Hanoi

Kira Wuck

.

Zoals ik al eerder deze maand schreef zijn er verschillende dichters bekend en gepubliceerd zijn, die op enig moment aan de Turing gedichtenwedstrijd hebben meegedaan. Kira Wuck (1978) is ook iemand die meedeed aan deze wedstrijd. In de bundel van 2016 staat ze bij de 100 beste dichters. Wuck studeerde aan de Hogeschool Utrecht en volgde de schrijfopleiding aan de Schrijversvakschool. In 2011 brak zij door op het podium toen zij de NK Poetry Slam won. Een jaar later verscheen haar debuutbundel ‘Finse meisjes’ dat in 2013 bekroond werd met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en de Jo Peters Poëzieprijs. In 2018 verscheen haar tweede bundel ‘De zee heeft honger’.

.

Hanoi

.

In een goedkoop hotel waarvan het behang van de muren bladdert

kijken katten koortsachtig uit hun ogen

ze geven hun gasten kopjes zodat ze niet langer blijven

het zijn altijd anderen die kou mee naar binnen dragen

als luizen onder hun kraag

.

een jonge man die zijn kamer niet verlaat

denkt dat de wereld uit zijn vingers loopt

weilanden uit zijn jeugd drijven voorbij

zo ligt hij al eenentwintig dagen

hij droomt ervan zichzelf uit foto’s te knippen

in een land waar de lucht zwart is en opium niet duur

.

Fluisteringen in het duister

MUGzine #15 is uit!

.

Aan het eind van 2022, het derde jaar dat MUGzine verschijnt, komen we met een behoorlijk internationale editie. Een dichter woonachtig in Duitsland, een Vlaams dichter, twee Nederlandse dichters en een Poolse kunstenaar woonachtig in Schotland. En nummer 15 is, zoals altijd het decembernummer, weer een luxe editie.

Wie hebben bijgedragen aan #15? Dat zijn de dichters Simon Mulder, Lennard van Rij, Michiel Ris en Geert Viaene en kunstenaar Nika Novich (@nika.novich.art). Nummer 15 is daarmee weer een feest van poëzie geworden. Op mugzines.nl is ie zoals altijd weer gratis te lezen en te downloaden maar voor de ware liefhebber van gedrukte poëzie is er natuurlijk ook de papieren versie. Wil je MUGzine op papier ontvangen mail dan naar mugazines@yahoo.com

Voor een paar euro sturen we je elk gewenst nummer toe. Of doe jezelf een plezier, ontzorg jezelf en wordt donateur, dan sturen we je een jaar lang elk nieuw nummer automatisch via de post toe. In #15 een ander voorwoord dan je van ons gewend bent, en natuurlijk een Luule.

Om in de stemming te komen hier een gedicht van Lennard van Rij (1980) getiteld ‘Lorca’ over dichter Federico Garcia Lorca (1898-1936).

.

Lorca

.

‘And you, Garcia Lorca, what were you doing down by the watermelons?’

– Allen Ginsberg

.
Bij de olijfboom, had de man gezegd.
Maar zelfs na eenenvijftig dagen graven in Granada:
geen Federico, alleen de groene wind in de olijven
en dit spook door Europa, zijn stigmata trekken
rode sporen door Andalusië.

De doden leven hier, hun ribben steken door het vel
van uitgedroogde teefjeshonden, hun woorden voeden als
doordachte as de dorre, omgewoelde aarde – wouden
die eens hun lichamen waren, wiegen wijs en vredig:
de wereld leert.

Maar wat te denken, Federico, van het woud van stads metaal
dat ons vanavond aanstaart, strijdbare wolkenkrabbers
mysterieloze lichtmachinerieën, deze supermarkt
vol lijken, gram van zwellende druiven en geplukte olijven?

Wat is er over, nu hun stof is ingeblikt
en blik geworden, van die eindeloze geesten, onvatbaar
voor het eindig universum? Waar is hun rijk van
wassend graan, wie bakt nog hun bedachtzaam brood?

En als straks alle wouden mensen zijn geweest, de mensen wouden
hoe wreed zal de natuur dan zijn? Tot waar reiken de wapens?
Zien anarchistische bananen dan reikhalzend uit naar winkeljongens?
Storten meloenen zich voorover, vuren wouden naalden naar elkaar?

En zal de dichter weer verdwijnen?

.

MUGzine is een initiatief van Wouter van Heiningen (MUGbooks) en Marie-Anne Hermans (Poetry Affairs) in samenwerking met Bart van Heiningen (Brrt.graphic.design).

 

Vrolijke vrijdag

Herman Finkers

.

