Maandelijks archief: augustus 2026
Boottocht met muziek
Anna Enquist
.
Vrijdag dus een greep uit mijn boekenkast. Vandaag pakte ik de bundel ‘Klaarlichte dag’ uit 1996 van Anna Enquist (1945) uit een van mijn boekenkasten. Zonder te kijken opende ik deze bundel op pagina 49 en daar staat het gedicht ‘Boottocht met muziek’.
.
Boottocht met muziek
.
Als het dan moet, dan met twee hoorns
aan boord. Je stapt in de wiegende bek
van de boot, de hoornspelers blazen
een dun accoord, blazen weg wat je weet
langs muren en tuinen, spelen dwars door
het laatste woord. het kan je niet schelen.
.
Hoornblazers dragen het hart op de arm,
zij duwen hun lied met de vuist in de keel
over water voort. Ze voeren je blind naar
het stilste licht, waar geen overkant is.
Als het dan moet, dan tussen boven-
en onderstem, met twee hoorns aan boord.
.
Waterdroom
C. B. Vaandrager
.
In 1991 publiceerde het Maritiem museum ‘Prins Hendrik’ te Rotterdam, ter gelegenheid van het eerste lustrum in het gebouw aan de Leuvenhaven de bundel ‘Waterdroom’. De samensteller E. Bos-Rietdijk koos een twintigtal gedichten over schepen en de zee uit vier eeuwen poëzie. Bij de keuze van de gedichten speelde vele factoren een rol. Allereerst de kwaliteit van het gedicht zelf maar ook de afwisseling in onderwerp met een lichte neiging tot een relatie met Rotterdam.
Het mag dan ook niet verwonderlijk zijn dat bijna alle grote Rotterdamse dichters vertegenwoordigd zijn in deze bundel. Jules Deelder, Riekus Waskowsky, C.B. Vaandrager en Jan Prins, allemaal staan ze in de bundel met een gedicht. Hoewel de keuze uit 4 eeuwen poëzie over schepen en de zee is, ligt de nadruk toch op de 20ste eeuw. Maar een paar gedichten zijn (veel) ouder zoals het gedicht van Jacobus Revius ‘Verrijsenisse’ dat uit de 17e eeuw dateert.
Naast de gedichten zijn een zwart/wit illustraties opgenomen, van boten, havens, vergezichten, de zee, de Maasvlakte, welke veelal ouder zijn dan de gedichten.Een fraaie, afwisselende bundel die maar weer eens het bewijs levert waarom ik graag themabundels lees. Ik koos voor een gedicht van C.B. Vaandrager (1935-1992) met de titel ‘(Vreemdelingenverkeer)’ omdat dat een thema is dat nooit ouderwets wordt en waar, met de opening van Fenix, het nieuwe kunstmuseum over migratie in Katendrecht in Rotterdam, weer volop aandacht voor is.
.
(Vreemdelingenverkeer)
.
Beweeglijk (de rivier)
en beweegbaar (de brug)
.
Busy (the river)
and movable (the bridge)
.
Beweglich (der Fluss)
und bewegbar (die Brücke)
.
Vloeined Nederlands
vloeiend Engels en
vloeiend Duits.
.
Ogenneuk
Piet-Hein Zijl
.
Ik kocht de bundel ‘Zoals een haan een ei legt’, de beste 100 gedichten uit de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd 2009. Het leuke aan dit soort bundels is dat er veel dichters in staan waar ik nog nooit van gehoord heb, dichters die blijkbaar in een zekere anonimiteit de pen ter hand nemen (of het toetsenbord) en daar een gedicht mee schrijven, opsturen naar de wedstrijdredactie en daar dan worden uitgekozen als één van de beste 100 inzenders. Ik heb al eerder geschreven over de editie van 2012, 2013, 2014, en 2016, en nu dus die van 2009.
In deze editie ken ik van de 100 beste gedichten (het zijn minder dan 100 dichters want een aantal is met twee gedichten opgenomen) er welgeteld 9 en dan alleen van naam (de enige die ik ken van een bundel die ik gerecenseerd heb is Robin Veen). Maar lezend in de bundel kwam ik bij het laatste gedicht met de intrigerende titel ‘ogenneuk’. Bij het lezen van zo’n titel heb ik meteen een beeld en dat blijkt wonderwel te kloppen met hetgeen de dichter in het gedicht heeft willen beschrijven.
