Site-archief

Ik ben mogelijk

Dag 2: Maud Vanhauwaert

.

Uit de bundel ‘Ik ben mogelijk’ uit 2011 van Maud Vanhauwaert (1984) uit 2011 nam ik het gedicht zonder titel van pagina 43.

.

Ik ga je heel veel dragen

boven alles en om mij heen

en als ze naar mij vragen, zeg ik wacht

.

dan leg ik je zachtjes van mij af

kijk hoe zij mijn kleren is

hoe naakt ik zonder haar

.

ik kan je ook in mij dragen

maar als niemand ziet hoe je in mij doorweegt

houd ik het niet lang

.

laat mij je daarom aandoen

elke dag door jou ergens

aan blijven haperen

.

je schuren aan huizen waar de schaduw lang is en ook de straat

ook als er nog eens een vrouw komt

die haar vouwen om mij slaat

.

Vakantiegedichten

Menno Wigman

.

Vanaf vandaag is het vakantie voor mij. Dat betekent dat ik nog steeds elke dag een gedicht hier zal delen (want een dag zonder poëzie is een dag niet geleefd) maar dat de informatie die ik daar bij deel summier zal zijn. Waar heb ik heb gedicht vandaan, welke bundel uit welk jaar, welke dichter en dat is het wel zo’n beetje. Het gedicht dat ik deel zal de komende weken voor zichzelf spreken. Vandaag maar gelijk goed aftrappen met een gedicht van Menno Wigman (1966-2018) getiteld ‘Mijn helft’ dat ik nam uit de bundel ‘Vlaanderen & Co, Poëten in het parlement, bloemlezing 2002’.

.

Mijn helft

.

Haar lichaam is een teken, een bewijs

dat alles op de wereld wijst naar ons.

Maar ’s nachts schuift er een grijze

zwaardvis over het plafond en schrik

ik wakker op mijn helft. Ik heb het koud

.

en teken stil mijn kansen uit. Nog één

keer één te zijn, twee blinde dieren, god

in bed en diep en echt, een leven lang

uit haar spelonk van bont opstaan:

.

hoe zou dat zijn? De zwaardvis zwijgt.

In alle talen dromen mannen van genot

en dode liefdes die geen graven kregen.

.

En ik? Ik lig verblind naast het bewijs

dat alles wijst naar haar en mij.

.

 

Een anekdote

Frans Deschoemaeker

.

Frans Deschoemaeker (1954) was tot 2015 ambtenaar op het onderwijsministerie te Brussel waarna hij zich richtte op het dichterschap. Deschoemaeker was redacteur van de literaire tijdschriften Filter en Nieuwe Stemmen en mede-oprichter/redacteur van Diogenes (een Vlaams letterkundig tijdschrift dat verscheen tussen 1984 en 1992).

Hij publiceerde kritische beschouwingen in onder meer Ons Erfdeel, Poëziekrant, Bibliotheek van de West-Vlaamse Letteren, en het Kritisch Lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945. In 1979 debuteerde hij met de bundel ‘Stroomafwaarts’ waarna nog een aantal bundels volgde.

Voor zijn werk ontving Deschoemaeker onder andere de Poëzieprijs van de Vlaamse Club voor Kunsten, Wetenschappen en Letteren (1978), de Prijs voor Poëzie van de provincie West-Vlaanderen (1983), de Maurice Gilliamsprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (1994) en nominaties voor de Hugues C. Pernath-prijs en voor de Prijs van de Vlaamse Poëziedagen (1991).

Bij PoëzieCentrum Gent verscheen in 2011 zijn bundel ‘Onder de barnsteenroute’ en uit die bundel nam ik het gedicht ‘Een anekdote’.

.

Een anekdote

.

Twee keer per jaar steekt Julien Cracq,

schrijver, winnaar van de Concourt en

kamergeleerde, de Parijse ringweg

over, om in drie weken

helemaal naar Anjou te wandelen,

waar zijn zus woont in het ouderlijk huis.

.

Eens in cadans, eens in het zicht

van de leistenen dorpen,

groeit achter zijn rug

het pad dicht bij elke stap

en krijgen woorden ritme en wind.

.

Tot op hoge leeftijd. en tot zover

de anekdote: eens in cadans, eens in het licht

van de zon op de leistenen dorpen,

verdampt een man

in het spoor dat hij trekt

door het gras, de woorden, de dauw.

.

De pisang

Patty Scholten

.

