Site-archief

August Stramm

Duitse poëzie uit de eerste wereldoorlog

.

Uit de periode 1914 – 1918 en daarna kennen we verschillende dichters (voornamelijk Engelsen) die een grote mate van bekendheid genieten. De eerste wereldoorlog was echter niet alleen voor Engelse en Franse dichters een bron van inspiratie maar ook voor Duitse dichters. Een van hen was August Stramm (1874 – 1915). Tijdens zijn studie politieke economie raakte hij bevriend met Herwarth Walden, met wie hij samen het expressionistische magazine ‘Der Sturm’ oprichtte en waarin zijn eerste gedichten werden gepubliceerd.

Stramm was een reservist in het vooroorlogse Duitse leger en bereikte de hoogste rang voor een burger, die van kapitein. Toen de oorlog uitbrak in augustus 1914 werd hij prompt opgeroepen voor actieve dienst, aanvankelijk geplaatst in Frankrijk (in de Elzas en aan de Somme in 1915) voordat hij in april 1915 naar het Oostfront werd gestuurd voor de Galicische campagne. Eerder in januari 1915 ontving Stramm het IJzeren Kruis (Tweede Klasse).  Aan het hoofd van een compagnie en later een bataljon vocht hij mee in totaal zeventig slagen. Stramm werd tijdens een man tot man gevecht gedood – door het hoofd geschoten – op 1 september 1915 op Horodec.

Zijn collega Herwarth Walden bewerkte een postume collectie van Stramms gedichten die hij in 1919 publiceerde als Dripping Blood.

.

Angriff

.

Tücher
Winken
Flattern
Knattern.
Winde klatschen.
Dein Lachen weht.
Greifen Fassen
Balgen Zwingen
Kuss
Umfangen
Sinken
Nichts.

.

Attack

.

Cloths
Signs
Flutter
Rattle.
Hoist applaud.
Your laughter blows.
Seize a seizing
Bellow ferrules
Kiss
Clasped
Sink
Nothing.

.

Levensinkt

Een recensie

.

Op 27 oktober presenteerde uitgeverij Douane in Rotterdam de eerste solobundel van dichter Mark Boninsegna. Ik was daarbij aanwezig en de presentatie deed recht aan de dichter Boninsegna, druk, gezellig, onbevangen en recht uit het hart. Ik ken Mark al langer, stond regelmatig samen met hem op podia en samen met een aantal andere Rotterdamse dichters werd zijn werk (op zijn initiatief) gepubliceerd in de zeer succesvolle bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ de eerste papieren uitgave van MUG books.

En dan is er nu zijn eerste solobundel ‘Levensinkt’. Eigenlijk zeggen de quote aan de binnenkant van de voorflap en de opdracht op de pagina na de titelpagina al heel veel over de inhoud van deze bundel;

Wereldseks / wanneer ik stiekem porno wil kijken / weet ik nooit wat te kiezen / de keuze is reuze (…)  en

Voor Ad Schouten  Weet dat God bij u is / -Hell no! / And if so… I’ll break its fucking neck

Twee stukjes tekst die veel  zeggen over deze zelfverklaarde Rock & Roll dichter. Aan de ene kant de directe toon, de onbeschaamdheid en bravoure en aan de andere kant het persoonlijke aspect. Want dat zijn twee rode draden die in deze bundel steeds weer boven komen. Wanneer mark Boninsegna poëzie schrijft over zijn zoontje Tony of zijn vrouw, over dichters en vrienden die zijn overleden, dan is hij heel persoonlijk in zijn woorden, en deelt hij een intimiteit die je op basis van de andere rode draad in zijn werk misschien niet meteen verwacht. En juist dat kenmerkt de dichter Boninsegna. Een ‘harde’ stoere kant vol bravoure gekoppeld aan een klein hartje en een lieve (ik durf het bijna niet te schrijven) zachte kant.

