Site-archief
De nacht, de prachtige nacht
Nacht van de Poëzie
.
Afgelopen zaterdag was ik op de 42ste editie van de Nacht van de poëzie in Utrecht georganiseerd door het ILFU. Voor de derde keer alweer en het was weer een feest om tussen de poëzieliefhebbers naar bijzondere, mooie en interessante poëzie te luisteren. Een avond en nacht waar je nooit helemaal iedereen kan bekijken en beluisteren. Zo heb ik helaas Lin An Phoa gemist. Omdat de programmering nooit bekend is (wel wie er komt maar niet wanneer en hoe laat) en ik om half drie weg moest in verband met mijn terugreis, en omdat Lin An als laatste was (wat ik al had verwacht) heb ik haar optreden dus gemist. Het goede nieuws is dat zij volgend jaar de Nacht van de poëzie mag openen.
Wie ik in ieder geval wel gezien heb was Judith Herzberg, al flink op leeftijd maar een uitnodiging van de Nacht liet ze niet aan haar voorbij gaan, Marc Reugebrink, die speciaal voor de Nacht een lang gedicht uit zijn hoofd had geleerd, tijdens zijn dagelijkse wandeling met zijn hond over de begraafplaats in de plaats waar hij woont, Charlotte Van den Broeck, die nog eens in Utrecht het gedicht ‘Plakboel’ deed, net zo indrukweekend en mooi als eerder, en dat nadat ze 9 weken geleden was bevallen van een zoon, Neeltje Maria Min, die me toch weer verraste met haar bijzondere (en vaak ook grappige) poëzie, Lieke Marsman, als altijd met prachtige poëzie, Bob Vanden Broeck (geen familie van) met een heerlijk surrealistisch aandoend gedicht waarin observatie een belangrijke rol speelde en Pim Lammers die maar weer eens bewees dat poëzie voor alle leeftijden belangrijk en inspirerend is.
Dit is maar een selectie van de dichters die ik zag en hoorde maar wel mijn favorieten. Tel daarbij de grappige, puntige, liefdevolle en zeer adequate inleidingen van elke dichter door Ester Naomi Perquin en Piet Piryns toe, alsmede de bijzondere entre-actes van bijvoorbeeld De Niemanders en de bizar geweldige dansers van Panama Pictures en de vele stands van poëzie-uitgevers en -organisaties en je hebt het recept te pakken van een geweldige en inspirerende Nacht van de Poëzie.
Een gedicht dat me erg is bijgebleven is het gedicht ‘Notendop’ van Neeltje Maria Min. In de bundel opgenomen die elk jaar wordt uitgedeeld en waarin gedichten van alle dichters terug te vinden zijn.
.
Notedop
.
Mijn favoriete programma begint om 7 uur ’s avonds.
Ik zit aan tafel met zicht op de digitale klok van het fornuis.
.
Kijk: 19.00, het geboortejaar van mijn vader.
Achttien minuten pauze voor koffie en krant en dan
verschijnt mijn moeders geboortejaar.
Een tweede kop koffie, het laatste stuk krant,
]10 over half 8: de oorlog nadert, mijn ouders gaan trouwen.
Na 1 minuut wordt A. geboren, na 3 minuten J.
Dan komt het ho0ogtepunt van de avond: 19.44, mijn
eigen jaar. Nog 6 minuten en het gezin is compleet.
.
M. werd om 3 voor half 8 geborenen stierf om 6 over 8.
Oogwenk na oogwenk verdwijnen wij van het scherm.
Onze leventjes niets dan notedopjes.
.
.
Marc Reugenbrink
Judith Herzberg
Lieke Marsman
Neeltje Maria Min
Charlotte Van den Broeck
Verbinding
Ester Naomi Perquin en Rick Keus
.