In 2018 schreef ik al eens over de mooi vormgegeven bundel ‘Album van de Indische poëzie’. Naar aanleiding van dat bericht heb ik nog met de zoon van de dichter Tj. A. de Haan gecorrespondeerd wat leidde tot een nieuw bericht over deze dichter. En nu ben ik dan in het bezit gekomen van deze bundel. Alle reden om hier nog eens een gedicht uit te delen.

Al bladerend kwam ik een aantal prachtige illustraties tegen van onder andere kruidnagel (Tjengkeh) en een tros bananen (Pisang). Bij deze laatste staat een gedicht van Patty Scholten getiteld ‘De pisang’. Bij de illustratie en het gedicht staat een voetnoot die ik je niet wil onthouden: “De hedendaagse Christenen in Syrië en Egypte houden ze eendrachtig voor de vrucht, daar aan onze moeder Eva de eerste zonde heeft begaan. Wijl de vrucht het mannelijk lidt verbeeld, door welkens gezicht Eva in een zo sterke begeerte is aangezet geweest. Zij noemden de banaan Pomum Paradisi”. Dit komt uit het Amboinsch Kruid-boek van Georg Everhard Rumpf (1627-1702), beter bekend als Rumphius uit 1741-1750.

Patty Scholten (1946-2019) was stripauteur (als Patty Klein, haar meisjesnaam) en dichteres (als Patty Scholten). Zij kreeg haar opleiding bij Toonder Studio’s en heeft scenario’s geschreven voor een groot aantal Nederlandse stripverhalen. In 1995 verscheen haar eerste bundel ‘Het Dagjesdier’ met 44 dierentuinsonnetten. Daarna volgden nog zeven andere bundels. Over de 17e-eeuwse koopman voor de VOC en natuuronderzoeker Rumphius verscheen in 2000 de bundel ‘Een tuil zeeanemonen’ waarvoor ze voor de VSB poëzieprijs werd genomineerd. Uit die bundel komt het gedicht ‘De pisang’.

.

De pisang

.

Een grap, een uitglijder, maar een traktatie

zowel voor baby als voor baviaan.

Zo tonen mens en aap, rond de banaan,

weer even broederschap en correlatie.

.

De kleur is een subtiele demonstratie

hoe geel en bruin en blank goed samengaan.

De telers echter zijn Javaan of Indiaan,

hun bazen meest het blanke deel der natie.

.

Bij Rumphius lees ik dat de banaan

de vrucht is waar de erfzonde op steelt,

waar Eva iets intiems mee heeft gedaan.

.

‘Wijl die het mannelijk lid verbeeldt,

door welk zij in begeerte is aangezet.’

.

Nu is er ook komkommer en courgette.

.

De huisgod spreekt

Alain Teister

.

Schrijver, dichter en schilder Alain Teister, (pseudoniem van Jacob Martinus Boersma 1932-1979) debuteerde in 1964 met de poëziebundel ‘De huisgod spreekt’. In zijn relatief korte leven publiceerde hij naast enige romans, een operalibretto en een toneelstuk nog twee dichtbundels: ‘De ziekte van Chopin’ in 1971 en ‘Zenuwen, dame?’ in 1977.

Lezend in ‘De huisgod spreekt’ kwam ik bij het gedicht ‘Poëzie’. Ik hou erg van dichters die over poëzie schrijven en in dit gedicht staan twee prachtige zinnen over poëzie wat mij betreft. Dat zijn de zin 4 over poëzie als klompen en de zin over zien, verifiëren en zeggen.

.

Poëzie

.

Poëzie is, voor mij althans,

niet het vermoeid, roerdompig

droevig geroep om de gemiste kans.

Het is meer iets van op klompen

lopen, knarsen op het grint.

Wie dit vindt zal niet

mee kunnen komen met lome

en oude symbolen:

de bleke maan voor ’t bleke lief

is eerder week dan apocrief.

.

Meer dan op ’t volkje dat betreurt

en klankrijk zeurt

als de grond tussen gelieven splijt

hou ik het op wat bijt,

en wel om ’t hardst.

Poëzie is meer

die barst zien, verifiëren

en dat dan zeggen. Barst.

.

Nacht

Agostinho Neto

.