Het gedicht is van Piet-Hein Zijl (1946). Zijl is beeldend kunstenaar, tekenaar en graficus (etser), pianist en dus blijkbaar ook dichter. Heel veel meer kwam ik niet tegen maar laat het gedicht voor zichzelf spreken.
.
ogenneuk
.
met de jongedame van de kassa had ik
een halfminuutje of daaromtrent
ogenneuk want we lachen glim over mijn dichten over tijd
misschien kwam ik ook wel eerder klaar
of had ik me eerder al uit in elk geval de diepte van haar ogen
teruggetrokken zo sprankelend bruin en amandelvormig jong
of zij welllicht uit de mijne
.
dit alles na voltanken
Suzi in elk geval stroomde ervan over
zou binnenkort weleens over tijd kunnen zijn
net als mijn dochter dat is
.
met autobaby maar ook met mensenbaby amandelvormig ogend
zal kleinzoon Milo willen spelen
ook met de baby natuurlijk van zijn moeder het broertje
zo luidt de bestelling
‘mijn baby’ heet nu al trots zijn bezit
.
nu nog zijn mama met buikgriepachtige verschijnselen
die geen veel te vroege baby baren mag
geef alsjeblieft Milo zijn echte broertje of dan maar zusje
.
Objectgedichten
Joy Gladding
Jody Gladding (1955) is een Amerikaanse dichter en vertaler. Ze heeft vijf dichtbundels gepubliceerd, waarvan de meest recent ‘I entered without words’ (2022) is. Haar gedichten zijn verschenen in diverse tijdschriften, waaronder Best American Experimental Writing, ecopoetics, Northern Woodlands en Poetry International. Ze heeft veertig Franse vertalingen op haar naam staan, waaronder werken van Marie-Claire Bancquart, Philippe Delerm, Jean Giono en Julia Kristeva.
Ze doceerde aan het MFA-programma van het Vermont College of Fine Arts en leidde het schrijfprogramma van het Vermont Studio Center in Johnson, Vermont. Ze ontving onder andere de MacDowell- en Stegner-beurzen, de Yale Younger Poets Prize en de Whiting Writers’ Award. Ze woont in East Calais, Vermont, waar ze in haar werk de plekken onderzoekt waar taal en landschap samenkomen.
Op haar website zijn verschillende voorbeelden te vinden die zo één op één een plek verdienen in mijn categorie Gedichten op vreemde plekken. In de loop van haar carrière is Gladding gedichten, zowel op papier als digitaal, gaan beschouwen als fysieke objecten die bedoeld zijn om met de wereld te interageren. Ze schrijft natuurlijk op papier, maar ook op veren, tongspatels, zaaddozen van zijdeplanten, röntgenfoto’s, gekloofde boomstammen, eierschalen en adreswijzigingsformulieren.
Deze werken , die in de loop van een decennium zijn ontstaan en te zien zijn in ‘Translations from Bark Beetle’, gaan uit van de aanname dat poëzie kan functioneren in de fysieke ruimte, in de wereld in het algemeen. Deze Object Poems, zoals Gladding ze noemt, worden bewaard in de Davis Family Library van Middlebury College , waar de collectie van maart tot en met mei 2019 te zien was in de tentoonstelling met de titel ‘Objectgedichten 2004-2014′. Hieronder een aantal voorbeelden.
.
Lernert Engelberts
Nog eens
.
Daar sta ik weer voor mijn almaar uitdijende boekenkast (stapels dichtbundels op dichtbundels). En dit keer pak ik zonder te kijken de bundel ‘Ik heb alleen woorden’ De honderd meest troostrijke gedichten over afscheid en rouw uit de Nederlandse poëzie, uit 1998 . De bundel gedichten werd verzameld door Hans Warren en Mario Molengraaf. Ik open de bundel op een willekeurige bladzijde (pagina 70 dit keer) en daar staat het gedicht ‘Nog eens’ van dichter en televisiemaker Lernert Engelberts (1977) dat werd opgenomen uit de bundel ‘Oedipoes werpt jongen’ uit 1996.
.
Nog eens
.
De dood, de mooiste
van alle mogelijkheden,
laat ook vannacht op zich wachten.
Al ligt het koele mes tegen
zijn pols, zijn vlees lijkt van ijzer.
.
Al heeft hij de afscheidsbrief geschreven
-waarin hij vraagt om begrip niet om compassie-
morgenvroeg wordt hij gewoon weer wakker,
slaat de dekens van zich af,
scheurt de brief tot kleine stukjes,
legt het mes terug in de la.
.

















