Site-archief
Orde!
T. van Deel en Hannes Meinkema
.
Vandaag een dubbel-gedicht van twee oudgedienden; Tom van Deel (1945 – 2019) en Hannenes Meinkema (1943) over orde in het klaslokaal.
Allereerst het gedicht ‘Overwegingen van T. van Deel dat is genomen uit de bundel ‘Strafwerk’ de debuutbundel van deze dichter en literatuurcriticus uit 1967, waarin hij het eeuwige dilemma van de leerkracht verdicht; eruit sturen of niet.
In het tweede gedicht van schrijver, dichter en feminsite Hannes Meinkema ‘Ik betrap ze allemaal…’uit de bundel ‘En dan is er koffie’ uit 1976 komt opnieuw de leraar aan het woord maar nu als almachtige in het klaslokaal.
.
Overwegingen
.
Als ik nu tegen die jongen
zeg dat hij eruit moet gaan
zegt hij misschien waarom
meneer ik dee toch niks
en moet ik eerst staan
uitleggen dat hij weliswaar
inderdaad geen schuld heeft
maar dat het mij om di-
daktische redenen beter
lijkt dat hij verdwijnt
en hoe mooi het van hem
zijn zou als hij dat zonder
verdere discussie doen zou –
dus zeg ik maar niets.
.
Ik betrap ze allemaal…
.
Ik betrap ze allemaal, ik hoor alles,
niets ontgaat me.
Zo, zeg ik streng, jij hebt voorgezegd,
ik hoor het wel.
En terwijl ik heel ernstig kijk maak ik
met rode vilstift een puntje in mijn
agenda bij de naam van het kind dat
heeft voorgezegd.
Streng maar rechtvaardig, is mijn motto.
De klas is helemaal stil.
Ze denken dat het een slechte aan-
tekening is.
In werkelijkheid is het een klein onbe-
duidend tekentje waar niets uit op te
maken valt.
Maar ik heb macht over ze.
Ik zaai angst en slechte rapportcijfers.
.
C.S. Lewis en Joy Davidman
Poëzie in ‘Shadowlands’
.
Afgelopen weken keek ik naar ‘Shadowlands’, een film van Richard Attenborough uit 1993 over (een deel) van het leven van de Engelse schrijver C.S. Lewis. In de film gaat het over de liefdesgeschiedenis tussen C.S. (Jack) Lewis (1898 – 1963) en de Amerikaanse schrijver en dichter Helen Joy Davidman (1915 – 1960). Lewis was een beroemde, in Ierland geboren schrijver, letterkundige en christelijk apologeet, vooral bekend van de serie ‘De kronieken van Narnia’ welke door de BBC als televisieserie en later door Disney als films (enkele van de 7 delen) zijn uitgebracht.
Joy Davidman is de vrouw met wie Lewis enige jaren getrouwd was tot haar dood door kanker in 1960. Ze ontmoeten elkaar in 1952 en de jaren daarna tot aan haar dood vormen het verhaal van ‘Shadowlands’ waarin Anthony Hopkins en Debra Winger de hoofdpersonen vertolken.
Joy Davidman had in de Verenigde Staten, waar ze vandaan kwam, al haar sporen verdient op poëtisch gebied. Zo won ze met haar bundel ‘Letter to a Comrade’ de Yale Series of Younger Poets Competition in 1938 en de Russel Loines Award for Poetry in 1939.
In het begin van de film wordt bij Lewis bekend dat Joy gedichten schrijft. Hoewel ze eerst aarzelt draagt ze vervolgens het gedicht ‘Snow in Madrid’ voor aan hem. Omdat ik dit zo’n mooi gedicht vind (het gedicht is gebaseerd op de mannen die in de Spaanse burgeroorlog vechten tegen de fascisten, hoewel Davidman daar nooit bij is geweest, zoals ze in de film aan Lewis toegeeft) heb ik het opgezocht en wil ik het hier delen.
.
Snow in Madrid
.
Softly, so casual,
Lovely, so light, so light.
The cruel sky lets fall
Something one does not fight.
.
Men before perishing
See with unwounded eye
For once a gentle thing
Fall from the sky.
.
Alles mag je worden
Erik Menkveld
.
Erik Menkveld (1959 – 2014) was dichter, romancier en criticus. Hij studeerde Nederlands aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na zijn studie werd hij redacteur van uitgeverij De Bezige Bij waar hij onder andere het poëziefonds beheerde. Van 1998 tot 2002 was hij organisator en programmamaker bij Poetry International in Rotterdam. Daarna was hij vooral actief als zelfstandig schrijver.
