Site-archief

Helle van Aardeberg

Gedicht bij presentatie

.
Bij de presentatie van de laatste nieuwe bundel van Alja Spaan ‘Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld’ was een van de door Alja gevraagde dichters Helle van Aardeberg (1962). Helle ken ik al heel lang maar ik had haar ook al lang niet gesproken. Haar werk (ze maakt al sinds jaar en dag de uitnodigingen voor Reuring, het poëziepodium van Alja in Alkmaar) ken ik goed, maar poëzie van haar hand had ik al lang niet meer gelezen. Bij de bundelpresentatie droeg ze haar gedicht ‘On the Liberal Hill overlooking the Bible Belt’ voor en haar voordracht maar ook zeker het gedicht zelf waren weer ouderwets overtuigend. Daarom heb ik haar de tekst van dit gedicht gevraagd die je hieronder kunt lezen.

Helle won in 2011 de Poëziewedstrijd van het Bureau voor Ontwapeningszaken van de Verenigde Naties (UNODA) en ze werd door de Japanse Minister van Buitenlandse Zaken in Den Haag in 2012 onderscheiden met een certificaat voor deze wedstrijd (ik was een van de gelukkigen die Helle destijds had meegevraagd). Ook is zij Erelid voor het Leven van The Literarian Society (sinds 2014) in Richmond, Virginia (Verenigde Staten).

.2011, 2012

On the Liberal Hill overlooking the Bible Belt
.
“Speak the King’s English!”
.
Fell from her overworked,
underpaid lips
from her place at the kitchen table
hissing out of sociologically
pressure-cooked table manners
southern-fried sit up straights
Sunday supper elbow chasing
throwing us academic lifesavers
hard single-parent lessons.
.
“I will have none of THAT!, No Madame! Not under my roof!”
.
She did not bring us
back to her homeland
to be bastardized
by its use of folk language
of twangs and twongs
grunts and muttering moans.
Calling it intellectual suicide
You will never make anything of yourself
.
“But mama, ain’t it true culture, what refines us all?”
.
“Like yo’ said fo’ yo’self
Never be ‘shamed of yo’ roots
Like you said it’s th’ hatin’,
that’s what’s wrong, the hatin’
and what of my daddy
the brilliant inventor gone ‘n
thems ‘at come before?
Them thar was good folk, fine folk
yes indeedy
They wus Pioneers and War Heroes
Refugees and Trailblazers
Nation builders and fancy genealogy
book figures
Freed’m fighters ‘n freed’m takers”
“I did not raise my children to be ignorant”, she pointed out –
of her generation and sheer sullen wits
.
backed by her study of History
under proud shields
of family heraldry
imprinted in the walls
of William & Mary
In her beautiful maverick way
that galloped
many a battlefield
in its day,
always surviving
against odds, enormous
and yet never ever
winning her true dreams
and built
of sacrifice
.
“Now, mama which King are you tolkin’ ‘bout?”
.
This here s’Merika
We ain’t had no King fo’ a long piece
last I checked just like the hen house
I ain’t gonna tolk no bloody British
Ain’t t’at thar a bit far back down the line?
W’at cent’ry is you livin’ in mama?
I AM tolkin’ the King’s tolk!
The ‘merikan king, Elvis Presley!
.
Ain’t t’at jus the skinny?
dumber than a bag of hammers
and on stage
.
At nine.
.

Crematie

Robinson Jeffers

.

Vandaag voor mijn boekenkast pakte ik, zonder te kijken, de bundel ‘Een boek van wondere dingen’ van een plank. Deze bundel uit 2018 heeft als ondertitel ‘Poëzie die inspireert, troost, ontroert’ en is samengesteld door Daan Bronkhorst voor uitgeverij De Geus en Amnesty International. Opnieuw zonder te kijken opende ik de bundel op pagina 199 waar het gedicht ‘Crematie’ staat van de Amerikaanse dichter Robinson Jeffers (1887-1962). Het gedicht verscheen oorspronkelijk in ‘The Collected Poetry’ in 1995 en dit gedicht werd vertaald door Ellen Nieuwenhuis.

