Site-archief

Ezel!

Dubbelgedicht

.

Vandaag een dubbelgedicht over een dier met een, onterecht, dubieuze naam; de ezel. Het eerste gedicht is van Jacob Israël de Haan (1881 – 1924), een schrijver, dichter, publicist en rechtsgeleerde. Het gedicht ‘Ezeltje’ komt uit de bundel ‘Kwatrijnen’ uit 1994.

Het tweede gedicht is van Lêdo Ivo (1924 – 2012) een Braziliaans dichter, schrijver, essayist en journalist. Zijn gedicht ‘De ezel’ komt uit de bundel ‘Vleermuizen en blauwe krabben’ uit 2000 vertaald door August Willemsen.

.

Ezeltje

.

Ezeltje op uwe sterke hertepootjes,

Wat gaat gij driftig door de smalle straat.

Gij struikelt niet over steenen en gootjes.

Een trouw en sober kameraad.

.

De ezel

.

Boven op de verschroeide oever

graast de ezel. Zijn grote gele tanden

vermalen het droge gras dat over is

van zo veel voorjaar.

De aarde is donker. In de volkomen blauwe hemel

werpt de zon zijn schitteringen en verwarmt

tomaten, artisjokken, aubergines.

De ezel overziet de dag die trilt

van zo veel licht

en balkt, zijn aandeel

in de schoonheid van de wereld.

.

In en om het huis

Danae Sioziou

.

Afgelopen vrijdag was ik bij de opening van Poetry International, een bezoek dat om vele redenen waarvol was maar daar kom ik later nog op terug. Het openingsprogramma bestond dit keer uit steeds drie of vier dichters die het podium van Lantaarn het Venster opkwamen en daar een gedicht voordroegen (al dan niet voorzien van boventiteling).

Een van de dichters die optrad was Danae Sioziou (1987) uit Griekenland. Ze groeide op in Duitsland en Griekenland en studeerde Engelse literatuur, cultureel management en Europese geschiedenis in Athene, Berlijn en Londen.

Ze debuteerde met de bundel ‘Useful Children Games’. Ze kreeg de Nationale prijs voor jonge schrijvers en de Hellenistische schrijversbond ‘Jiannis Varveris prijs’  voor jonge schrijvers. Inmiddels zijn haar gedichten vertaald in dertien talen en internationaal verschenen in tijdschriften en kranten.

Ook heeft ze Duitse, post-koloniale, aboriginal en Afrikaans-Amerikaanse gedichten vertaald. Ze organiseert het Purple Medusa Festival, een literair festival met een explicite focus op literatuur en gender.

Bij de opening van Poetry International kregen de bezoekers een vertaalde bundel van Sioziou (vertaling in het Nederlands door Eveline Mineur). Uit deze festivalbundel  het gedicht ‘ In en om het huis’.

.

In en om het huis

.

Ze had niet opgelet

het misschien niet eens gemerkt

ze ging gewoon door met snijden.

Het bloed vloeide zachtjes

langs de lijnen van het lot

de gootsteen in.

Haar kat kwam onrustig

naar haar toe gerend

terwijl zij

opeens

in een flits

zichzelf zag

vanuit de glazen kattenogen,

een vreemde,

opgesloten in een smerig hok

plafond zonder zonsopgang

op de grond kleine kevers

in de gootsteen het donkere meer

waarin haar handen weken

dat nu glinstert door een krans

van witte, ontsmettende rijp:

ze denkt laat me vandaag

tenminste de afwas afmaken.

.