Afgelopen zaterdag was ik bij de open dagen van NE Studio’s op het Noordereiland in Rotterdam. Naast de kunst van de verschillende kunstenaars en fotograaf kwam ik voor Marjoke Schulten. In de zomer van 2023 was zij de stuwende kracht achter het poëzie- en kunstfestival Raamwerk | Dichtwerk op de ramen van de NE studio’s en in de tuin van het gebouw waar de NE studio’s zijn gevestigd.
Toen ik rondliep in het gebouw kwam ik de fraai vormgegeven (door Bart van BRRT.Grapgic.Design die ook de MUGzines vormgeeft) catalogus van dit project tegen met daarin foto’s van de verschillende kunstwerken op de ramen en de gedichten van Rotterdamse dichters die daarin verwerkt waren. Een van de dichters was Ester Naomi Perquin (1980), oud stadsdichter van Rotterdam die samen met fotograaf Rick Keus een raam hadden gedaan.
Rick Keus en Ester Naomi Perquin bleken elkaar direct uitstekend te verstaan. De foto’s van Rick, even verstild als beweeglijk, deden Ester Naomi denken aan de rol van ruis in dagelijkse communicatie. En zo ontstond een totaalwerk waarin afstand centraal kwam te staan. Of zoals Ester Naomi Perquin het stelde: “Niet iedere verbinding is immers meetbaar, nodig of zelfs wenselijk – een groot deel van ons uitzicht is een waas, een vorm van ruis. Soms is dat precies wat we nodig hebben”.
.
Moed houden moet
Toon Tellegen
.
In de boekenwinkel kwam ik een wonderlijke, grote dichtbundel tegen, een bloemlezing getiteld ‘Maar geen bestemming’ gedichten over de oude dag uitgegeven door het PoëzieCentrum in 2024. In deze bloemlezing zijn gedichten opgenomen die het eenzijdige beeld van een trieste oude dag bijsturen, zonder daarom de realiteit van het ouder worden te verbloemen of te negeren. De dichters die zijn vertegenwoordigd weten waarover ze spreken. Hun verzen zijn het werk van de eigen oude dag, geschreven in een fase van het leven waarin wat in het verschiet ligt onvermijdelijk korter is dan wat was.
Ik word altijd wel blij en vrolijk van dit soort bundels. Niet voor niets proberen wij in MUGzine behalve jong en nieuw talent ook een open oog te hebben voor dichters die wat in de vergetelheid zijn geraakt of waar wat minder aandacht voor is maar die zoveel kwaliteit te brengen hebben.
In deze bloemlezing is werk opgenomen van dichters als Gerrit Kouwenaar, Cees Nooteboom, Toon Tellegen, Leo Vroman, Judith Herzberg, Antjie Krog, Mark Insingel, Stefan Hertmans, Esther Jansma en Hester Knibbe. Ik koos voor het prachtige gedicht ‘Moed houden moet’, een gedicht met een heel positieve kijk op het ouder zijn en het leven van Toon Tellegen (1941).
.
Moed houden moet
.
Als je oud bent ben je altijd oud geweest,
als je jong bent zul je altijd jong blijven,
maar als je dood bent ben je alles,
en elke dag iets anders
.
kinderen hollen naar buiten en roepen:
‘Moed houden! Wij gaan moed houden!’
.
Ik sta in de deuropening en zie ze verdwijnen,
ik heb het koud en denk:
moed houden moet, het is het enige wat werkelijk moet…
.
het is een dag als alle andere en ik ga weer naar buiten,
ik heb nog één seconde te leven.
.
Hofjesfestival
Haagse Notûh
.
Ook dit jaar organiseert Stichting Haagse Notûh op zondag 21 september weer het Ssssttt… Hofjesfestival in de binnenstad van Den Haag. Op allerlei historische plekken en hofjes zoals het Hofje van Nieuwkoop, de Regentenkamer, ’t Hoofts Hofje, de Jozefkapel en de Stadskloostertuin St. Vincentius, treden dichters, muzikanten en muziekensembles op. In eerdere jaren stond ik al eens in de Stadskloostertuin (waar toen ik aan de beurt was er een wolkbreuk was), in het Hofje van Nieuwkoop, en op de Varkenmarkt .