Jeffers was een eigenzinnig man. Hij leefde in een zelfgebouwde hut in de bossen van Californië en zijn populariteit als dichter leed onder zijn standpunt dat de Verenigde Staten niet moest deelnemen aan de Tweede Wereldoorlog. Hij muntte het woord ‘inhumanisme’ om uit te drukken dat mensen te egoïstisch zijn om de ‘verbijsterende schoonheid van de dingen’ te waarderen.

.

Crematie

.

Het do0et bijna mijn angst voor de dood teniet, zei mijn dier-

baarste,

Als ik aan crematie denk. Te rotten in de aarde

Is een weerzinwekkend einde, maar om te brullen in de vlam-

men – daar ben ik overigens aan gewend.

Ik brandde zo vaak in mijn leven van liefde of woede,

Geen wonder dat mijn lichaam moe is, geen wonder dat het

stervende is.

We hadden veel plezier van mijn lichaam. Verstrooi de as.

.

Naar rechts swipen

Edna St. Vincent Millay

.

Ik kreeg een alleraardigst lief dichtbundeltje getiteld ‘Poems to swipe right to’ samengesteld door Charlie Castelletti uit 2024. In dit bundeltje met liefdesgedichten heeft Castelletti aan de hand van de 10 onderdelen of stadia van het on-line daten, gedichten gezocht die hierbij passen. Deze stadia zijn: het swipen (na het bekijken van de foto en de informatie), en het analyseren van deze informatie, dan, bij een match online, de eerste afspraak, daarna ‘Netflix en chillen’ zoals hij het beschrijft (met het veelzeggende ‘You all know what that means’ erachter).

Het vierde en vijfde stadium is wanneer het fout gaat (mogelijk met ghosting als gevolg), het zesde stadium van de onvermijdelijke break up. Dan is er voor de geluksvogels een zevende stadium, voor hen die gelukkig genoeg zijn dat het allemaal goed gaat, een achtste stadium voor degene bij wie we graag hadden gebleven maar waar het niet zo mocht zijn, het negende stadium over het samenzijn met iemand waar je voor korte tijd warmte bij haalt en het tiende en laatste stadium is van ervaringsdeskundigen die het allemaal hebben meegemaakt.

In het hoofdstuk (stadium 9) is een gedicht van Edna St. Vincent (1892-1950) opgenomen met de titel ‘Even in the moment of our earliest kiss’. Dit gedicht werd in 1930 voor het eerst gepubliceerd in het Amerikaanse poëzietijdschrift ‘Poetry’ a magazine of verse 37 nummer 1. In 2015 kwam ik voor het eerst in aanraking met de poëzie van Edna St. Vincent Millay via een van mijn favoriete dichters Herman de Coninck.

.

XLVI

Even in the moment of our earliest kiss

.
Even in the moment of our earliest kiss,
When sighed the straitened bud into the flower,
Sat the dry seed of most unwelcome this;
And that I knew, thought not the day and hour.
Too season-wise am I, being country-bred,
To tilt at autumn or defy the frost:
Snuffing the chill even as my fathers did,
I say with them, “What’s out tonight is lost.”
I only hoped, with the mild hope of all
Who watch the leaf take shape upon the tree,
A fairer summer and a later fall
Than in these parts a man is apt to see,
And sunny clusters ripened for the wine:
I tell you this across the blackened vine.

.

Raar?

Concrete Formalist Poetry

.

