Site-archief

Catharina Blauwendraad

Gehangene

.

De VSB poëzieprijs is tussen 1994 en 2018 georganiseerd.  Deze jaarlijkse prijs was bedoeld voor de bekroning van een bundel Nederlandstalige poëzie, die voor het eerst in boekvorm gepubliceerd werd in het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de uitreiking van de prijs plaatsvindt (dus bundels uit 2017 konden meedoen in 2018). Elk jaar werd door de organisatie een bundel met gedichten gemaakt uit de bundels die dat jaar meededen met de prijs. De samenstelling was steeds door iemand anders (niet noodzakelijk een dichter).

In 2011 werden de gedichten gekozen door Maaike Meijer en de gedichten zijn zeer uiteenlopend. Ik koos voor een gedicht van een dichter die ik nog niet kende Catharina Blauwendraad. Ik heb gezocht maar heel veel informatie is er over haar niet te vinden. Ze is dichter (haar bundel ‘Beroepsgeheim’ uit 2009 deed, verassend genoeg mee met de VSB Poëzieprijs 2011), vertaalster van de poëzie van Pablo Neruda, docent, trainer en schrijfster van literair tijdschrift De Tweede Ronde.

Uit haar bundel ‘Beroepsgeheim’ komt het gedicht ‘Gehangene’.

.

Gehangene

.

De kleinste engel in de boom

was zijn cadeau; hij was een soort

van verre oom, de eerste die

aan mij gerichte brieven schreef

en als de dood op afstand bleef.

.

Nog steeds in leven, ongeneeslijk

en toch: met Kerst denk ik aan hem.

,

Poëtische kunst

Ingrid Jonker

.

Ingrid Jonker (1933 – 1965) was tijdens haar korte leven zowel bij witte als gekleurde mensen geliefd. Toen Nelson Mandela het volk toesprak tijdens de opening van het Zuid-Afrikaanse parlement in 1994, droeg hij haar gedicht ‘Het kind’ voor. In haar bundel ‘Ik herhaal je’ een tweeluik van poëzie en biografie ineen, staan haar mooiste gedichten gekozen en vertaald door Gerrit Komrij. Ik schreef al eerder over deze bundel uit 2000. Omdat er zoveel moois in staat en omdat ik graag gedichten in het Afrikaans lees (met vertaling) om me telkens weer te verbazen over de gelijkenissen tussen het Afrikaans en het Nederlands maar juist ook over de verschillen.

In het gedicht ‘L’art poétique’ komen een paar mooie voorbeelden van de verschillen en overeenkomsten terug. Zelf vind ik de k-klank die wij als een sch-klank uitspreken en de y die wij als ij schrijven heel fijn, om nog maar te zwijgen van woorden als ‘soos’. Voor de liefhebbers van de poëzie van Ingrid Jonker en voor de liefhebbers van het Afrikaans hier het originele gedicht en in vertaling van Gerrit Komrij.

.

L’art poétique

.

Om mezelf op te bergen als een geheim

in een slaap van lemmeren en van stekjes

Om mezelf te bergen

in het saluutschot van een immens schip

Op te bergen

in het geweld van een eenvoudige herinnering

in je verdronken handen

om mezelf op te bergen in mijn woord

.

L’art poétique

.

Om myself weg te bêre soos ’n geheim

in ’n slaap van lammers en steggies

Om myself te bêre

in die saluut van ’n groot skip

Weg te bêre

in die geweld van ’n eenvoudige herinnering

in jou verdrinkte hande

om myself weg te bêre in my woord

.

Ik droomde

Breyten Breytenbach

.

In november van vorig jaar schreef ik al over de bundel De zingende hand uit 2017 van de Zuid Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach (1939). Nu zat ik afgelopen week weer eens te lezen in de bundel en ik bleef hangen bij het gedicht ‘ik droomde’. In dit gedicht beschrijft Breytenbach naar mijn mening het soms moeizame proces van dichten. Aan de ene kant het licht, de opwinding van een nieuw gedicht en aan de andere kant de duisternis, het vastzitten en het blind staren op het vel papier waar maar niets op komt.

