Site-archief
Peer
Drs. P
.
Vandaag sta ik voor mijn boekenkast, sluit mijn ogen en laat mijn handen gaan over de ruggen van zovele poëziebundels. Dan stop ik bij een wat steviger rug, open mijn ogen en ben ik gestopt bij de bundel ‘Tante Constance en Tante Mathilde’ Liedteksten van Drs. P uit 1999. Vervolgens neem ik de bundel in handen en open deze op een willekeurige pagina. Ik noem dat blind pakken en ik open de bundel op pagina 244 en daar staat het gedicht ‘Peer’.
Wanneer je jezelf wil verrassen is dit een hele fijne manier van poëzie lezen. Vooropgesteld natuurlijk dat je wat bundels hebt om uit te kiezen. Elke dag op deze manier een bundel pakken en het lot laten bepalen welk gedicht je gaat lezen. Gewoon proberen.
Uit de bundel van Drs. P (1919-2015) het gedicht ‘Peer’.
.
Peer
.
De rozen zijn uitgebloeid, het is geen zomer meer
Ik ben alleen en heb een peer
.
De avond valt ook steeds vroeger, wat ik ook probeer
Ik schil de peer en snijd de peer
.
In een weemoedige, herfstige sfeer
Peuzel ik mijn stukjes peer
.
De koude sluipt nader en de regen druizelt neer
Ik ben alleen en zonder peer
.
Smalltalk
Sven Cooremans
.
Bladerend in Het Liegend Konijn, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie onder redactie van Jozef Deleu, kom ik gedichten tegen van de Vlaamse dichter Sven Cooremans (1970).
Sven Cooremans studeerde filosofie in Leuven en klinische psychologie in Brussel en werkt momenteel aan een doctoraatsonderzoek. Hij debuteerde in 2003 met de dichtbundel ‘Myeline’. Zijn verhalen en gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften als De Brakke Hond, DW&B, Yang, Deus Ex Machina en Gierik & NVT en werden in meerdere bloemlezingen opgenomen, onder andere 21 dichters voor de 21e eeuw, Hotel New Flandres en De 100 beste gedichten van de VSB Poëzieprijs 2015. In 2014 won hij met het gedicht ‘Sisyphus’ de tweede prijs in de Turing Gedichtenwedstrijd. Bij PEN Vlaanderen was hij meerdere jaren als bestuurslid verantwoordelijk voor het Writers in Prison Committee en hij was redactielid van Gierik & NVT.
Zijn laatste bundel ‘In rivieren zal ik altijd een gisteren zien’ uit 2023 volgt Cooremans de Hongaarse dichter Miklós Radnóti (1909-1944) tot in de diepe hellecirkel van de Tweede Wereldoorlog. In Het Liegende Konijn staan gedichten uit zijn bundel ‘Het is dat of stoppen met zingen’ uit 2013. Een van deze gedichten is getiteld ‘Smalltalk’. Voor sommige mensen een gruwel, voor andere smeerolie tot een gesprek.
.
Smalltalk
.
de zee hier blauw noemen
.
en over de stenen vloer van stoelen
en schaaldieren het geschuifel opmerken
.
van de woorden de getijden
.
alleen maar om in deze volle kamer
te kunnen blijven
.
bijvoorbeeld dat alles tegenwoordig
kan worden weggewerkt
.
neem nu die rimpels rond je mond: vul een glas
met ijskoud water en noem de zee
.
hier blijvend blauw
.
Reflectief
Inge Boulonois
.
Afgelopen dinsdag overleed heel onverwacht dichter en schilder Inge Boulonois (1945-2024). Ik ontmoette Inge voor het eerst tijdens een avond bij Alja Spaan in Alkmaar tijdens Alkmaar Anders. Zij droeg die avond niet voor maar kwam voor de voordrachten en voor Alja. Later leerde ik haar beter kennen vooral door haar poëzie en het contact dat we hadden via Facebook, via dit blog, Meander en de bundels die ze publiceerde zoals ‘Voor waar genomen‘ en ‘Vers gekruid‘.
Toen wij van Mugzines een nummer wilde maken met light verse benaderde ik Inge om haar te vragen of ze daaraan mee wilde werken en vroeg ik haar om de namen van nog drie dichters. Dat resulteerde in een zeer succesvolle uitgave van Mugzine nummer 8 met light verse gedichten van haar, Wim Meyles, Frank van Pamelen en Remko Koplamp.