Dans

Federico Garcia Lorca

De in Andalusië geboren dichter en (toneel)schrijver Federico Garcia Lorca (1898-1936) geldt als een van de belangrijkste schrijvers van de 20ste-eeuwse Spaanse literatuur. Hij behoorde tot de Generatie van ’27 en wordt door velen gezien als de grootste dichter die Spanje heeft voortgebracht. De Generatie van ’27  combineerde een avantgardistische en grondhouding met klassieke dichtvormen en esthetiek, met een opvallende aandacht voor het onderbewuste. Uiteindelijk zou de beweging uitmonden in een grote variëteit aan stijlen, met het surrealisme als meest markante verschijningsvorm. Andere dichters van deze generatie zijn onder andere Pedro Salinas, Jorge Guillén, Dámaso Alonso, Rafael Alberti en Vicente Aleixandre (die in 1977 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg toegekend),

Garcia Lorca is zo beroemd dat er zelfs een vliegveld (dat van Granada) naar hem vernoemd is. Veel van zijn werk is in het Nederlands vertaald. Zijn beroemdste gedichten komen  uit ‘Zigeunerromances’ of ‘Romanero Gitano’ uit 1928. Deze gedichten zijn een gestileerde nabootsing van de ballades en gedichten die op het Spaanse platteland verteld werden. Zijn biograaf Ian Gibson zou hierover schrijven: “Zonder twijfel de beroemdste, meest gelezen, voorgedragen en bestudeerde dichtbundel van de hele Spaanse literatuur”. García Lorca beschrijft het werk als een ode aan Andalusië.

Uit deze bundel komt het gedicht ‘Dans’ dat komt uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ vertaald en toegelicht door Bart Vonck uit 2009.

.

Dans

.

Carmen is aan het dansen

door de straten van Sevilla.

Met haren wit

en fonkelende ogen.

.

Meisjes,

doe de gordijnen dicht!

.

Op haar hoofd kronkelt

een gele slang,

en ze droomt dat ze danst

met vroegere vrijers.

.

Meisjes,

doe de gordijnen dicht!

.

De straten liggen verlaten,

en in de verte verloren

zoeken Andalusische harten

oude doornen.

.

Meisjes,

doe de gordijnen dicht.

.

Riekus Waskowsky

Haikoe

.

Rotterdamse dichter Riekus Waskowsky (1932 – 1977) was  dichter  en vertaler van onder andere de gedichten van Pablo Neruda en Evelyn Waugh. Om in zijn levensonderhoud te voorzien, verrichte hij allerlei werkzaamheden. Tijdens een van zijn baantjes behaalde hij een diploma ‘uitslaan van plaatwerk’ waarop hij, naar verluidt, trots was. In 1968 won hij de Alice van Nahuys-prijs voor zijn debuut ‘Tant pis pour le clown’. Waskowsky was bevriend met Jules Deelder en kon net als hem korte grappige gedichten schrijven zoals de haikoe uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1985:

 

apropos, heb jij

soms

f 1000,-

 

In Maatstaf jaargang 13 (1956-1966) verschenen een aantal gedichten van hem zoals het gedicht voor Simon V. (Vinkenoog) ‘Uit onze advertentie’.

.

Uit onze advertentie

Voor Simon V.

.

Vrienden (veiligheidshalve zal ik jullie namen
maar niet noemen), ook al heb ik Armando nog nooit
viool horen spelen of Jan Cremer zien huilen: ik
zeg jullie dat ik nu volledig bekeerd ben.
.
Ook ik ben eigenlijk zeer interessant. Ik ben
een studieobject voor sociologen, maatschappelijk
werkers, opvoeders, reclasseerders, technici,
hogere ambtenaren, jeugdleiders, psychiaters,
advocaten, magistraten en theologen.
.
So bring it on home to me! Ad. f 5,- per klontje
desnoods. Ook ik ben een alomvattend ik, ik, ik.
.
Mijn ik (biologisch, sociologisch, psychologisch,
genetisch, theologisch, filosofisch, fysiologisch
en natuurwetenschappelijk) is nu al reeds dikker
dan een onverbiddelijke bestseller.
.
.

Niet zonder geritsel

Piet Gerbrandy

.

Piet Gerbrandy (1958) is dichter, classicus, docent, essayist en poëziecriticus. Hij maakt vertalingen uit het Grieks en Latijn en schrijft essays, gedichten en poëzie-recensies. In 1993 begon hij met het schrijven van essays voor het weekblad De Groene Amsterdammer; in 1996 werd hij poëzie-recensent bij de Volkskrant. Hij ontving voor zijn werk verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs en de Herman Gorterprijs.