Van 2000 tot 2007 was hij redacteur van het literaire tijdschrift Tirade en in 2003 en 2012 was hij jurylid van de P.C. Hooftprijs, in 2003 ook van de VSB Poëzieprijs. Sinds 2009 was hij actief als poëzie-recensent voor de Volkskrant. In 2014 kwam aan zijn leven een veel te voortijdig einde toen hij stierf aan een hartstilstand.
In de bundel ‘Schapen nu!’ uit 2001 van Erik Menkveld staat een bijzonder gedicht. Het gedicht ‘Alles mag je worden’ is bijzonder in de zin dat, toen ik het las ik steeds dacht, en nu gaat hij in het gedicht zeggen dat je ook dichter kan worden (vooral na de tweede strofe) . Aan de ene kant voelde ik daarbij een zekere teleurstelling en aan de andere kant vond ik het juist ook wel goed dat hij de functie van dichter niet noemde. Het is hoe dan ook een mooi gedicht van een bijzondere dichter.
.
Alles mag je worden
.
Het springzaad knapt, de brempeulen
knallen open en jij ligt er in je wieg
als een popelend boontje bij.
.
Alles mag je worden van mij: zeeman,
boswachter, archeoloog. Of –
als je leven ingewikkeld loopt –
.
gesponsord ontdekker van aangroei
werende stoffen voor scheepsverf,
alleenstaand paddenstoelenfotograaf,
.
pacht- en beestenlijstenonderzoeker
van verdwenen Drentse keuterijen…
Behalve ongelukkig. Beloofd?
.
Vooruitzicht op het najaar
Poëziewandeling en Dichter bij de dood
.
Nu het erop lijkt dat we het ergste hebben gehad met de Corona (vooralsnog en nadat iedereen gevaccineerd is) kunnen we weer verder kijken dan het hier en nu. Met een beetje geluk gaat het lukken om het gros van Nederland gevaccineerd te hebben rond de vakantie dus daarna kunnen we weer gaan denken over bijeenkomsten, poëziepodia, voordrachten en wat dies meer zij, ik kan er niet op wachten.
Zelf ga ik in augustus een poëziewandeling doen rond het pittoreske dorpje ’t Woudt in het kader van ‘Een ode aan Midden-Delfland’ en ben ik gevraagd door Marjon van der Vegt om samen met haar dit jaar Dichter bij de dood te organiseren, het meest bijzondere podium dat je je als dichter kan wensen, bij het vallen van de avond op Allerzielen (2 november) voordragen op de mooiste begraafplaats van Den Haag en omstreken Oud Eik & Duinen, wanneer de overledenen worden herdacht.
Ik heb daar twee keer mogen staan als dichter en vond het elke keer weer een bijzondere plek en gelegenheid. https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/10/19/allerzielen-2020/
Afgelopen jaar was de eerste jubileumeditie die helaas niet doorging maar dit jaar zijn we ervan overtuigd dat het gewoon weer kan. Dichters zijn inmiddels benaderd en uitgenodigd en de voorbereidingen zijn begonnen. Omdat Allerzielen over het herdenken van de overledenen gaat wilde ik dit bericht omlijsten met een mooi gedicht over de dood.
Ik koos voor het gedicht ‘Mijn laatste dood’ van de Vlaamse dichter, schrijver, essayist en neurowetenschapper Jan Lauwereyns (1969) uit de bundel ‘De willekeur’ uit 2012.
.
Mijn laatste dood
.
Uiteindelijk stierf ik de enige echte keer het was
een dag zoals er vele waren vele
.
dagen vele doden ergens regende regen
.
elders scheen de zon in de ogen van iemand
die treurde om iets dat voorbij was finaal te vroeg gedaan
.
gewis noodzakelijk vroeger dan later en ik en
.
water vloeiden onder de brug en sommigen zagen
wel dat werkelijk niets maal eeuwig niets was
.
want stille kersenbloesembron bestond
.
en wat bestond kon nooit meer niet bestaan
zo stierf ik de enige keer in het diepste wezen getroffen.
.
Beroemd en dichter
Charlie Sheen
.