In 2000 begon Inge met het schrijven van gedichten. Ze debuteerde in 2004 met de bibliofiele bundel ‘Ooglijke tijd’. Van 2011 tot 2015 was ze stadsdichter van Heerhugowaard. Haar poëzie werd opgenomen in diverse literaire tijdschriften en bloemlezingen en haar werk werd meerdere malen bekroond: Plantage Poëzieprijs (2005), Concept Poëzieprijs (2006), Guido Wulmsprijs (2006), Culturele Centrale Boontje Poëzieprijs (2008), Poëzieprijs Merendree (2009) en de Nieuwegeinse Poëzieprijs (2009).
Sinds 2005 analyseerde ze poëzie voor Meander op klassiekegedichten.net. Voor literatuursite Meander schreef ze recensies van light verse. Een heel veelzijdige vrouw en dichter kortom. Bij Meander gaan we haar missen maar ook als mens. Inge was een enthousiaste, warme en altijd geïnteresseerde vrouw. Op haar rouwkaart staat ‘Leven blijft omdat het overgaat’ en dat zijn ware woorden. Op haar facebook pagina staat een laatste gedicht dat ik hieronder plaats. Maar ik heb ook een ander gedicht van haar gevonden dat ik erbij wil zetten. Het is getiteld ‘Reflectief’ en het geeft de optimistische en vrolijke aard van Inge weer. Zoals we ons haar zullen herinneren.
.
Reflectief
.
Steeds vaker kijk ik op mijn leven terug
En ben dan helemaal niet ontevreden
Met wat de jaren brachten tot op heden
En wat ik nu doe, ouder, minder vlug
Ik dicht, dit maakt mijn dagen stukken lichter:
Hier heb ik het gebracht tot zondagsdichter!
.
Lucas Rijneveld
Noppenfoliefolie
.
Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en heb ik, met mijn ogen dicht, de bundel ‘Kalfsvlies’ van Marieke Rijneveld (1991) gepakt. Van (sinds 2023) Lucas Rijneveld heb ik al enige tijd niets meer gehoord. Zijn laatste wapenfeit is alweer van 2022 toen hij het Boekenweekessay schreef voor het CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek).
In 2015 ging er een kleine schok door literair Nederland toen Rijnevelds debuutbundel ‘Kalfsvlies‘ werd gepubliceerd, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs 2016 voor het beste poëziedebuut van het jaar. Hierna volgde het uitroepen van Rijneveld door de Volkskrant tot literair talent van 2016.
De rest is geschiedenis. Het enorme succes van zijn roman ‘De avond is ongemak’ waarvoor hij in 2020 de prestigieuze International Booker Prize won, zijn 2e dichtbundel ‘Fantoommerrie‘ in 2019 waarvoor hij de Ida Gerhardt Poëzieprijs won in 2020, de rel rondom het mogelijke vertalen van Amanda Gormans voordracht ‘The Hill We Climb’ tijdens de inauguratie van president Biden in de Verenigde Staten en uiteindelijk het verschijnen van zijn derde bundel ‘Komijnsplitsers‘ in 2022.
Waar hij sinds 2018 elk jaar een roman of dichtbundel publiceerde, is er nu al sinds 2022 niets meer op literair vlak vernomen van Rijneveld behalve dan dat hij het gedicht voor de Nationale Dodenherdenking in 2023 schreef en dat zijn verwachtte roman ‘Het verdriet van Sigi F.’ om onduidelijke reden niet verscheen in 2023. En dat is spijtig. Ik ken Lucas al heel lang (sinds zijn 16e) en ik heb veel respect en waardering voor zijn werk. Als dichter is er geen ander zoals hem in het huidige tijdgewricht.
Maar gelukkig hebben we zijn bundels nog (in afwachting van nieuw werk). In de bundel ‘Kalfsvlies’ koos ik, opnieuw zonder te kijken, voor het gedicht ‘Noppenfolie’.
.
Noppenfolie
.
Van bovenaf gezien is dit trappenhuis net een badkuip, ik denk aan een film met een
clown die uit een putje kroop, sindsdien leg ik er bij het douchen een washandje op.
.
In een woning schuilen vele herinneringen als onderduikers die op een dag
tevoorschijn moeten komen, zoals de keer dat mijn broer onder mijn bed
was gekropen en een kat nadeed. Later was hij degene die voor het eerst
godverdomme riep, alleen met muren kun je kinderen binnen houden.
.