Een van de hoogtepunten van deze dag (naast de voordrachten van alle dichters uiteraard) is het optreden ( de openingsact) van stadsbeiaardier Gijsbert Kok, die op de Haagse Toren het carillon bespeelt waarbij hij wordt bijgestaan door 15 blazers. Ook is het mogelijk om samen met een gids van het Stadsgilde een wandeling te maken langs de verschillende historische plekken in de binnenstad.
Dit jaar sta ik opnieuw geprogrammeerd in de Stadskloostertuin aan het Westeinde 101 van 14.30 tot 15.00 uur. Andere dichters die voordragen zijn onder andere Marilou Klapwijk, Diann van Faassen, Alexander Franken, Frans Terken, Edith de Gilde en Margriet van Bebber. Ook de twee jonge stadsdichters van Den Haag, Anu Soerjoesing en Govert van de Velde, dragen voor. Als voorproefje een gedicht van Diann van Faassen getiteld ‘Er is altijd’.
Diann van Faassen (1971) debuteerde met de bundel ‘Driemaaldaags’ (1991). Sindsdien verschijnt zij op de diverse podia in het land. In 1998 verscheen ‘Toverfietsje’, dat in 1999 werd opgevolgd door ‘Altijd naar de kermis’, beide uitgegeven in eigen beheer. Gedichten van haar staan opgenomen in de bloemlezingen ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan‘ (2001) en in ‘Vanuit de lucht‘ (2001). Diann organiseert literaire evenementen en poëzie workshops en zij begeleidt de jonge Haagse Stadsdichters.
.
Er is altijd
.
Er is altijd iets te weten
Er moet altijd iets te weten zijn
Maar niemand laat zich kennen hier
Ik heb van beneden af
omhoog naar jouw balkon gekeken
bevangen door de ruimte – zag ik je rennen
Ik zag je rennen tot je doorhad
dat je niet was in te halen – niet door mij
de galerijen waren leeg – de spijlen schenen tralies
Jij ging mijn gangen na
en had handen rood als aarde
de lijnen in je handpalm waar je mij bewaarde
Jouw hand is door mijn huid gedrongen
om te ontrafelen wat mijn motieven zijn
wanneer je mijn zenuwen blootlegt is het slechts een kwestie van tijd
Ik zou net als vroeger
willen kijken en tevreden zijn met het zicht
ik zou net als toen zonder verlangens willen zijn
Maar er is altijd iets te weten
en we weten al zoveel
we willen altijd verder weten
en niemand laat zich kennen hier
.
MUG
Nieuw onderdeel en voortgang
.
Toen ik in 2016 in Engeland op vakantie was en ik daar in de hal van een museum in Nottingham was, zag ik in een kast bij de bookshop tussen de folders een aantal kleine, zelfgemaakte minitijdschriftjes. Ze waren van kunstenaars en dichters die ze zelf hadden gemaakt, gestencild en van een nietje voorzien. Ik vond dit meteen een heel charmante manier van je kunst of poëzie onder de mensen verspreiden. Ik schreef hier al eens over in een blogbericht naar aanleiding van het jubileumnummer van MUGzine (nummer 25).
Ik moest hieraan denken toen ik dit blogbericht ging schrijven. In de loop van de jaren (we zijn inmiddels aan jaargang 6 bezig) is de MUG (zoals wij MUGzine noemen) veranderd. Van vormgeving, maar ook als het gaat om de inhoud. We proberen steeds opnieuw een insteek te zoeken die we niet eerder hebben gebruikt. Voorbeelden hiervan zijn de uitgave met de winnaars van de Rob de Vos poëzieprijs, de uitgave naar aanleiding van het Kunst- en Poëziefestival Raamwerk | Dichtwerk maar ook een nieuwe rubriek als Muggenbeet of de specials (n.a.v. de Poëzieweek 2024, de Luule special).
