Categorie archief: Dichter in verzet
Gek, slecht en gevaarlijk te kennen
François Villon
.
Dichters zijn over het algemeen gevoelige, etherische wezens, ineffectieve dromers die geobsedeerd zijn door metaforen en het juiste ritme en rijm. Tenminste dat is de romantische kijk die nog steeds een grote groep mensen heeft van dichters. Over het algemeen zijn ze in ieder geval onschadelijk. Nou, niet altijd. Op het internet vond ik een lijst met moordenaars, oplichters, harken, een afperser, verschillende revolutionairen, hartenbrekers, duellisten, dronkaards, een opiumduivel, een serieuze excentrieke en zelfs een fascistische dichter. Deze mannen (want het zijn allemaal mannen) zijn gek, slecht en gevaarlijk om te kennen.
François Villon was een moordenaar, dief en een all-round low-life. Hij was ook de beste lyrische dichter in Frankrijk in de 15e eeuw. Geboren in 1431 of 1432, werd hij opgevoed door een professor in kerkelijk recht in Parijs. Nadat hij in 1452 de universiteit verliet, zakte hij snel af door een reeks vechtpartijen, gevangennemingen en ballingschap. Veel van wat we van hem weten komt uit de gegevens van het archief van de gevangenis. In 1455 was Villon betrokken bij een dronkenmans ruzie in Parijs, die eindigde toen hij een priester doodstak. Hij werd uit Parijs verbannen vanwege deze misdaad, maar hij ontving koninklijke gratie. Hij werd opnieuw verbannen in 1456 voor het leiden van een bende rovers die 500 gouden kronen van het College de Navarre stalen. Hij zat zijn gevangenisschap uit in Blois in 1457 en in Moulins in 1461. Villon verschijnt voor het laatst in Parijse verslagen in 1462 voor diefstal. Nadat hij was vrijgelaten, was hij betrokken bij een nieuwe vechtpartij en ter dood veroordeeld, maar in plaats daarvan werd hij verbannen. Na 1463 verdwijnt hij volledig. Ondanks zijn levensstijl was Villon een meester in de ingewikkelde poëtische vormen van de ballade, de rondeau en het chanson. Zijn langere werken raken de kosmologie, satire en religieuze symboliek. Zijn werk staat vol met thema’s van mislukte liefde, melancholie, menselijk leed, verloren tijd en de alomtegenwoordigheid van de dood, met karakters als prinsen en prostituees die vastzitten in Parijse bordelen en drinkgelegenheden. Rimbaud herleefde zijn werk in de 19e eeuw, terwijl Rossetti het in het Engels vertaalde en ons de prachtige zin gaf “Where are the snows of yesteryear?
Van de hand van Francois Villon, in vertaling van Ernst van Altena, het gedicht ‘Ballade des dames du temps jadis’ of in het Nederlands ‘Ballade van de dames uit vroeger tijden’.
.
Ballade van de dames uit vroeger tijden
.
Zeg mij: waar, in welk ver domein
Is Flora, die schoon van gezicht was;
Archipiades, rank en fijn
En Thais, die haar volle nicht was
Nimf Echo die tot zang verplicht was
Als men haar riep langs stroom of meer
En die goddelijk slank en licht was
En waar is de sneeuw van weleer
Heloise, ach waar is zij
Die zo schoon was en veel verstand had
Abelard trok de monnikspij
Voor haar aan, toen men hem ontmand had
En de Vorstin die een galant had
Buridan, die zij zonder meer
In de Seine wierp als een landrat
En waar is de sneeuw van weleer
Vorstin Blanche, die blank als ijs
Met haar stem menig man bekoord heeft;
Berthas, Alice en Beatrijs;
Arembourg voor wie ’t Maine-oord beeft;
En Jeanne die men wreed gesmoord heeft
Ginds in Rouaan, bij ’t Britse heir
Maagd, weet Gij waar elk hunner voortleeft
En waar is de sneeuw van weleer
Oh Prins, verklaar mij waar hun woon is
Want anders zing ik keer op keer
Deze keerzang die droef van toon is
Ach, waar is de sneeuw van weleer
.
