Site-archief
Thuisloze
Jan Kal
.
Op Hemelvaartsdag sprak ik na mijn voordrachten tijdens de Haarlemse Dichtlijn kort met Jan Kal. De Nederlandse dichter Jan (Pieter) Kal (1946) is vooral bekend van zijn vele sonnetten. Hij groeide op in Haarlem, maar verhuisde naar Amsterdam voor een studie medicijnen. Aan studeren kwam hij niet toe door een alles overheersende liefde, maar die bracht hem wel tot het schrijven van sonnetten. Jan Kal kan van weinig poëzie maken. Hij heeft een eigen spontane, weemoedige toon, waarin ook zijn humor een plaats kan vinden. Kal debuteerde in 1974 met de bundel ‘Fietsen op de Mont Ventoux’ waarna nog vele dichtbundels zouden volgen. Zijn laatste bundel komt uit 2015 en is getiteld ‘Een dichter in mijn voorgeslacht’.
Uit zijn debuutbundel het sonnet ‘Thuisloze’.
.
Thuisloze
hij leeft zijn dagen stuk voor stuk, losbladig,
hij doet niet iets gerichts in een beroep,
hij ziet geen toekomst, hoort niet bij een groep,
heeft voor de dag van morgen niets voorradig.
hij loopt maar wat te lopen langs de stoep.
de meesten kijken langs hem, ongenadig.
wel zijn eerwaarde zusters hem weldadig,
en heilsoldaten, met het Woord en soep.
wie hem wat geeft die is zijn kameraad.
het gaat er in, als water in een spons,
waarmee God na lang wachten hem bedenkt.
Zijn komst is zeker als de dageraad,
zoals de regen komt hij toe naar ons,
als late regen die het land doordrenkt.
.
Jan Kal, Frans Terken, Wouter van Heiningen
Als vrouwen me niet tegenhouden
Citroengeel
.
De Poëziebus gaat weer rijden en tot die tijd stel ik je aan enkele deelnemers voor die dit jaar meerijden. Vandaag is dat Steff Geelen (Citroengeel). Steff is schrijver en performer, studeerde Antropologie aan de Amsterdam University College en Kunst- en cultuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Steff schrijft poëtisch proza en gedichten waar vaak minstens één dier in verschijnt en droeg voor op o.a. Roots Festival, Radio 1, in de Tolhuistuin en in Het Amsterdam Museum. Daarnaast maakt Steff theater bij Likeminds Factory en maakte Steff van 2016-2018 onderdeel uit van het talentontwikkelingstraject Poetry Circle Nowhere. Steff is organisator en oprichter van Uitgesproken Queer, een platform dat LHBT+ (woord)kunst stimuleert in Utrecht.
.
Als vrouwen mij niet tegenhouden,
val ik in ze, zoals je door iets heen
kan vallen wanneer je weerstand verwacht.
Ik bleef alleen vrijwilliger bij de Regenboog,
omdat iemand me er kind bleef noemen.
Wanneer ik broccoli sneed of vegetarische burgers bakte, er iemand was die zei:
Je doet het toch goed, kind.
Ik werd daar week van.
Zo het hebben van talloze moeders die verschijnen in een moment, vervangen zijn
het volgende.
Als dat echt was,
kon ik er op elk moment een opbellen
of tegenkomen in de supermarkt bij de komkommers.
En dat ze me overal kleinigheden toestoppen: toffee en zuurtjes en meer snoep
zoals vroeger. En dat iedereen
met ongepast advies kwam.
Er iemand was die zei:
Trek die vale sokken uit.
Er zit een gat in je broek.
Kind, kam je haren eens.
Als vrouwen me niet vasthouden, dan vouw ik mezelf door ze heen, verweef me
met hun handen, vraag hen kleren
van me te maken, zodat ik om hun schouders,
rug, over zachte buik hang.
Ik kan het niet laten, ik wil
altijd dichterbij zijn, waar het zacht
is zijn. Ik wil altijd meer terug en meer verder, meer kind en meer moeder zijn
Iets mij laten sussen, wiegen
Iets hebben om te sussen, wiegen.
.
Alpenlied
Leo van der Zalm
.
Harme van der Kamp vroeg om aandacht voor de dichter Leo van der Zalm op mijn verzoek om dichter te noemen waaraan ik aandacht zou moeten besteden. Leo van der Zalm (1942 – 2002) wordt op zijn Wikipedia pagina omschreven als een dichter in de marge. Hij was lid van het Amsterdams Ballon Gezelschap, een artistieke groepering met wisselende bezettingen afkomstig uit en gevestigd in het dorpje Ruigoord. Leo van der Zalm drukte jarenlang gedichten op een oude degelpers in het ruim van zijn schip.