Toen ze hem kwamen ophalen stond vader in zijn overall half gebogen
met zijn hoofd tussen de spijlen van de trap, zweetdruppels op zijn
voorhoofd als noppenfolie als je hard werkt verbrand je op den duur
je tranen, riep hij. Ik vouwde mijn handen om mijn zusjes oren, hopend dat
hij naar beneden zou stormen, de radio aanzetten en dansen
.
zoals we van hem gewend waren. Vrolijk om de sfeer als verlichting
aan te knippen. Dat we zouden lachen en mijn broer niet opgeslokt werd
door monden van grijze meneren aan het einde van de traptreden. Mijn nachten
.
zwarter werden omdat ik nooit meer wist wie er zich nu dubbelvouwde om onder
mijn bed te kunnen passen, clowns niet langer eng waren, alleen maar eeuwig dronken.
.
Dat dichtbij zo veraf kan zijn
Willy de Boo
.
Bij MUGbooks is zojuist een nieuwe bundel poëtische teksten en gedichten verschenen van Willy de Boo. Willy is freelance verslaggever, studeerde taal- en letterkunde Engels en schreef verschillende bedrijfspublicaties. Ze schreef verschillende artikelen en interviews met schrijvers, kunstenaars en dichters en ze maakt jarenlang deel uit van een groep kunstenaars die zich binnen Nederland bezig hield met de aankoop van kunstobjecten.
Ze volgt sinds enige jaren colleges met filosofische strekking en ze analyseert, onder begeleiding van dichter Peter Swanborn, werk van dichters van vroeger en nu. In 2015 verscheen haar debuutbundel ‘Zeepbellen’ en nu is er dan haar tweede bundel met Gedichten en poëtische teksten. De bundel is te koop voor € 10,- bij de dichter maar ik kan je met haar in contact brengen. De titel van de bundel ‘Dat dichtbij zo veraf kan zijn’ is genomen uit het gedicht ‘Dichtbij’.
.
Dichtbij
.
Hoe ver zou je moeten
gaan
om je bereisd te voelen
.
naar het Château van Montaigne
Hemingway’s Key West
naar Jackson Mississippi of
een rondvaart in Brest?
.
de Okefenokee Swamp in Georgia
naar het Engelse platteland
tot aan Afrika’s Savannen
of een ver idyllisch strand?
.
‘dat dichtbij zo veraf kan zijn’
riep een fietser uit Maassluis
al ter hoogte van Maasland
voldaan zette hij zijn tent op
bij een camping aan een polderrand
.
Hoe heter hoe beter
Els Moors
.
De Vlaamse dichter en schrijver Els Moors ( 1976) woont en werkt in Brussel. Haar met lof overladen poëziedebuut ‘Er hangt een hoge lucht boven ons’ uit 2009 werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Bij het balanseer verscheen in 2013 de dichtbundel ‘Liederen van een kapseizend paard’. Deze bundel werd bekroond met de J.C. Bloem-poëzieprijs 2015 en met de Prijs Letterkunde van de provincie West Vlaanderen. De bundel werd ook vertaald naar het Frans. In 2015 verscheen bij Brueterich Press de naar het Duits vertaalde bundel ‘Lieder vom pferd über Bord’.
Moors is onder meer docent Creative Writing in Brussel, Antwerpen en Arnhem ArtEZ en redacteur van het literaire tijdschrift “nY”. Sinds 2016 is zij een van de Nederlandstalige dichters in de poule van het ambitieuze, Europese poëzieproject ‘Versopolis’. Ook was zij van 2018-2020 Dichter des vaderlands van België. De gedichten die ze ambtshalve schreef, zijn gebundeld in ‘Knalpatronen’, waarin de gedichten ook in het Frans en Duits zijn opgenomen, en soms in het Arabisch en Afrikaans.
Uit deze bundel ‘Knalpatronen’ uit 2020 nam ik het gedicht ‘Hoe heter hoe beter’.
.
Hoe heter hoe beter: klimaatlied
.
auto’s die drijven op een zee van plastiek
naar hete planeten vandaag ben ik ziek
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat
hoe heter hoe beter
en ja ook op straat
zee doet niet mee en is morgen kapot
één chimpansee later en dan ben ik god
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat (x2)
.
Foto: Guy Kokken
Of de macht van het woord
Drs. P
.
