Site-archief

Allerzielen 2020

Dichter bij de dood

.
In 2018 en 2019 mocht ik deelnemen aan het project rond Allerzielen ‘Dichter bij de dood’ waarbij een aantal dichters op Allerzielen (2 november) ’s avonds op de begraaf plaats Oud Eik en Duinen in Den Haag gedichten voordraagt. In het geval van Oud Eik en Duinen, één van ’s lands oudste en mooiste begraafplaatsen, gedichten bij de graven van bekende dichters, schrijvers en kunstenaars. In 2018 droeg ik een gedicht voor van de dichter Dop Bles https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/16/voordracht-tijdens-allerzielen/ en in 2019 van de dichter G.H.J.E. Boswel https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/26/tranen/. Dit jaar had ik voor de dichter-drogist S.J. van den Bergh gekozen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/04/10/drogist/ en iedereen had er zin om weer een bijzondere avond rondom de dood en poëzie te beleven.
.
Helemaal omdat dit jaar ‘Dichter bij de dood’ haar lustrum viert. Iedereen had er zin en er werden allerlei plannen bedacht samen met de
begraafplaats. Deze editie wilde de organisatie iets bijzonders doen, extra uitpakken. Zo werd er een workshop gegeven aan de deelnemende  dichters, om ‘n portretgedicht te schrijven, over de persoon die zij hadden gekozen. Deze gedichten wilde de organisatie uitbrengen in een mooie dichtbundel. Een mooie kroon op onze afgelopen vijf jaar.
.
Maar zoals bij zoveel mooie initiatieven werd ook dit project definitief afgelast. Dankzij een tip van een van de deelnemende dichters, heeft de organisatie echter het volgende plan opgevat: de voordrachten van de gedichten worden gefilmd op de begraafplaats. Deze film zal worden verspreidt op 1 november a.s. via alle mogelijke kanalen. Daarnaast zullen deze prachtige gedichten bij de graven worden neergezet, waar zij de hele maand november te lezen
zullen zijn op de begraafplaats Oud Eik & Duinen.
.
Zo hebben de twee organisatoren Marjon van der Vegt en Liesbeth de Blécourt samen met Monuta, de eigenaar van Oud Eik en Duinen toch iets moois en speciaals weten neer te zetten rondom Allerzielen. Nadat het dichterspodium van Marjon ‘Dichter bij Den Engel, ophield te bestaan, en zij hoorde over de ‘Witte dichters’ die op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam gedichten voordroegen eind november, heeft zij samen met Liesbeth ‘Dichter bij de dood’ opgericht. Waarmee ze een mooie en bijzondere manier biedt aan bezoekers om te herdenken en aan dichters om deze avond een bijzonder tintje mee te geven. 
.
Normaal gesproken wordt er op de avond zelf, 1 gedicht voorgedragen uit het werk van de schrijver/dichter, en 1 troostend gedicht over de dood. De begraafplaats heeft door de jaren heen gezien hoeveel mensen troost putten uit deze mooie avond. Het is uitgegroeid tot een waardevol evenement, waar mensen al in september om komen vragen, wanneer het evenement weer is, bij de begraafplaats. De dichters zijn trots om een mooi gedicht te schrijven, en deze voor te mogen dragen, aan de belangstellenden. Dan ontstaat er soms een gesprek, waarin hun verhaal aan bod mag komen, over hun ouder of kind die op de begraafplaats begraven ligt, om weer even hun naam te noemen, ze weer even hardop herinneringen kunnen worden opgehaald. Op deze manier gedenken, en uiting te kunnen geven aan het gemis, is een mooie manier om even bij stil te staan met Allerzielen.
Nu het dit jaar dus niet kan doorgaan door de Corona crisis zal er op 2 november een film worden gepubliceerd (ook op dit blog) met daarin de dichters en de gedichten die zij over de bekende schrijvers, dichters en kunstenaars maakten.
.
.
Mijn gedicht gaat, zoals ik al schreef, over S.J. van den Bergh (1814 – 1868), dichter, drogist en oprichter van letterkundig genootschap Oefening Kweekt kennis, en ik heb het gedicht getiteld ‘De drogist-dichter’. De video-opname van mijn voordracht kun je na 2 november via dit blog bekijken evenals de voordrachten van de andere dichters.
.
.

De drogist-dichter

.

In de voorraadkast van de dichter

staat geen zand, zeep of soda.