Hij debuteerde in 1978 met de bundel ‘Het beestenspul van A’dams Blijdorp’ en zou in de jaren daarna als ‘Portier van de Drempeldichters’ vooral jonge dichters als Carla Bogaards, Pieter Boskma en Diana Ozon op weg helpen. Ook was hij enkele jaren medewerker van het One World Poetry festival. Dat waren meerdaagse poëziefestivals waar dichters uit de Amerikaanse beatgeneratie als Allen Ginsberg en William Burroughs optraden. Later zou dat overgaan in wat nu nog steeds het Crossing Border festival is. Met Jules Deelder, Johnny van Doorn en Simon Vinkenoog toerde hij door de Verenigde Staten. Van der Zalm publiceerde een aantal dichtbundels bij In de Knipscheer en hij publiceerde veel in eigen beheer.
.
In ‘De Tweede Ronde’ (een Nederlands literair tijdschrift met ruime aandacht voor vertalingen, en met een vaste rubriek Light Verse) verscheen in jaargang 12, 1991 het gedicht ‘Alpenlied’ van van der Zalm.
.
Alpenlied
.
Wij-materie
Sybren Polet
.
Van alle dichters uit de beweging van de Vijftigers ken ik Sybren Polet het minst goed. Sybren Polet (1924 – 2015) was het pseudoniem van schrijver, dichter Sybe Minnema. Polet volgde een opleiding tot leraar in Zwolle. In 1946 debuteerde hij onder zijn eigen naam met de dichtbundel ‘Genesis’. Als Sybren Polet debuteerde hij in 1949 in het literaire tijdschrift Podium, waarvan hij van 1952 tot 1965 redacteur zou zijn. De stad Amsterdam speelt er een centrale rol in zijn werk en de personages, aangeduid als Mr. Iks, Mr. X, en dergelijke, veranderen continu van gedaante. Polet schreef ook toneelstukken en kinderboeken en stelde bloemlezingen samen van poëzie en sciencefiction. Ook vertaalde hij Zweedse poëzie naar het Nederlands Voor zijn werk ontving Polet verschillende belangrijke literaire prijzen zoals de Jan Campert-prijs voor zijn dichtbundel ‘Geboortestad’ in 1959, de Herman Gorterprijs voor zijn dichtbundel ‘Persoon/onpersoon’ in 1972 en de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre in 2003.
In 1961 verscheen van hem de dichtbundel ‘Konkrete poëzie’ en uit die bundel komt het gedicht ‘Wij-materie’ waarin het experimentele karakter van de Vijftigerspoëzie heel goed tot uitdrukking komt..
.
Wij-materie
.
Ik zeg. Zeg niets. Niets zeg ik dan: Wij. Het splijt
dikwijls maar is, immers heeft een soort. gewicht
van 34.3, atoomnummer 2 : 2 protenen (jij
en ik), 2 neutronen (?) en een heel kleine neutrino.
Onder het uitzenden van een λ-deeltje
ontwikkelen wij een zo sterke erotiese warmte
—gelijk aan zes volledige echtparen in hun eerste graad
van kennismaking—dat wij materiemystici oplossen
in licht. Neutraal is de witheid
die niets omringt, niets is, niets
wil.
Geen astrofysikus zweeft voorbij. Geen supersoniese engel
ruist. –Geen adem, geen adat, geen Adam.
.
Wie gaan er mee?
Poëziebus toer 2019
.
Op 3 februari jongstleden werd in Perdu in Amsterdam de line up van de Poëziebus toer 2019 bekend gemaakt. Tijdens een middag met keynote speakers, optredens, voordrachten en filmpjes van de deelnemende podiumdichters werd bekend gemaakt dat de volgende mensen in augustus 2019 met de Poëziebus door Nederland en Vlaanderen gaan toeren:
Steff Citroengeel, Akim A.J. Willems, Evelien Dockx, Terence Roelofsen, Stokely Dichtman, Isha van der Burg, Naomi Grant – Veldwijk, Foleor van Steenbergen, Mischa van Huijstee, Evy van Eynde, L-Deep / Luan Buleshkaj, Aurora Guds, Demi Baltus, Doreen Hendrikx, Jolies Heij, Rik Sprenkels, Samoerai, Doeko L. de Dichter, Jens Meijen en Anna Borodikhina.
.
Om alvast in de stemming te komen een gedicht van deelnemer Doeko L. de Dichter.
.