Nu het weer is omgeslagen, de dagen grijs, nat en koud zijn geworden, heeft iedereen wel behoefte aan wat warmte en ontspanning lijkt me. Daarom introduceer ik hier de ‘vrolijke vrijdag’ en zal ik de komende vrijdagen op dit blog louter humoristische, absurde, slapstickachtige, gekke en ironische gedichten plaatsen. Dat veel van deze gedichten light verse zijn spreekt bijna voor zich, daar de beoefenaren van dit genre vaak uitblinken in scherpe, komische en vrolijke poëzie.

Vandaag wil ik beginnen met een gedicht (liedtekst) dat meteen in de titel al goed de toon zet. Het is het getiteld ‘Vinger in de bibs’ van cabaretier en plezierdichter Herman Finkers (1954). Het gedicht is genomen uit ‘Ich bin ein Almeloër’ uit 1996 en te beluisteren via YouTube.

.

Vinger in de bibs

.

De canyonkreekjes tintelen

de zon komt prachtig op

stiekem zit een bloempje

te gluren uit haar knop.

De ochtend wekt de prairie

een cowboy is al op

vertroetelt met zijn merrie

dat bloempje in galop.

.

De cowboy, hij heet John,

stopt bij Mary-Lou

en bedelt Mary-Lou:

‘Zeg Mary-Lou, word jij mijn vrouw?’

Zij raakt geprikkeld warm daarvan

want John als man dat is niet niks

en stopt uit pure geestdrift dan

een vinger in haar bips.

.

Geschrokken stottert John:

‘Wat onbeschaafd gedouw

je bent een grote viesterd

ik zoek een andere vrouw.’

Beschaamd stamelt zij:

‘Ik heb al reeds berouw

vergeef mijn rappe vinger

en trouw je Mary-Lou.’

.

De liefde vat weer vlam

en lekker warm wordt John

zij zucht dan tegen John

‘Mijn hart hijgt naar jou, o John.’

John schenkt haar voor de eerste keer

een kus die knapt als verse chips

dan stopt ze – gatverdakke –

weer een vinger in haar bips.

.

De druppel die de emmer

hij stapt weer op zijn paard

ziet af van zo’n vies meisje

verdwijnt in volle vaart.

En Mary-Lou, ’t is droevig

zij weent er onbedaard

en wordt door alle roddel

als bruidje niks meer waard.

.

Puisten en de pest

o, elke nare kwaal

ze kreeg het allemaal

dus luistert meisjes allemaal

zoekt u een levenscompagnon

voeg bij uw lijst van huwelijkstips

de raad van dit chanson

stop nooit een vinger in uw bips.

.

Waren er vroeger al ijstijden?

Gelooft u in dood na het leven?

Is er ook flora en fauna in het dierenrijk?

.

– Mag ik een boterham?

,

Nee.

.

.

 

Een pleidooi voor inspiratie

Overheid van nu over poëzie

.

Op de website Overheid van nu staat een interessant artikel van begin 2022 onder de titel ‘Alternatieve leestips: een pleidooi voor inspiratie’. Toen ik op het artikel stuitte en het had gelezen wist ik dat ik hier een blogpost aan zou wijden. In het kort is het artikel een aansporing aan professionals werkzaam bij de overheid om (meer) vrij te denken door het lezen van poëzie. Of, zoals het in het artikel wordt verwoord:

“Gedichten stimuleren je om vrij te denken, omdat er geen goed of fout is als het gaat om kunst. Er worden geen meningen gepresenteerd, maar vergezichten. Dat gunnen we alle professionals die interbestuurlijk samenwerken aan de grote maatschappelijke opgaven van nu.”

In het artikel wordt verwezen naar de bundel ‘Olijven moet je leren lezen’ van Ellen Deckwitz, de voormalig dichter des vaderlands (2013-2017) Anne Vegter wordt aangehaald en het artikel wordt geïllustreerd met regels en strofen uit gedichten van bovenstaande dichters en Lieke Marsman, Tjitske Jansen, Rodaan al Galidi, Hagar Peters en Joost Baars. Zo wordt er gesteld, en ik ben het daar zeer mee eens, dat: Wie poëzie leest, loopt het gevaar verliefd te worden op zinnen die je vervolgens de rest van je leven bij je draagt.

Ik denk dat iedere poëzieliefhebber een of meer dichtregels uit het hoofd kent omdat deze ooit een verpletterende indruk heeft gemaakt. Ook ik ken vele regels uit mijn hoofd, ik heb er al eerder over geschreven, uit gedichten van Judith HerzbergVasalisRemco Campert en verschillende uit gedichten van Jules Deelder.