Op 24 december 2012 schreef ik een blogpost over beroemdheden die naast het werk waar ze beroemd om zijn, ook poëzie schrijven. Voorbeelden waren Leonard Nimoy (Star Trek’s Mr. Spock) en Charlie Sheen (Two and a Half Men) die er in het artikel niet heel goed afkwamen. https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/12/24/beroemdheden-en-hun-poezie/
Nu kwam ik opnieuw een artikel tegen uit 2011 van Keith Staskiewicz waarin de poëzie van Charlie Sheen in wordt belicht. De schrijver van het artikel schrijft over de poëzie van Sheen: “Say what you will about his lifestyle, mental state, personal character, or general status as a human being, but quotes like “I am battle-tested bayonets” and “can’t is the cancer of happen” sound more like they erupted half-formed from the mind of William S. Burroughs than the former star of Two and a Half Men.”
In 1990 publiceerde Sheen een collectie poëzie met als titel ‘A Piece of My Mind’ op Amazon met illustraties van schrijver/regisseur en vriend Adam Rifkin. Rifkin maakte een trailer voor zijn film ‘Tale of Two Sisters’ en Sheen mocht voor deze trailer delen van zijn poëzie hierin voorlezen. De film ziet eruit als een korrelige, vroege John-Waters-trip, maar de echte ster is de poëzie, die Sheen somber en serieus leest. De schrijver van het artikel transcribeerde de tekst die je hieronder kan lezen. Bizar feitje over de heren Sheen en Rifkin: Beide hebben op een bepaald moment in hun leven per ongeluk hun partner neergeschoten. Zoiets kan alleen in de Verenigde Staten. De trailer heb ik nergens kunnen vinden maar de film schijnt nog steeds op Netflix te zien te zijn.
..
Afternoon chaos turned to laughter,
As the lady in grey pierces the surface of the private aquarium,
Peach body held tight by the warmth of day,
Eyes fixed to locate, steady flow consumed,
A charred eruption takes suddenly the safety from her glow.
No place to hide, clear water raging black,
Looking hard for shallow hope, it’s gone, she consumed it.
Mascara bleeding, eyes of fire turned to stone,
Forced smile fading, laughing jackal breaks the leash.
.
Elegie
Maurice Gilliams
.
De Vlaamse dichter Maurice Guillaume Rosalie Gilliams (1900 – 1982) debuteerde op 17 jarige leeftijd met gedichten en proza onder de naam Floris van Merckem, een pseudoniem dat hij later introk. Hij schreef zowel proza als poëzie en brak op 36-jarige leeftijd door met zijn sterk autobiografische roman ‘Elias of het gevecht met de nachtegalen’. Gilliams schreef altijd autobiografisch, meestal over zijn mislukte huwelijk en over zijn verloren jeugd ( Gilliams trouwde in 1935 met Gabriëlle Baelemans maar ze leefden vrij vlug daarna gescheiden. Van een echtscheiding kwam het echter door weerstand van Gabriëlle pas 41 jaar later in 1976).
Als dichter en schrijver ontving hij de Constantijn Huygensprijs (1969), de Driejaarlijkse Staatsprijs (1972) en de Prijs der Nederlandendse Lettren (1980). In dat laatste jaar werd hij ook benoemd tot doctor honoris vausa aan de universiteit van Gent. Na zijn dood in 1982 werd de Maurice Gilliamsprijs in het leven geroepen. Hoewel in Vlaanderen nog steeds een bekende naam raakt deze dichter langzaam in de vergetelheid ondanks het feit dat hij in veel bloemlezingen wordt en is opgenomen.
Uit de bundel ‘Vita brevis’ Verzameld werk uit 1984 komt het gedicht ‘Elegie’.
.
Elegie
.
Zolang op het land.
Roken en door ’t venster staren:
linden voor de gevel,
trage knapen gaan voorbij.
.
Zomeravond op de velden
en de verre treinen kan men horen.
Grachten die naar heimwee smaken,
vergezichten, klokken die mij plagen
komen ’t hart zijn honing roven.
En de dorpen die ik door wil trekken,
waar de bruiden wonen,
waar de boten varen op de stromen,
roepen mij in ’t dalend donker:
in het koren staat een huis.
.
Maar ik sta hier voor het venster
van een boerenkamer
waar een stoel de stilte tekent
en de bloemen bruin verwelken
in een glas groen water.
.
Visuele poëzie
Warren Lehrer
.
