Site-archief
Treurig gedicht
Toon Tellegen
.
Lezend in de bundel ‘Gedichten 1977 – 1999’ uit 2000 van Toon Tellegen kom ik een interessant, mooi en misschien ook treurig gedicht tegen. De titel zegt het eigenlijk al ‘Treurig gedicht’. Het werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Gewone gedichten’ uit 1998. Maar al lezend merk ik dat er van treurnis geen sprake is bij mij. Eerder een gevoel van opluchting. Treurnis kan door van alles worden veroorzaakt en er zijn heel veel treurige gedichten die niet de titel dragen die ze misschien zouden moeten dragen. Waar je treurig van wordt. Juist door de titel in combinatie met de tekst veroorzaakt Toon Tellegen precies het tegenovergestelde gevoel bij mij. De verhalen en gedichten van Toon Tellegen kennende denk ik dat dit precies de bedoeling was. Oordeel zelf.
.
Treurig gedicht
.
‘Dit is het einde van de weg,’ zeiden ze.
Er stond een bordje:
DIT IS HET EINDE VAN DE WEG
‘Hier, dit punt,’ zeiden ze.
Ze hurkten erbij neer
en raakten het voorzichtig even aan.
‘Is dit het?’
‘Dit is het.’
Het was herfst, het regende, het stormde.
Ze stonden op, draaiden zich om.
.
Later kwamen ze nog even terug
met een vergrootglas.
Het was het einde van de weg.
.
Gedichten uit de Goelag
Varlam Sjalamov
.
De Russische schrijver en dichter Varlam Tichonovitsj Sjalamov (1907 – 1982) werd geboren als zoon van een Russisch-orthodox priester en een lerares. Hij studeerde rechten in Moskou, was overtuigd tegenstander van het Stalin regime en sympathiseerde in die tijd met de linkse oppositie geleid door Leo Trotski. In 1929 werd hij in een illegale drukkerij gearresteerd en voor drie jaar verbannen naar de Goelag. Na zijn terugkomst naar Moskou werkte hij van 1934 tot 1937 als journalist.
In 1937 werd hij in het kader van de grote zuivering opnieuw gearresteerd vanwege trotskisme en Sjalamov bracht na een nieuwe veroordeling zeventien jaar door in de kampen des doods van Kolyma in Siberië. In 1953 werd hem toegestaan terug te keren naar Europees Rusland. In 1956 werd hij onder Chroesjtsjov gerehabiliteerd. Vanaf 1957 verschenen van zijn eerste gedichten. Sjalamov is al eerder gedichten beginnen schrijven. Hij memoriseert zijn eigen dichtregels telkens wanneer hij van het werk naar het kamp terugkeert. Als hij op het einde van zijn gevangenschap als verpleger tewerkgesteld wordt schrijft hij op wat hij maar vindt: papieren zakken, kaftpapier etc. Die aantekeningen werkt hij later uit. Naast zijn gedichten schrijft hij vooral korte verhalen, maar al snel kwamen zijn herinneringen aan de Goelag niet meer door de censuur (ze circuleerden in de jaren zestig alleen in Samizdat-uitgaven). Hoewel Sjalamov vooral bekend is door zijn laconieke en compacte kampverhalen is zijn poëzie ook zeker de moeite waard.
Hieronder het gedicht ‘De camee’ waarin een duidelijke verwijzing naar zijn tijd in de kampen en hoe hij die heeft doorstaan, in een vertaling van Marja Wiebes en Margriet Berg uit ‘Spiegel van de Russische poëzie van de twaalfde eeuw tot heden’ uit 2000.
.
De camee
.
In ’t hellend vlak van berg en tijd
Sneed ik jouw beeld voor de eeuwigheid.
.
Betrouwbaarder dan een penseel
Zijn immers beitel en houweel.
.
In ’t land van mannen en van ijs,
Van vroege rimpels en vroeg grijs,
.
Heb ik dit vrouwelijk gelaat
Geschapen als een wanhoopsdaad.
.
Ik heb de rots met jouw portret,
Toen in een ring van sneeuw gezet,
.
En wolken om de ring gedaan
Om niet van weemoed te vergaan.
.
Judy Carati
Gedachtengedichten
.
Judy Carati ken ik al langer, ik zag en stond met haar op poëziepodia waar zij, zichzelf begeleidend op gitaar, liedjes zong en gedichten voordroeg. En dat is precies wat ze doet in de bundel/CD ‘Gedachtengedichten’.