De nieuwste poot van onze mug is het Muggedicht. Hierover zeer binnenkort meer. In MUGzine #28 werd de aftrap van deze nieuwe rubriek verzorgd door Eric Vandenwyngaerden met het gedicht ‘1999’. Wij, de makers van MUG zijn al druk bezig met de inhoud van #29. De richting zal zijn ‘Souvenirs’ fysiek en als herinnering. MUG #29 zal medio oktober verschijnen.
Ook in het Afrikaans wordt gedicht over muggen getuige het gedicht ‘Muskiete-jag’ van dichter A.D. Keet (1888-1972), uit de bundel ‘Gedichte’ uit 1925.
.
Muskiete-jag
.
Jou vabond, wag, ek sal jou kry,
Van jou sal net ’n bloeknol bly
Hier op my kamermure
Deur jou vervloekte gonsery,
Deur jou gebijt en plagery
Kon ek nie slaap vir ure.
.
Mag ek my voorstel, eer ons skei,
Eer jy di doodslag van my kry-
My naam is van der Merwe.
Muskiet, wees maar nie treurig nie,
Wees ook nie so kieskeurig nie,
Jy moet tog ééndag sterwe.
.
Verwekker van malaria,
Sing maar jou laatste aria-
Nog een minuut vir grasie.
Al soebat jy nóg so lang,
Al sé jy ook: ek is nie bang,
Nooit sien jy weer jou nasie…
.
Hoe sedig sit hy, O, die kreng!
Sy kinders kan maar kanse breng,
Nóu gaan die vabond sterwe…
Pardoef! Dis mis! Daar gaan hy weer!
Maar dóód sal hy, sowaar, ek sweer-
My naam is van der Merwe.
.
Siësta
MUGzine #28 is uit
.
‘De vrouw ligt als een opengeslagen blad op bed, de gordijnen wapperen zijdezacht. Je staat erbij en kijkt ernaar, blaast een zomerbries langs haar wang terwijl ze slaapt. Oh de zomerse slaap van de bosgoden, a midsummer night’s dream in het volle daglicht. Ze is een levend schilderij van Edward Hopper, een nachtzwaluw, niet jong maar zo mooi in het betoverend licht.’
Zo begint de nieuwste editie, nummer 28, van MUGzine. Te lezen en te downloaden via mugzines.nl. Een heerlijk zomernummer met als richting ‘Siësta’ passend bij het jaargetijde. Alle donateurs krijgen de papieren versie deze week via de post toegestuurd.
Dichters Twan Vet, Kamiel Choi en Oscar Tops leverden gedichten, de illustraties zijn van Yeon Choi en er is een nieuwe categorie ‘Muggedichten’, waarin steeds een gedicht over een mug, of waar een mug in voorkomt, wordt geplaatst. Deze keer is het gedicht van Eric Vandenwyngaerden. En natuurlijk een nieuwe Luule. Als opwarmertje hier een gedicht van Kamiel Choi van zijn website getiteld ‘Autocratie is een ramp’.
.
Autocratie is een ramp
.
Autocratie is een ramp:
Denk maar aan Peter,
die man van twee meter.
Een continent om te slopen.
Verlichting, ja, maar geen lamp
om tegenaan te lopen.
En als Peter al zijn hoofd niet stoot,
heeft de dwerg Poetin ruimte zat:
hij doet nu het licht weer uit
en slaat twee vliegen plat.
.
MUGzine wordt gemaakt door MUGbooks, Poetry Affairs en Brrt.graphic.design in samenwerking met een onafhankelijke redactie.
.
Klassiek thema
Nog een lente
.
Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan en zonder te kijken de bundel ‘Nog een lente‘ 30 dichters gekozen door Meander uit mijn boekenkast gepakt. Deze bundel uit 2010 werd samengesteld door Elly Woltjes, Bauke Vlierhuis, Jeroen Dera en Sylvie Marie. Volgens beproefd recept opnieuw de bundel op een willekeurige pagina geopend (pagina 59) en daar staat het gedicht ‘Klassiek thema’ van Gert de Jager (1957).