Op Facebook is een groep actief die  Concrete Formalist Poetry heet. In deze groep worden voorbeelden van concrete poëzie gedeeld door allerlei ‘dichters’ uit verschillende landen. De groep wordt als volgt geïntroduceerd (in het Engels, hier door mij vertaald):

“Met de term Concrete Formalist Poetry wordt een categorie of benadering bedoeld om de poëzie die ik (wie dit precies is heb ik niet kunnen achterhalen) schrijf te introduceren en context te bieden voor de specifieke vorm waarin ik schrijf. Anderen noemen dit een blokvorm, maar ik kies ervoor om het een boxvorm te noemen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een willekeurig lettertype waarbij het aantal tekens in de eerste regel door het hele gedicht heen wordt herhaald en die in strofen kunnen worden gescheiden om een ​​enkele of meerdere blok- (of box-)vorm te vormen.”

Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet is dit zeker niet de eerste keer dat ik over concrete poëzie schrijf. Zo kun je hier meer lezen over de historie van de concrete poëzie. En hier staan een aantal bijzondere voorbeelden. Sterker nog, ik heb er zelfs een categorie aan gewijd. Omdat ik de afbeeldingen in deze Facebookgroep erg waardeer plaats ik hier nog een paar voorbeelden.

 

Dagelijkse poëzie chat

Stel zelf je poëziebundel samen

.

Tijdens Poetry International 2025 heeft deze organisatie een poëzie applicatie (app) ontwikkelt en ter beschikking gesteld. De naam van deze app is Daily Poetry Chat. Op de site van Poetry International werd de app als volgt aangekondigd: Een app die poëzie op een verrassend persoonlijke manier naar je toe brengt, afgestemd op je stemming, het weer of wat je ook maar bezighoudt. Stel je eigen poëziebundel samen, deel je favoriete gedichten met vrienden en laat je elke dag verrassen door een gedicht dat bij je huidige gemoedstoestand past.

Tijdens het festival toen de app gepresenteerd werd, hebben dichter Ingmar Heytze en presentator Jennifer Muntslag samen deze app live getest en aan het publiek laten zien wat de mogelijkheden van de app zijn. En die zijn er. Zo kun je in het chatvenster precies omschrijven wat voor soort gedicht je zou willen lezen. Op basis van trefwoorden, gemoedstoestand of zomaar een willekeurig onderwerp kun je je vraag stellen. Omdat deze app een nieuwe technische ontwikkeling betreft vroeg ik een gedicht over nieuwe technische ontwikkelingen.  Als antwoord kreeg ik: Ik heb een gedicht gevonden dat de intrigerende relatie tussen technologie en menselijke ervaring verkent. Geschreven door Sara Uribe, biedt het een blik op hoe nieuwe ontwikkelingen ons leven beïnvloeden. Het bericht eindigt met: Ik ben benieuwd of dit gedicht in lijn is met wat je zocht!

Je kunt in de chat kiezen om gedichten in thema’s te kiezen die de chat je voorlegt of zelf je thema’s kiezen. De taal van de app is niet de taal van (veel van de) gedichten, de gedichten zijn handmatig vertaald en ook beschikbaar in de oorspronkelijke taal. Daarnaast kun je je gedichten opslaan in gepersonaliseerde bundels die met je smaak en stemming meegroeien, en je kunt samen met vrienden een bundel samen stellen of je gedichten delen met vrienden. Kortom, op naar je app store en downloaden maar voor elke dag iets nieuws wat bij je stemming of interesse past.

Het gedicht van de Mexicaanse dichter Sara Uribe (1978) werd vertaald door Lisa Thunissen

.

GEDICHT WAARIN DE SPREKER ER AMPER IN SLAAGT OM MET EEN KORTE VRAAG DE LIJST INSTRUCTIES TE ONDERBREKEN DIE WORDEN GEDICTEERD DOOR EEN MEGAFOON BOVEN HAAR HOOFDEINDE OVER WAT VOOR GEDICHTENMEN ZOU WILLEN DAT ZE SCHRIJFT

We willen dat je een gedicht schrijft in termijnen zonder rente.
Een gedicht met 24 uursservice. Een gedicht met wifi.
Een gedicht gemaakt om op Instagram te posten.
Een gedicht met make-up die niet op dieren is getest.
We willen, uiteraard, een gedicht zonder conserveermiddelen, een vetarm gedicht.
Een cafeïnevrij gedicht, lactosevrij en zonder gluten.