Overweeg de hel
Berthold Brecht
.
Op het forum https://bukowskiforum.com kwam ik terecht nadat ik de vraag had gesteld welke dichter te vergelijken was met Charles Bukowski. Het kan heel boeiend zijn om te lezen wat lezers en fans van een bepaalde dichter vinden van andere dichters die, wellicht, vergelijkbaar zijn met hun idool. In dit geval kwam de naam van Paul Celan naar boven. Op zichzelf geen vreemde suggestie maar doorbladerend kwam ineen de naam van Berthold Brecht naar voren, geïllustreerd door het gedicht ‘Contemplating hell’.
Eugen Berthold Friedrich (Bertolt) Brecht (1898 – 1956) was een Duits dichter, (toneel)schrijver, toneelregisseur en literatuurcriticus wiens werk sterk politiek geëngageerd was . Brecht wordt gezien als de grondlegger van het episch theater. Hij werkte veel samen met de componisten Hanns Eisler en Kurt Weill. In 1933 vluchtte Brecht uit Duitsland voor de nazi’s en kwam na omzwervingen in de Verenigde Staten terecht. In de koude oorlog periode werd hij echter vervolgd worden wegens on-Amerikaanse activiteiten (lees communistische of crypto-communistische activiteiten in de McCarthyperiode) , waarna hij vertrok naar Oost-Berlijn.
Uit de periode waarin hij in de Verenigde Staten leefde (in Los Angeles) stamt dit kritische gedicht.
.
Contemplating Hell
Contemplating Hell, as I once heard it,
My brother Shelley found it to be a place
Much like the city of London. I,
Who do not live in London, but in Los Angeles,
Find, contemplating Hell, that it
Must be even more like Los Angeles.
Also in Hell,
I do not doubt it, there exist these opulent gardens
With flowers as large as trees, wilting, of course,
Very quickly, if they are not watered with very expensive water. And fruit markets
With great leaps of fruit, which nonetheless
Possess neither scent nor taste. And endless trains of autos,
Lighter than their own shadows, swifter than
Foolish thoughts, shimmering vehicles, in which
Rosy people, coming from nowhere, go nowhere.
And houses, designed for happiness, standing empty,
Even when inhabited.
Even the houses in Hell are not all ugly.
But concern about being thrown into the street
Consumes the inhabitants of the villas no less
Than the inhabitants of the barracks.
.
100 beste gedichten
Langston Hughes
.
Op de bijzonder informatieve website https://100.best-poems.net staat op de derde plaats van beste gedichten in de Engelse taal een gedicht van een dichter die je misschien niet daar zou verwachten. Ik niet in ieder geval. Het betreft het gedicht ‘Life is fine’ van Langston Hughes. Het gedicht gaat over een man die vrolijk van geest is en het vermogen heeft optimistisch te blijven ook in tijden van tegenslag en persoonlijke wanhoop. Het is een energiek en muzikaal gedicht en de structuur lijkt op die van een blueslied. Het gedicht heeft zes strofen met een gevarieerd refrein aan het einde van elk couplet. Hughes gebruikt frequente herhalingen om zijn boodschap te benadrukken.
Langston Hughes (1902 – 1967) was een Amerikaans dichter en schrijver van fictie en non-fictie. Hij was een van de voornaamste exponenten van de Harlem Renaissance, een literaire stroming onder zwarte Amerikaanse schrijvers in de jaren 1920. Door middel van zijn gedichten, verhalen en toneelstukken streed Hughes, in een tijd toen dat nog heel ongewoon was, voor Afro-Amerikaanse bewustwording en emancipatie en tegen racisme en discriminatie
.
Life is fine
.
I went down to the river,
I set down on the bank.