In taal samengesteld liggen de

onderdelen klaar samengevoegd te worden.

,

Om zo te komen tot een resultaat, ook

hier geldt: oefening kweekt kennis.

,

De waarde van woorden wordt niet

afgewogen, niet uitgedrukt in vaste frasen

of tabellen, hier bepalen vers en vorm

de inhoudsmaat.

,

Weegt en wikt de dichter tot het juiste

gewicht is bereikt.

,

Het graf van S.J. van den Bergh

Een aantal van de deelnemende dichters

Gedicht van S.J. van den Bergh op zijn graf

Tijdens de filmopnames van Marije Hendrikx

 

 

Van kop tot teen (recensie)

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

.

Nadat in 2018 ‘Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie’ van Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) uitkwam, kreeg dit boek vele positieve reacties en recensies zoals onder andere van mij https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/. Ik schreef toen onder meer: Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. En gelukkig hebben veel docenten het boek aangeschaft. Ik zou deze zin nogmaals willen herhalen maar er een zin aan willen toevoegen: En regelmatig gebruiken in de lessen (Nederlands). Ik schrijf hier Nederlands tussen haakjes want feitelijk is het boek natuurlijk ook bij lessen in vreemde talen (Duitse, Engels of Franse poëzie) of bij culturele- en kunstzinnige vorming (CKV) te gebruiken.

En nu is er dan een tweede deel, met als titel ‘Van kop tot teen’ dit keer samengesteld door de Vlaamse dichter/schrijver Charlotte Van den Broeck (1991) en Letterkundige en literatuurcriticus Jeroen Dera (1986). Voordat ik in ga op de inhoud van dit tweede deel van ‘Woorden temmen’ twee observaties.

Vorm

Allereerst is er de vorm, ondanks mijn enthousiasme voor het boek blijf ik moeite houden met de ‘schuine vorm’. In mijn boekenkast blijft het tussen de andere poëziebundels en boeken over poëzie naar achter zakken waardoor, als ik er naar zoek, het me soms moeite kost het terug te vinden. Maar dat gezegd hebbende, wil ik hier meteen de opmerking bij maken dat dit boek natuurlijk niet in een boekenkast moet staan maar gebruikt moet worden.

Omvang

Een tweede observatie is de dikte van dit tweede deel; deze is bijna twee keer zo dik als deel 1. In deel 1 worden 24 gedichten behandeld en in deel 2 staan 29 gedichten die door de samenstellers worden besproken. Het verschil wordt vooral bepaald door de extra ruimte die de samenstellers hebben gekregen voor het behandelen van elk gedicht. Waar in deel 1 de opmerkingen en vragen van Kila en Babette vaak op 1 pagina stonden, waardoor de bladspiegel wat vol was of waardoor Kila en Babette zich beperkten in hun commentaren, is in deel 2 veel meer ruimte ingeruimd voor de vragen en overdenkingen van Charlotte en Jeroen. Ik vind dit een goede verbetering. In deel 2 zijn ook, mij onbekendere namen van (Vlaamse) dichters opgenomen. Ook dit vind ik een positieve verandering.

Inhoud

Dan de inhoud. De samenstellers stellen veel vragen en geven veel opdrachten over de taal en de poëzie van de behandelde dichters maar ook wordt regelmatig gevraagd naar wat het gedicht met de lezer doet, vragen over de ‘ik’ ervaring, over gedachten en gevoelens van de lezer na het lezen van het gedicht. Waar in deel 1 veelal vragen en opdrachten werden behandeld over de tekst, de techniek en de vormgeving gaat het in deel 2 meer over de de lees- en gevoelservaring. Ook dit vind ik een heel positieve aanvulling op al het moois en goeds wat deel 1 brengt. Hiermee wordt namelijk heel goed aangesloten bij veel literatuurlessen en literatuuronderwijs op middelbare scholen waarbij toch vooral de eigen ervaring en eigen mening belangrijk is. Door de juiste vragen te stellen en gerichte opdrachten te geven wordt hierin in ‘Woorden temmen’ deel 2 heel goed voorzien.