.
Klassiek thema
.
Wanneer je de deurpost passeert die ook vanaf de straat
de deurpost is, verlaat je het
huis, loop je naar buiten,
.
sta je op het bolwerk en staar je naar wat je ziet, zie je hoe
de stad binnen de wallen zijn horizon inperkt,
en de uitgestrektheid,
.
kus je, voor je de deur uitgaat, het naakt in de
ochtend.
.
Door de jaren heen
MUGzines
.
De afgelopen 5 jaar maken Marianne van Poetry Affairs, Bart van Brrt.graphic.design en ik, in samenwerking met een aantal losse vrijwillige redactionele krachten het leukste, eigenzinnigste en kleinste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen. Inmiddels zijn we volop bezig met de voorbereidingen van #28 alweer. Dit nummer verschijnt deze zomer.
In de aanloop naar het verschijnen wil ik de komende weken terugblikken op oudere nummers, wat meer informatie geven over de dichters en gedichten plaatsen die zij bijdroegen aan MUGzine. Want ondanks dat we elk nummer gratis verspreiden onder donateurs en via de website, merken we dat veel poëzieliefhebbers MUGzine nog niet kennen. En dat is jammer.
In elk nummer proberen we een mix van gedichten aan te bieden aan de lezer van nog wat onbekendere dichters, dichters die op het punt staan wat bekender te worden, bekende dichters en dichters die wat op de achtergrond geraakt zijn als het gaat om bekendheid of aanwezigheid in het literaire veld.
Een van die dichters die enige bekendheid geniet en als één van de eerste dichters een bijdrage leverde aan MUGzine #2 is Sabine Kars (1971). De vaste lezer van dit blog kent haar naam, ik schreef al vaker over haar, haar debuutbundel ‘Hoofdkwartier‘ en de podia waarop ik haar tegenkwam of de jury waarin ik haar vroeg voor de poëziewedstrijd van poëziestichting Ongehoord! in 2020. Daarnaast was ze op dit blog al eens Dichter van de maand april in 2018.
In de tweede editie (in #1 stonden alleen de makers, het was toen nog een soort pilot editie) is het gedicht ‘eerst was verlies iets om het huis te verlaten’ en dat gedicht deel ik hier graag met jullie.
Wil je nou ook een jaar lang elke editie van MUGzine ontvangen op papier (met een leuke extra) word dan donateur via de QR code hieronder of een mail aan mugazines@yahoo.com.
.
eerst was verlies iets om het huis te verlaten
.
ik herinner me de laatste kans
om afscheid te nemen
.
het onvermijdelijke blijven
dat voor inkeer werd aangezien
.
de onbekende
luw en zwervend
die nog altijd naast me
wakker wordt in het smalle huis
naar me kijkt me op de voet volgt
.
hij heeft al die tijd gezwegen
.
De tijd is puin, de tijd is hoop
Opening Poetry International 2025
.
Afgelopen donderdagavond was ik bij de feestelijke opening van de 55ste editie alweer van Poetry International in theater Zuidplein in Rotterdam. Dat dit een bijzondere opening zou worden was me al duidelijk toen ik las dat voor deze opening een samenwerking was gezocht met Conny Janssen danst. Conny Janssen is choreograaf en sinds de uitzendingen van So you think you can dance, toen ik voor het eerst van haar hoorde, ben ik een groot fan van haar werk.
En ik werd niet teleurgesteld, sterker nog, het was een bijzonder memorabele avond. In één grote choreografie van dans en poëzie, waarbij de dansers steeds op het podium waren en er elke keer een dichter op toneel werd gehaald die een gedicht voordroeg, voltrok de avond aan het oog van een gevulde en zeer enthousiaste zaal. In één woord adembenemend. De dansers vulden de gedichten van dichters vanuit de hele wereld aan als een perfect zittende handschoen om een hand.