En de laatste zin, ‘het verbeelde ding / waarover jij zingt met dichte mond’ is exemplarisch voor dat gevoel, het gedicht dient zich aan maar de woorden eraan geven wil maar niet lukken: zingen met dichte mond. Laurens van Krevelen vertaalde de gedichten in deze bundel maar de liefhebber heb ik het Afrikaanse origineel erbij gezet.

.

ik droomde

.

Ik droomde dat ik in mijn gedicht

in de deuropening zag staan

omstraald door licht

en met een briefje in de hand

.

ik vouwde de boodschap open

en zag daarin bijna onzichtbaar geschreven:

ik ben het gedicht waarvan jij droomt

het in het licht te brengen

.

maar ik ben ook de duisternis

waar jij je blind op staart

het leven leeft

slechts in de openingen van de tekst

,

en in verbeelding, het verbeelde ding

waarover jij zingt met dichte mond

.

ek het gedroom

.

ek het gedroom ek het my gedig

in die deuropening sien staan

met lig omstraal

en ’n papiertjie in haar hand

.

ek het die boodschap oopgevou

en daar byna onsigbaar geskryf sien staan

ek is die gedig waarvan jy droom

om na die lig te haal

.

maar ek is ook die donkerte

wat jy jou blind teen staar

die lewe leef

net in die openingen van die teks

.

en verbeelding, die verbeelde ding

waarvan jy toemond sing

.

Bukowski

Mongoolse kusten schijnen in het licht

.

Omdat ik vandaag gewoon zin heb in een gedicht van Charles Bukowski (1920 – 1994) het gedicht ‘Mongolian coasts shining’ in light in het Engels en in een vertaling van Manu Bruynseraede.

..

Mongolian coasts shining in light

Mongolian coasts shining in light,

I listen to the pulse of the sun,

the tiger is the same to all of us

and high    oh

so high on the branch

our oriole

sings.

.

Mongoolse kusten schijnen in licht

Mongoolse kusten schijnen in licht,

ik luister naar het kloppen van de zon,

de tijger is dezelfde voor ons allemaal

en hoog oh

zo hoog op de tak

zingt onze

wielewaal.

.

De honger

De Bezige Bij poëzie

.

In 1994 gaf De Bezige Bij een bloemlezing uit van dichters en gedichten uit het fonds van deze uitgeverij. Sinds de uitgave van de rijmprent ‘De achttien dooden’ van Jan Campert heeft De Bezige Bij gekozen voor poëzie in haar fonds. Uit de vele dichtbundels die ze sindsdien hebben uitgegeven koos Eddy van Vliet de gedichten die in deze bloemlezing staan.

Een van de dichters die De Bezige Bij uitgaf is de Cubaanse dichter Nicholás Guillén Batista (1902 – 1989) of Nicholás Guillén zoals zijn dichtersnaam is. In zijn werk werden de Afrikaanse wortels van de Cubaanse cultuur, die veelal werd gedomineerd door het Spaans en de Europese inbreng, benadrukt. Die Afro-Cubaanse traditie was bewaard in muziek en overleveringen die mondeling werden doorgegeven. Guillén was ook een dichter die politiek geëngageerd was. Zo was hij lid van het Centraal Comité van de Communistische Partij van Cuba en parlementslid.

In de bundel ‘De Bezige Bij bloemlezing’ staat het gedicht ‘De honger’ van zijn hand in een vertaling van Cees Nooteboom. Het gedicht verscheen in 1969 in de bundel ‘De grote dierentuin’.

.

De honger

.

Dit is de honger.

Een en al oog en hoektand.

Niets misleidt hem, niets leidt hem af.

Geen enkele tafel verzadigt hem.

Hij is niet tevreden met een ontbijt

of een avondmaal.