Dom gedicht
.
Het is leuk van de wereld, hè, dat ie de dingen
tegelijk interessant en afstotelijk houdt
Dat je geniet van een zonsopgang
met een zonnebril op of een kalm klotsende zee
vol koters van Duitsers met kuilen gegraven of
dat ik negerzoenen als kind bruine eikels noemde
In speeltuin De Strandwacht heb ik voor een duppie
mijn pigment en onschuld verloren in de mensheid
die me nawees, met moederzucht en zanderige
knuisten m’n wangen vol tranen in stand houdend.
Het is leuk van de wereld, hè, dat ie de dingen
draaiend houdt
Dat het uitroepen van de machtigste man van de wereld
samen moet gaan met de moord op het lelijke woord en
dat ik wel eens denk of ik het koffiezetapparaat wel heb uitgezet
en dan pas aan vakantie.
Als er een god was dan
is het een pestkop
Ik wou dat ik 'm was...
.
Foto: Look J. Boden
Poëzieworkshop in april
La France
.
Ineke Holzhaus is dichter, theatermaakster, schrijfster en docente schrijven. Ze heeft toneelteksten, gedichten en dichtbundels en een verhalenbundel gepubliceerd en in oktober 2018 verscheen ‘Geef mijn vader’, haar eerste roman, bij uitgeverij Ambo|Anthos. Ook schrijft zij voor ‘Dichter’, een uitgave van Plint waarover ik eerder schreef https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/07/10/dichter-2/. Bij de schrijversvakschool in Amsterdam en bij Stichting El Hizjra verzorgde ze workshops schrijven voor theater en poëzie en bij Stichting School der Poëzie is ze vaste medewerker bij het schrijfonderwijs op middelbare scholen. Maandelijks presenteert ze een poëzieprogramma vanuit de Amsterdamse bibliotheek en tevens verzorgt ze workshops in de OBA (de Openbare Bibliotheek van Amsterdam). Ze publiceerde eigen werk in diverse literaire bladen en in 2008 verscheen haar eerste bundel bij Wagner & Van Santen ‘Hond in Pompeï’.
Op Domaine Le Haut Verger en Monsier Deux organiseert zij samen met haar man, schrijver Willem van Toorn, een volledig verzorgde poëzieweek met workshops poëzie lezen en schrijven, met fotografie als inspiratie. Of zoals de organisatoren het beschrijven: Genieten van vrijheid en rust met iedere dag veel tekstuele en visuele inspiratie. Ongestoord kunnen dichten en daarbij gestimuleerd worden door een enthousiasmerende docente. Meer informatie vind je op http://www.domainelehautverger.nl/workshops/poezieweek/.
Van Ineke Holzhaus het gedicht ‘Météo’.
.
Météo
We sneden het strogras niet meer
lieten de dag uit onze handen glijden
alleen koel sap hield ons wakker, druiven
tegen de muur zogen wat er nog aan vocht
te vinden was uit versteende grond –
we toetsten météo, stuitten op vluchtelingen
in boten, leerden hedendaagse woorden –
en morgen weer geen regen, ontvingen
bewegende beelden van eendenkuikens
gered uit een put, dierenfilmpjes ingezet
tegen onthoofdingen in naam van een god
we rolden ons om op verdwaalde bedden
hoorden vermagerde koeien roepen om voer
maar elkaar niet meer, wachtten op regen
vreesden de hagel, vreesden elkaar, tot
het water viel, stroomde in beken, rivieren
voor het gewas, de dieren, voor later.
.
Prijs der Nederlandse Letteren
Judith Herzberg
.
Afgelopen donderdag heeft de koning op het paleis op de Dam in Amsterdam de Prijs der Nederlandse Letteren uitgereikt aan de dichter Judith Herzberg (1934). In het rapport dat de jury heeft opgesteld staat onder andere te lezen:
‘De poëzie van Herzberg is hartverscheurend eenvoudig en juist daardoor complex. Haar precieze observaties uit het dagelijks leven leggen iets essentieels van het menselijk verkeer bloot. Haar toon is altijd natuurlijk, zo natuurlijk dat die alleen maar het gevolg kan zijn van een enorme beheersing van taal en vorm, van techniek.’ en ook: ‘Haar taal nadert de muziek.’
Ze krijgt de prijs niet alleen voor haar poëzie maar ook voor haar toneelstukken en proza. De Prijs der Nederlandse Letteren is de laatste prijs in een lange rij van prijzen die Herzberg al voor haar poëzie mocht ontvangen zoals de Jan Campert-prijs (voor Botshol uit 1980), de Constantijn Huygens-prijs (oeuvre prijs) en de P.C. Hooft-prijs (oeuvre prijs).