Uit het titelgedicht ‘Levensinkt’

.

Wanneer samen / schrijf ik woorden / op jouw lichaam

lezen wij poëzie / bewegend op ritmes / van jouw hart

.

En uit ‘Rotterdam street art’

.

waar anders dan op straat / in Rotterdam ken je op een Picasso /

abstractionisme creëren met je eigen zeik

.

En dan is er nog de stad Rotterdam, Italië, en zijn helden Jules Deelder en Frans Vogel. Aan de stad Rotterdam zijn meerdere gedichten gewijd (waaronder het geweldige gedicht ‘Port of Rotterdam’ nu volledig met ook de Watertorenhaven), in het hoofdstuk ‘Fortior Propter Proelium’ de wapenspreuk van Rotterdam (Sterker door strijd), staan gedichten over de Hef, Vreewijk, Delftsestraat en de lang in Rotterdam woonachtige en overleden dichter Frans Vogel. In het hoofdstuk ‘Il Teatro’ gedichten uit en over Italië, na Rotterdam Marks grote liefde en in het hoofdstuk ‘Grenzeloos’ onder andere gedichten over overleden vrienden en helden als Ad Schouten, Derrel Niemeijer en Menno Wigman. In deze laatste genoemde gedichten blijkt ook weer dat Mark Boninsegna niet alleen de recht voor zijn raap dichter is die hij graag op het podium laat zien maar juist ook de integere dichter van prachtige poëzie zoals in het gedicht ‘Adieu’ voor Menno Wigman.

.

Adieu

.

Voor Menno Wigman

.

het was koud en iedereen wou binnen

de laatste warmte van jou

.

waardoor ik buiten achter het raam stond

te kijken naar waar je voor altijd zal liggen

.

te luisteren naar muziek en poëzie

met duizenden die niets anders te doen hebben

.

dan de aarde waarin zij liggen vergeten

in de schoot van de moeder dekten wij je toe

.

Wie in deze donkere dagen voor kerst en Sinterklaas nog een persoonlijk cadeau zoekt waar je de ene keer om kunt (glim)lachen (61 aardkloten) en dan weer aan het denken wordt gezet, kan ik alleen maar zeggen: Schaf ‘Levensinkt’aan,een bundel die je niet zal teleurstellen.

.

Mark Boninsegna overhandigt het eerste exemplaar van zijn bundel ‘Levensinkt’ aan schrijfster/dichter Elfie Tromp.

.

 

Verboden voor kettingzagen

Jan de Bas

.

Vandaag op deze zondag in november opnieuw light verse en wel van de dichter Jan de Bas. De Bas (1964) is een  historicus en dichter, die contemporaine geschiedenis en cultuureducatie studeerde aan de Universiteit van Utrecht. Als dichter beweegt de Bas zich op het grensgebied van de light verse. Zijn werk gaat over het bijzondere van het alledaagse (het religieuze incluis) en bezit een ongecompliceerde filosofische inslag. Hij schrijft poëzie voor volwassenen en voor kinderen maar in al zijn werk zit een sprankelende lichtheid.

De bundel Verboden voor kettingzagen uit 1999 staat te boek als poëzie voor kinderen maar door de diepere lagen in het werk van de Bas is deze bundel ook bijzonder goed te lezen door volwassenen. Uit deze bundel een paar korte gedichtjes.

.

Tegenvalpartij

.

Het viel hem tegen dat

hij tegenviel omdat hij

viel. Het viel hem tegen

dat dat hem tegen viel.

.

Verboden voor kettingzagen

.

Soms weet ik het niet meer of alleen dit:

dat ik het liefste nog een boom zou willen zijn.

Een beetje bladeren, een nieuwe tak,

een beetje heen & weer op je gemak.

Te leven als een boom,

dat lijkt me doodeenvoudig fijn,

alleen zouden er dan

geen kettingzagen mogen zijn.

.

Gedicht no. 3

.

