Categorie archief: Dichter in verzet
Bombast en larie
De 25 afschuwelijkste gedichten uit de Nederlandse literatuur
.
In 2009 verscheen in de Sandwich-reeks (nr. 20) de bundel ‘Bombast en larie’ samengesteld door Gerrit Komrij. In dit charmante bundeltje zet Komrij zijn gedachten op papier over hoge en lage poëzie en kiest hij de, vijfentwintig in zijn ogen, slechtste gedichten uit de periode 1822-1935. Komrij’s voorkeur gaat uit naar de edelkitsch, de huilende zigeunerjongetjes in versvorm, en dat leidt tot een kleine collectie zeer onbedoeld vermakelijke gedichten.
Komrij houdt op bij 1935 omdat levende dichters geen toestemming zouden geven voor een dergelijke bloemlezing. Desalniettemin is dit een bundel met heerlijke edelkitsch gedichten, poëzie vol clichés en meer tranentrekkende rijmelarij. Een heel fijn bundeltje dus en het was nog niet eenvoudig om er de, in mijn ogen, slechtste uit te kiezen.
Het is uiteindelijk het gedicht ‘Mijn leed’ geworden van de dichter H.C. Kakebeeke. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Verzen’ uit 1903.
.
Mijn leed
.
Mijn leed staat als een hoge toren van hard metaal
en staart met blinde ogen neer in het verre dal,
waar kommer zweeft, en waar een ongesproken taal
zingt van mijn blij geluk en van zijn droeve val.
.
Zo staat mijn hoge toren in sombere praal,
maar slechts een blik uit tweeër ogen tal
behoeft te wenken één enkele maal
en instorten heel mijn hoge toren zal.
.
Want gewrocht uit hard metaal en sterke steen
is toch hij slechts als gemaakt van ’t zwakste was
wanneer mijn liefste blikt er even heen.
.
Een enkele blik slechts, en zie, ras
ligt hij in puin, er blijft geen steen
om te getuigen, wat eens mijn toren van leed was.
.
Een appel rust
Homero Aridjis
.
Homero Aridjis (1940) is een schrijver, dichter, milieu-activist, journalist, en diplomaat bekend om zijn rijke fantasie, zijn lyrisch poëtische gedichten en zijn ethische onafhankelijkheid. Zijn poëzie werd in vele talen vertaald, hij mocht als schrijver en milieu-activist al meer dan 20 internationale prijzen op zijn palmares bijschrijven en specifiek voor zijn poëzie ontving hij de Prix Roger Caillois (1997, Frankrijk), de Smederevo Gouden Sleutel voor Poëzie (2002, Servië) en de Premio Internazionale di Poesia (2013 en 2016, Italië). Voorwaar geen kleine dichter. Vanaf 1960 publiceerde hij 18 dichtbundels in Mexico. Nog een leuk weetje: Homero Aridjis was ambassadeur voor Mexico, onder andere in Nederland.
Dichters als Octavio Paz en Juan Rulfo zijn bewonderaars van Aridjis en Seamus Heaney zei over zijn poëzie: “Zijn gedichten openen een deur naar het licht”. In 1977 verscheen in Nederland zijn vertaalde bundel ‘Dagboek zonder data’ en uit die bundel het gedicht zonder titel in een vertaling van Laurens Vancrevel.
.
Een appel rust
op het zachte groen
van zijn eigen rijpheid
.
een glas weerspiegelt
de vermoeide stralen
van de herfstmiddag
.
een vrouw verschijnt
in de halfopen deur
van een eetkamer
.
vanaf een gele sofa
kijkt een meisje naar haar
alles is op zijn plaats
.
het ligt in de glazen
legt witte muziek
op gezichten en dingen
.
en een ogenblik lang
zijn voor eeuwig samen
mandarijnen en handen.
.
Onoverwinnelijk
Gebruik van poëzie
.
In het Volkskrant magazine van 28 juli las ik een stuk over Leon Emmen van wie in 2015, na een infectie met een streptokokkenbacterie, beide benen moesten worden afgezet. Dit artikel gaat over hoe mensen hun ‘geluk’ ervaren. Nu drie jaar nadat zijn benen zijn afgezet en hij met prothesen heeft leren lopen geeft hij zijn leven een 8+.
Op zichzelf een interessant artikel maar ik werd gegrepen door het plaatsen van een gedicht bij het artikel. Het betreft het gedicht ‘Onoverwinnelijk’ een vertaalde versie (door Kris Eikelenboom) van het gedicht ‘Invictus’ van de Engelse dichter William Ernest Henley (1849 – 1903).