Het artikel eindigt met: “Poëzie neemt verschillende gedaantes aan: die van vergezicht, verdieping, vermaak, confrontatie, inspiratie of ontspanning. Die waarden gunnen we alle professionals die interbestuurlijk samenwerken aan de grote maatschappelijke opgaven van nu. Daarom dus poëzie als leestip op Overheid van Nu.” Een waardevolle tip lijkt me, elke dag poëzie lezen verrijkt je leven, je taal en je verbeeldingsvermogen. En ja sommige poëzie is niet meteen te begrijpen. Deckwitz schrijft hierover:  “Beginnen met lezen van poëzie is ermee akkoord gaan dat je niet meteen alles begrijpt. Maar wel dingen gaat aanvoelen.”

Een compliment voor de (anonieme) schrijver van dit artikel, hopelijk wordt het door vele ambtenaren gelezen en in praktijk gebracht. Natuurlijk een gedicht, dit keer van Ellen Deckwitz getiteld ‘Fietsen’ dat gepubliceerd werd in literair tijdschrift Liter jaargang 12 in 2009.

.

Fietsen

.

Toch knap dat u erin slaagde
het evenwicht te bewaren
op enkele pinkdunne buisjes
die met schroefjes en wat draad
aan twee wieltjes waren vastgemaakt.
.
Het enige wat u moest doen,
was de boel draaiende houden en de bel
alleen in noodgevallen aan te slaan
het kost wat
.
maar een melkgebit later
schept u er tijdens feestjes over op
tot u echt naar huis moet.
.
Daar gaat u dan
– op uiteraard de fiets –
toch even tonen dat u
ook met één hand kan
en dan ook de andere boven
het is net watertrappelen
voor gevorderden met als grande finale
voeten op het stuur en met de punt
van uw neus nog even tingeling en dan zoveel applaus
dat wanneer u op de brancard geladen wordt
er nog even door uw gedachten schiet
.
hoe knap het is,
dat u fietst.
.
.

Belvedère

Peters over Wieg

.

In zijn debuutbundel ‘Belvedère’ uit 2021 denkt dichter Arjan Peters terug aan gestorven schrijvers, vrienden en familie, aan een voorbije liefde, aan de onvoltooide verzen van geliefde dichters, en aan het leven en de liefde in het heden. Peters (1963) studeerde Nederlands en is al dertig jaar bekend als literatuurcriticus, columnist en interviewer.

In deze bundel staat ook het gedicht ‘Rogi Wieg’. Toen ik dit gedicht las wist ik dat ik dit ging plaatsen in de categorie dichters over dichters. Peters beschrijft een ontmoeting met schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en muzikant Rogi Wieg (1962-2015) die leed aan ernstige depressies waardoor hij driemaal een poging tot zelfmoord deed. Uiteindelijk overleed Wieg door euthanasie wegens ondraaglijk psychisch en lichamelijk lijden. Dit aspect komt in het gedicht duidelijk naar voren. Het gedicht is het openingsgedicht van het hoofdstuk ‘Met het einde voor ogen’.

.

Rogi Wieg

.

Eén oog bleef leep geloken boven de bunny
op je badjas, en grijnzend gaf je me een trilhand
toen ik jouw afscheid van de lezers kwam noteren
.
zonder idee hoe zoiets moet, maar dat had jij
al evenmin. Hartbrekende taferelen had ik vermoed
maar jij ging op je keyboard zitten spelen
.
en zong er een blues bij. Zei even later, verbaasd:
‘Wat ging het snel, het leven.’ De goulash was goed
en al verzekerde je me hoe dood je wilde
.
omdat jouw toverdraad al lang gebroken was
en er geen apotheek bestand bleek tegen de wildgroei
van kwalen waar je zelf zo geboeid van verhaalde –
.
in gekke opgewektheid reed ik weer naar huis.
Het wezenlijke gaat vanzelf
en snel. Niemand kan het je leren.

.

Mantelzorg

Dubbelgedicht

.

Ik schreef al over de dichtbundels die werden uitgegeven naar aanleiding van de Turing gedichtenwedstrijd. Zo ook in 2014. Al bladerend in ‘Liegen op een hoger plan’ viel me iets op: twee gedichten die het tot de beste 100 gedichten van dat jaar brachten hebben de identieke titel ‘Mantelzorg’.  Even dacht ik dat het woord Mantelzorg in 2014 voor het eerst gebruikt werd maar dat blijkt niet het geval. De term ‘mantelzorg’ is in 1972 bedacht door hoogleraar ziekenhuiswetenschappen Johannes Hattinga Verschure (1914-2006). Hij duidde hiermee de zorg aan die als vanzelfsprekend binnen een sociaal netwerk wordt geboden, zoals de zorg voor een zieke door familieleden en vrienden.