In 1996 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Weloverwogen en onopgemerkt’ waarna vele dichtbundels volgde. Ik schreef al eerder over Gerbrandy en hoewel zijn poëzie niet altijd de makkelijkste is is het wel zeer de moeite waard. In 2022 verscheen van hem de bundel ‘Niet zonder geritsel’ met tekeningen van Anne van Herreweghen. In deze bundel “kijkt de dichter met een mengeling van melancholie en ironie terug op de evolutie en geschiedenis, om vast te stellen dat de idylle waarin mens en natuur samenvallen alleen nog in de verbeelding bewaarheid worden”. De gedichten in deze bijzonder mooi uitgegeven bundel zijn allemaal zonder titel en hebben allemaal een zelfde opbouw van steeds drie regels, dan vier keer twee regels en weer drie regels.

.

Terwijl een wandelaar verveeld naar zwaar metalen herrie luistert heffen de zuilen

van het woud hun ritseldak in de hoop formules van gene zijde door te kunnen

geven aan de schimmels vogels en mensen

.

Uit kelken van wee dampt een walm die bijen

bedwelmt wespen lome inkeer beveelt

.

in cellen van was en papier om kwade

angels tot boden te vormen. Verheelt

.

in geur niet een geest zich met lenige dijen

en bleke blozende wangen die raadt

.

geen doving te aanvaarden die niet leidt

tot ontgesping van stuifmeels verlangen?

.

Op warme augustusavonden komen uit bosranden soms ijle wezens tevoorschijn

die in golvend gras nauw hoorbaar doch onzichtbaar dansen tot hun zweet een

ebben en vloeden oproept.

.

Nijhoff en Celan

Ton Naaijkens

.

Deze week werd bekend gemaakt dat vertaler Ton Naaijkens (1953, geboren in het jaar dat Nijhoff stierf) de Martinus Nijhoff Vertaalprijs heeft gekregen. De prijs is bestemd voor vertalers die vertalen in en uit het Nederlands. Elk jaar wordt een vertaler die vertaalt in het Nederlands bekroond. Eens in de vijf jaar – bij elk lustrum van het Cultuurfonds – krijgt tevens een vertaler die vertaalt uit het Nederlands de prijs toegekend.

Ton Naaijkens krijgt de prijs voor zijn vertalingen van poëzie en proza uit het Duits. De jury prijst niet alleen zijn indrukwekkende, rijke oeuvre, maar ook zijn decennialange inzet om ‘vertaling in het cultuurleven en vooral in het hoger onderwijs een plek te geven’. Naaijkens is vooral bekend van zijn vertalingen van het werk van dichter Paul Celan (1920-1970). In een artikel over het werk van Ton Naaijkens stelt de schrijver van het artikel: ” Hoewel Naaijkens ook werk van Robert Musil en hedendaagse Duitse dichters heeft vertaald, kun je gerust stellen dat de vertaling van Celans oeuvre zijn levenswerk is geworden.”

Mooi dat een vertaler van dichters, een vertaalprijs krijgt die vernoemd is naar een dichter (en vertaler) namelijk Martinus Nijhoff (1894-1953). In 1934 verscheen van Nijhoff de bundel ‘Nieuwe gedichten’ en daaruit komt het gedicht ‘Het lied der dwaze bijen’. Lees hier een analyse van dit bijzondere gedicht.

.

Het lied der dwaze bijen

..

