Categorie archief: Erotische poëzie
Kat in het bakkie
Charles Bukowski
.
Op internet las ik het gedicht ‘the mockingbird’ van één van mijn favoriete dichters Charles Bukowski (1920 – 1994). Een van de reacties onder het gedicht was: A morbidly beautiful poem. En dat is het, een prachtig maar morbide gedicht. Toen ik het las moest ik denken aan een bericht van eerder dit jaar. De Vogelbescherming bracht toen een bericht naar buiten dat per jaar maar liefst 18 miljoen vogels door katten worden vermoord. Nu ben ik zelf een kattenmens en weet uit de eerste hand hoe het is om een poes of kat met een vogeltje rond te zien sjouwen. Volgens de woordvoerder van de Vogelbescherming loopt de populaties van huis-, tuin- en keukenmusjes, koolmeesjes en weidevogels namelijk snel terug. Allemaal zijn ze niet veilig voor de kattenklauwen. “Mensen met een kat moeten hun verantwoordelijkheid nemen, een kat kan in het broedseizoen beter binnen blijven.”
Aangezien ik zeer binnenkort weer twee jonge poezen krijg zal ik deze aanbeveling ter harte nemen. Een belletje om hun halsband helpt al (dan horen vogels ze aankomen). Overigens loopt het broedseizoen van huis- tuin- en keuken en weidevogels van ca. begin maart tot ca. begin juli.
Om terug te komen op de poëzie rond dit onderwerp, het gedicht ‘the mockingbird’ verscheen voor het eerst in 1972 in de bundel ‘Mockingbird Wish Me Luck’.
.
the mockingbird
.
Amoureus liedje
Bertus Aafjes
.
In 1940 debuteerde dichter en schrijver Bertus Aafjes (1914 – 1993) de bundel ‘Het gevecht met de Muze’. In die tijd was Aafjes nog heel actief als dichter. In 1953 verscheen zijn (toen nog) laatste gedichtenbundel ‘De Karavaan’ nadat hij gebrouilleerd raakte met de literaire wereld door zijn verzet tegen de Vijftigers (die hij van fascisme betichtte). Later in zijn leven zou Aafjes toegeven dat hij zich enorm vergist had en dat zijn afkeer van de Vijftigers al kort na het verschijnen van de gewraakte artikelen was omgeslagen in bewondering.
Pas in 1980 verscheen er weer poëzie van zijn hand met de bundel ‘Deus sive natura’ met erotische gedichten, maar die werd niet onverdeeld positief ontvangen. Gerrit Komrij schreef erover in een recensie: “Zijn erotische pennevruchten worden niet gered door poëzie, maar geaborteerd door dichterlijkheden. Schallende hoogdravendheid komt in de plaats van geladen suggestie. Het resultaat is, het spijt me dat ik het moet zeggen, erger dan de goedkoopste pornoshow. Je loopt er hersenplatjes van op.”
In zijn debuut staat het gedicht ‘Amoureus liedje in de morgenstond’ (voor clavesymbel) dat ook zeker een (licht) erotisch gedicht genoemd mag worden. Overigens las ik op het blog http://blog.despinoza.nl/ de uitspraak van Aafjes (Aafjes was – in ieder geval lange tijd – devoot katholiek die zich verzette tegen kerkelijke structuren, verhoudingen en normen)
“Er zijn vele wegen maar de juiste weg is de weg ertegen, niet de weg eronder – dat is onderkruiperij -, niet de weg erover – dat is pluimstrijkerij -, maar de weg ertegen – tegen alle wegen in en dat is van de wijsheid nog maar het begin.” Een uitspraak die Peter R. de Vries als lijfspreuk had.
.
Amoreus liedje in de morgenstond
.
(voor clavesymbel)
.
Wanneer ik in de morgenstond,
gezeten bij het vuur, ontroerd
zie hoe het liefje rijgt en snoert
aan het corset met strakke mond,
.
en hoe haar boezem honingblond
zich boven de omheining roert,
alsof haar hart op springen stond,
.
dan wordt ik heimelijk gewond,
om zooveel wilde praal en pracht
in de baleinen saamgebracht
en zegen met half-open mond,
de mist, de mei, de morgenstond.
.
Poesie 1
Thom Gunn
.
In de Morvan (Frankrijk) kocht ik in een kringloopwinkel een deel van de in serie uitgegeven pocketbundels ‘Poesie’, in dit geval Nummer 69-70 uit 1979 met de titel ‘La nouvelle Poesie Anglaise’. Het feit dat in dit deel Engelse dichters met Engelse gedichten staan heeft me doen besluiten het bundeltje te kopen. Helaas is mijn Frans dermate slecht dat ik Franse poëzie niet kan lezen, maar Engelse wel. In dit bundeltje gedichten van Seamus Heaney, Adrian Henri, Ted Huges, Philip Larkin, Sylvia Plath en Thom Gunn.