Dichtbundels zijn er vele vormen en dikten, saai vormgegeven tot verrassend vormgegeven, rechthoekig, vierkant tot soms zelfs schuin in de band. Ik ben sinds kort in het bezit van een dichtbundeltje dat in je binnenzak past. Een lang reepje van 20 cm lang en 6 cm breed. Het is het door Wolters bijzonder vormgegeven bundeltje ‘Esmeralda’ of de macht van het woord van Drs. P (1919 – 2015). In 1989 werd dit bundeltje met stevige kartonnen kaft, aangeboden aan alle taaldocenten in Nederland als dank voor de bijna 100 jaar lange betrokkenheid bij de ontwikkeling van Wolters’ Woordenboeken.
Drs. P begint deze bundel met een ingeleide waarin hij de beperkingen die Wolters’ hem oplegt uit te leggen (formaat van de bundel). Zo schrijft hij: “Korte regels / moest ik hebben / door elkaar / een woord of drie / wat zich daarbij / onweerstaanbaar / opdrong / was de poëzie.
En verderop: “Maar sonnetten / en rondelen / zijn voor dit formaat / niets waard / noch kwatrijnen / villanellen / en balladen / uiteraard.”
Hij benoemt de vorm waarvan hij zich bediend de Spicht. Een paar regels: “Een woord van vier lettergrepen / plaatst u steeds / in regel 6” en 8 regels. Als voorbeeld schrijft hij: “uren, dagen / maanden, jaren / vlieden als / een schaduw heen / ambtenaren / uitgezonderd / geldt die wet / voor iedereen.”
Een kostelijk klein bundeltje kortom. Als volledig gedicht koos ik ‘Raamvertelling’.
.
Raamvertelling
.
Jantje zag eens
Pruimen hangen
(zo begon het
Zangbetoog) –
Levensgroot en
Allersappigst
Maar ze hingen
Veel te hoog
.
“Plukken mag ik niet”
Dacht jantje
“Zou ik dan
Om één of twee
Handvol pruimen
Ongehoorzaam
Wezen?
Ja, een goed idee”
.
Hoe de vruchten
Te bereiken
Goede raad
Was hier te duur
Jantje nam een
Opsteekladder
Bij zijn vader
Uit de schuur
.
Menend dat
Zijn handelswijze
Niets te wensen
Overliet
Dank zij goede
Brandpreventie
Miste men
Zo’n ladder niet
.
Jantje klom
Gezwind naar boven
En hij naderde
Alras
Het niveau waar
Veelbelovend
Ooft ruimschoots
Voorradig was
.
Maar temidden
Van dit voedsel –
Naar bij nader inzien
Bleek –
Zat een oude
Neushoornvogel
Die hem
Vreugdeloos bekeek
.
“Heeft dit dier”
Zo peinsde Jantje
“Iets boosaardigs
In de zin?
Nu, hier is mijn
Zakagenda
En daar
Staat het vast wel in”
.
Plotseling
Weerklonken kreten
Want er was iets
Aan de hand
Ja, hij hoorde
Zevenstemmig
“Brand! Brand! Brand!
Brand! Brand! Brand! Brand”
.
Bestemming
Dag 17: Joost Zwagerman
.
Uit de bundel ‘Bekentenissen van de pseudomaan’ uit 2001 van dichter Joost Zwagerman (1963-2015) nam ik het gedicht ‘Bestemming’.
.
Bestemming
.
Een groep nonnen had een boer bekeerd.
Ik liep door landerijen en wist niet van bekering.
De boer zag mij aan en gaf mij proviand.
Hij verwees mij naar de nonnen. Uurtje lopen.
Ik kwam aan. Ik ging het klooster in.
Daar ben ik dan, zei ik, en ben er nog.
.
Het leven is hier lang niet slecht. Men kent mij niet,
ik heb vriendinnen, men is hier mijn gelijke.
Ik lees een boek, bekeer een boer, doe mijn plicht
en heb een eigen kamer. ’s Nachts leg ik het hoofd
in de schoot. Ik ben de bijslaap van mijn dromen.
.
Dagje circus
Dag 12: Ellen Deckwitz
.
Uit de bundel ‘De blanke gave’ uit 2015 van Ellen Deckwitz (1982) nam ik het gedicht ‘Dagje circus’.
.
Dagje circus
.
Wat gilde je toen het licht uitging
en het grommen begon.
.
We wezen naar de gaatjes in het tentdoek,
dat het net lichtpunten waren
.
en hoe achter de schermen
de beesten veilig opgesloten zaten.
.
’s Avonds keek je omhoog
en veranderden de sterren in gaten.
.
Je dommelde in , melig
om dat donker, die kooien erachter.
.