Wanneer hij verschijnt

is er bloed op komst.

Hij brult als een leeuw,

verstikt als een boa,

denkt als een mens.

.

De variant die u hier ziet

is gevangen in India (in de buitenwijken

van Bombay)

maar men vindt hem ook, wilder

of iets minder wild,

in vele andere streken.

.

Niet dicht bij komen.

.

 

IJstocht

Simon Vestdijk

.

Simon Vestdijk ( 1898 – 1971) was romanschrijver, essayist, vertaler, muziekcriticus, arts en dichter. Dat laatste is bij veel mensen niet bekend. Vestdijk schreef een enorm oeuvre bij elkaar maar wordt tegenwoordig niet veel meer gelezen. Als je op de website van DBNL.org kijkt krijg je een idee van de enorme productie van deze schrijver.

In 1926 debuteert Vestdijk met gedichten in het tijdschrift ‘De Vrije Bladen’. Zijn poëzie is gratis te downloaden via de website over hem. Daar is ook te lezen dat Vestdijk maar liefst 12 dichtbundels heeft gepubliceerd. Veel minder dan romans maar toch nog steeds een respectabel aantal.

Ik kwam op deze website omdat ik in de verzamelbundel ‘Glad en wijd ligt het ijs’ de mooiste schaatsgedichten uit de Nederlandse en Friese literatuur uit 1999, het gedicht ‘IJstocht’ van Vestdijk tegenkwam. Omdat de winter er nu toch echt lijkt aan te komen en vele mensen hopen op vorst zodat de ijzers weer ondergebonden kunnen worden, hier dit gedicht.

.

IJstocht

.

Door albast blinkt de zon. De velden schijnen
Ons tegen met dezelfde gele glans,
Die ook op ’t hardblauw vlak aan de balans
Der schaatsen ontschampt in bestoven lijnen.

.

Het kruis der armen, ’t overstag der voeten,
De losse haren onder mutsenvacht:
Alles biedt de weerstand tegen ’t ontmoeten,
Dat wij zo lang vermeden, overmacht,

.

Een korte tijd maar op de noordervijvers
Met ’t gele zuiderlicht, waarlangs het steken
Der ijzersneden is als vlijt’ge drijvers
Naar een verliefdheid die niet door wil breken.

.

Rug naar de kerk

Yi Sha

.

Poetry International Festival begon in Nederland met Adriaan van der Staay en Martin Mooij, beide werkende voor de Rotterdamse kunststichting. In 1969 bezochten zij het Londen Poetry International Festival in Engeland . Geïnspireerd door dit voorbeeld besloten zij zelf ook een dergelijk evenement in Rotterdam te organiseren. Een jaar later was het zover. In 1970 verzamelden drieëntwintig dichters zich in concertgebouw de Doelen. Ook enkele buitenlandse dichters bezochten deze eerste editie. In de , inmiddels 51 jaar daarna, heeft Poetry International vele dichtbundels gepubliceerd met dichters uit Nederland en (ver) daarbuiten. De bundel ‘Kijk, het heeft gewaaid’ veertig jaar Poetry International festival in veertig gedichten uit 2009 is hier een voorbeeld van.

In deze bundel opnieuw Nederlandse dichters en een aantal buitenlandse dichters met poëzie in de eigen taal en daarnaast in vertaling. Zo ook van de Chinese dichter Yi Sha. Zijn gedicht ‘Rug naar de kerk’ is uit 2007, en werd voor het eerst in deze bundel gepubliceerd. De vertaling is van Silvia Marijnissen. Yi Sha (1966) schrijft poëzie over onderwerpen die op het eerste gezicht nogal alledaags zijn. Daarbij gebruikt hij kale, onopgesmukte taal.

.

Rug naar de kerk

.

In Rotterdam

is het vrij normaal

om meeuwen en duiven samen te zien eten

daar is niets surreëels aan

.