Menselijk lichaam

Op de achterflap van het boek staat te lezen dat Charlotte en Jeroen ervan overtuigd zijn dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam kunt lezen. Met al je zintuigen en sensaties. En dat lichamelijke hebben ze in dit boek heel letterlijk genomen. De gedichten in deze bundel vormen namelijk samen een menselijk lichaam. Ik kan in die gedachtengang goed meegaan. De samenstellers hebben aan de hand van verschillende delen van het lichaam gedichten gezocht die op de een of andere manier bij dit lichaamsdeel aansluiten of passen. Ook deze keuze maakt het lezen van het boek tot een avontuur. Ik merkte bij mezelf dat ik bij elk gedicht meteen op zoek ging naar de relatie tussen het lichaamsdeel en de inhoud van het gedicht. Op zo’n manier wordt het lezen van een boek een reis die je gaat maken waarvan je weet dat ie steeds opnieuw uitdagingen biedt, verrassingen in  petto heeft en je goeie zin geeft om door te lezen. Allemaal ingrediënten die dit, alweer, tot een essentieel boek over poëzie maakt.

Conclusie

Tot slot mijn conclusie. Als je denkt dat je met deel 1 genoeg stof hebt om nog jaren op voort te kunnen borduren als docent dan zou dat waar kunnen zijn. Tenslotte krijg je elk jaar nieuwe leerlingen voor wie deze vorm van poëzie-onderwijs nieuw is. Als je het voor je zelf leuk en interessant wil houden dan is de aankoop van deel 2 bijna een voorwaarde. Na het lezen van deel 1 dacht ik dat dit hét boek was waarmee het poëzie-onderwijs ‘gered’ was. Nu weet ik dat dit alleen maar een richting heeft gegeven, een weg is ingeslagen die steeds opnieuw kansen ziet en beidt. Op naar deel 3 zou ik zeggen maar eerst deel 2 aanschaffen en met heel veel plezier gaan lezen en gebruiken.

Gedicht

Omdat ik altijd met een gedicht wil eindigen koos ik voor het gedicht van Hélène Gelèns met de titel ‘plep’ dat werd genomen uit haar bundel ‘zet af en zweef’ uit 2010. Het gedicht relateert aan de linkerhand, ik kende de dichter niet en het is een heerlijk raak gedicht, direct, vreemd en bijzonder. Hélène Gelèns studeerde sterrenkunde, neerlandistiek, geschiedenis en wijsbegeerte in Leiden en Amsterdam waarvan ze alleen wijsbegeerte in Amsterdam afrondde. Haar debuutbundel ‘niet beginnen bij het hoofd’ verscheen in 2006 en haar tweede bundel ‘zet af en zweef’ in 2010. Voor haar eerste bundel werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en in 2010 won ze de Jan Campertprijs met haar tweede bundel. In 2014 verscheen haar voorlopig laatste bundel ‘Applaus vanuit het donker’. 

.

plep

.

de ringvinger langer dan de wijs

dus? iemand die kucht heeft zeker keelk

nee ik weet niet of het asperg en al

wist ik het wel ik vertelde je niets

.

ring langer dan wijs en jij plakt al plep

je etiket – enkel een wegwijzer zeg je

wat zeur ik? het is vrouwonvriendelijk en hip

geen lekkertje geen dikke tiet – en daar ga je

.

plep op de struikelteen plep op de stootarm

plep op de harkrug (geen nummer meer nodig)

plepplep op formele verwoording plepplepplep

op de koelkast vol lijstjes en schema’s plep

op het oor (nu de straat opeens loeit)

je bent nog niet klaar?

.

Ja, ik wil

Willem Alexander en Maxima

.

Soms kom ik dichtbundels tegen die ik wil hebben, niet perse door de inhoud maar door het thema of de gelegenheid waarvoor ze zijn gepubliceerd of uitgegeven. Dit gaat zeker op voor de kleine bundel ‘Ja, ik wil’ Gedichten voor Willem Alexander en Maxima, van uitgeverij Meulenhoff uit 2002, uitgegeven naar aanleiding van het huwelijk van de koning en de koningin.

Dit kleine bundeltje bevat veertien gedichten uit de cassette met achttien gedichten die door de stad Amsterdam als huwelijksgeschenk werd aangeboden aan Willem Alexander en Maxima. Het cadeau werd samengesteld in opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam naar een idee van het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

In de bundel, die vooraf wordt gegaan door de toespraak van burgemeester Job Cohen, staan gedichten van een bonte verzameling dichters. Van Anneke Brassinga en Adriaan Morriën tot Def P. en Diana Ozon. Maar er staat ook een gedicht in van de Zuid Afrikaanse Elisabeth Eybers getiteld ‘Willem Alexander en Máxima’.