Een geur van hooger honing
verbitterde de bloemen,
een geur van hooger honing
verdreef ons uit de woning.
.
Die geur en een zacht zoemen
in het azuur bevrozen,
die geur en een zacht zoemen,
een steeds herhaald niet-noemen,
.
ried ons, ach roekeloozen,
de tuinen op te geven,
riep ons, ach roekeloozen
naar raadselige rozen.
.
Ver van ons volk en leven
zijn wij naar avonturen
ver van ons volk en leven
jubelend voortgedreven.
.
Niemand kan van nature
zijn hartstocht onderbreken,
niemand kan van nature
in lijve den dood verduren.
.
Steeds heviger bezweken,
steeds helderder doorschenen,
steeds heviger bezweken
naar het ontwijkend teeken,
.
stegen wij en verdwenen,
ontvoerd, ontlijfd, ontzworven,
stegen wij en verdwenen
als glinsteringen henen. –
.
Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
wij dwarrelen naar beneden.
Het sneeuwt, wij zijn gestorven,
het sneeuwt tusschen de korven.

.

Jan Hanlo

Vers

.

Van mijn broer kreeg ik de 400 pagina dikke ‘Verspreide kritieken’, verzamelde essays en kritieken van Paul Rodenko (1920-1976), uitgegeven door Meulenhoff in 1992. In dit vierde deel van een reeks komt de criticus Rodenko aan het woord. Niet alleen poëzie maar ook proza wordt door Rodenko beschouwd. Interessant zijn ook zeker de poëziekronieken die Rodenko schreef voor ‘Delta’ een internationaal tijdschrift, waarin hij de ontwikkelingen op het gebied van poëzie in Nederland in de jaren vijftig beschrijft.

Rodenko, dichter, criticus, essayist en vertaler neemt in dit boek geen blad voor de mond en schrijft over dichters die wij heden ten dagen hoog aanslaan, op soms zeer kritische en cynische wijze (pure kitsch en aanstellerij, bijna eerste rangs-dichters, nog net charmant etc.).

Zijn bespreking van ‘Verzamelde gedichten’ van Jan Hanlo (1912-1969) is daarentegen zeer lovend. Daar lees ik ook het gedicht ‘Vers’ dat Rodenko aanhaalt. Hij zegt hierover: “En, van de subjectiviteit van de dichter uit gezien: wanneer alles met alles te maken heeft, is de ene weg dan niet even goed als de andere, het ene thema even goed als het andere, de ene vorm even goed als de andere? ” Omdat het zo’n mooi gedicht is en omdat Rodenko dit ook ziet als een uiting van de veelkleurigheid van het dichterschap van Jan Hanlo deel ik het hier graag.

.

Vers

.

Op mijn gitaar kan ik zacht een snaar aanslaan

en dan mijn vingers vormen tot een ongewoon akkoord

of laat des avonds langs de door de storm beruiste bomen gaan

.

‘k Kan bladeren in een boek met platen

of op een nieuw vel van mijn bloc een streep zetten

of dwalen naar de stenen bank waar we eens stonden

.

Of met de trein naar Zandvoort naar het strand gaan

en naar de grijze zee en de verlaten branding kijken

en daar met gave schoongespoelde schelpjes in mijn hand staan

.

Lamia Makaddam

Vrijetijdsgedichten

.

De in Tunesië geboren dichter, vertaler. journalist en tolk Lamia Makaddam (1971) ken ik sinds kort. In eerste instantie via Facebook, later via haar bijdrage aan ‘De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie’ die werd samengesteld door Tsjead Bruinja en daarna persoonlijk toen ze kwam voordragen in onze gezamenlijke woonplaats bij Loft in het kader van de poëziemiddagen die de organisatie van Dichter bij de dood organiseert. Die laatste bijeenkomst was bijzonder omdat ze mij daar vroeg of ik haar gedichten in het Nederlands wilde voordragen nadat ze ze eerst zelf in het Arabisch voordroeg. Lamia studeerde Arabische taal en letterkunde. Ze publiceerde vijf dichtbundels in het Arabisch en won in 2000 de El Hizjra Literatuurprijs. Haar werk werd vertaald in het Frans, Koerdisch en Engels. In 2020 verscheen haar eerste bundel in Nederland, vertaald door Abdelkader Benali, getiteld ‘Je zult me vinden in elk woord dat ik schrijf’.