Het duurde even voor je kwam,

wel drie gedichten later.

.

Eentje over water,

eentje over boterham

en eentje dat je later kwam.

.

Elementen

Garmt Stuiveling

.

In 1931 publiceerde dichter en literator Garmt Stuiveling zijn debuut als dichter getiteld ‘Elementen’. Mijn versie is een derde druk uit 1949 maar zou, qua vorm en ontwerp, ook zomaar van nu kunnen zijn. Stuiveling (1907 – 1985) had al enige werken gepubliceerd voordat hij met deze poëziebundel kwam en ook na deze bundel zouden van hem werken als ‘Rekenschap’ en ‘Een eeuw Nederlandse Letteren’ (beide uit 1941) verschijnen waardoor hij grotere bekendheid kreeg. dat is waarschijnlijk ook de reden dat 18 jaar na het verschijnen van ‘Elementen’ er een derde druk volgde.

In de binnenflap van de bundel is te lezen: “Zijn natuurlyriek, zijn menselijke gevoelens, zijn sociale overtuiging, zijn wijsgerige denkbeelden: zij allen vormen in hun onderlinge samenhang de inhoud van dit werk dat nergens ‘modern’ maar evenmin ergens ‘ouderwets’ aandoet , omdat Stuiveling in zijn rustige en weloverwogen taalbeheersing zomin het experiment om het experiment zoekt, als in versleten retoriek blijft steken”.

Maatschappelijk gezien vervulde Stuiveling een grote rol in de sociaaldemocratische beweging; hij was pacifist, geheelonthouder en al voor de oorlog lid van de SDAP. Hij had een vooraanstaande positie in tal van organisaties, instellingen en verenigingen. Voor de oorlog publiceerde hij onder andere in het literair tijdschrift Forum, na de oorlog verkreeg hij vooral bekendheid als wetenschapper en door zijn rol in het maatschappelijk leven. Uit de bundel ‘Elementen’ koos ik voor het gedicht ‘de stad’.

.

De stad

.

Zo zijt ge, stad: een donker silhouet,

een monster laag en wreed ineengedoken,

met duizend felle klauwen opgestoken

en in het levend hemellicht gezet.

.

Zo zijt ge, stad: een stormend meer van steen,

maar onder wildbewogen dakengolven

weet ik geheel een mensgeslacht bedolven

door elk seizoen en alle tijden heen.

.

Zo zijt ge, stad: uw gevels zij aan zij

weren de zonneschijn en ’t winderuisen,

en grauwe mensen tussen grauwe huizen

bewegen naamloos aan elkaar voorbij.

.

Maar als de avond tot u wederkeert,

bloeit elke straat tot lichtend wonder open,

en door uw wezen komt de gloed gelopen

van brandend leven dat zichzelf verteerd.

.

 

Grootvader

Look J. Boden

.

Vandaag stond ik voor mijn boekenkast om een gedicht te zoeken dat ik nodig had voor een bericht en toen viel mijn oog op ‘De waan van de nacht’ het bundeltje van dichter maar vooral fotograaf Look J. Boden uit 2007. Look ging de afgelopen jaren mee met de Poëziebus waar hij prachtige foto’s maakte van de dichters en de activiteiten op de standplaatsen. Look (1974) is naast fotograaf en dichter ook zelfstandig communicatieadviseur en creatief denker en doener. Eerder schreef hij als journalist voor het Rotterdams Dagblad, FEM Business en Schrijven Magazine.

Op zijn website http://www.boden.nl/ lees je wat hij verder allemaal nog doet. Hier uit de bundel ‘De waan van de nacht’ een gedicht dat ik erg mooi en ook wel melancholiek vind ‘Grootvader’.

.

Grootvader

.

Oud en wijzer

dan de klok

tikt hij behoedzaam

zijn as af.

.

Vanuit zijn

grote zwarte stoel

voor het raam

ziet hij

hoe kinderen

met het

verstrijken

van de tijd

zijn leven

overnemen.