Leon Emmen putte kracht uit dit gedicht tijdens zijn revalidatie. Het origineel hangt nu ingelijst in zijn woonkamer. Mooi kan je nu denken, maar ik moest terug denken aan een stuk dat ik op 9 juli 2012 schreef op dit blog over de terrorist Timothy McVeigh, die vlak voor hij ter dood gebracht werd (hij had de doodstraf gekregen na na het plegen van een bomaanslag op een gebouw van de federale overheid in Oklahoma city) een briefje aan zijn bewaker gaf met daarin juist dit gedicht (handgeschreven) als ‘Final written statement’.
Twee totaal verschillende gevallen, de een een macaber geval van een Amerikaanse veteraan uit de Golfoorlog die na terugkeer radicaliseert en met een bom 168 mensen vermoordt onder wie 19 kinderen. De ander een gewone Nederlander die na een schijnbaar eenvoudige operatie zo ongelukkig is om besmet te raken met een bacterie en zijn benen verliest maar uit de situatie juist kracht put om verder te leven.
Daarin schuilt voor mij de kracht van poëzie, dit laat zien dat poëzie geen grenzen kent (goed of fout), niet discrimineert en voor elk mens, in welke omstandigheid dan ook, iets bijzonders kan betekenen.
Wil je het gedicht ‘Invictus’ in het Engels lezen ga dan even naar 9 juli 2012 (in de rechterbalk) of via deze link https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/07/09/de-terrorist-en-de-poezie/ of lees het hier in de Nederlandse vertaling van Kris Eikelenboom.
.
Onoverwinnelijk
.
Vanuit een peilloze diepte, zwart als de nacht,
Een duisternis zo lang als mijn leven,
Dank ik een God, welke is mij om het even,
Voor een ziel met onverwoestbare kracht.
.
Het lot grijpt mij met klauwen beet,
Maar ik geef geen krimp, slaak geen enkele kreet.
Al regent het nog zo veel slagen in mijn leven,
Mijn hoofd is bebloed, maar ik houd het geheven.
.
Want waar ik nu slechts ween en smacht,
Is het enkel een schaduw die op mij wacht.
Al duren de jaren nog zo lang,
Ze mogen verstrijken, ik ben niet meer bang.
.
De poort is smal, een nauwe gang,
De lijst met straffen ellenlang,
Maar ik houd de teugels strak in handen,
Mijn zielenheil leg ik nimmer aan banden.
.
Aan mijn broer
Christo Botev
.
De Bulgaarse dichter Christo Botev (1848 – 1876) was dichter en nationaal revolutionair . Botev wordt door Bulgaren algemeen beschouwd als een symbolische historische figuur en nationale held.
In 1875 publiceerde Botev zijn poëtische werken in een boek genaamd ‘Liederen en gedichten’, samen met een andere Bulgaarse revolutionaire dichter en toekomstige politicus en staatsman Stefan Stambolov . Botevs poëzie weerspiegelde de gevoelens van de arme mensen, vol met revolutionaire ideeën, strijdend voor hun vrijheid tegen zowel buitenlandse als binnenlandse tirannen. Zijn poëzie wordt beïnvloed door de Russische revolutionaire democraten en de figuren van de Parijse Commune . Onder deze invloed verrees Botev zowel als dichter als revolutionair democraat. Veel van zijn gedichten zijn doordrenkt van revolutionaire ijver en vastberadenheid. Anderen zijn romantisch, zelfs elegisch. Misschien wel de grootste van zijn gedichten is ‘The Hanging of Vasil Levski’ (“Obesvaneto na Vasil Levski”).
Het gedicht ‘Aan mijn broer’ werd vertaald uit het Bulgaars door Ton en Marijke Delemarre.
.
Aan mijn broer
.
Hard is het, broertje, tussen
stupide mafkezen te leven
die mijn zielevuur verblussen
zout in mijn hartewond wreven.
.
Vaderland lief, u bemin ik.
Over uw oude erfgoed beschik ik
maar inwendig broertje, verstik ik,
zo haat ik die dwazen verschrikkelijk.
.
Duistere dromen, woeste gedachten
folteren mijn jonge geest.
Ach wie legt zijn handen zachte
rond dit hart, zozeer verweesd?
.
Niemand, niemand, nooit begeert het
noch geluk, noch vrijheid want
zo uitzinnig resoneert het
op de noodkreet van het land.