Puur toeval dus en nog een groter toeval dat beide gedichten de beste 100 van de Turing wedstrijd haalden. De twee gedichten werden geschreven door Gerrit Massier en Lotte Methorst. Van Gerrit Massier (1944) werden gedichten gepubliceerd in De Revisor, De Tweede Ronde en Tirade. In 2007 verscheen zijn bundel ‘Zacht graniet’ en in 2017 de bundel ‘Even is het stil’. Over Lotte Methorst is behalve haar deelname aan de Turing gedichtenwedstrijd als dichter niets te vinden.

Beide gedichten dus met dezelfde titel maar zo verschillend van aard en inhoud.

.

Mantelzorg (Gerrit Massier)

.

Gelanceerd door je stoel tot voetstand.

Op defecte hartklep laatste kraakbeen naar de voordeur.

.

Verhalen oud en krom, chaos van geld

en goed, pil en paperas, vlees dat is aangebrand.

.

Gele vlekken die nog troebel werden; turen

door je ooghoeken naar mij, je eigen bloed. Een knipoog

.

en het is goed, een sprankje lente

in een eindeloze winter die geen cyclus kent.

.

Mantelzorg (Lotte Methorst)

.

Dat heb ik weer

Dacht ik

Misschien is zij wel de eerste mens op aarde

Die niet doodgaat

De allereerste mens die niet dood kan

Niet kapot te krijgen is

En hier eeuwig blijft

Zingen en tieren!

Eén seconde maar hoor…

Maar de volgende dag weer

En de volgende dag weer

En de volgende dag weer

En alle daarop volgende dagen weer

Tot de rits het niet meer deed

.

 

Oorzaak en gevolg

Charles Bukowski

.

Om de zoveel tijd moet ik gedichten of proza van Charles Bukowski (1920-1994) lezen. Zijn stijl, zijn rauwheid, zijn eerlijkheid, ik word er altijd vrolijk en blij van, zelfs als het over serieuze of moeilijke thema’s gaat. Vandaag las ik het gedicht ‘Cause and Effect’. Dit gedicht is een open boodschap aan de lezer en de regels ervan zijn als een waarschuwing aan degenen die zich niet bewust zijn van de verontrustende waarheid van onze manier van leven. Sommige lezers vinden dat dit gedicht ‘zelfmoord’ als titel zou moeten hebben maar oorzaak en gevolg zijn veel meer op zijn plaats vind ik. Meer over dit gedicht staat op de website Beamingnotes.com .

.

Cause and Effect

.

the best often die by their own hand
just to get away,
and those left behind
can never quite understand
why anybody
would ever want to
get away
from
them

.

Daar begint de poëzie

Charlotte Van den Broeck

.

Pas geleden kocht ik in een tweedehandsboekenwinkel een drietal bundels uitgegeven naar aanleiding van de Turing gedichtenwedstrijd. Het betreft hier de edities 2013, 2014 en 2016. In deze bundels zijn de beste 100 gedichten opgenomen van elke editie. In 2013 deden er meer dan drieduizend dichters mee met in totaal bijna tienduizend gedichten. Wanneer je dan tot de beste 100 gedichten geraakt, dan kun je ervan uitgaan dat er kwaliteit wordt geleverd.

En dat klopt. Lezend in de 2013 bundel viel me op dat er dichters meededen die jaren later bekende, gepubliceerde en ‘gearriveerde’ dichters zijn. Een kleine greep uit de deelnemers uit 2013 leverde de volgende namen op: Wout Waanders, Lize Spit, Ingmar Heytze, Luuk Gruwez en Charlotte Van den Broeck. Voorwaar niet de eerste de beste. Ook in de andere edities staan zeer bekende namen maar daar zal ik later aandacht aan besteden.

In 2013 deed zoals geschreven Charlotte Van den Broeck (1991) mee. Van den Broeck  behaalde een Master Engelse en Duitse Letterkunde aan de Universiteit Gent en een Master Drama (Woordkunst) aan het Koninklijk Conservatorium, Antwerpen voor ze in 2015 debuteerde met de dichtbundel ‘Kameleon’ (dus twee jaar nadat ze meedeed aan de Turing gedichtenwedstrijd). Deze bundel werd bekroond met de Herman De Coninck Debuutprijs. In 2017 verscheen ‘Nachtroer’, waarvoor ze de driejaarlijkse Paul Snoekprijs voor de beste Nederlandstalige bundel kreeg. Haar poëzie werd vertaald naar het Duits, Frans, Engels, Spaans, Afrikaans en Servisch.