I tried to think but couldn’t,
So I jumped in and sank.
I came up once and hollered!
I came up twice and cried!
If that water hadn’t a-been so cold
I might’ve sunk and died.
But it was Cold in that water! It was cold!
I took the elevator
Sixteen floors above the ground.
I thought about my baby
And thought I would jump down.
I stood there and I hollered!
I stood there and I cried!
If it hadn’t a-been so high
I might’ve jumped and died.
But it was High up there! It was high!
So since I’m still here livin’,
I guess I will live on.
I could’ve died for love–
But for livin’ I was born
Though you may hear me holler,
And you may see me cry–
I’ll be dogged, sweet baby,
If you gonna see me die.
Life is fine! Fine as wine! Life is fine!
.
Geteisterd volk
Gedichten uit de oorlogsjaren
.
Degene die de bundel ‘Geteisterd volk’ waarschijnlijk vlak na de oorlog kocht bij boekhandel Broese in Utrecht (aan het telefoonnummer 10540 op de aankoopbon voor 2 gulden 50 is te zien dat het al zo oud is) kreeg daarmee een bijzonder exemplaar in handen. Dit exemplaar (dat ik nu bezit, gekocht bij een kringloopwinkel) is namelijk in 1943 geprint in Zweden bij Kihlström & Setréus Boktryckereri in Stockholm. Opgedragen in eerbied aan onze koningin, geschreven door Cor Bouchette en van tekeningen voorzien door Peter Pen.
Ik heb gezocht naar meer informatie over Cor Bouchette maar heb niet veel kunnen vinden. Cor Bouchette leefde van 1903 tot en met 1985 en hij was de eerste getuige van de aankomst in Zweden van de overlevende vrouwen van de Philipsgroep. De Philipsgroep was een speciale groep gevangenen die produktiewerk verrichte in concentratiekamp Vught voor Philips. Daarmee profiteerde de multinational van dwangarbeid. Maar het bedrijf bood de gevangenen, onder wie veel joden, zo ook bescherming – en dat spaarde uiteindelijk honderden mensenlevens. Aan het einde van de tweede wereldoorlog werd deze groep op transport naar Auschwitz gezet maar een groot deel overleefde de reis en het verblijf in Auschwitz. Na de oorlog werd de groep op transport gezet naar Zweden alwaar Cor Bouchette verslag deed als verslaggever voor het Persafdeeling van het Nederlandsch Gezantschap aldaar.
In de bundel ‘Geteisterd volk’ staan 30 gedichten met titels als ‘Wilhelmina’, Juliana’ (bij de geboorte van prinses Margriet), ‘Studenten’, ‘De nieuwe mei’, De onbekende soldaat deel I, II en III’, ‘Martelaren, en ‘Getuigenis’.
De bundel begint met het titelgedicht uit 1940.
.
Geteisterd volk
.
Geteisterd volk, aan u mijn medelijden
Niet om het kruis in uw vertrapten tuin,
Niet om soldatengraf en stedepuin,
Om weezen, weduwleed en moederlijden.
.
Geen eik verheft in lichte lucht zijn kruin,
Die niet in donkren grond kon wortels spreiden.
De som der tranen is uw volks fortuin.
De nazaat zal uw sterkend leed belijden.
.
Maar wreeder is de teister van uw ziel:
Die als een roover in uw grenzen viel,
Preekt nu uw weerloos volk een valsche leer.
.
Let op uw zaak, o Holland, zie uw nood:
Wie schond uw grond en ’t eigen woord van eer?
De arische germaan, de stamgenoot.
.
Directory
Conceptuele poëzie
.
Omdat ik een stuk las over conceptuele kunst en poëzie ging ik op zoek naar vormen van conceptuele poëzie. Op de website https://www.poetryfoundation.org kwam ik een bijzondere vorm tegen van de conceptuele dichter Robert Fitterman (1959). Fitterman schreef vele boeken over conceptuele poëzie waaronder bundels met intrigerende titels als ‘No. Wait. Yep. Definitely Still Hate Myself’, ‘Holocaust Museum’ en ‘I Love You Forever, No Matter’.