In Rotterdam

worden meeuwen en duiven

het vaakst gevoed door

zwervers

– zo heb ik met eigen ogen aanschouwd

.

Met hun rug naar de kerk

zitten ze op een bank aan de rand van een plein

en voeren ze die witte engelen

brood en friet

.

En ik die langs kwam lopen

wilde ze ook heel graag voeren

maar was bang hen te storen

en dat een meeuw of een duif

mij, een vreemde buitenlander, een vinger zou afhappen

.

Vervolgens vond het volgende plaats:

sluw en steels rondkijkend

gooide ik een munt van één euro

rinkelend

in het ijzeren bakje van een zwerver

.

Nummer 10

Jabik Veenbaas

.

Behalve dat we een geboortedag delen is Jabik Veenbaas (1959) dichter, schrijver, vertaler en filosoof. Hij schrijft in het Nederlands en in het Fries. In de nieuwe MUGzine editie 10, staan gedichten van zijn hand, evenals van Laura Mijnders en Rinske Kegel.

Veenbaas vertaalde veel filosofisch werk, maar ook veel poëzie, onder meer ‘Grashalmen’ van Walt Whitman en ‘Lyrische balladen’ van William Wordsworth en Samuel Coleridge. Veenbaas publiceerde tot nog toe acht dichtbundels, vier Friestalige en vier Nederlandstalige. Zijn meest recente bundel was Soms kijkt de aarde me aan  uit 2020. Zijn Nederlandstalige poëzie verscheen in onder meer Het liegend konijn, Poëziekrant en Hollands maandblad.

Naast poëzie van deze drie dichters bevat de nieuwe MUGzine natuurlijk een Luule en fotokunst van Esther Wijntje. Het kleinste poëziemagazine van Nederland en België verschijnt op mugzines.nl en is daar gratis te downloaden. En natuurlijk worden er van nummer 10 ook weer honderd papieren exemplaren gedrukt. Deze worden automatisch verstuurd naar onze donateurs. Ook donateur worden? Ga dan naar deze pagina.

Uit de bundel ‘Brieven aan mijn kind’ van Jabik Veenbaas uit 2007 komt het gedicht ‘de aarde’.

.

de aarde

.
de aarde, een zware geur van groen en water,
bleef me toch altijd na, ook als ik
wegdreef, met mijn spinragwieken
over de ijle, wijkende hemel

of wakker werd
in haar vorstige lente, aan een boos
en visloos diep, een ijsharde hand op mijn
knokige schouder

meer dan eens ontkwam ik
het laatste verse brood in een slip van mijn jas
dat ik verborg, een paar vluchtige stonden, in
het hazenleger van een vrouw

en tenslotte terugvond
in jouw kindergezicht, mijn boom en mijn wortel.
toen wist ik: ik was het zelf, steenoude oergrond,
broer van zon en sterren, sterk als een berg,
en ik zou jou bergen

.

De tijdvrouw

Velimir Chlebnikov

.

In 2015 kreeg ik de bundel ‘Verzameld werk’ Poëzie 1 van Velimir Chlebnikov en ik schreef daar destijds al een stuk over. De gedichten in deze bundel van de Russische dichter Chlebnikov (1885 – 1922) zijn geschreven tussen 1904-1908 en in een vertaling van Willem G. Weststeijn.

Ik koos voor een gedicht zonder titel uit 1907 met als eerste zin ‘Ik bereikte de tijdvrouw’ of in het Russisch ‘Vremjanin ja’ omdat ik het woord ‘tijdvrouw’ zo’n bijzonder woord vind. In dit geval een vrouw die hem in zijn droom bezocht.

.

Ik bereikte de tijdvrouw,

Tijdeling, ik

En schiep met haar

Een kusogenblik.

En toen werd ik wakker

En vloog ervandoor

En dook in de diepte

En raakte te loor.

En vaardig met vleugels

Put ik de daggodin,

Uit de voorraad van het blauw

Put ik de watergodin.

.