.

Willem Alexander en Máxima

.

Onverbiddelik aanwijs op die troon

moet hij die verwagting van almal beloon;

.

dog per ongeluk, óf per geluk, het hij

reeds sij gretige blik in die richting laat glij

.

van ’n liewe, innemende meisiemens

wat vervulling bied aan zij soetste wens:

.

tesame kan hiertoe begunstigde paar

die veeleisende opdaag klaarspeel, nie waar?

.

 

Zonder

Sylvie Marie

.

In 2009 gaf uitgeverij Vrijdag in Antwerpen samen met uitgeverij Podium in Amsterdam de bundel ‘Zonder’ uit van de Vlaamse dichter Sylvie Marie (1984, pseudoniem van Sylvie De Coninck). Over deze Belgisch-Nederlandse co-productie schreef Bouke Vlierhuis in een recensie op Meander:

Zo’n dadendrang, zo’n gevoel van urgentie, zo’n noodzaak tot scheppen als je voelt in deze poëzie en die je bij iedere regel het gevoel geeft dat er nog veel meer is, dat er nog honderd gedichten klaarliggen om op je afgevuurd te worden, dat vind je alleen bij een jonge dichter.

Alle reden dus om de bundel nog eens ter hand te nemen en er in te lezen. Al lezende kwam ik het gedicht ‘hermetisch’ tegen. Dat gedicht wil ik hier met jullie delen.

.

hermetisch

,

‘er valt een haar van tussen

twee bladzijden van een boek

hoelang zat het er al?’

.

de menigte zwijgt, de micro ebt

hol de klanken weg, te traag

.

blijkt uit de dwaze ogen, blijkt uit geen lichaamstaal.

.

de dichter grijpt in (plots):

‘er is begin en eind wat telt, daartussen

is enkel nostalgisch gemijmer.

daarna kán getwijfeld worden.’

.

alweer geen applaus.

.

Poëzie luisteren

LP en DVD

.

Vorige week was ik in een kringloopwinkel in Limburg en daar lag een LP box met bakelieten 78 toeren platen uit 1936 met als titel ‘Tweede album verzen van Nederlandse en Vlaamse dichters van 1500 tot op heden’ gezegd door Paul Huf. Omdat ik geen platenspeler bezit waarop je 78 toeren platen kan afspelen heb ik de box niet gekocht. Met enige spijt want verzen die ‘gezegd’ worden uit 1936 had ik graag beluisterd.

Gelukkig kocht ik in een andere kringloopwinkel de bundel ‘Meer poëzie in Carré 1966 & 2006’ van uitgeverij van Gennep. Deel 1 van de Awater-reeks. Bij deze bundel zit een DVD met daarop een televisieregistratie van de spraakmakende 28 februari 1966 van Poëzie in Carré.

Naast deze DVD is er in de bundel een terugblik te lezen op die avond in 1966 en een foto-impressie. En natuurlijk lijsten van de deelnemende dichters in 1966 en in 2006 (in 2006 deden drie dichters mee die ook in 1966 deelnemen te weten Simon Vinkenoog, Gerrit Kouwenaar en Hans Verhagen).

Naast deze drie ouwe rotten veel hedendaagse dichters als Tjitskes Jansen, Ingmar Heytze, Hagar Peeters, Vrouwkje Tuinman, H.H. ter Balk, Ilja Leonard Pfeijffer en nog een aantal. Luisteren naar poëzie is iets bijzonders. Reden waarom ik graag op poëziepodia sta en ze ook bezoek. Je kunt een gedicht vele malen hebben gelezen maar als je de dichter het gedicht voor hoort dragen kan ik daar extra van genieten, om de voordracht en de accenten die de dichter in het gedicht legt die je nooit van papier kunt lezen.

Uit de bundel met dichters van Poëzie in Carré uit 2006 koos ik voor het gedicht ‘Jij ziet goed uit vandaag’ van Vrouwkje Tuinman.

.

Jij ziet goed uit vandaag.

.

De man van de griesmeelpannenkoeken

zegt iets tegen mij. De man de bakker.

Ik heb hem niet verstaan verdiept

in het vooruitzicht van mijn volle maag.

Veilig vol hij zegt het nogmaals

en ik schaam me. Je laat niet eimand

twee keer zeggen jij ziet goed uit.

Hij zegt ik mooi. dat verstaan.