Na een langdurige strijd tegen het Portugese kolonialisme, als medisch student in Lissabon en als leider van de vrijheidsoorlog die de MPLA (People’s Movement for the Liberation of Angola) vanaf 1961 voerde, werd  António Agostinho Neto (1922-1979) op 11 november 1975 bij het uitroepen van de onafhankelijkheid beëdigd als de president van de Volksrepubliek Angola. Agostinho Neto was echter ook dichter. Zijn poëzie werd door de Angolese dichter en schrijver Fernando Costa Andrade (1936-2009) gekarakteriseerd als ‘de kreet van een volk dat vastbesloten is zicht te bevrijden’.  De poëzie van Neto geeft uiting aan het leed van de onderdrukking, het groeiend verzet en het verlangen naar bevrijding.

In de bundel ‘Horizon van bevrijding’ van Agostinho Neto die in een vertaling van Bertus Dijk in 1976 verscheen, wordt de onderdrukking, de vernietiging van mensenlevens maar ook het uitzicht op de bevrijding. Neto schreef het meeste van zijn poëzie tussen 1946 en 1960. Hij was het eerste lid van de Anglo Writers Union and The Center for African Studies in Lissabon. Ook kreeg hij de Lotus Prize van de Conferentie van Afro-Aziatische schrijvers. Uit de bundel ‘Horizon van bevrijding’ koos ik het gedicht ‘Nacht’.

.

Nacht

.

Ik leef

in de duistere wijken der wereld

zonder licht of leven

.

Tastend loop ik

door de straten

geleund tegen mijn vormeloze dromen

struikelend in slavernij

in mijn verlangen om te bestaan

.

Het zijn slavenwijken

werelden van ellende

duistere wijken

.

Waar verlangens verwelken

en de mensen versmelten

met de dingen

.

Strompelend

door de onbekende

onverlichte straten

gedrenkt in mystiek en verschrikking

hand in hand met de schimmen

.

Ook de nacht is donker.

.

NK Poetry Slam

Voorrondes België

.

Tijdens deze zomer zijn er in Antwerpen, Gent en Turnhout plekken te verdienen voor de halve finaleronde van het NK Poetry Slam 2024. Op 1 augustus (Turnhout), 3 en 28 augustus (Gent) en 5 en 22 augustus (Antwerpen kun je meedoen aan deze voorrondes. Je mag ook aan meerdere voorrondes meedoen maar je kan natuurlijk ook gewoon meteen winnen en een plaats in de finale op 2 september binnen slepen.

Per datum kunnen er maximaal 12 deelnemers worden ingeschreven. In de eerste twee ronden staan de slam dichters individueel op het podium en beslist de vakjury en het publiek welke 6 er doorgaan naar de volgende ronde. Vanaf de derde ronde zullen de dichters opgedeeld worden in twee zogenaamde poetry battle match-ups, waaruit dus ook de 2 finalisten per datum zullen komen.

In september zullen de halve finales en de finale gedaan worden waarin de laatste 12 kandidaten het tegen elkaar opnemen in één individuele ronde en daarna poetry battles om het ticket naar de finale te winnen. Voor alle regels klik je hier. Dus wil je Femke van Grootel of Evelien Mommerency worden? (de Belgische finalisten van vorig jaar) of van winnaar van de NK Poetry Slam 2023 Nicole Kaandorp, geef je dan op en doe mee.

Een poetry slam (naar Engels, to slam oftewel smijten, slaan) of poëzieslag is eigenlijk een kruising tussen literatuur en sport. Enkele slamdichters, kortweg ‘slammers’, gaan op een podium (vaak in een club of café) een wedstrijd met elkaar aan. Binnen een bepaalde korte tijd en in een paar rondes dragen de dichters hun gedichten voor. Het publiek en/of de jury bepaalt wie de beste is. Iedereen mag zijn kans wagen; in de loop van de avond worden de besten geselecteerd. Bij poetry slam is zowel de inhoud als de voordracht belangrijk maar uiteindelijk gaat het maar om één ding: het publiek enthousiast maken.

Een aantal bekende namen waren ooit NK Poetry Slam winnaars zoals Daniël Vis, Kira Wuck, Erik Jan Harmens, Ellen Deckwitz en Martje Wijers. In 2006 was Krijn Peter Hesselink (1976) winnaar en van hem is het gedicht ‘De ruimte van het volledig leven’ uit zijn bundel ‘Toondoof’ uit 2018.

 

De ruimte van het volledig leven

.

Ik word wakker op de bodem van een fontein
als was er nooit een slaap voorafgegaan

het zicht is troebel, soms breekt met een klap
een euro door het dak van deze wereld

we zijn het afgedankte wisselgeld
dat eindeloos zou willen blijven zweven

maar elke munt komt knarsend op de kiezels
tot rust en wordt zich van zichzelf bewust

zo liggen we hier maar, geen flauw idee
wie we geluk hebben gebracht en wat

daar nog van over is

.