.

————————-Maar willen jullie een gedicht of een venti chai latte soya?

.

We willen een woorden-maak-machientje
een muziekdoosje zonder ballerina
een op afstand bestuurbaar speeltje inclusief batterijen.
Het noumenon-gedicht.
Het homerische gedicht in praesens plus quamperfectum.
Het fenomenale levende kogelgedicht.
Het multidisciplinaire nv-gedicht.
hetzondercatactischetewordenallerpoëtischstegedichtooitgeschreven.com
We willen een polyglot, acrobatisch gedicht, een gedicht
met een T-shirt waarop staat [there is no poem b].
Een gedicht dat je kunt zingen. Dat zichzelf kan bedruipen.
Een gedicht zonder houdbaarheidsdatum.  Ja we willen
een gedicht dat aftelt van negenennegentig tot nul
na het teken van de anesthesioloog. Ja we willen een gedicht dat niet wakker wordt tijdens de operatie.

.

Wat de voorzitter tegen Tom zei

Basil Bunting

.

Op zoek naar stromingen binnen de poëzie kwam ik een mij nog onbekende stroming tegen; Het Objectivisme. Objectivistische poëzie is een stroming in de Amerikaanse poëzie, vooral prominent in de jaren ’30 van de vorige eeuw, waarbij dichters de nadruk leggen op een directe, concrete beschrijving van de werkelijkheid, zonder al teveel nadruk op abstracte ideeën of emoties. Ze gebruiken een eenvoudige, vaak zakelijke taal en richten zich op het presenteren van objecten en gebeurtenissen zoals ze zijn, zonder ze te interpreteren of te symboliseren. Bekendste dichters die tot deze stroming behoren zijn Louis Zukofsky, William Carlos Williams, Charles Reznikoff.

Een van Engelse dichters uit die stroming was de modernistische dichter Basil Cheesman Bunting (1900-1985). Zijn reputatie werd gevestigd met de publicatie van het lange gedicht ‘Briggflatts’ in 1966, algemeen beschouwd als een van de belangrijkste prestaties van de modernistische traditie in het Engels. Bunting had een levenslange interesse in muziek, wat hem ertoe bracht de sonische kwaliteiten van poëzie te benadrukken, met name het belang van het hardop voorlezen van poëzie: hij was een volleerd voorlezer van zijn eigen werk. Zijn poëzie werd gepubliceerd in de Objectivist- uitgave van ‘Poetry magazine’, in de ‘Objectivist Anthology’ en in Ezra Pounds ‘Active Anthology’.

Bunting debuteerde in 1930 met in een eigen beheer uitgegeven bundeltje met de Latijnse titel ‘Redimiculum Matellarum’ (Een ketting van kamerpotten) een pamfletcollectie van dertien gedichten geschreven tussen 1925 en 1929. Zijn debuut als publicerend dichter kwam veel later in 1950 toen de bundel ‘Poems’ verscheen. In 1967 publiceerde Bunting de bundel ‘What the chairman Told Tom’. Uit die bundel vertaalde ik het titelgedicht.

.

Wat de voorzitter tegen Tom zei

.

Poëzie? Het is een hobby.
Ik rijd modeltreinen.
Meneer Shaw daar fokt duiven.

Het is geen werk. Je zweet niet.
Niemand betaalt ervoor.
Je zou reclame kunnen maken voor zeep.

Kunst, dat is opera; of repertoire –
The Desert Song.
Nancy zat in het refrein.

Maar om twaalf pond per week te vragen –
getrouwd, toch? –
je durft wel.

Hoe zou ik een busconducteur
in de ogen kunnen kijken
als ik je twaalf pond betaalde?

Wie zegt trouwens dat het poëzie is?
Mijn tienjarige dochter
kan het én rijmen.

Ik krijg drieduizend pond, onkostenvergoeding,
een auto, vouchers,
maar ik ben accountant.