De laatste dichter kende ik wel van naam maar niet van werk en omdat de gedichten (ook) in het Engels zijn opgenomen kocht ik dit bundeltje en ik werd niet teleurgesteld. Het gedicht ‘Courage, a tale’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Jack Straw’s Castle’ uit 1976, bracht meteen een glimlach op mijn gezicht. Reden genoeg dit gedicht hier met jullie te delen.
Thom Gunn (1929 – 2004) was een Engelse dichter die werd geprezen om zijn vroege verzen in Engeland, waar hij werd geassocieerd met The Movement (waartoe ook Philip Larkin behoorde), en zijn latere poëzie in Amerika, zelfs nadat hij naar een lossere, vrij-vers stijl overstapte. Nadat hij van Engeland naar San Francisco was verhuisd, schreef Gunn over homogerelateerde onderwerpen, met name in zijn beroemdste werk, ‘The Man With Night Sweats’ uit 1992, evenals over drugsgebruik, seks en zijn bohemien levensstijl. Hij won grote literaire prijzen; zijn beste gedichten zouden een compacte filosofische elegantie hebben. Of dat ook opgaat voor ‘Courage, a tale’ laat ik aan de lezer over.
.
Courage, a tale
.
There was a Child
who heard from another Child
that if you masturbate 100 times it kills you.
.
This gave him pause;
he certainly slowed down quite a bit
and also kept count.
.
But, till number 80,
was relatively loose about it.
There did seem plenty of time left.
.
The next 18
were reserved for celebrations,
like the banquet room in a hotel.
.
The 99th time
was simply unavoidable.
.
Weeks passsed.
.
And then he thought
Fuck it
it’s worth dying for,
.
and half an hour later
the score rose from 99 to 105.
.
.
Nog maar eentje dan
vrij me
.
Hoewel het eigenlijk tegen mijn ‘principes’ is om heel snel twee gedichten uit een zelfde dichtbundel te plaatsen wil ik hier toch een uitzondering maken voor de bundel ‘hoe angst klinkt’ van Hans Hagen (1955). Lezend in deze bundel kom ik zulke pareltjes van gedichten tegen dat ik gewoon nog een gedicht uit deze bundel ga plaatsen. Dit keer het gedicht ‘vrij me’ een zwoel, onrustig en erotisch gedicht waar vooral heel veel suggestie uit klinkt.
.
vrij me
.
dat buurvrouw gluurvrouw
zelf haar kinderen heeft gemaakt
is volgens mij gelogen
ze ziet er zo groes en
anti-vrij-me-nou uit
maar
haar dochter ’s avonds laat
voor het raam
van de kamer waar ze slaapt
als zij zich koeltjes
omkleedt en draait
uitdagend de gordijnen open
en heel goed weet dat ik daar sta
ja die
ja dan
.
Alles uit
Hans Hagen
.
In 2012 gaf uitgeverij Querido de bundel ‘Hoe angst klinkt’ van Hans Hagen uit. Hans Hagen (1955) ken ik al heel lang, hij schrijft kinderverhalen waarvoor hij vele griffels heeft mogen ontvangen, maar ook Vlag en Wimpels en in 2008 de Woutertje Pieterse prijs. Samen met Monique Hagen (zijn echtgenote) publiceerde hij een aantal dichtbundels en zijn werk is in vele talen vertaald.
‘hoe angst klinkt’ bevat 50 gedichten in 3500 woorden en 5 tinten blauw (volgens de achterflap). Veel pareltjes maar het gedicht ‘alles uit’ trof mij meteen en daarom vandaag dit gedicht op dit blog.
.
alles uit
.
ik beschrijf je het liefst
van onder tot boven
lichte streken
krullen en strepen
kuiten en dijen
achter en voor
als je opzij
nog beter erbij
borst en buik
lippen getuit
ik beschrijf je het liefst
als alles uit
.
Winterochtend
Herman de Coninck
.
Staand voor mijn boekenkast realiseerde ik me dat het alweer enige tijd geleden was dat ik in een bundel van Herman de Coninck las. Een aantal jaar geleden na de Coninck (1944 – 1997) als dichter ontdekt te hebben, las ik hem veel en schreef ik ook veel over hem. Maandenlang was hij dichter van de maand, de oervader van deze rubriek. Maar zoals dat soms gaat, na een overdosis van een dichter volgt er een tijd zonder.