Het gedicht ‘Directory’ is een doorlopend onderdeel van het epische Metropolis-gedicht van Robert Fitterman, dat het consumentistische stedelijke landschap door middel van de gevonden taal onderzoekt. Een directory van een niet bij naam genoemd winkelcentrum, aan elkaar gelust met poëtische zorg voor vorm, metrum en geluid. Fitterman’s namenlijst van bedrijven in een winkelcentrum lijkt net zo verdovend, dood en saai te zijn als de winkelcentrum-ervaring zelf, waarbij hij de waarheid uitdrukt in de non-expressiviteit van zijn taalkundige onderwerp.
.
Directory
.
Macy’s Hickory Farms
Circuit City GNC
Payless ShoeSource The Body Shop
Sears Eddie Bauer
Kay Jewelers Payless ShoeSource
GNC Circuit City
LensCrafters Kay Jewelers
Coach Gymboree
H&M
RadioShack
Gymboree The Body Shop
Hickory Farms
Coach
The Body Shop Macy’s
Eddie Bauer GNC
Crabtree & Evelyn Circuit City
Gymboree Sears
Foot Locker
Land’s End
GNC H&M
LensCrafters Kay Jewelers
Coach Land’s End
Famous Footwear LensCrafters
H&M Eddie Bauer
Cinnabon
LensCrafters
Foot Locker RadioShack
GNC GNC
Macy’s Sears
Crabtree & Evelyn Crabtree & Evelyn
H&M
Cinnabon
Kay Jewelers
Lands’s End
.
Anna Blaman
Lonkende leestafel
.
Afgelopen dinsdag was ik met nog 700 collega’s uit het hele land op het Nationale Bibliotheek congres. Ik was daar als geïnterresseerde maar ook als deelnemer aan één van de activiteiten ‘De lonkende leestafel’. De Lonkende Leestafel staat voor gastvrijheid in lezen. De Lonkende Leestafel brengt mensen met hun interesses samen, stimuleert het lezen en ontsluit kennis. Andere deelnemers aan deze activiteit waren bijvoorbeeld schrijver, dichter cen cultureel denker Gino van Weenen en dichter en organisator Meliza de Vries. Het onderwerp van onze bijdrage was Bubbels. Ieder van ons leeft in zijn eigen bubbel en hoe kun je nou op een creatieve manier inhoud geven aan je eigen bubbel of juist ontsnappen aan je bubbel en juist eens iets heel anders doen.
Op dit blog probeer ik altijd zoveel mogelijk buiten mijn eigen bubbel te treden door ook juist dichters en gedichten te delen die ik niet meteen zou lezen of die niet meteen tot mijn favorieten behoren. Juist om te zien wat er nog meer is onder de zon en of ik daar tussen misschien ook hele mooie gedichten of poëzie kan ontdekken. Tijdens onze performance heb ik Dries Roelvink aan Anna Blaman gekoppeld, twee inwoners van twee verschillende steden (Amsterdam en Rotterdam) uit twee verschillende culturen en tijdsgewrichten. Om te laten zien dat je, wanneer je buiten je eigen bubbel plaats neemt er soms hele mooie dingen te vinden zijn.
Van Anna Blaman heb ik haar achtergrond belicht en het gedicht ‘Flirtation’ gebruikt en voorgedragen.
Johanna Petronella Vrugt, beter bekend als Anna Blaman (1905-1960) was schrijfster en dichter. Blaman, openlijk lesbiënne, had haar pseudoniem zorgvuldig gekozen (Blaman staat voor Ben Liever Als MAN). Haar debuut in 1941! De roman ‘Vrouw en vriend’ veroorzaakte nogal wat ophef vanwege de homo-erotische passages.