Zou hij weten hij is de eerste die tegen

mij praat vandaag – nooit spreken met

volle mond – dat het de derde pannenkoek

is deze week. Hij vraagt of ik getrouwd.

.

Keizerin van Oostenrijk

Liefde die moet vrij zijn

.

Keizerin Sissi, zo is ze vooral bekend, al is het maar door de films met Romy Schneider, die haar beroemd maakte; Keizerin Elisabeth van Oostenrijk. Elisabeth Amalie Eugenie in Beieren (1837 – 1898) zoals haar naam was trouwde op zeer jonge leeftijd (16 jaar, haar man Keizer Frans Jozef was 23) en werd daardoor Keizerin van Oostenrijk en (vanaf 1867) Hongarije.

Ze was totaal onvoorbereid op een leven als Keizerin. Ze was van geboorte al prinses van Beieren en Hertogin in Beieren maar Keizerin was toch een ander verhaal. Ze had enorm veel moeite om zich aan te passen aan de strenge etiquette aan het hof en deed er van alles aan om aan de regels te ontsnappen.

Wat minder bekend is was dat ze in het diepste geheim  honderden verzen schreef. Pas in 1952, ruim een halve eeuw na haar tragische dood, werd in het Zwitserse Bern een cassette gevonden waarin zij haar verzamelde gedichten had opgeborgen.

In haar poëzie klinkt veelal haar eenzaamheid door en haar hunkering naar een eenvoudig en vervuld leven. In 2000 gaf uitgeverij Bert Bakker een selectie, samengesteld en vertaald door Gerda Meijerink, uit onder de titel ‘Liefde, die moet vrij zijn’. De 21 gedichten zijn opgenomen in het Duits en het Nederlands. Ik koos voor het gedicht Áfscheid van Zandvoort’ of ‘Abschied von Zandvoort’. Keizerin Elisabeth bezocht tijdens haar leven een aantal maand deze Hollandse badplaats en verbleef daar in hotel Kaufmann en Villa Paula. Ze bezocht Zandvoort voor fysiotherapie door de beroemde dr. Mezger in Amsterdam. Als ze in Zandvoort was hield ze zich bezig met snelwandelen langs het Zandvoortse strand en paardrijden.

.

Afscheid van Zandvoort

.

Nog een laatste, lange blik

Op jou, geliefde zee!

En dan vaarwel, hoe moeilijk ook;

God geve mij rentree!

.

Voor ’n afscheidsgroet vond ik het gepast,

Deze stille maanlichtnacht;

Jij trekt je uit- een glanzend beeld-

In al je zilverpracht.

.

Wanneer achter de duinenrij

De prille ochtend kriekt,

Ben ik met snelle vleugelslag

Al ver van jou gewiekt.

.

Maar ze vliegen hier altijd

De meeuwen, een witte schaar;

Dat één ervan er niet meer is,

Word jij dat dan gewaar?

.

Abschied von Zandvoort

.

Noch einen letzten, langen Blick
Auf dich geliebtes Meer!
Dann lebe wohl, so schwer´s auch fällt,
Gott geb´, auf Wiederkehr!

.

Zum Abschiedsgrusse wählt´ ich mir
Die stille Mondesnacht
Du liegst vor mir ein schimmernd Bild
In deiner Silberpracht.

.

Wenn morgen übers Dünenland
Die Sonne Strahl dich streift,
Bin ich mit raschem Flügelschlag
Schon weit von hier geschweift.

.

Umkreisen wird dich, wie zuvor,
Der Möven weisse Schar;
Dass unter ihnen eine fehlt,
Wirst du es wohl gewahr?

.

Rood

Tentoonstelling en magazine

.

Van november 2010 tot mei 2011 werd in het Tropenmuseum in Amsterdam de tentoonstelling ‘Rood’ georganiseerd. In die periode verscheen ook het magazine Rood, een uitgave van het Tropenmuseum en KIT publishers. In het magazine een overzicht van wat er allemaal te zien was in deze tentoonstelling. Driehonderd objecten die rood van kleur waren of in overgrote mate rood gekleurd waren zoals een Engelse soldatenjas uit de slag bij Waterloo, een prachtige hoofdtooi uit Noord-Amerika, een Roemeens duivelsmasker en politieke affiches uit Nederland, Iran en China. Daarnaast veel kunstwerken van kunstenaars als Armando, Walter van Beirendonck, Inez van Lamsweerde en Constant.