De bundel is opgedragen aan Cecilia en wordt voorafgegaan door een tekst die de Russische dichter Boris Ryzji (1974-2001) schreef in 2000 aan de, door hem bewonderde dichter Aleksandr Koesjner dat verscheen als voorwoord in ‘Rotterdam Dagboek’ uit 2006. Dit stukje gaat over zijn bezoek aan onder andere Delft en ik denk dat Judy dit in haar bundel heeft opgenomen omdat een aantal van haar gedichten Delft als onderwerp hebben.
De bundel is in eigen beheer uitgegeven en ziet er heel fraai uit. Op mooi stevig papier zijn de gedichten afgedrukt. De omslag in rood en blauw met een kleine foto van Judy op de kaft en achterin de CD met haar liedjes. Hoewel er ongetwijfeld iets valt te zeggen over haar liedjes beperk ik me tot de gedichten omdat ik daar iets zinnigs over kan zeggen.
Maar voor ik daar iets over schrijf moet me iets van het hart. De bundel heeft een mooie opmaak met een rustige bladspiegel maar wordt, en dat vind ik echt jammer, vaak verstoord door allerlei ‘extra’ informatie over gedicht, onderwerp, verwijzingen naar een andere bundel of de CD of over het feit dat een gedicht voor een speciale gelegenheid is geschreven.
Had er iemand meegelezen of was er enige vorm van redactie geweest dan had dit ‘opgelost’ kunnen worden door deze informatie achterin de bundel apart per pagina weer te geven. Bij het gedicht ‘Stille schuilplaats’ is dit maar liefst een halve pagina in een klein( erg klein) lettertype. Ook achterop de bundel staat heel veel informatie. Het lijkt alsof Judy alles wat ze ook maar kwijt wilde een plekje heeft gegeven in deze bundel en dat doet, in mijn ogen, de bundel een beetje tekort.
Over de gedichten schrijft Judy: ze bevatten persoonlijke elementen, ze zijn hier echter niet altijd 1 op 1 terug te voeren. De teksten zijn veelal ontstaan vanuit observaties en gedachten ( wat de titel verklaart). Dat wat je in het dagelijks leven meemaakt.
Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Herinneringen’:
Nog volop in het heden
fiets ik van Delft naar Rotterdam
de lucht kleurt rood, ik volg het water
in de verte het kerkje
De gedichten zijn duidelijk, beschrijvend, zonder al teveel ingewikkelde poëtische diepgang. Ze schilderen een plaatje waarin je al lezend mee kan gaan. Aan de dingen die ze ziet en beschrijft wordt een emotie meegegeven (berusting, woede, verdriet, verwondering) met name in het hoofdstuk dat dezelfde titel draagt als de bundel.
in het hoofdstuk ‘Fietsend van Delft naar Rotterdam’ vooral gedichten over Delft en in het gedicht ‘Blikken scheidsmuur’ over de dichter Poot ook een verwijzing naar Schipluiden en Abtswoude.
In ‘Aankondiging van de herfst’ tenslotte een aantal gedichten van wat algemenere aard maar steeds met een duidelijke ik en verwijzingen naar ervaringen en herinneringen.
Mijn conclusie na lezing is dat deze bundel een soort van ego document is van Judy, dat er mooie zinnen in staan en teveel informatie. Desalniettemin voor liefhebbers van dit genre van poëzie, het meer persoonlijke en verinnerlijkte, zeker te genieten.
ik wil eindigen met het gedicht dat als ‘Nagedicht’ is opgenomen en daarom niet lijkt te passen bij een van de hoofdstukken getiteld ‘Ontwortelen’.
.
Ontwortelen
.
Bij het water zien de bomen zichzelf
rimpelend, vervormd
in stilte luidruchtig
.
ik wilde wortel schieten
bladeren krijgen en blijven staan
maar de wind waaide mij voorbij de hemel
.
zo verder reizen
ga weg, maar zet je voeten niet in de grond
ga weg, maar krijg geen vleugels in de lucht
.
probeer te drijven op het water
en zie: je komt weer terug
.
Op het station
Dubbelgedicht
.
Vandaag een dubbelgedicht met als onderwerp; het station. Twee totaal verschillende dichters met elk een gedicht dat bij dit onderwerp past, in dit geval een treinstation en een metrostation. Allereerst Theun de Winter (1944) met het gedicht ‘In de hal van het Centraal Station’ uit de bundel ‘De gedichten’ uit 1972. Het gedicht verscheen ook in ‘Elf gedichten voor Piet Keizer’, in 1973 uitgegeven als hommage aan de grote Ajaxied, die dat jaar dertig jaar werd.