Marshmallow

Simone Atangana Bekono

.

Het woord marshmallow komt van de heemst ( Althaea officinalis ), een kruid dat oorspronkelijk uit delen van Europa, Noord-Afrika en Azië komt en groeit in moerassen en andere vochtige gebieden. De stengel en bladeren van de plant zijn vlezig en de witte bloem heeft vijf bloemblaadjes. De marshmallows zoals wij die kennen hebben tegenwoordig heel andere ingrediënten namelijk: suiker, water, lucht en een klopmiddel.

Ik begin dit stukje met deze informatie omdat de nieuwe bundel van Simone Atangana Bekono de titel ‘Marshmallow’ heeft en ik me afvroeg waarom ze voor deze titel heeft gekozen? Op de website van haar management (ja dichters hebben tegenwoordig managers) lees ik over deze bundel: Met gebruik van verschillende registers brengt Atangana Bekono groteske beelden, erotiek, alledaagsheden en geweld samen in de botsende herinneringen van twee stemmen die eens lieflijk samen moeten hebben geklonken, resulterend in giftige, grappige, en schrijnende poëzie. Zouden de twee stemmen die eens lieflijk hebben geklonken naar de oorspronkelijke ingrediënten van een marshmallow verwijzen? Wie weet.

Kamiel Choi schrijft in zijn recensie van deze bundel op de Meanderwebsite: “De bundel is rood en iets breder dan gebruikelijk; op het omslag staat een donkergrijze vlek die lijkt op en teddybeer, een foetus of en marshmallow. Een marshmallow weet ook niks van vorm en kan zo gekneed worden en vervormd door iedereen die hem aanraakt of opeet. Het blijft een marshmallow: de vorm is niet de essentie, dat is de zachte, zoete smaak in je mond wanneer je hem eet, wanneer hij geroosterd is tijdens een zomerkamp met al je vrienden.” Het blijft gissen.

Volgens Maria Barnas in NRC schrijft Atangana Bekono mierzoet en zacht ‘van binnenuit’. Wat we in ieder geval weten is dat het laatste ‘hoofdstuk’ in de bundel marshmallow als titel heeft.

Schrijver en dichter Simone Atangana Bekono (1991) heeft een Nederlandse moeder en haar vader komt uit Kameroen. Vandaar haar volledige Kameroense achternaam Atangana Bekono. Ze debuteerde in 2017 met de dichtbundel ‘Hoe de eerste vonken zichtbaar waren’, waarvoor zij de Poëziedebuutprijs aan Zee 2018 en het Charlotte Köhler Stipendium 2019 ontving. In 2019 riep de Volkskrant haar uit tot een van de literaire talenten van 2020. Haar roman ‘Confrontaties’ (2020) werd verschillende keren bekroond. En dan nu in 2024 dus haar tweede dichtbundel ‘Marshmallow’. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Uhh,,, I am soryy I know nothing of form!!’.

.

Uhh,,, I am soryy I know nothing of form!!

.

er wordt veel over me gefluisterd

ik mis tucht dus ik vraag stergespreid om tucht

waarmee ik bedoel ik mis mijn meesters

niet maar wel dat krakende verwachtingsvolle

van het knielen dat witheet tot aan mijn

haarzakjes dat huidloze zweven zo  rauwgebeukt

en overmorst

dan voorzichtig ingepakt

.

zoet gemompel der overtreden regels

zacht gekneed vervolgens met zalf op de wond

.

Sonnet 23

William Shakespeare

.

William Shakespeare ( 1564 – 1616) wordt beschouwd als de grootste schrijver in de Engelse taal en ’s werelds meest vooraanstaande toneelschrijver. Hij wordt vaak Engelands nationale dichter en de Bard of Avon genoemd. Zijn bestaande werken, bestaan ​​uit ongeveer 39 toneelstukken , 154 sonnetten en drie lange verhalende gedichten.  Zijn toneelstukken zijn vertaald in elke belangrijke levende taal en worden vaker opgevoerd dan die van welke andere toneelschrijver dan ook.  Shakespeare blijft aantoonbaar de meest invloedrijke schrijver in de Engelse taal, en zijn werken worden nog steeds bestudeerd en opnieuw geïnterpreteerd.