In het magazine veel prachtige fotografie (van de verschillende objecten), rood in kunstfotografie maar ook artikelen over mensen met rood haar, rood in de erotiek en rood in volkskunst. En poëzie. Poëzie uitgezocht door Hafid Bouazza en wel van een dichter Tamim Ibn Al-Mu’izz (gestorven in 984) een prins uit de Fatimidische dynastie die heerste over Egypte en de rest van Noord-Afrika. Omdat hij geen troonopvolger was wijdde hij zich aan de poëzie. Het voorbeeld stond in het magazine.

.

O nacht waarin de maan mij lag te omhelzen

En waarin de zon een van mijn disgenoten was

.

En die ik verwijlde onbehoeftig door tanden aan hagelstenen

En door konen aan appels en mirte

.

Ik overhandigde haar de gelijkenis van haar wang: een wijn

Gemengd in de beker als het licht van een toorts

.

Ik kuste haar en zei sprak al wenend: –

Hoe kun je mensenwangen aan mensen schenken?

.

Ik zei: – Drink: zij ontsprong uit mijn tranen en haar menger

Is mijn bloed en mijn ademtochten kookten haar in haar beker

.

Zij zei: – Als je om liefde voor mij bloed hebt geweend

Drenk mij dan met deze wijn bij mijn ogen en hoofd! –

.

Mens

Hans Plomp

.

Schrijver en dichter Hans Plomp is een bijzonder mens. In alles wat ik over hem lees wordt als eerste ingegaan op het feit dat hij, samen met acteur en schrijver Gerben Hellinga, de drijvende kracht was achter het, van de sloophamer, redden van Ruigoord, destijds een dorpje onder de rook van Amsterdam dat opgeslokt dreigde te worden door de expansiedrift van de hoofdstad en tegenwoordig een kunstenaarskolonie huisvest. Als tweede wordt zijn lidmaatschap van het Amsterdams Ballon Gezelschap genoemd, een artistieke groepering van wisselende samenstelling.

Van al de bezigheden van Hans Plomp is zijn poëzie misschien niet de meest in het oog springende maar het feit dat in 2017 de bundel ‘Dit is het beste aller tijden’ verscheen, een selectie uit 50 jaar dichtwerk, geeft wel aan dat we hier met een doorwinterd dichter te maken hebben. Hans Franse schrijft in zijn recensie van deze bundel op https://meandermagazine.nl/2017/08/letteroefeningen-van-een-romantische-backbencher/ onder andere: De poëzie van Hans Plomp is uiterst helder, zijn taalgebruik eenvoudig, zijn woordkeus alledaags, wat ook logisch is gezien zijn bijdrage aan het ’Manifest van de jaren zeventig’, waarin de uitdrukking ‘nieuwe wartaal’ voorkomt, waarmee deze groep schrijvers zich tegen de Vijftigers afzette.

Bij het lezen van het gedicht ‘Mens’ uit ‘Dit is de beste aller tijden’ heb je daar gelijk een goed beeld bij.

.

Mens

.

Het valt me zwaar
van je te houden

.

Heb je vannacht
de jammerklacht
de schuifelende duizendpoot
van duister onbehagen
in de straten van de stad

.

Soms mens,
als ik je zie gaan
met hoeden op en jassen aan
of als ik je zie genieten
op een plekje in de zon.
Soms als ik je voort zie zwoegen
op een rijwiel of op krukken
zou ik je aan mijn hart willen drukken

.

Maar vaak valt het me zwaar
van je te houden
mens

.

Woekeren

Lies Jo Vandenhende en Ard Zacht

.

Tijdens de Corona crisis zie je overal nieuwe initiatieven ontstaan, ook op poëziegebied. Een van die nieuwe en frisse initiatieven is het project ‘Woekeren’ van Lies Jo Vandenhende en Ard Zacht. Lies Jo ken ik van haar deelname aan de Poëziebus en van een optreden bij Ongehoord! maar Ard Zacht kende ik nog niet.

Tijdens de Lockdown hebben Lies Jo en Ard (de een in Antwerpen en de ander in Amsterdam) een dromerig landschap over nabijheid en groeipijn gemaakt in 5 audiogedichten. Teksten zijn verzorgd door Lies Jo (LJMV) en de muzikale begeleiding is verzorgd door Ard. De cover werd ontworpen door Sadrie Alves.