Het tweede gedicht is van Boelat Okoedzjava (1924 – 1998) en is getiteld ‘Liedje over de metro’. Okoedzjava is geboren in Georgië, schreef proza maar is vooral populair geworden in de Sovjet Unie als dichter en chansonnier met melancholieke en soms satirische liedjes over de oorlog, liefde, dood en eenzaamheid. Het gedicht komt uit ‘Spiegel van de Russische poëzie’ uit 2000.
.
In de hal van het Centraal Station
.
In de hal
van het Centraal Station
kon ik mij
met moeite een
volwassen handtekeningenjager
van het lijf
houden
die dacht dat ik
een van de Cats was
Mijn dochter heeft al
jullie platen
.
Persoonlijk werd ik
veel liever voor
een Beach Boy aangezien
in welke situatie
ik zou signeren
met Carl Wilson
.
Als Beach Boy had ik
geld genoeg om
mijn gebit
te laten behandelen
totdat een geringe
ruimte tussen
mijn twee voortanden
verkregen is –
een plastisch chirurg
en de kapper doen
de rest
.
Daar loopt Piet Keizer
zouden de mensen
denken.
.
Liedje over de metro
.
In mijn metro heb ik altijd volop ruimte,
vanaf de jaren dat ik duimde
blijkt ze immers als een lied te zijn
met ‘Rechts staan, links passeren’ als refrein.
.
De orde is heilig, is wel gedaan:
de reizigers die rechts staan – staan,
maar zij die gaan zijn steeds gehouden
te allen tijde links te houden.
.
Schaars licht
Hans Sleutelaar
.
De in 1935 geboren Rotterdamse schrijver en dichter Hans Sleutelaar groeide op met literatuur . In zijn ouderlijk huis was van 1957 tot 1959 het redactiesecretariaat van het literaire blad Gard Sivik gevestigd, daarna (tot 1964) in het souterrain van dat huis aan de Rotterdamse Essenburgsingel. Samen met Cornelis Bastiaan Vaandrager en Hans Verhagen behoorde Sleutelaar tot de Zestigers. Met de Zestigers wordt een literaire beweging in Nederland uit de jaren zestig aangeduid.
De Vijftigers en de Cobra streefde naar vrijheid. Esthetische conventies en traditionele lyriek diende te wijken voor de persoonlijk expressie. In de poëzie werd gestreefd naar vernieuwing door taalexperiment, waarin de spontane creativiteit voorgesteld werd. De Zestigers kwamen als reactie hierop met een neorealistische stroming, waarin de realiteit als vorm van kunst werd gepresenteerd. Zij waren fel gekant tegen de ‘verbale experimenteerkunst van de Vijftigers’. Beeldspraak en de persoonlijke gevoelens van de kunstenaar werden afgewezen. Verwant met het Amerikaanse popart zocht men zijn inspiratie in de werkelijkheid, en vond dit bijvoorbeeld in reclameteksten.
Hans Sleutelaar werkte onder andere als junior copywriter, als freelance tekstschrijver, als medewerker van de Haagse Post en als hoofdredacteur van uitgeverij Boelen. Hij heeft van 1985 tot 2000 een eigen uitgeverij gehad en woonde “als ambteloos pennenvoerder” in Normandië. Na een verblijf in Thailand, keerde hij terug in zijn geboortestad.
Het oeuvre van Sleutelaar is klein. Hij debuteerde met de bundel ‘Schaars licht’ in 1979 waarna in 2004 ‘Vermiste stad; Rotterdamse kwatrijnen’ verscheen en in 2015 ‘Wollt ihr die totale Poesie? korte en zeer korte gedichten. De titel van deze laatste bundel is genomen van het gelijknamige gedicht uit 1965 dat in ‘Schaars licht’ is opgenomen.
Uit zijn debuutbundel het gedicht in twee delen ‘Sturen’ uit 1963.
.
Sturen
.
1
.
Land. Land. Land.
Een continent,
niet zonder naslagwerken
en concurrentie.
.
We constateren
en rekenen regelmatig af.
.
Autoradio: American Forces Network.
.
Minuten en kilometers
worden gebruikt
om te sturen.
.
Voornamelijk om te sturen.
.
2
.
De snelheid doet ons goed.
.
Wij passeren
met een gezonde arrogantie
automobilisten en andere voorbijgangers.
.
De generiek is deel van een grotere
generiek. die deel is van een grotere.
.