De Amerikaanse schrijver en ontwerper/kunstenaar Warren Lehrer (1955) staat vooral bekend om zijn zeer visuele boeken en multimediaprojecten. Hij kreeg bekendheid in de jaren tachtig en negentig vanwege zijn pogingen om de vorm van gedachten en spraak vast te leggen op de gedrukte pagina in zijn boeken en performance-partituren die worden gekenmerkt door polyvalente (veelzijdige) verhalen en expressionistische typografie.
In november 2019 ontving Lehrer de Lifetime Achievement Ladislav Sutner-prijs in Tsjechië. voor ‘zijn baanbrekende werk op het gebied van visuele literatuur en vormgeving’. De jaarlijkse onderscheiding, genoemd naar de Tsjechisch-Amerikaanse designpionier, erkent individuele kunstenaars uit de hele wereld die uitmuntende prestaties leveren op het gebied van schone kunsten, met name toegepaste kunst en design.
In 2020 had Lehrer een tentoonstelling in de Center for Book Arts in New York waarin hij zijn benadering van het visualiseren van poëzie en proza in projecten met meerdere vertakkingen door middel van boeken, typografie, animatie en performance weergaf. Uit deze tentoonstelling hier een paar voorbeelden van zijn visuele vorm van poëzie.
.
Hier openen
Anne Vegter
.
In de bibliotheek van Maassluis, waar ik werk, is bij de nieuwbouw in 2000 in het kader van de 1% regeling beeldende kunst door Geerten ten Bosch en Moritz Ebinger in 6 weken een organisch ontstaan kunstwerk op de muren van de jeugdbibliotheek gemaakt. Beide hadden een aantal afbeeldingen die ze wilden schilderen en tekenen op de muren en als zo’n afbeelding (bijna) af was van de een, dan ging de ander erop verder. Zo ontstond een bijzonder fantasierijke muurschildering die zelfs na 20 jaar zijn kracht nog niet heeft verloren.
Ik moest hieraan denken toen ik op de Wikipedia van dichter. proza-, toneel- en kinderboekenschrijfster Anne Vegter (1958) las, dat ze met Geerten ten Bosch had samengewerkt. Ik ken Anne Vegter dan ook in eerste instantie van haar kinderboeken. Pas later, toen ze dichter des vaderlands werd van 2013 tot 2017 begon ik me ook in haar als dichter te interesseren. Inmiddels is ze sinds begin dit jaar stadsdichter van Rotterdam en denk ik bij haar naam als eerste aan haar als dichter.
Haar laatste dichtbundel is alweer van 2019 ‘Big data’ maar het gedicht ‘Hier openen’ komt uit haar bundel ‘Eiland berg gletsjer’ uit 2011 hetzelfde jaar waarin ze de Awater Poëzieprijs ontving.
.
Hier openen
.
Ik heb een inkomentje van niks,
liefste, iets voor ouden van dagen.
Uit mijn broekje hangt een sliert
want moeder fokt, je moeder fokt.
Ik had een moeder die op zoek was
naar een bekendstaand psycholoog.
Ik hielp haar zoeken, zoekende
word je alleen anders dol. Werken,
tweede onderwerp. En mijn rug
was niet zo sterk. Wat doe je liefste,
als de mannen je willen. Eentje kwam
maar half, eentje bracht het tot vader.
De resten heb ik uitgekotst. Het was
een kwestie van dagen. Nu lig ik
op mijn moeder en gek van verdriet
zoek ik een ouder voor mijn kind.
De brief moet naar mijn zoon.
.
Hella Haasse
Virgo
.
Regelmatig kom ik erachter dat er schrijvers zijn, die ik eigenlijk alleen maar ken als prozaschrijver, die naast hun prozawerk ook poëzie hebben geschreven. Opmerkelijk vaak wordt er gedebuteerd met poëzie waarna men zich op de proza werpt. Blijkbaar is poëzie een mooie kruiwagen om schrijver van proza te worden. En nu is er opnieuw een schrijver waarvan ik ontdek dat zij ooit poëzie schreef namelijk Hella Haasse. Hella Haasse (1918-2011) debuteerde met een dichtbundel in 1945. Daarna zou er van haar nauwelijks nog poëzie in druk verschijnen, tot er in 2006 plotseling acht gedichten opdoken in het Vlaamse literaire tijdschrift ‘Het Liegend Konijn’. De enige informatie die erbij stond was: Deze gedichten zijn uit de jaren 1960-1980.