Ze doen wat ik ze zeg,
mijn bedrijf.
Wat doe jij?

Vieze woordjes, vieze lange woorden,
het is ongezond.
Ik wil me wassen als ik een dichter ontmoet.

Het zijn communisten, verslaafden,
allemaal delinquenten.
Wat jij schrijft is rotzooi.

Meneer Hines zegt het, en hij is een schoolleraar,
hij zou het moeten weten.
Ga werk zoeken.

.

Toasten op de liefde

James Bertolino  

.

Op zoek naar onbekende liefdesgedichten, de mooiste en bekendste zijn er meer dan genoeg, kwam ik op een website over huwelijksgedichten. Nu zijn er vele manieren om met een gedicht een huwelijk op te fleuren maar de meeste zijn op zijn zachtst gezegd nogal ‘plat’ of clichématig. Maar ik kwam ook een gedicht tegen van de Amerikaanse dichter James Bertolino (1942).

Bertolino is de auteur van 30 boeken en chapbooks met poëzie en proza. Hij debuteerde in 1968 met twee chapbooks, ‘Day of Change’ en ‘Drool’. Een chapbook is een klein dun boekje, vaak een verzameling gedichten of korte teksten en bevatten meestal een beperkt aantal pagina’s (vaak tussen de 16 en 40). Ze zijn daardoor ideaal voor het bundelen van een kleine collectie gedichten of een enkele kort verhaal. In zijn latere carrière als dichter zou hij naast een aantal bundels vooral nog vele chapbooks publiceren. Bertolino werd al vroeg in zijn carrière veelvuldig gepubliceerd en in de loop der jaren is zijn werk verschenen in meer dan 100 tijdschriften en meer dan 40 bloemlezingen.

Als redacteur was hij medeoprichter van het literaire tijdschrift Abraxas en de Cincinnati Poetry Review , en was hij lid van de redactieraad van Ithaca House. In 1972 richtte hij Stone Marrow Press op, dat zijn eigen werk en dat van andere dichters publiceerde.

Op de website over huwelijkspoëzie vond ik het gedicht ‘A Wedding Toast’ dat verscheen in zijn bundel ‘Ravenous Bliss’ uit 2014. Dit gedicht overstijgt het cliché van het romantische huwelijksgedicht en kan ook als gewoon liefdesgedicht gelezen worden.

.

A Wedding Toast

.

May your love be firm,
and may your dream of life together
be a river between two shores—
by day bathed in sunlight, and by night
illuminated from within. May the heron
carry news of you to the heavens, and the salmon bring
the sea’s blue grace. May your twin thoughts
spiral upward like leafy vines,
like fiddle strings in the wind,
and be as noble as the Douglas fir.
May you never find yourselves back to back
without love pulling you around
into each other’s arms.
.

Gedichten uit de gevangenis

Etheridge Knight

.

Gevangenissen zijn plaatsen waar veel poëzie gelezen en geschreven wordt. Blijkbaar zijn het plekken waar aan retrospectie gedaan wordt en tijd is er in veel gevallen zeker. In het land waar de gevangenissen boordevol zitten (volgens het Reformatorisch Dagblad bevinden zich in de Verenigde Staten ongeveer 25% van alle gevangenissen wereldwijd en herbergen ze het hoogste aantal gevangenen ter wereld) en waar (en misschien wel omdat) gevangenissen een verdienmodel zijn, zijn er verschillende dichters onder gevangenen opgestaan.

Een van de bekendste is de Afro-Amerikaanse dichter Etheridge Knight (1931 -1991). Hij maakte in 1968 naam met zijn debuutbundel ‘Poems from Prison’. Het boek herinnert in versvorm aan zijn acht jaar durende gevangenisstraf na zijn arrestatie voor een overval die hij in 1960 pleegde. Tegen de tijd dat hij de gevangenis verliet, had Knight een tweede deel voorbereid met zijn eigen geschriften en werk van zijn medegevangenen. Dit tweede boek, voor het eerst gepubliceerd in Italië onder de titel ‘Voce negre dal carcere’ verscheen in 1970 in het Engels als ‘Black Voices from Prison’.