De snelheid levert meer data,
meer inside information.
.
Nieuwe categorie
Dubbel-gedicht
.
Wanneer je regelmatig dichtbundels leest is het je vast wel eens opgevallen dat je met enige regelmaat gedichten tegenkomt die of dezelfde titel hebben, of over hetzelfde onderwerp gaan.
Dat gegeven wil ik gebruiken in een nieuwe categorie op dit blog over poëzie onder de titel Dubbel-gedicht. Dat betekent dat wanneer ik in deze categorie een stuk plaats hier altijd twee gedichten in voor komen.
Als eerste voorbeeld heb ik twee gedichten over de reiger bij elkaar gezocht. Het betreft hier het gedicht ‘Tekening’ van Hans Warren uit de bundel ‘Vijf in je oog’ uit 1954 en het gedicht ‘Aan de kille slootkant staat een reiger, de stille moordenaar van de moerassen’ van Thomas Rap uit ‘Verzamelde gedichten’. Uit 2000.
.
Tekening
.
Een blauwe vijver, glad als ijs,
vissers halen hun netten op.
Winterzon als een vrouwenhand
in een herinnering. Geklop
van paardehoeven op een weg;
het witte wolkje van een trein
en zijn gedruis in kleurloos blauw,
steeds verder weg en meer nabij.
Hoeven en molens in het zwijgen
van een oudhollands schilderij,
spiegelbeeld van een dunne reiger
op ‘t water. Spiegelbeeld van mij.
.
Aan de kille slootkant staat een reiger, de stille moordenaar van de moerassen
.
Zijn grijze figuur als uit lood geknipt
Dan, stilaan, valt de samenwerking van mist en vorst uiteen
En langzaam, als met zachte hand gelegd, begint de eerste sneeuw te vallen
De wind steekt op en ik loop langs de nu witte oevers van het meer
De felle noordoostenwind bonkt en jaagt zware, dreigende wolkenpakken over het land
Het kale hout kermt onder zijn kracht.
Rietsnijden is nu simpel: de slappe grond is hardbevroren.
.
Uitzicht genoeg
Marjoleine de Vos
.
Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Uitzicht genoeg’ van dichter Marjoleine de Vos (1957). De Vos studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en schreef in 1985 haar doctoraalscriptie over dichter Gerrit Achterberg. Wat opvallend is aan haar carrière is dat ze vooral als jurylid van vele jury’s actief is zoals de Zilveren en Gouden Griffeljury (ze schreef zelf ook kinderboeken) maar ook voor de Herman Gorter-prijs, de P.C. Hooft-prijs, de A. Roland Holst-penning en de Ida Gerhardt Poëzieprijs.
Ze schrijft ook een column voor het opinieweekblad VolZin. In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel ‘Zeehond graag’, in 2003 gevolgd door ‘Kat van sneeuw’. ‘Zeehond graag’ werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002. In het voorjaar van 2008 verscheen haar bundel ‘Het waait’. De bundel ‘Uitzicht genoeg’ is uit 2013 en een succes gezien het feit dat ik een vierde druk heb (binnen één jaar).
Uit deze bundel het gedicht ‘Kringloop’, een gedicht over de kringloop van het leven maar voor mij ook omdat ik daar zo graag kom in kringloopwinkels (en veel van de bundels in mijn boekenkast daar vandaan komen).
.
Kringloop
.
En steeds is alles op zijn mooist: van start
in volle bloei tot rood en krachtig kaal.
Er huist geen groot schandaal in leven
dat verdwijnen moet om nog onwennig
op te staan in een herschreven vorm.
We spreken over ons bestaan, we lachen
willen hier zijn, altijd hier. Zoals de vlier
heel oud al in zijn ziel, maar graag bereid
tot flierefluiten voor wie wil.
.
Verliefde versjes
Jan Rot
.
Jan Rot (1957) is een Nederlandse zanger, componist en tekstdichter. Hij werd musicus in 1978, maar een doorbraak bleef aanvankelijk uit. Hij deed werk voor verscheidene media en theatertournees. In de jaren na 2000 werd hij vertaler van hits van anderen en van beroemde werken uit de klassieke muziek. Maar Jan Rot is ook dichter. In 2003 verscheen van hem het heerlijk amateuristische bundeltje ‘Huisje aan zee’ met als ondertitel ’29 verliefde versjes’.
Volgens een kort stukje achterin dit ‘pamflet’ dat in een oplage gedrukt werd door Okapi (Okapiboek 8) is het een loflied geschreven door Jan Rot voor B. de G. Het kostte zeven dagen. Maar zo deed Heine ’t ook want kunst laat zich niet vragen, dan gaat ze op in rook.