.
Flirtation
.
De ganse stad zwicht in mijn vuist
en om de hemel niet te schenden
moet ik mij fluist’rend tot u wenden
in woorden honderdvoud gekuist
Wij zweven in de kleurenwand
van berstensmooi zeepbelgedroom
Ik manoeuvreer – en gij laat loom
alle verantwoording aan kant
Wanneer wij op een klip vergaan
zal ik u trouweloos verlaten
Ik kan uw liefde niet bestaan
en derailleer in eigen baan
zodra daar weerkeren de straten,
mijn pauperhart, mijn schoenzoolgaten
.
Het kleine meisje
Nâzım Hikmet
.
In de vuistdikke bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie, samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries staat een enorme schat aan gedichten van vrijwel elke Europese dichter die er toe doet. Vele bekende dichters en een groot aantal ( voor mij) onbekende dichters.
Zo ook de dichter Nâzım Hikmet Ran (1901 – 1963). Hikmet was een Turks dichter, toneelschrijver, romanschrijver, regisseur en memoires schrijver. Hij stond vooral bekend om zijn vloeiende lyrische manier van schrijven. Hij werd ook gezien als een romantische communist en romantische revolutionair. Hij werd regelmatig gearresteerd om zijn politieke ideeën en hij zat daardoor een groot deel van zijn volwassen leven in de gevangenis of buiten Turkije als politiek vluchteling. Zijn gedichten werden in meer dan 50 talen vertaald.
In 1981 verscheen het Masereelfonds in Gent de bundel ‘Turkse gedichten’. Daar komt ook de vertaling vandaan van het gedicht ‘Het kleine meisje’ door Joris Iven en Perihan Eydemir.
.
Het kleine meisje
.
Bij zovelen klopte ik aan,
wie weet, ook bij jou misschien.
Maar doden zijn onzichtbaar,
ik kan me niet laten zien.
.
Het is nu tien jaar geleden
dat ik in Hiroshima stierf.
Ik ben een meisje van zeven,
dode kinderen groeien niet.
.
Eerst vatte mijn haar vuur,
dan verbrandde mijn ogen.
Ik werd een handvol as,
mijn bloed is vervlogen.
.
Ik vraag van jullie niets,
je hoeft niet te boeten.
Een kind dat verbrandde
kan niet eens meer snoepen.
.
Ik klop weer bij jullie aan:
geef me toch je woord van eer.
Laat de kinderen snoepen.
en doodt hen nooit meer, nooit meer.
.
Ik heb Goddank twee goede longen
Gerrit Komrij
.
Schreef ik afgelopen zaterdag nog over Bilderdijks’ hekel aan sigaretten en tabak, vandaag een tegengeluid van Gerrit Komrij. Lezend in zijn bundel ‘Ik heb Goddank twee goede longen’ (fijne titel ook, uit 1978, 2e druk) kwam ik het gedicht ‘Hoog op de gele wagen’ tegen. Dit is het eerste gedicht uit ‘Het derde stuk’ met de titel ‘Natuur ligt in dromen verzonken’. De bundel bestaat uit 6 stukken (of hoofdstukken zo je wil). De titel van het gedicht ontgaat me eerlijk gezegd (tenzij het geel een verwijzing is naar de zwaveldamp om je hoofd) maar dat maakt het gedicht er niet minder fraai op.
Niet alleen als tegenhanger van Bilderdijks’ ‘T nicotiaanse kruid’ maar ook als stille klacht tegen alles en iedereen die zo nodig heel gezond doet of vindt dat ie gezond moet doen.
.
Hoog op de gele wagen
.
Je hebt Goddank twee goede longen, want als je
Rookt dan piep je niet. Je hebt ook een goed hart
Daarbij, want dans je voor je bed een walsje
Dan voel je je dolgesprongen, niet benard.
.
Je hebt immers een zéér fijne neus voor vuile
Lucht, en slinks bespoten snijboontjes en sla.