Met deze twee bundels werd Knight één van de belangrijkste dichters van de Black Arts Movement , die bloeide van begin jaren 1960 tot midden jaren 1970. Met wortels in de burgerrechtenbeweging , Malcolm X en de Nation of Islam en de Black Power-beweging, probeerden Etheridge Knight en andere Amerikaanse kunstenaars binnen de beweging politiek geëngageerd werk te creëren dat de Afro-Amerikaanse culturele en historische ervaring onderzocht.

Maar Knight wordt ook beschouwd als een belangrijke dichter in de mainstream Amerikaanse traditie. Na zijn gevangenschap behaalde hij in 1990 een bachelor in Amerikaanse poëzie en strafrecht aan de Martin Center University in Indianapolis. Ook doceerde hij aan de Universiteit van Pittsburgh, de Universiteit van Hartford en de Universiteit van Lincoln.

In de bundel ‘The Essential Etheridge Knight’ uit 1986 staat het gedicht dat hij schreef voor Malcolm X, getiteld ‘For Malcolm, a Year After’. 

.

For Malcolm, a Year After

Compose for Red a proper verse;
Adhere to foot and strict iamb;
Control the burst of angry words
Or they might boil and break the dam.
Or they might boil and overflow
And drench me, drown me, drive me mad.
So swear no oath, so shed no tear,
And sing no song blue Baptist sad.
Evoke no image, stir no flame,
And spin no yarn across the air.
Make empty anglo tea lace words—
Make them dead white and dry bone bare.
Compose a verse for Malcolm man,
And make it rime and make it prim.
The verse will die—as all men do—
but not the memory of him!
Death might come singing sweet like C,
Or knocking like the old folk say,
The moon and stars may pass away,
But not the anger of that day.

.

28 jaar later

Poëzie in Zombiefilm

.

Ik schrijf al vele jaren over poëzie en heb een voorkeur voor momenten en plekken waar je poëzie tegenkomt waar je het niet verwacht. Dat kan werkelijk overal zijn, daar ben ik inmiddels wel achter. En toch word ook ik soms nog verrast.

Zo las ik in een recensie van de Zombiefilm ’28 years later’ een vervolg op de zombieklassieker ’28 days later’ van regisseur Danny Boyle uit 2002, een passage over het gebruik van het anti-oorlogsgedicht ‘Boots’ van Rudyard Kipling uit 1903, uit de bundel ‘The Five Nations’ in deze nieuwe film. Het gedicht verbeeldt de repetitieve gedachten van een infanterist van het Britse leger die tijdens de Tweede Boerenoorlog door Zuid-Afrika marcheert.

Kipling (1865-1936) is een beroemde Engelse dichter en schrijver (van bijvoorbeeld The Jungle Book) die als eerste Brit in 1907 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg. Zijn gedicht ‘If’  (1910) werd in 1995 door de Engelsen verkozen tot hun favoriete Engelse gedicht. Een ander beroemd gedicht van hem is ‘The white man’s burden’ uit 1899.

Maar terug naar de film ’28 years later’. Volgens de recensent werd de eerste spokenword opname in 1915 opgenomen en is deze opname verder uitgewerkt tot ‘een onder de huid kruipend nachtmerriemantra. Boots-boots-boots-boots moving up and down again.’

Toen ik dit las ben ik uiteraard meteen op zoek gegaan naar dit gedicht. Hieronder kun je het gedicht lezen en naar de opname uit 1915 luisteren.

.

Boots 

We’re foot—slog—slog—slog—sloggin’ over Africa! Foot—foot—foot—foot—sloggin’ over Africa(Boots—boots—boots—boots—movin’ up and down again!) There’s no discharge in the war!

 

Seven—six—eleven—five—nine-an’-twenty mile to-dayFour—eleven—seventeen—thirty-two the day before(Boots—boots—boots—boots—movin’ up and down again!) There’s no discharge in the war!

