokkeling naar eenheid en van meta-fysieke twijfel naar een vrijzinnig geloof in de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens. Willy Spillebeen is een zeer veelzijdig mens. Zo was hij poëzie-recensent, redacteur van Dietsche Warande en Belfort, vertaler van poëzie, samensteller van poëziebloemlezingen, essayist, verzorger van literaire radiokronieken, jurylid van vele poëziewedstrijden, lid van allerlei commissies op het gebied van de letteren en ga zo maar door.
Op 14 december 2014 mocht ik Willy Spillebeen ontvangen op het podium van Ongehoord! in Rotterdam en daar maakte hij (zeker ook bij het jongere publiek) een bijzondere indruk op de aanwezigen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/12/10/laatste-ongehoord-podium-van-2014/
Van deze bijzondere Vlaamse dichter en grootheid uit de Nederlandstalige poëzie hieronder het gedicht ‘Het enige’ op canvas dat ik destijds fotografeerde.
.
Dood werk
Maarten van der Graaff
.
Maarten van der Graaff (1987) is dichter en romanschrijver. Hij studeerde Religie en kunst aan de Universiteit van Utrecht. Hij debuteerde in 2013 met de bundel ‘Vluchtautogedichten’. In 2014 krijgt hij voor deze bundel de C. Buddingh’-prijs. ‘Dood werk’, zijn tweede bundel, verscheen in het voorjaar van 2015. Deze bundel werd in 2017 bekroond met de J.C. Bloemprijs. Hij publiceerde poëzie en proza in verschillende tijdschriften en is veel op de podia te vinden. Hij is redacteur en medeoprichter (samen met mede dichter Frank Keizer) van het online literair tijdschrift ‘Samplekanon’ op https://samplekanon.com/ . Samen met Keizer schreef hij een essay over Nederlandse poëzie dat je hier (in twee delen in het Engels) kan lezen: http://www.babelsprech.org/niederlande-12/
Uit zijn bundel ‘Dood werk’ komt het gedicht ‘Lijst met rituelen’. In een recensie over deze bundel las ik: “Zijn toon is illusieloos en zelfverzekerd. Hij probeert enige samenhang aan te brengen in de hem omringende werkelijkheid en zijn leven.” In het gedicht ‘Lijst met rituelen komt dit goed tot zijn recht, oordeel zelf.
.
Lijst met rituelen
Voor CAConrad
.
Overgiet een grijze Kadett met cognac.
Ga in de grijze Kadett naar Umbrië.
Stap in Umbrië uit de Kadett.
Begraaf een gedicht van Pasolini
onder een kurkeik of een jeneverbes.
Er blijft iets ongezegd.
Vernietiging heeft ons gekozen,
vernietiging heeft zich geopend.
Overgiet de grijze Kadett met siroop.
Reis in de grijze Kadett naar een loofbos.
Voer daar de leer- of werkstraf uit
van een vreemde.
Begraaf een gedicht van Dickinson.
Vernietiging heeft ons gemaakt.
Kom klaar in een pretpark.
Teken een cirkel op de serre
van een politicus.
Ga naar het stadskantoor
en leg je onder een klok op de grond,
met je voeten naar Kaapstad.
Lees de gedichten van Snoek.
Verbrand drie dagen later
een zijden voorwerp.
Vernietiging gaat in ons op.
Omklem Pascal en het Kussenboek,
wandel een kerk in.
Denk aan het boerenleven.
Schrijf iets over de geur van religie,
het middenklassegeloof van je ouders.
Vernietiging is onze mondigheid.
Wacht tot je psycholoog op vakantie is.
Zet een tent op in haar tuin.
Ga in een vaalgeel gewaad in de tent zitten.
Neem een vel papier en noteer de titel
Civiele liederen.
Schrijf drie dagen lang civiele liederen.
Gebruik deze regels:
Er is geen eenheid in de riten van mijn massacultuur.
De geschiedenis laat mij blind achter.
Kom zonder gewaad de tent uit.
Ruik de ochtendlucht.
Ontmenselijk jezelf: trek vulgair
en fluitend de stad in.
.
Gedicht bij een monument
Edu Waskowsky en Gerrit Krol
.
De Pools-Groningse kunstenaar Edu Waskowsky (1934 – 1976) werkte tijdens de laatste jaren van zijn leven aan het Joods monument in Groningen. In 1969 kreeg de beeldhouwer Waskowsky (zelf afkomstig uit een joods-Poolse familie) opdracht om het monument te maken. In het monument moest in elk geval een menora worden verwerkt. Waskowsky ontwierp zeven grote van messing gemaakte handen op sokkels voor een onregelmatig gebouwde muur, waarbij in de middelste hand een leegte in de vorm van een menora was weggespaard. Het was de bedoeling dat het beeld bij de dodenherdenking in 1970 zou worden onthuld.