.

Ze kijken niet

en zien ook niet

dat zijn verleden

langzaam sterft.

.

 

Jij en ik

Willem Wilmink

.

Ik vond het weer eens tijd voor een liefdesgedicht. Nu heb ik in de loop der tijd al vele liefdesgedichten geplaatst op dit blog en ook al enige gedichten van Willem Wilmink (1936 – 2003). In dit geval is mijn keuze gevallen op het gedicht ‘Jij en ik’ van Wilmink uit de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’uit 1986. Een liefdesgedicht geschreven vanuit het perspectief van een puber? Een adolescent misschien? In dit gedicht komt de fijngevoeligheid van Wilmink in ieder geval mooi naar voren.

.

Jij en ik

.

Later zul je bij me wonen.
Later zijn we met z’n beiden.
Dat bedenk ik soms, wanneer je
giechelt met de an’dre meiden.

’t Is voorlopig nog maar beter
om de zaak geheim te houden,
‘k zal je nog maar niet gaan zeggen
dat ik van je ben gaan houden.

Later ga ik reizen maken
heel alleen, naar verre landen,
en daar ga ik mensen redden,
redden met mijn eigen handen.

Iedereen zal in de kranten
van mijn grote daden lezen.
‘Waarom zou die mensenredder
zo ontzettend moedig wezen?’

Niemand zal de waarheid weten,
jóu alleen zal ik ’t vertellen:
later, als ik zó beroemd ben
dat ik bij je aan durf bellen.

.

Light verse

Jan Boerstoel

.

Nu november is aangebroken, de wintertijd is ingegaan en de dagen korter lijken dan ooit na een lange zomer is het volgens mij tijd voor wat luchtigheid, wat speelsheid, wat gekkigheid zo u wil. Daarom de komende zondagen voorbeelden van light verse. Wikipedia geeft als definitie van light verse:

Light verse is een benaming voor die gedichten die een wat lichtere, meer speelse toon hebben. Drs. P ontwierp er de Nederlandse term plezierdichten voor. De vorm kan velerlei zijn (sonnet, ballade, kwatrijn, ollekebolleke, en vele andere, kijk hiervoor ook vooral onder de categorie Versvormen). In light verse staat het spelen met taal en versvormen centraal, de vorm wordt gethematiseerd; het is voornamelijk het onderwerp dat licht is. Plezierdichten of light verse is overigens nog wat anders dan nonsenspoëzie. Onder nonsenspoëzie verstaat men gedichten waarin humoristische fantasie wordt bedreven, vol niet-bestaande woorden en andere dwaasheden. De bedoeling van nonsenspoëzie is te amuseren, waar light verse gaat over het op een intelligente manier versterken door taalacrobatiek en vormvastheid van een niet-nonsensicale inhoud.

In het Nederlands taalgebied zijn vele plezierdichters, de bekendste is natuurlijk Drs. P. maar ook Willem Wilmink, Ivo de Wijs, Driek van Wissen, Inge Boulonois en Kees Stip zijn bekend door de lichte en speelse toon van hun gedichten.

Ook Jan Boerstoel kun je onder deze categorie scharen. Boerstoel (1944) is schrijver en dichter, onder andere van van vele liedjes voor cabaret. Zijn gedichten zijn vaak wat melancholisch maar hebben vaak een humoristische ondertoon. Zo ook het gedicht ‘Futen’ uit ‘Een beetje wees’ uit 1990.

.

Futen

.

De futen zijn weer druk met nest- en waterbouw

in de Da Costagracht: bladeren, kleine takken,

maar ook papier, verroeste waslijn, plastic zakken,

een echte stadsfuut kijkt allang niet meer zo nauw.

.

En ik sta voor mijn raam en zie hun zwoegen aan

en denk aan al die ruziënde grachtgenoten:

eenden en meeuwen en aan grote vuilnisboten,

ik maak me ongerust of dat wel goed kan gaan.