Om het tarweloze kadetje kan je huilen,
En je grijpt zesmaal ‘daags naar de tandpasta.
.
Doch iedere avond laat hoor je, als verlamd,
Weer die stem die je zegt dat je in alles faalde,
En: ‘Beter een half uur gelukkig in de zwaveldamp
Dan tien jaar maf tussen de dennenaalden.’
.
‘T nicotiaansche kruid
Bilderdijk
.
Velen zullen de naam van Willem Bilderdijk kennen maar maar weinigen zullen zijn werk kennen. Bilderdijk (1756 – 1831) was geschiedkundige, taalkundige, dichter en advocaat. In 1776 bekroonde het Leidse dichtgenootschap ‘Kunst wordt door Arbeid Verkreegen’ zijn vers over de Invloed van de dichtkunst op het staetsbestuur met de gouden medaille. Zijn ambitie om zich geheel aan de dichtkunst te wijden, werd door zijn strenge vader, die arts was en later belastinginspecteur, niet gesteund. In hetzelfde jaar begon hij met tegenzin als boekhouder op het kantoor van zijn vader te werken. In 1780 kon hij, inmiddels bekend als dichter en in contact met Rhijnvis Feith, beginnen aan zijn studie rechten te Leiden. Twee jaar later rondde hij deze studie af en vestigde hij zich als advocaat te Den Haag. In 1781 zag zijn bundel met licht erotische verzen, ‘Mijn Verlustiging‘, met de door hem zelf geëtste vignetten, het licht.
In 1981 verscheen bij uitgeverij Bert Bakker een bloemlezing uit zijn gedichten getiteld ‘Ik reikhals naar het graf’ samengesteld door Peter van Zonneveld. In deze bundel korte en langere stukken, fragmenten en gedichten. Toen ik de bundel doorlas bleef ik hangen bij ‘T nicotiaansche kruid. In dit lange gedicht gaat Bilderdijk tekeer tegen de slechte invloed en het ‘vergift voor borst en ingewand’ de tabak. Misschien moet Bénédicte Ficq Bilderdijk als boegbeeld nemen in haar strijd tegen de tabaksindustrie.
Hier een fragment uit dit lange gedicht. De hele tekst is digitaal terug te lezen op http://www.dbnl.org/tekst/bild002dich08_01/bild002dich08_01_0023.php
.
‘T nicotiaansche kruid
.
Is dit genoeg
Een stuk of wat gedichten
.
In 1983 publiceerde Elsevier in de serie Elseviers literaire serie de themabloemlezing ‘Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten’. Honderd jaar Noord- en ZuidNederlandse poëzie (1880 – 1980) in dertig thema’s samengesteld door C. Buddingh’ en Eddy van Vliet. Dit is deel 1 ( er is ook een deel 2) en de thema’s zijn Afscheid, angst, arbeid, dood, droom & illusie, eenzaamheid, engagement, eros, geluk, god, humor, jaargetijden, kind, liefde en moeder.
Tegenwoordig zouden de samenstellers ongetwijfeld voor andere thema’s kiezen. Vooral de thema’s engagement, arbeid en eenzaamheid vind ik interessant. Uit de bundel ‘Om zo de volledige mens te tonen’ uit 1970 van de dichter J.P. Guépin (1929 – 2006) nam men het gedicht ‘De Tsjechische emigré’ . Na de inval van de Sovjet Unie in Praag (1968) de zogenaamde Praagse lente, vluchten veel Tsjechen naar het Westen waaronder Nederland. Over één van die vluchtelingen gaat dit gedicht.
.
De tsjechische emigré
.
zong hij daarom
het russische volkslied
met zijn schallende stem
in de nachtelijke straten
van Bloemendaal
.
omdat hij vond dat het tijd werd
dat de Russen hier ook eens kwamen,
,
of was hij dronken?
.