Maar deze week las ik opnieuw in de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975 zijn tweede bundel na zijn debuut ‘De lenige liefde’. Ik koos uiteindelijk voor het gedicht ‘Winterochtend’ misschien wel door de hitte van de afgelopen dagen, maar waarschijnlijk vooral omdat het zo’n mooi gedicht is.
.
Winterochtend
.
Ik hou van ochtendlijk vrijen,
vóór alles weer moet
nog even mogen. En nadien buik aan rug
nog wat tegen elkaar aanliggen in de klaarte
van net-klaargekomen-zijn.
.
Buiten ligt alles helder vastgevroren,
een klare vriesochtend is altijd klaarder
dan een zomerochtend, ongeveer zoals
helderheid in een zwart-witfilm
helderder is dan in kleuren.
Alles is zichtbaar. De naakte feiten
hebben koud.
.
Maar wij niet. Na de liefde buiten komen
is zoiets als van de sauna
in ijskoud water springen: je voelt het
nauwelijks. Je voelt het net genoeg
om je ijzersterk te weten.
.
Tederheid zal ik u noemen
Aleidis Dierick
.
Erotische poëzie komt in vele vormen. Voor wie de verscheidenheid van dit subgenre wil leren kennen zou ik zeggen, klik onder de kop categorieën op dit blog eens op Erotische poëzie en er gaat een wereld voor je open. Van rauw, recht voor zijn raap en expliciet naar lieflijk, poëtische en omfloerst.In de subcategorie lieflijk valt ook het gedicht ‘Tederheid zal ik u noemen’ van de Vlaamse dichter Aleidis Dierick (1932). Dierick debuteerde in 1977 met de bundel ‘Een zomer voorzien’ en publiceerde vooral poëziebundels in de late jaren ’70 en jaren ’80. Haar laatste publicatie is van 2015: ‘De kerselaar’, Dagboek van een minnares. Een gedicht.
Dierick publiceerde gedichten in diverse literaire tijdschriften en haar werk vond meermaals de weg naar gezaghebbende bloemlezingen zoals ‘Dichters van deze tijd, Groot Nederlands Verzenboek’ en ‘De 100 beste gedichten van deze eeuw’. Ook in de veelbesproken bloemlezing van Gerrit Komrij vinden we drie van haar gedichten terug, en in de als postmodernistische bestempelde bloemlezing ‘Hotel New Flandres’ namen Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters vijf gedichten van haar op.
Het gedicht ‘Tederheid zal ik u noemen’ staat in haar bundel ‘Gedichten voor een man’ uit 1978. Ze schreef hierover: ‘Als ik u niet bemin, leef ik in zonde.’ Niet hartstocht, maar het gebrek eraan zijn zondig. Deze ‘omgekeerde wijding’ uit de bundel, ‘Gedichten voor een man’, zou Aleidis Dierick nooit meer loslaten.
.
Tederheid zal ik u noemen
.
Gij maakt mij wilder wilder dan gras
en bloemen, ik die al wilder dan water ben
hoe zal ik u in mijn hartstocht noemen
u die ik nauwelijks ken.
.
Zal ik u lief en beminde noemen
in hoeveel namen vloeit gij mij uit
nooit stond een zomer zo te bloeien
in al zijn linden in al zijn kruid.
.
Hoe zal ik u in mijn kamer noemen
als gij schreiend uw mond drukt aan mijn huid
als gij stamelend man wordt in al uw zoenen
tederheid zal ik u noemen.
.
Eilandvrouw
Gerda Posthumus
.
Ik realiseerde me bij het teruglezen van veel erotische gedichten dat deze maar wat vaak door mannen zijn geschreven. Nu zijn er natuurlijk ook vrouwelijke dichters die het erotische gedicht in hun werk opnemen (bijvoorbeeld Evy Van Eynde in ‘Amour Florale’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/09/21/erotisch-gedicht-3/).
Toch vond ik het tijd om weer eens een erotisch gedicht te plaatsen van een vrouwelijke dichter. Op zoek naar een goed voorbeeld kwam ik uit bij Gerda Posthumus (1960). Deze eilanddichter van Vlieland publiceerde in 2015 de bundel ‘Deining rimpeling onderstroom’ bij uitgeverij Kontrast.
Het betreft het gedicht ‘Eilandvrouw’.
.
Eilandvrouw
.
Ik lig aan zee, de vloed komt op
likt mijn voetzolen, kietelt de tenen
slaat rondjes om enkels
onbeweeglijk en met ogen dicht verlaat ik
me op de haast brutale wijze
waarmee ze me langzaam naar binnen slikt
kuiten streelt, de holten van mijn knieën
masseert terwijl ik handreikend openga
de volle kracht ervaar die mijn bekken doet
kantelen in haar branding, ik breek
in een overspelige golf, rug tot op de graat
gespannen, armen afwerend opgeheven
voel ik de wurggreep die
mijn tepels spitst
mijn tieten opricht
mijn haren verwiert
mijn ogen oplicht
ik ben
een eilandvrouw verdomme!