 

Don’t—don’t—don’t—don’t—look at what’s in front of you. (Boots—boots—boots—boots—movin’ up an’ down again!) Men—men—men—men—men go mad with watchin’ ‘em, There’s no discharge in the war!

 

Try—try—try—try—to think o’ something differentOh—my—God—keep—me from goin’ lunatic! (Boots—boots—boots—boots—movin’ up an’ down again!) There’s no discharge in the war!

 

Count—count—count—count—the bullets in the bandoliers. If—your—eyes—drop—they will get atop o’ you (Boots—boots—boots—boots—movin’ up and down again!) There’s no discharge in the war!

 

We—can—stick—out—’unger, thirst, an’ weariness, But—not—not—not—not the chronic sight of ‘emBoots—boots—boots—boots—movin’ up an’ down again! An’ there’s no discharge in the war!

 

‘Tain’t—so—bad—by—day because o’ company, But—night—brings—long—strings—o’ forty thousand million Boots—boots—boots—boots—movin’ up an’ down again. There’s no discharge in the war!

 

I—’ave—marched—six—weeks in ‘Ell an’ certify It—is—not—fire—devils—dark or anything, But boots—boots—boots—boots—movin’ up an’ down again, An’ there’s no discharge in the war!

.

How the worst day in my life became the best

Inzichten in moderne poëzie

.

Poëzie heeft altijd de kracht gehad om emoties op te roepen en nieuwe perspectieven te bieden, maar breekt nu vaak met traditionele formats zoals vaste versvormen en academische discussies. Hedendaagse dichters lopen voorop in deze verandering en creëren een taal en een vorm die direct aansluit bij persoonlijke ervaringen en thema’s weerspiegelt die resoneren met ons dagelijks leven. Ik heb hier al vaker over geschreven en hoewel ik, je hebt nu eenmaal je voorkeuren, als schrijver en dichter soms moeite heb met deze nieuwe vormen, kan en durf ik ze ook te omarmen. Want poëzie leeft en is organisch. Poëzie is in haar lange geschiedenis nooit statisch geweest en dat is denk ik één van de redenen dat poëzie nog steeds springlevend is.

Deze transformatie gaat niet alleen over nieuwe manieren om poëzie te delen en ervan te genieten; het is een herdefiniëring van de essentie ervan en de rol die het speelt in ons leven van alledag. Poëzie blijft ons raken, onze gedachten prikkelen en ons helpen het gewone op een buitengewone manier te zien. In navolging van de woorden van Dylan Thomas kan poëzie nog steeds een lach, een traan, stilte of zelfs een spontane noot opwekken. Of je nu op zoek bent naar inspiratie, troost of gewoon een connectie, ook de hedendaagse poëzie biedt voor elke stemming en elk moment wel iets.

De tijden zijn veranderd en hoewel de literaire kernwaarde van poëzie behouden blijft, zijn de vorm en het format ervan dramatisch geëvolueerd. Neem bijvoorbeeld het werk van Atticus, het pseudoniem van een anonieme Canadese dichter. Hij schrijft  poëzie, epigrammen en aforismen met thema’s als liefde, relaties en avontuur. In 2016 werd Atticus door het tijdschrift Teen Vogue uitgeroepen tot de #1 dichter om te volgen . In 2022 noemde The Times Atticus ‘Byron voor de Instagram-generatie’ en datzelfde jaar werd hij door Galore Magazine uitgeroepen tot ‘de meest tatoeëerbare dichter ter wereld’. Een ander voorbeeld van een Instagramdichter die door dit medium beroemdheid verkreeg is natuurlijk Rupi Kaur.