Deze 55ste editie stond in het teken van ‘Laureates and Legends’ of anders gezegd; er waren laureaat dichters (zeg maar Dichter der Nederlanden maar dan van allerlei landen) en legendarische dichters uitgenodigd die deze avond zijn prachtige kleur gaven. Naast dichters uit alle windstreken waren er een aantal dichters uit Nederland en België zoals Astrid H. Roemer, Ilja Leonard Pfeijffer, Tom Lanoye en Derek Otte.
Hoewel alle dichters mij konden bekoren stak een er voor mij uit en dat was Simon Armitage uit het Verenigd Koninkrijk. Zijn gedicht ‘To-do list’ voorgedragen door hemzelf uiteraard, had iets betoverends en een ritme en kleur dat ik meteen na afloop, bij aankoop van de festivalbundel ‘De tijd is puin, de tijd is hoop’ 55 jaar Poetry International, zijn gedicht opzocht. De bundel ontleent de naam aan regels uit het gedicht van Derek Otte, die met dit gedicht het festival sloot. Of bijna moet ik zeggen, na zijn performance kwamen alle dansers met de attributen die gedurende de hele voorstelling langs het podium hadden gestaan, het podium op en daar werd een soort van 17e-eeuws schilderij voor onze ogen van gemaakt. Zie de foto hieronder. Een monumentaal einde van een adembenemende avond.
Het gedicht van Simon Armitage werd voor het eerst gepubliceerd in The New Yorker van 5 januari 2015. Armitage (1963) is Poet Laureate van het Verenigd Koninkrijk. Historisch gezien werd de functie voor onbepaalde tijd benoemd en doorgaans voor het leven bekleed; sinds 1999 is de termijn tien jaar. De houder van deze functie is nu dus Simon Armitage, die in mei 2019 Carol Ann Duffy opvolgde na haar tien jaar in functie. Armitage is hoogleraar poëzie aan de universiteit van Leeds.
.
To-do list
.
• Sharpen all pencils.
• Check off-side rear tire pressure.
• Defrag hard drive.
• Consider life and times of Donald Campbell, CBE.
• Shampoo billiard-room carpet.
• Learn one new word per day.
• Make circumnavigation of Coniston Water by foot, visit Coniston Cemetery to pay respects.
• Achieve Grade 5 Piano by Easter.
• Go to fancy-dress party as Donald Campbell complete with crash helmet and life jacket.
• Draft pro-forma apology letter during meditation session.
• Check world ranking.
• Skim duckweed from ornamental pond.
• Make fewer “apples to apples” comparisons.
• Consider father’s achievements only as barriers to be broken.
• Dredge Coniston Water for sections of wreckage/macabre souvenirs.
• Lobby service provider to unbundle local loop network.
• Remove all invasive species from British countryside.
• Build 1/25 scale model of Bluebird K7 from toothpicks and spent matches.
• Compare own personality with traits of those less successful but more popular.
• Eat (optional).
• Breathe (optional).
• Petition for high-speed fibre-optic broadband to this postcode.
• Order by express delivery DVD copy of “Across the Lake” starring Anthony Hopkins as “speed king Donald Campbell.”
• Gain a pecuniary advantage.
• Initiate painstaking reconstruction of Donald Campbell’s final seconds using archive film footage and forensic material not previously released into public domain.
• Polyfilla all surface cracking to Bonneville Salt Flats, Utah.
• Levitate.
• Develop up to four thousand five hundred pounds/force of thrust.
• Carry on regardless despite suspected skull fracture.
• Attempt return run before allowing backwash ripples to completely subside.
• Open her up.
• Subscribe to convenient one-a-day formulation of omega-oil capsules for a balanced and healthy diet.
• Reserve full throttle for performance over “measured mile.”
• Relocate to dynamic urban hub.
• Eat standing up to avoid time-consuming table manners and other nonessential mealtime rituals.
• Remain mindful of engine cutout caused by fuel starvation.
• Exceed upper limits.
• Make extensive observations during timeless moments of somersaulting prior to impact.
• Disintegrate.
.