Door allerlei financiële problemen, onenigheid over de productiemethode, ruzies, het overschrijden van deadlines en zelfs rechtszaken was het monument nog niet voltooid toen Waskowsky in 1976 overleed. De zevende hand was nog niet gereed. In overleg met de initiatiefnemers en nabestaanden werd besloten de zevende sokkel leeg te laten omdat Waskowsky het nooit zou hebben geaccepteerd dat iemand anders zijn werk zou beïnvloeden. Zo verklaarde hij bij leven meermaals “Mocht er iets met mij gebeuren, iedereen blijft er met zijn poten af. Ik blaas het anders nog liever zelf op!”. In 1977, zeven jaar na de oorspronkelijke opleverdatum werd het monument alsnog aan het publiek onthuld doordat de jaarlijkse stille tocht ter herdenking begon bij het monument.
Elke hand in het monument vertoont een eigen emotie. De eerste is een gebalde vuist waaruit woede spreekt. De tweede daarentegen strekt zich in geloof naar boven uit. De kandelaarvormige opening in de handpalm is de menora: de zevenarmige kandelaar die een symbool is van het joodse volk. De drie staande handen drukken vertwijfeling uit, terwijl de twee liggende handen verdriet en berusting symboliseren. De onregelmatige muur van betonblokken op de achtergrond refereert aan het afgebrokkelde jodendom door de nazi-terreur.
De Groningse dichter Gerrit Krol (1934 – 2013) schreef een gedicht bij het Joods monument. Het verscheen in de bundel ‘Vijf vingers van dezelfde hand’ uitgegeven in 1999 door uitgeverij Herik.
.
- Geen lampen, maar kaarsen, zeven in aantal.
- Niet de kaarsen, maar de kandelaar die ze omhoog houdt.
- Niet ter ere van God, maar van het Joods Comité en de Raad van de Kunst.
- Een zevenarmige kandelaar, ‘zo een als er in Tel Aviv staat.’
- Geen joodse kandelaar, maar juist de afwezigheid van een kandelaar.
- Zoals ook de joden aan wie het kunstwerk gewijd is afwezig zijn, dat zou passend wezen.
- De vinger die op de schouder tikt.
- Waarom zeven, waarom niet zes.
- Omdat zes niet gelijk is aan zeven.
.
Denk maar aan iets blauws
Film gebaseerd op een gedicht
.
Het gedicht ‘denk maar aan iets blauws’ van Martijn den Ouden uit de bundel ‘De beloofde dinsdag’ uit 2013 was bedoeld als een ode aan de kleur blauw. De kleur blauw creëert een vorm van rust in de zinnen. Het gedicht gaat over het bieden van troost, met blauw als troostende kleur.
In de film ‘Denk maar aan iets blauws’ – die in zijn totaliteit gebaseerd werd op het gedicht – combineert regisseur Jerry de Mars deze geruststellende woorden met een nieuwe, visuele laag. De beelden van architectuur, het Griekse landschap en de verloren geliefde laten de personages uit het gedicht tot leven komen; in scènes die zich afwisselen tussen een droomwereld en de werkelijkheid.
‘Denk maar aan iets blauws’ zo stellen de makers, voert je mee in een zee van rustgevende woorden, maar laat je door de beelden ook meevoelen met de heftige emoties van het personage. Zes minuten lang voelen, horen en vooral genieten.
Op de website van Cinetree https://cinetree.nl/korte-films/denk-maar-aan-iets-blauws kun je deze korte film bekijken en het gedicht kun je hieronder lezen.
.
denk maar aan iets blauws, aan een zwembad met aan de rand rustende vrouwen in
blauwe badpakken die met blauwe rietjes van blauwe cocktails drinken en boeken
lezen met een blauwe kaft en soms kijken ze even op naar de hemel om zich er van
te vergewissen of het uitspansel nog helder en strak is, of er niet ergens een wolkje
drijft, en nee, de lucht is kraakhelder, hemelsblauw, en de vrouwen leggen hun
boeken op hun benen, met de blauwe kaft naar boven, bekijken hun blauwgelakte
nagels, nemen een slok met het blauwe rietje van hun blauwe cocktails, lichten het
boek van hun benen en lezen voort terwijl in het zwembad de zusters zwemmen,
geruisloos zwemmen, licht en soepel door het frisse water, je hoort ze ademhalen, of
het water kolken, de rimpels over rimpels glijden en behalve de kleur van hun
lichamen is alles blauw, denk aan iets blauws, aan de sportwagen van suikeroom
sander, loaded, snel, kleurenblind, verkerend in de veronderstelling dat hij in een
groene triumph spitfire rondrijdt, laat hem in de waan en denk aan de glanzende
blauwe lak en de koningsblauwe leren handschoenen van zijn vrouw, de zonnebril
met het blauwe montuur en de blauwe rook van haar sigaret, elegant hoe zij rookt,
de woest jong en strak in het vel kronkelende stoot, soms rustig, extreem beheerst,
moederlijk, volwassen, het zijden sjaaltje om het hoofd, met afgemeten kracht onder
de kin gestrikt, rook, drink vermouth bianco en kijk uit van de zonovergoten villa met
de kobalt geschilderde muren en kozijnen, de platgeslagen toren op de rots, uit over
de kalme, gladde, zomersblauwe zee en sta op, laat lauw water over de polsen
stromen, adem rustig, leg een koude theelepel op de tong, denk aan iets blauws;
ballonnen, grote dromerige ogen, bruiloften, luchtkastelen
.
