De rijmende versjes geven een goed beeld van de virtuoze taalvaardigheid van Jan rot zoals in gedicht nummer 23 waarin onder andere een verwijzing naar ‘ik wou dat ik twee hondjes was’.
.
23
[in driekwart]
.
Zeeuws meisje in Vrouwenpolder
Zo krabbel ik op zolder
Maar kolderrijm is meestal
Alleen de leukste thuis
.
Ik zoek bij mijn Chinezen
Maar stop al snel met lezen
Krijg veels te zin in kezen
De hand al aan het kruis
.
Mijn meisje staat de vaat te doen
Ik was net in de keuken
Ik wou dat ik mijn meisje was
Dan liet ik me nu …
Verdomd, dat is een leuke!
.
Festina Lente
De Poëzieslag pakt uit
.
Vanaf het begin en de opstart van de Poëziebus ben ik betrokken bij dit mooie initiatief om de podiumpoëzie te promoten. De Poëziebus zet zich in het bijzonder in voor de performancepoëzie. Als zodanig is ze niet de enige, er zijn meer podia die de nadruk leggen op de performance, denk aan spoken word podia, maar wat ik niet wist is dat er jaren geleden al een initiatief werd gestart juist om de podiumpoëzie te promoten, De Poëzieslag. Op de website van de Poëzieslag staat te lezen: De Poëzieslag bestaat sinds mei 1998 en is een gezamenlijk initiatief van Gerard Beentjes, docent schrijven en Felix von Schmid. Van meet af aan is het de bedoeling geweest om een Nederlandse variant van Poetry Slam te ontwikkelen. http://www.epibreren.com/slam/poezieslag.html
Pas geleden kocht ik de bundel ‘Festina Lente presenteert, de poëzieslag pakt uit’ uit 2001. In de inleiding schrijft Gerard Beentjes onder andere: De Poëzieslag is nu bezig aan het derde seizoen in successie. Het is een maandelijkse poëzieslam, een voordrachtwedstrijd voor publiek. En: Simon Vinkenoog is als jurylid een vaste gast van de Poëzieslag. Van zijn hand is de inleiding van deze bundel, het is een pleidooi voor podiumpoëzie, voor het laten horen van gedichten op een verstaanbare manier, lezend van papier of voordragend uit het blote hoofd.
Een aantal dichters die meededen en in deze bundel zijn vertegenwoordigd, zijn niet de minste: Erik Jan Harmens, Florence Tonk, Jannah Loontjens en Gerard Beentjes. Een speciale plek in de bundel is gegeven aan vaste bezoeker en deelnemer Frank Mol (1957 – 2000). Voor in de bundel is een stuk van een gedicht van hem opgenomen.
.
Mijn leven is twijfel
en ik leef van twijfel
alles wat ik tot nu toe
uit twijfel ondernam
is geslaagd
waarom zouden we dan nu niet slagen?
.
In zijn inleiding ‘Credo 2001’schrijft Simon Vinkenoog: geen experiment is verboden, geen onderwerp taboe, geen andere maatstaf dan de schok of de verrassing, herkenning of ontroering die de lezer of toehoorder van het gedicht ondergaat, als het eenmaal op papier is gezet of door de dichter wordt voorgelezen. Ik ben het helemaal eens met Vinkenoog. In de bundel staat een gedicht van Erik Jan Harmens dat het experiment niet schuwt getiteld ‘Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel’.
.
Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel
.
Zeg me lief, is het verwonderlijk niet dat wij elkaar de keel dichtknijpen in
dromen. In werkelijkheid kijken we de ander wat aan zonder (in jaarcijfers
uit de drukken) doel. We lopen door de stad en ik hou je vast met mijn arm
strak om je nek zodat een ieder zegt: die twee hebben wat (laat niemand
naar je kijken of zelfs maar naar de schaduw van je krullen op de keien).
.
De koele kikker onder tweetwintig volt lijkt nauwelijks te bedaren 9 ik lees
op een schwarzenegger-poster: wie een dubbelleven leidt kent tweemaal
zoveel gevaren).
.
we kunnen naar Afrika gaan en ons laten dragen door een oude van dagen
met een lege maag. we kunnen ook doen alsof we afgereisd zijn en
onderduiken onder een rijdende trein.
.
Bel me als het niet meer gaat. ik heb een antwoordapparaat.
.