Maar er is ook kritiek op zijn poëzie, die als generiek en repetitief wordt omschreven. De inhoud van zijn poëzie wordt eveneens bekritiseerd als manipulatief, vooral in de context van zijn publiek dat voornamelijk uit tienermeisjes bestaat. Colin Yost, is een criticus van Atticus en heeft hem omschreven als een ‘dief’ en een ‘toe-eigenaar van oude klassiekers’. En daar kun je van alles van vinden maar door de eeuwen heen hebben dichters gejat en geleend van voorgangers. De postmodernistische dichters maken juist en graag gebruik van teksten, delen van teksten en woorden van hun voorgangers.

Een ander voorbeeld is Andrea Gibson (1975), een Amerikaanse dichter en activist, die zich in zijn gedichten richt zich op gendernormen , politiek, sociale rechtvaardigheid en LHBTQ-onderwerpen. Gibson gebruikt genderneutrale voornaamwoorden , met name zij/hen/hun. Veel van hun gedichten gaan over genderidentiteit. Gibson heeft over gender gezegd: “Ik identificeer me niet per se binnen een genderbinair systeem. Ik heb me in mijn leven nooit echt een vrouw gevoeld en ik heb me zeker nooit een man gevoeld. Ik bekijk gender op een spectrum en ik voel ergens op dat spectrum dat niet aan een van beide kanten daarvan landt.” In Nederland en Vlaanderen zijn er ook dichters die zich specifiek of óók richten op de LHBTQ gemeenschap of schrijven over gender. Voorbeelden beschreef ik al hier, hier en hier.

Een laatste voorbeeld is Phil Kaye een Japans-Amerikaanse spoken word dichter, schrijver en filmmaker.  Phil Kaye werd geboren in Californië als zoon van een Japanse moeder en een Joods-Amerikaanse vader. Als kind sprak Kaye thuis bijna uitsluitend Japans, totdat hij op vijfjarige leeftijd naar een Amerikaanse kleuterschool werd gestuurd. Kaye’s familie, samen met zijn Japanse en Joodse afkomst, zijn terugkerende thema’s in zijn latere werk. Naast zijn poëzie is Kaye een voormalig docent van wekelijkse poëzieworkshops in zwaarbewaakte gevangenissen. Hij werd benoemd tot hoofdcoördinator van Space in Prisons for the Arts and Creative Expression (SPACE), een organisatie die gratis kunstworkshops aanbood aan gedetineerden.

Moderne dichters, moderne poëzie, met thema’s als liefde, identiteit, sociale rechtvaardigheid, gender en persoonlijke groei. Ieder van hen brengt een eigen stem en weet thema’s levendig te verwoorden. Hun werk gaat verder dan traditioneel lezen, ze brengen een ervaring die lezers weet te raken. Zoals het gedicht ‘How the Worst Day of My Life Became the Best’ van Andrea Gibson, uit ‘You Better Be Lightning’ uit 2021.

.

How the Worst Day of My Life Became the Best

.

“When you are trapped in a nightmare, your motivation to awaken will be so much greater than that of someone caught up in a relatively pleasant dream.”
—Eckhart Tolle

.

When I realized the storm
was inevitable, I made it
my medicine.

Took two snowflakes
on the tongue in the morning,
two snowflakes on the tongue
by noon.

There were no side effects.
Only sound effects. Reverb
added to my lifespan,
an echo that asked—

What part of your life’s record is skipping?
What wound is on repeat?
Have you done everything you can
to break out of that groove?

By nighttime, I was intimate
with the difference
between tying my laces
and tuning the string section

of my shoes, made a symphony of walking
away from everything that did not
want my life to sing.

Felt a love for myself so consistent
metronomes tried to copyright my heartbeat.

Finally understood I am the conductor
of my own life, and will be even after I die.
I, like the trees, will decide what I become:

Porch swing? Church pew?
An envelope that must be licked to be closed?
Kinky choice, but I didn’t close.

I opened and opened
until I could imagine that the pain
was the sensation of my spirit
not breaking,

that my mind was a parachute
that could always open
in time,

that I could wear my heart
on my sleeve and never grow
out of that shirt.

That every falling leaf is a tiny kite
with a string too small to see, held
by the part of me in charge
of making beauty
out of grief.

.