Alle reden dus om haar bundel ‘Vrijetijdsgedichten’ aan te schaffen die begin dit jaar werd gepubliceerd door uitgeverij Jurgen Maas en vertaald werd door Djûke Poppinga. De bundel is fraai vormgegeven met op het omslag een foto van de schrijvende hand van Lamia. En de titel van haar eerste Nederlandse dichtbundel is eigenlijk ook op deze tweede bundel van toepassing. Want dat is wat deze bundel doet, de dichter vinden in elk woord dat ze schrijft. Haar poëzie is heel persoonlijk en is geschreven vanuit haar verleden, haar heden en haar toekomst.

Opvallend aan de gedichten is dat je bij een eerste doorbladeren van de bundel niet meteen denkt aan een dichtbundel. De gedichten zijn zonder titel, ze beslaan soms twee pagina’s en zijn als tekstblokken opgeschreven (met uitzondering van een paar gedichten die qua vorm wel meer lijken op wat wij herkennen als gedicht). Nu weet ik dat steeds meer dichters de vorm loslaten en meer proza-achtige gedichten schrijven. Maar Lamia weet hier toch nog een extra dimensie aan te geven.

De gedichten zijn een mengeling van herinneringen, ervaringen, dromen, wensen en verwachtingen en spelen zich vrijwel allemaal af in de directe omgeving van de dichter, haar woning en haar gezin. Maar er zijn ook de herinneringen aan haar ouderlijk huis, haar vader en moeder, haar geliefde en haar land van herkomst. Lamia richt zich in haar gedichten steeds direct tot de lezer waardoor ze een zekere intimiteit weet te scheppen die je niet vaak vindt bij dichters.

Als er al een thema leidend is in deze bundel dan is het denk ik alles wat met kijken, zien, ogen (en hun tranen) en de zintuigelijke visuele waarneming te maken heeft. In vrijwel elk gedicht wordt er al dan niet subtiel naar verwezen, komt het zijdelings aan de orde of is het het onderwerp. Het kijken, het zien, het afnemen van het zicht (tot aan een glazen oog toe). het wordt allemaal beschreven. De poëzie van Lamia is sowieso heel zintuigelijk, ook het voelen, het proeven, ruiken en het luisteren komen terug in haar poëzie.

De poëzie van Lamia is een wonderbaarlijke mix van het bovengenoemde gecombineerd met bespiegelingen en gedachten over de persoon van de dichter, boeken en de liefde. In het gedicht op pagina 18 komt dit allemaal bijeen.

.

Ik was nog een klein meisje, toen een van hen mijn hand pakte en in

zijn broek stak.

Die hand is nooit meer teruggekomen.

Ik schreef poëzie, maar kreeg hem niet terug.

Ik plantte bomen, maar kreeg haar niet terug.

Ik heb haar zelfs niet gevonden toen ik mijn tranen droogde.

Maar vandaag heb ik haar terug gevonden.

Ik hief mijn hand op en zwaaide naar het kleine gezichtje dat tegen de

ruit van de schoolbus was gedrukt

die wegreed.

In de regen en de mist

zag ik mijn hand, levend, ademen,

klein, zoals ik haar had achtergelaten.

 

Ik heb deze bundel met heel veel plezier in één keer uitgelezen. De poëzie van Lamia pakt je vast en neemt je mee. Wat mij betreft een echte aanrader.

.

 

De eer

Agnita Feis

.

Agnita Feis (1881-1944) was een experimenteel dichter, schrijfster, vertaler en beeldend kunstenares. Feis was autodidact. Omstreeks 1903 leerde ze de eveneens autodidactische beeldend kunstenaar Theo van Doesburg kennen. Waarschijnlijk zette zij hem aan gedichten te schrijven, want in september 1904 schreef hij enkele gedichten in zijn dagboek opgedragen aan haar. Vanaf 1913 publiceerde ze als A.H. Feis regelmatig in het tijdschrift ‘Eenheid’.

Eind 1915 verscheen Feis’ dichtbundel ‘Oorlog’. Verzen in staccato in eigen beheer in een oplage van 200 exemplaren waar Theo van Doesburg de omslag van ontwierp. Hiermee was ze de eerste Nederlandse dichter die een experimentele dichtbundel schreef over de Eerste wereldoorlog. Uit deze bundel komt het gedicht ‘De eer’.