Nu dus deze prestigieuze prijs met een prijzengeld van maar liefst € 40.000,- en de bijbehorende eeuwige roem, maar die had ze natuurlijk al verdiend met haar prachtige poëzie.
Uit de prijswinnende bundel ‘Botshol’ uit 1980 het titelgedicht. Botshol is een plassen- en moerasgebied in de provincie Utrecht.
.
Botshol
.
Altijd bang in nachtdiep water
dat is bang aan land.
,
Dit is geen hol, eerder een leegte
geen stootrand voor begrip, begeerte,
.
noch een grot met ruwe wanden
waarin op de tast.
.
Zonder randen ligt het zonder
berm, horizon, houvast.
.
Geen bodem waarop schaduw meevaart.
Helder het zwartst.
.
Onttrekt zich in verte aan verte
onttrekt zich in vlakte.
.
Water onder water
luistert niet. Likt niets los.
.
Getrainde Marcus
Joost Reichenbach
.
Afgelopen zaterdag was ik aanwezig bij de avond van de Zuid Hollandse poëzie, een initiatief van provinciedichter Etwin Grootscholten, theater ’t Web en Verstegen Spices & Sauces. Maar liefst 14 stads- en dorpsdichters traden op aangevuld met een voordracht van de provinciedichter en de dichter des vaderlands Ester Naomi Perquin. Een groot aantal van de dichters kende ik al, een aantal nog niet. Onder de dichters die ik nog niet kende was de nieuwe stadsdichter van Gouda Joost Reichenbach.
Joost Reichenbach bracht dit jaar de bundel ‘Naakt op het dressoir’ uit, een bundel met grappige, sprankelende gedichten die soms tot denken aanzetten. Reichenbach (1967) sloot tijdens zijn studie Nederlands aan de universiteit van Amsterdam een pact met twee medestudenten Mattijs Diepraam en (de inmiddels overleden) Piet van der Weijden, een pact en deden een poging de schrijverswereld te bestormen met een nieuwe literaire stroming ‘De nieuwe platheid’. De stroming heeft echter naar zover ik kan beoordelen nooit enige voet aan de grond gekregen.
Desalniettemin is ‘Naakt op het dressoir’ Reichenbachs tweede bundel ( na ‘Niet lullen maar zoenen’) en die biedt toch wel een keur aan vermakelijke en mooie gedichten gedichten waaronder een aantal over Gouda. Ik koos echter voor een mooi gedichtje over Marcus, de ‘kleine man’ die vaker terugkeert in de bundel.
.
Getrainde Marcus
.
Marcus is getraind.
.
We doen een telefoon na.
Rinkelen dat het rinkelt.
Roepen “hallo, hallo”
in de hoor van lucht.
.
En dan houdt de kleine man
de rijstwafel die hij zit
te peuzelen
.
tegen zijn oor.
.
Leve de camouflage!
Arjen Duinker
.
De dichter, prozaschrijver, columnist en cryptogrammenmaker Arjen Duinker (1956) studeerde psychologie en filosofie in Amsterdam, Groningen en Leiden. Hij debuteerde in Hollands Maandblad in 1980 en sindsdien verschijnen er met regelmaat gedichten en verhalen van zijn hand in literaire bladen als De Gids, De Revisor, Armada, Raster, Ons Erfdeel en Tirade. Voor zijn werk kreeg hij o.a. de Jan Campertprijs en de VSB Poëzieprijs. In 2009 verscheen van hem de bundel ‘Buurtkinderen’ en uit deze bundel komt het gedicht ‘Leve de camouflage!’.
.
Leve de camouflage!
.
Het oninteressante is concreet als een hond.
Vorstelijk als een rog, uniek als een kikker,
Het oninteressante is sentimenteel als een vlo,
Ruimhartig als een baviaan, zacht als een raaf.
Laten we de dierenwereld verder vergeten…
Het oninteressante is aandoenlijk als een tas,
Abstract als een koekje, schoon als een bril.
Het oninteressante is nieuwsgierig als een kapstok,
Vrij als een zeem, schitterend als een tafel.
Laten we de wereld van de dingen vergeten, en snel…
Het oninteressante is magazijnchef,
Loodgieter, demagoog, landmeter,
Psychiater, laborant, vuilnisman,
Hofnar, touwslager, empirist.
laten we ook de wereld van de functies onmiddellijk vergeten!
Leve de camouflage!
.


