.

Maar futen kunnen daar niet overstuur van raken,

als zij van rotzooi, op zijn fuuts, iets prachtigs maken.

.

Dix

Bijzondere poëzie

.

Zoals de regelmatige lezer van dit blog ongetwijfeld weet beperk ik mij in geen enkele mate als het gaat over het schrijven over poëzie. Wat ik wel de rafelranden van de poëzie noem, daar heb ik grote interesse in. Maar ook in uitwassen, de vreemde vogels in de poëzie, de mafketels, de dwarsliggers, de uitzonderingen op de poëtische regel. Zo’n uitzondering is de dichter François Henricus Anthonie van Dixhoorn (1948), of wel F. van Dixhoorn, of wel Dix.

Van Dixhoorn debuteerde in 1994 met de bundel ‘Jaagpad / Rust in de tent / Zwaluwen vooruit’ bij De Bezige Bij en werd meteen bekroond met de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe poëzie. De bundel ‘De zon in de pan’ uit 2012 werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2013. Gedichten van F. van Dixhoorn verschenen in zelfstandige bundels en poëzietijdschriften en zijn vertaald in het Frans, Duits en Engels.

In zijn bundel ‘De zon in de pan’ presenteert van Dixhoorn 29 keer min of meer dezelfde vier regels:

.

om

de enemafketels, dwarsli

na de andere

om

.

In zijn bundel ‘De verre uittrap’ staat 6 maal op een verder lege pagina het woord ding.’ F. van Dixhoorn is niet zomaar met ding.’ op de proppen gekomen. Het gaat om een woord dat constant in het menselijke verkeer te horen valt, en in herhaling buitengewoon muzikaal van toon kan zijn. Behalve ding.’ zijn er nog 89 woorden in het gedicht, zoals twee keer maal.’ – eveneens geplaatst aan de rand van de linkerpagina. Allemaal woorden die hij uit de lucht heeft geplukt, of in de krant gelezen, en bewaard in de map ‘lijstje aantekeningen’.

Een eigenzinnig dichter dus die van Dixhoorn. Kunststromingen uit de jaren zestig zijn vormend voor Dix geweest. Vanuit hier heeft hij zich verder ontwikkeld. Het gaat over korte registraties van de werkelijkheid, veel hoef je daar niet over te praten, dat is er gewoon. Daarom gebruikt hij geen moeilijke woorden. Hij laat een herkenbaar decor ontstaan, met eenvoudige beelden van eenlettergrepige woorden als boot, vis en klei.

In Vlissingen is zijn werk ook in de openbare ruimte te bewonderen. Een tekstregel op parkeergarage Spui Centrum maakt onderdeel uit van een totaalkunstwerk wat door financiële omstandigheden maar deels gerealiseerd is (2008)

.

Achterwaarts

Bijna vergeten dichters

.

Henricus Wijbrandus Jacobus Maria Keuls, of zoals zijn dichtersnaam luidde H.W.J.M. Keuls (1883 – 1968) was in zijn tijd een redelijk succesvol en bekend dichter en vertaler. Zo schreef en publiceerde hij tussen 1920 en 1962 elf poëziebundels en 4 vertaalde bundels. Hij vertaalde werk van o.a. Dante, T.S. Elliot en Pirandello. Voor zijn werk ontving hij de Tollensprijs (1948), de Martinus Nijhoffprijs (1957) en de P.C. Hooftprijs (1961).