.
Waarlijk broertje, heimlijk huil ik
op het graf van het volk geknecht.
Maar zeg mij: wat wint uiteindelijk
op deze aardkloot nog respect?
.
Niets toch. Niets! Er is geen antwoord
op een roep oprecht en vrij.
En ook jouw ziel heeft geen antwoord
op Gods stem – het volksgeschrei.
.
Een lentemorgen trad je uit ons huis
J. Presser
.
De schrijver, historicus en dichter J. Presser (1899-1970) schreef in de Tweede Wereldoorlog een aantal gedichten onder het pseudoniem J. van Wageningen. Een aantal gedichten werden illhgeaal gestencild of gedrukt en verspreid. Tijdens een treincontrole werd de jonge vrouw van Presser, Debora Appel, opgepakt met een vervalst identiteitsbewijs en hij zou haar nooit weer zien. Zij zou later tijdens de oorlog worden vermoord in concentratiekamp Sobibór.
In het gedicht ‘Een lentemorgen trad je uit ons huis’ uit 1943 vertolkt Presser op beklemmende wijzehoe de Jodenvervolging ingreep in het persoonlijk leven van Joden en dus ook van hem zelf. In het gedicht spreekt de dichter nog niet van de dood maar van ballingschap zoals ooit, volgens het oude testament, de joden in Babylon.
.
Een lentemorgen trad je uit ons huis
.
Een lentemorgen trad je uit ons huis,
in een dun bloesje, zonnig en tevreden,
en geen van beide hoorde ’t zacht geruis,
of zag de vale schaduw neergegleden
.
van ’t noodlot wiekend boven ’t jonge hoofd,
dat glimlachend zich eens nog naar me wendde…
Ik heb een ganse nacht en dag geloofd,
dat ik die vlotte, lichte tred herkende
.
en toen niet meer. Toen kwam het formulier
met naam en stempel, nummer van barak,
verzoek om warme kleren. Ach, toen brak
mijn hart natuurlijk niet. Mijn ogen zagen
jou ergens ver, heel ver, aan een rivier
van Babylon de slavenketen dragen.
.
Ik vind geen rust
Sir Thomas Wyatt
.
Sir Thomas Wyatt (1503 – 1542) werd geboren in Kent, Engeland en was dichter maar ook ambassadeur van koning Hendrik VIII in Frankrijk en Italië. Wyatt speelde het gevaarlijke spel van seks, geld en macht tijdens zijn verblijf in het hof van Hendrik VIII. Hij maakte zijn leven nog gevaarlijker door met de koning te strijden om de hand van Anne Boleyn. Tenslotte hadden de vijanden van Henry de gewoonte om met hun hoofden gescheiden van hun lichaam te eindigen. Wyatt was een hoveling en metgezel van Henry VIII vanaf zijn dertiende. Hij was op 17-jarige leeftijd getrouwd en kort daarna gescheiden. Sommige bronnen zeggen dat hij in 1522 de minnaar van Anne Boleyn was geworden, niet lang voordat ze voor Koning Hendrik koos.
Minstens vier gedichten van Wyatt worden verondersteld te verwijzen naar Anne, inclusief het sonnet ‘Whoso list to hunting’ waarin ze wordt voorgesteld als een hert, bejaagd door vele vrijers maar uitsluitend toebehorend aan Caesar. Wyatt werd in 1526 weggestuurd van het hof naar Frankrijk en in 1527 naar Italië, waar hij werd gevangen genomen door troepen van het Heilige Roomse Rijk. Toen Anne Boleyn uit de gratie viel bij Hendrik in 1536, werd Wyatt gevangengezet in The Tower of London, omdat hij met haar omging en bekeek hij haar executie vanuit zijn cel. In 1539 stond hij aan het hoofd van een complot om de katholieke Reginald Pole te vermoorden door vergiftiging. Tegen 1540 zat hij opnieuw in de gevangenis wegens verraad. Zijn latere minnares zou ook door Hendrik als zijn geliefde zijn genomen.
Zijn werk werd nooit gepubliceerd tijdens zijn leven, maar hij was een van de leidende dichters van de Engelse Renaissance. Tijdens zijn tijd in Italië ontdekte hij de werken van Petrarca en introduceerde hij Italiaanse modellen en poëtische vormen in Engelse verzen, waaronder het sonnet.
I find no peace
.
