Ard Zacht is een multi-instrumentalist en sound designer en hij geeft in de 5 audiogedichten een eigen draai aan het gesproken woord door een gedetailleerde compositie en een experimenteel sound design. Arda werkt verder onder andere samen met artiesten als Wordbites, Charlotte Beerda en Emily Vierthaler.. Hij is ook de oprichter van Either ID waarin hij kunstenaars uit verschillende disciplines verbindt.

Lies Jo is dichter en performer en in haar werk onderzoekt ze de kruisbestuiving tussen papier en podium (een van de redenen dat ze mee werd gevraagd in de Poëziebustier van 2016). In 2019 werd Lies Jo opgenomen in de officiële auteurslijst van Literatuur Vlaanderen, die daar blijkbaar bestaat. Lies Jo verzorgd poëzielessen en workshops en haar werk werd al opgenomen in Deus Ex Machina, Kluger Hans en DW B. Ze werkt aan een debuutbundel.

Vanaf afgelopen vrijdag 8 mei is hun eerste ‘single’ uit en op 15 mei is de releasedatum van de EP met deze audiogedichten en te beluisteren via alle streamingdiensten zoals Spotify. Maar een audiogedicht is nu al te beluisteren via Spotify https://open.spotify.com/track/2SHtdz7S3fFcSlb4pgOn9v?si=Copbe4noT5qSjg40x77t7Q

Als je naar de prachtige (Vlaamse) taal van Lies Jo luistert in combinatie met de sferische, soms melancholieke muziek van Ard, weet je dat dit een aanvulling is op het poëtisch landschap en is hete hopen dat het niet bij deze ene samenwerking blijft.

.

Foto’s: Sadrie Alves en Latifa Saber

 

Dichterswebsite

Martin Wijtgaard

.

Toen ik met de rubriek ‘Dichterswebsites’ begon was Ariel Alvarez de eerste die reageerde. Hij opperde de website van Martijn Wijtgaard (1971) op te nemen in deze rubriek. Nu ken ik Martin al vele jaren. We stonden samen op het podium van Reuring, hij stond op het podium van Ongehoord! en ik herinner mij een avond in Amsterdam, in de kelder van een kroeg bij West Going Underground, een initiatief van Martin waar ik mocht voordragen. Ook was hij een van de dichters die meeging met de toer van de Poëziebus in 2016.

De website van Martin http://martinwijtgaard.blogspot.com is zeer de moeite waard van het bezoeken. Als je Martin als mens en als dichter wat beter wil leren kennen kun je hier je hart ophalen. De site is donker (zwarte achtergrond) en voor wie Martin een beetje kent past dit helemaal bij hem. De rubrieken op zijn website zijn duidelijk aangegeven: Labels, columns, gedichten, geluid en beeld, nieuws, plaatjes. Maar er is ook een korte biografie van hem te lezen en er is de rubriek ‘Gepasseerde Stations, een enorm lange lijst van data en plaatsen waar hij zijn poëzie voordroeg. Opvallend daarbij is dat hij een vaste gast is van de Eijlders Dichtmiddag. Maar er staat ook een blogarchief op zijn website waar heel veel te lezen is over zijn poëzie, zijn voordrachten, de bundels (zoals zijn meest recente bundel ‘Waar je voor zilverlingen niks kunt kopen’) die van hem zijn uitgegeven en zijn poëzie. Kortom zeker een bezoekje waard.

Uit de lijst gedichten die er ook te lezen zijn koos ik voor het gedicht ‘Insomnia’ uit 2016, een sonnet over slapeloosheid in een typerende Wijtgaardstijl.

.

Insomnia

.

De angsten waar je niet bij stil wilt staan,
die je bij daglicht simpel kunt verjagen,
zetten hun uitgekookte hinderlagen
bij voorkeur even voor het slapengaan.
.
Klaarwakker moet je weerwerk bieden aan
paniek en ongelegen levensvragen,
ten prooi aan je totaal op hol geslagen
hypochondrie en achtervolgingswaan.
.
Terwijl je dapper poogt de slaap te vatten
staan kastekorten, kwelduivels en kiespijn
met opgestroopte mouwen rond je bed,
.
luidruchtig en ongrijpbaar als de ratten
die in het donker knagen en actief zijn,
maar spoorloos zijn als je het licht aanzet.

.

                                                                                                                             Foto: Marije Hendrikx