De 22 gedichten in haar debuutbundel getiteld ‘Stroomversnelling’ schreef ze op haar zeventiende. Zelf beschouwde ze dit bundeltje als jeugdzonde. En hoewel ze weliswaar poëzie bleef schrijven (haar archief bevat enkele schriften en een flinke map met grotendeels ongepubliceerde poëzie) zou een tweede bundel er nooit komen. Wil je meer hierover lezen kijk dan op op de site https://literatuurmuseum.nl
In de verzamelbundel ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde, samengesteld door Christine D’haen uit 1980, is een gedicht uit haar bundel ‘Stroomversnelling’opgenomen getiteld ‘Virgo’ wat me op de een of andere manier aan Marieke Lucas Rijneveld deed denken.
.
Virgo
.
Zij is een wezen tussen vrouw en knaap –
Zij heeft de strakke passen van een jongen
Soms ligt zij als een poes inééngedrongen:
Dan schijnt zij vrouw, en glimlacht in haar slaap.
.
Haar ogen zijn van amber, en die weten
veel wegen, die haar mond aan geen verraadt –
Zij spiegelt zich in ’t water als zij baadt
Haar lijf is rank en koel en nooit bezeten.
.
Zij houdt van lichte bloemen zonder geur,
lang kan zij zwemmen in de groene bronnen –
Zij leest veel en aandachtig, zoals nonnen
dat doen, alléén, achter gesloten deur
.
terwijl het zonlicht aan de wanden fluistert
en ’t glas-in-lood raam donker glanst als wijn.
Zij heeft de trots van hen, die eenzaam zijn,
een hart dat wacht en aan de stilte luistert. –
.
Om land en hart
Oorlogsgedichten
.
Zo nu en dan loop ik in kringloopwinkels of tweedehandsboekenwinkels kleine, vaak goedkoop gemaakte, bundeltjes tegen het lijf die tijdens of vlak na de tweede wereldoorlog zijn verschenen. Een aantal voorbeelden lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/03/24/climax/, hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/02/27/oorlogsstad/ en hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/04/12/geteisterd-volk/ . En nu kan ik hier weer een nieuw exemplaar aan toevoegen dat in mijn bezit is gekomen.
Het betreft hier het kleine bundeltje ( het is meer een schriftje met een slappe kaft) ‘Om land en hart’ verzen van J. ten Mutsaert. Zoals op de eerste pagina te lezen is, werd dit bundeltje verzen uitgegeven in april 1945 in het bezette deel van Nederland door De Duistelvink. Het werd in een oplage van 810 uitgegeven (al is in mijn exemplaar sprake van 410 maar van de 4 is een 8 gemaakt. Ik heb nummer 641.
Op https://www.dbnl.org/ lees ik dat J. Mutsaert het pseudoniem was van dichter Jan H. de Groot (1901 – 1990) die ook het pseudoniem Haje Sikkema gebruikte. Jan H. de Groot debuteerde in 1926 met een in eigen beheer uitgegeven bundel ‘Lentezon’, was journalist en redacteur bij ‘Het vrije Volk’ en bleef tot op hoge leeftijd schrijven. Zijn laatste publicatie was een bibliofiel uitgegeven werk in 1988. Voor zijn werk ontving hij de Verzetsprijs voor letterkundigen in 1945 en de Poëzieprijs van de stad Amsterdam in 1946 voor het gedicht ‘Moederkoren’.
In ‘Om land en hart’ staan korte en wat langere gedichten en verzen. Over Mussert, het Duitse volk, het graf van een Engelse piloot en een executie in het Weteringplantsoen, 20 gedichten in totaal. Ik heb er een paar uitgekozen om hier te plaatsen.
.
Arrestatie
.
Nog eenmaal zie ik om en groet mijn vrouw,
mijn jongens met de neuzen voor de ramen.
Er is berouw noch spijt, ik krop alleen wat tranen,
omdat ik plots’ling weet, hoeveel ik van z hou.
.
Vrijheidsstrijder
.
Van huis en hol verdreven,
de dood ontweken en gezocht.
Niets was als prijs te duur gekocht,
mits ’t nageslacht zou leven.
.
Steden
.
O steden, vast en hecht is uwe staat,
voor elke vluchtling zijt gij toeverlaat.
Maar Babel werd verwoest, Carthago en Athene.
In één nacht vult het puin uw plein en straat.
.




