Keuls behoorde niet tot een groep dichters (dat wilde hij niet en vond het eigenlijk maar een onzinnig onderscheid), hij werd geïnspireerd door Kloos en Gorter en vooral ook door Franse dichters als Beaudelaire en Verlaine. In 1925 verscheen een interview met hem in het onafhankelijk literair tijdschrift ‘Den Gulden Winckel’ dat de ondertitel droeg ‘Maandschrift voor de Boekenvrienden in Groot-Nederland’ waarin hij spreekt over zijn poëzie , zijn werk als criticus en zijn inspiratiebronnen https://www.dbnl.org/tekst/_gul001192501_01/_gul001192501_01_0055.php

Ik ben in het bezit van zijn laatste bundel ‘Achterwaarts’ uit 1964 waarin naast zijn eigen gedichten ook een aantal door hem vertaalde gedichten zijn opgenomen. Zoals het gedicht ‘Rondeel’ van de Franse dichter Charles d’Orléans (1391 – 1465) die beschouwd werd als één van de beste Franse dichters in de hoofse traditie.

.

Rondeel

.

Nu de blijdschap ging verloren

Deze mei, kleed ik mij zwart.

Zo verdrietig werd mijn hart

Dat ik moet zijn zuchten horen;

Ik gedraag mij naar behoren

Tonend het gewaad der smart.

Nu de blijdschap ging verloren

Deze mei, kleed ik mij zwart.

Ach niets kan mij nog bekoren,

’t Is de tijd die ons benart,

Stage regen ons verstart

En de dag blijft ongeboren,

Nu de blijdschap ging verloren.

.

Dichter aan huis

Simon Vinkenoog

.

In de kringloopwinkel kocht ik een paar bundels van ‘Dichter aan huis’. De manifestatie ‘Dichter aan Huis’, die in 1991 als een éénmalige gebeurtenis was bedacht, en in 1993 nog eens éénmalig werd herhaald, was een dermate groot succes dat de organisatie er wegens succes een tweejaarlijkse traditie van maakte. Tijdens Dichter aan Huis 1991 bleek dat veel poëzie zich er heel goed voor leent om in kleine, huiselijke kring te worden voorgelezen. Er ontstonden heel verrassende confrontaties van dichters en publiek. De locaties, particuliere huizen, met hun gevarieerde architectuur en interieurs, hun uiteenlopende typen bewoners en de zeer verschillende wijzen van ontvangst van het publiek, gaven dit poëzieweekend een uniek karakter. Dichter aan huis zou 11 edities kennen (tot en met 2011) en kreeg in 2016 een herstart. In 2017 echter werd de stichting ‘Dichter aan huis’ opgeheven.

De vijftig huizen van waaruit de dichters voordroegen bevinden zich verspreid over Den Haag maar vooral in de oude binnenstad, in het Bezuidenhout en het Benoordenhout, in de Vogelwijk, rond het Sweelinckplein en in het Statenkwartier. Ik herinner mij, begin deze eeuw dat er ook bij mijn overburen een dichter kwam voordragen en dat dat toen nogal wat belangstellenden trok.

Gelukkig zijn er de bundels nog, zoals ook de bundel van de 2001 editie, toen met dichters als Rutger Kopland, Gerrit Kouwenaar, Hanny Michaelis, Neeltje Maria Min, Ilja Leonard Pfeijffer, Jean Pierre Rawie, Jan Wolkers, Bart Chabot, Carla Bogaards en Simon Vinkenoog (en nog 40 anderen!). Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Niets dan goeds’ van Simon Vinkenoog.

.

Niets dan goeds

.

Niets dan goeds

onder woorden brengen

niets dan goeds

op je kerfstok hebben

niets dan goeds

als metgezel

.

-maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

tranen drogen

honger stillen

dorst lessen

.

pijn doen verdwijnen

honger uit de wereld helpen

.

-maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

kwaad bestrijden

twisten laten betijen

oorlogen doen wijken

vriendschappen sluiten

eigen taken kwijten

.

-niets dan goeds

maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

Niets dan goeds wens ik de wereld toe

levenskrachtig levensmoe tot daden geleid

of aan het einde van de strijd

in een tartende tussentijd

.

uit de hoorn des overvloeds

niets dan goeds

in de toekomende tijd

.