.
De huid kent geen woorden
Max Dendermonde
.
Als het gaat om erotische poëzie dan zijn er verschillende smaken. de een houdt meer van duidelijke taal, recht toe recht aan maar wel poëtisch en de ander houdt meer van beschrijvend, gebruik makend van bijzondere woorden en uiteraard ook poëtisch. Zo’n bijzonder woord is vagijn. Ik vind dat een prachtig woord voor het vrouwelijk geslachtsdeel, niet vulgair en toch duidelijk. Dus wanneer ik een erotisch gedicht lees waarin dit woord voor komt dan word ik meteen enthousiast.
In het gedicht ‘De huid kent geen woorden’ komt niet alleen dit voorkeurswoord terug maar wordt op treffende en poëtische wijze het liefdesspel beschreven. Het gedicht komt uit de bundel ‘Soms een paar uur van tweezaamheid’ uit 1987 van Max Dendermonde (1919 – 2004).
.
De huid kent geen woorden
.
Wij zijn naakt, liggen verloren over elkaar;
ik prijs verrukt het vochtige fluweel van haar dijen,
de gladde billen, de handkracht van haar vagijn en
wat zij daarbij doet met haar wang, tong, lippen, haar.
.
Hou je echt van me, liefste, echt? O ja o ja.
Je komt hier toch niet alleen om met me te vrijen?
Ook om wat ik ben? De boeken die ik lees en
hoe jij je kleedt, je hier woont, je praat. Is dat waar?
.
Al zo lang zo mateloos moe van de waarheid,
duffe adem, boertjes, winden, snurken in bed,
niets schoner dan een adembenemende leugen.
.
Ik voel wat zij doet met haar hand: het is paartijd,
weer komt een nieuw uur onder de oeroude wet
van huid, waarheid, die lust en leugen bevleugelt.
.
Zij als inktvis
Hugo Claus
.
Over erotische poëzie zijn nogal wat meningen. Je houdt ervan of je houdt er niet van, zei ooit een dichter tegen mij. Maar eigenlijk kun je zoiets niet zeggen. Dat is net zoiets als zeggen dat je niks hebt met voetbal behalve als het Nederlands Elftal speelt. Eigenlijk zeg je dan: Ik hou niet van voetbal in het algemeen maar wel van het spel van het Nederlands elftal. En die nuance zou je ook richting erotische poëzie kunnen hebben. Ik schreef al vaak over erotische poëzie en gaf daar evenzoveel voorbeelden van. Dat ging van omfloerste beschrijvende Arabische poëzie, tot voorname klassieke poëzie en van redelijk platvloerse maar oh zo vermakelijke poëzie (‘Kutgedicht’ van Jules Deelder) tot aan erotische poëzie over planten (‘Amour Florale’ van Evy Van Eynde).
Wie het genre ook beheerste was Hugo Claus en ook weer op zijn heel eigen manier. In heel directe taal zonder franje, grof soms en duidelijk beschrijft hij in ‘Zij als inktvis’ het liefdesspel tussen de dichter en een vrouw.En ook hier is er de erotische spanning voelbaar terwijl er op poëtisch gebied ook veel te genieten valt. Het gedicht ‘Zij als inktvis’ komt uit de bundel ‘Het huis van de liefde’ uit 1999.
.
Zij als inktvis
.
Die inktvis met tongen en tieten
houdt van mij en ik van haar
uit lijfsbehoud.
Hoor mij blaten tegen haar gaten.
.
Als zij knipoogt met haar vele schele ogen
geeft zij licht in het water.
Zij heeft het altijd koud.
Ik nies terwijl ik grond verlies.
.
Zoveel tentakels, zoveel obstakels.
Misschien is het daarom dat ik haar zo bemin,
daarom zo grenzeloos wil vergeten
in haar klamme spleten
wat ooit mijn bestemming was
op het begrensde aardse gras.
.
Als ik haar nappen om mij voel sluiten
en haar zuigen merk tot in mijn merg,
wil ik knappen, kraken en verzuipen.
.
Ver van haar en haar doem en haar domein
en in de maat der mensen
ben ik ontmand en wandel wensloos als een hoen.
.
Alleen bij haar ben ik, alhoewel haar prooi,
een meester in het beestige.
Mijn zuurstof is haar onverbiddelijk groen.
.