.

De eer

.

t Is een
kanon.
‘t Is een
geweer….

Men schiet.
Men moordt:
Maar ‘t is
voor d’eer!

Men steekt
elkaar
een mes
in ‘t hart,

En zie
zoo’n daad
is wit,
niet zwart.

Want ‘t is
voor d’eer!
Men steelt.
Men brandt.

En zie
‘t is goed,
want ‘t is
voor ‘t land!

Vervloekt
die eer!
Vervloekt
dat land!

Vervloekt
de mensch!
Vervloekt
de hand,

die grijpt
naar ‘t zwaard,
die grijpt
naar d’eer,

die grijpt
in bloed.
Steeds meer.
Steeds weer.

Weg met
die eer!
Z’is voos!
Z’is rot!

Wat maakt
zij van
den mensch?
Een zot!

.

Kennismaking met de poëzie

Billy Collins

.

William (Billy) James Collins(1941) is een Amerikaanse dichter, was Dichter des Vaderlands van de Verenigde Staten, of Poet Laureate zoals het daar heet,  van 2001 tot 2003. Hij is een Distinguished Professor aan Lehman College van de City University of New York ( gepensioneerd, 2016). Collins kreeg de titel van Literary Lion van de New York Public Library (1992) en was de New York State Poet van 2004 tot en met 2006. In 2016 werd Collins opgenomen in de American Academy of Arts and Letters. Sinds 2020 is hij docent in het MFA-programma (Master of Fine Arts) aan Stony Brook Southampton. Als dichter kreeg hij verschillende prijzen en onderscheidingen en van zijn bundels werden meer dan 250.000 exemplaren verkocht in de Verenigde Staten.

In 2010 verscheen de bundel ‘Zo Wordt U Gelukkig’ Kees van Kooten en de poëzie van Billy Collins. Kees van Kooten vertaalde en voorzag zesentwintig gedichten van Collins van uitgebreid en geestig commentaar, waarin hij niet alleen laat weten waarom de gedichten hem zo inspireerden, maar ook bepaalde vertaalkeuzes verklaart. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Kennismaking met de poëzie’ of in het Engels ‘Introduction in Poetry’. In dit gedicht neemt Collins op humoristische en ironische wijze lezers (leerlingen) op de hak die per se precies willen weten waar een gedicht over gaat en wat er precies staat. Collins suggereert in dit gedicht dat het lezen van poëzie niet de vreugdeloze analytische oefening hoeft te zijn die veel mensen denken dat het is. De spreker – een leraar – wil dat studenten gedichten benaderen met een speelse, ruimdenkende houding.

.

Kennismaking met de poëzie

.

Ik vraag ze een gedicht te nemen

en dit tegen het licht te houden

als een kleurendia

.

of een oor tegen deze bijenkorf te drukken.

.

Ik zeg laat een muis in het gedicht los

en kijk hoe hij de uitgang zoekt,

.

of schuifel rond in de kamer van dit gedicht

en tast langs de wanden naar de knop  van het licht.

.

Ik wil dat ze waterskiën

over het oppervlak van een gedicht

en zwaaien naar de auteursnaam op het strand.

.

Maar het enige dat zij willen

is het gedicht met touwen op een stoel binden

en er een bekentenis aan ontwringen.

.

Zij beginnen te meppen met stukken tuinslang

om erachter te komen wat dit te betekenen heeft.

.

Introduction to Poetry

.

I ask them to take a poem
and hold it up to the light
like a color slide
.
or press an ear against its hive.
.
I say drop a mouse into a poem
and watch him probe his way out,
.
or walk inside the poem’s room
and feel the walls for a light switch.
.
I want them to waterski
across the surface of a poem
waving at the author’s name on the shore.
.
But all they want to do
is tie the poem to a chair with rope
and torture a confession out of it.
.
They begin beating it with a hose
to find out what it really means.
.