In 2020 schrijft ze het Poëzieweek essay ‘Cosmos, Texaco’ en in 2021 komt haar derde dichtbundel uit getiteld ‘Aarduitwrijvingen’. In ‘Daar begint de poëzie’ de 100 beste gedichten uit de Turing Gedichtenwedstrijd is haar gedicht ‘Jubileum’ opgenomen.

.

Jubileum

.

Wij twee herhalen niet meer,

Ik geloof niet in een convergerend heelal.

Kilometers onder de korst wist men het allang:

er bestaat een punt waarop de aarde roodverbrand zijn rondheid bewijst.

Zo zullen ook wij op een dag samenvallen op eenzelfde as:

amper man, bijna vrouw met een uniseks regenjas.

.

Wij twee kennen geen evenbeeld

uit aarde en klei zouden ze jou niet zijn.

Geen jaren in geen baard, niet het grijs op je boterhammen.

Die foto op de koelkast met je blik

die mijn rok aan mijn enkels denkt.

Ik heb een huid die enkel nog jouw vingers kent.

.

Die keer toen we de haas aanreden, in zijn ingewanden

de oorzaak van verdriet probeerden lezen.

We vreesden dat het nooit zou drogen.

Als je iets niet uitspreekt, is het niet noodzakelijk gebeurd.

‘Ons’ is een bezittelijk voornaamwoord, dat we evengoed kunnen zwijgen.

Een huis gebouwd uit taal met oneindig veel andere namen.

Het is moeilijk wonen in drie letters.

Er is zo weinig plaats.

.

foto: Kioni Papadopoulos

 

Lotsbestemming

Oktay Rifat

.

Ik lees weer eens in ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ De canon van de Europese poëzie, samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries uit 2008. En ik lees een gedicht van de Turkse dichter Oktay Rifat (1914-1988) getiteld ‘Lotsbestemming’.

Ali Oktay Rifat, zoals zijn volledige naam luidt,  was een Turkse schrijver en toneelschrijver , en een van de vooraanstaande dichters van de moderne Turkse poëzie sinds eind jaren dertig. Samen met Orhan Veli en Melih Cevdet was hij de grondlegger van de Garip beweging . De naam Garip (vreemd) betekende destijds een breuk met de conventionele, decadente stijl van Turkse poëzie en literatuur.

Oktay Rifat had een grote invloed op de moderne Turkse poëzie, stond buiten de traditionele poëtische conventies en creëerde een nieuwe beweging. Zijn werk verwierp oudere, complexe vormen en gaf de voorkeur aan eenvoud en frisse ritmes. Voor zijn werk ontving hij meerdere literaire prijzen.  Het gedicht ‘Lotsbestemming’ is genomen uit ‘Ik luister naar Istanbul, zes moderne Turkse dichters’ uit 1988. De vertaling is van Erik Jan Zürcher.

.

Lotsbestemming

.

Wat is toch dit noodlot van mij?

Ik kan niet rekenen

En ik heb een baan als boekhouder,

Gevulde aubergine is mijn lievelingseten

En ik kan er niet tegen,

Ik ken een meisje met sproeten

En ik hou van haar

En zij niet van mij.

.

Lago Maggiore

Tonnus Oosterhoff

.

Schrijver en dichter Tonnus Oosterhoff (1953) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Oosterhoff debuteerde in literair tijdschrift Raster. Naast poëzie schreef hij proza, verhalen, essays, hoorspelen en een toneelstuk. Oosterhoff publiceerde vanaf 1990 vele dichtbundels en zijn werk kenmerkt zich door onderkoelde humor en hij lijkt zich met elke nieuwe bundel te willen vernieuwen.

Vanaf 2001 werkt Oosterhoff aan een website met bewegende gedichten. In 2012 ontving Oosterhoff de P.C. Hooft-prijs voor zijn ‘in hoge mate vernieuwende poëzie’. In 2008 verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij de bundel ‘Ware Grootte’ waarin ook het gedicht ‘Lago Maggiore’ staat.

.

Lago Maggiore

.

Onze geschiedenisleraar Treurniet,

doof, depressief, als student was hij

vrolijk geweest – hij is dood, allang

.

Mijn vriend die mijn vriend niet was

in bed rook hij naar ijzer, naar vrouwenoorijzer,

en ik, wij

.

Wij hadden ontdekt: ‘nu’ is Frans voor naakt.

.

In het donker vakantiehuis lachten wij, lachten

de open deur, het natuurstenen balkon,

de mimosahelling omlaag ins heilignüchterne Wasser

om de grap, de voorstelling:

‘Nu… komt Treurniet binnen.’

.