De sonnetten , die in 1609 werden gepubliceerd, waren de laatste niet-dramatische werken van Shakespeare die werden gedrukt. Geleerden weten niet zeker wanneer elk van de 154 sonnetten werd gecomponeerd, maar bewijsmateriaal suggereert dat Shakespeare gedurende zijn hele carrière sonnetten schreef voor een privélezerspubliek. In 1999 verscheen in de Rainbow Pockets serie deze sonnetten reeks getiteld ‘ Mijn liefde is een koorts’ in de oorspronkelijke Engelse tekst en in een vertaling van Peter Verstegen.

De eerste 126 sonnetten in deze bundel zijn gericht aan een jonge edelman van zeldzame schoonheid, door Shakespeare Lord of my love en Master-Mistress of my passion genoemd. In de laatste 26 sonnetten richtte hij zich tot een mooie, donkere vrouw die een ontwrichtende haat-liefde bij hem opriep.

Ik deelde al eens Sonnet 141 op dit blog maar vandaag koos ik voor sonnet 23.

.

Sonnet 23

.

Zoals een zwak acteur op het toneel

Uit vrees zijn rol vergeet, zoals een beest

Dusdanig wordt beheerst door drift dat heel

Die woestheid hem zijn kracht beneemt, zo vrees

Ik voor te groot vertrouwen en ik spreek

De ritus niet die bij mijn liefde past,

De felheid van mijn liefde maakt me week

En liefdes macht blijkt een te zware last.

Laat wat ik schrijf dan welsprekend tonen,

Een stil heraut van wat mijn hart verkondt,

Die meer naar liefde taalt, ’t zich meer laat lonen

Dan wie meer zei, met welbespraakter mond.

Ach, lees wat liefde zwijgend overbriefde,

Een luistrend oog hoort tot de kunst der liefde.

.

Waterman

Lévi Weemoedt

.

Toen ik bekend werd met het fenomeen sterrenbeeld en horoscopen was ik daar enorm door gefascineerd. Ik las alles over de verschillende sterrenbeelden en de vermeende eigenschappen die bij elk sterrenbeeld horen. Ik was zo gefascineerd omdat ik alle eigenschappen die bij mijn sterrenbeeld, Waterman, feilloos kon plaatsen. Ik herkende ze allemaal bij mezelf. En hoe meer ik me ging verdiepen herkende ik ook de eigenschappen van andere sterrenbeelden bij mensen die ik kende. Aan het feit dat ik ‘vermeende’ eigenschappen hierboven schrijf kun je al afleiden dat ik er tegenwoordig wat kritischer in sta.

Zowel in de westerse horoscopen als in de Chinese horoscopen en dierenriemen. Want ook die laatste heb ik bestudeerd. In de Chinese dierenriem ben ik op een paar dagen na nog net een Tijger. Op een periode van 12 jaar vind ik dat best weinig maar toch herkende ik me weer helemaal in de eigenschappen van de Tijger. Maar zoals gezegd, ik ben inmiddels wel wat kritischer en dag, week of maand horoscopen beschouw ik als grote onzin. De algemene eigenschappen van sterrenbeelden, daar zie ik nog steeds wel wat in.

Deze inleiding leidt uiteraard naar een gedicht. In dit geval een gedicht van Lévi Weemoedt (1948, pseudoniem van van Isaäck (Ies) Jacobus van Wijk) uit de bundel ‘Van Harte Beterschap’ Kleine trilogie der treurigheid uit 1982. het grappige feit doet zich voor dat dit gedicht eigenlijk helemaal niet gaat over een sterrenbeeld of horoscopen.

.

De Waterman

.

Geen kleuterschool zag ooit zo’n zoete jongen

als ik: ik vocht niet, brak geen ruit;

‘k zat aan mijn tafeltje als alle and’ren sprongen

en prikte dag aan dag hetzelfde eendje uit.

.

Maar als ik klaar was en het eendje lag, gescheiden

van ’t blijde waterleven, doodsbleek in mijn hand,

dan weende ik bitter om dit aangerichte lijden

en ‘k dacht: heeft Blijheid steeds zo’n zwarte binnenkant?

.

Om tien voor vier renden mijn tijdgenoten

dwars door de schooldeur heen, op weg naar Vrolijkheid;

.

ìk zat nog ’s avonds laat, door werksters ingesloten,

snikkend het eendje terug te stoppen in zijn bijt.

.

PS

O, ‘k zag de juffrouw heus wel op haar voorhoofd tikken,

maar ‘k vroeg de dag erna tóch of ik weer mocht prikken!

.