Site-archief

Sylvia Plath

Heavy Women

.

Afgelopen week beluisterde ik een podcast over een nieuwe hit op Netflix getiteld ‘Adolescence’ over de dertien-jarige Jamie Miller die ervan wordt beschuldigd zijn klasgenootje Katie te hebben vermoord. In deze podcast van de Volkskrant wordt ingegaan op hoe worden jonge mannen online beïnvloed worden, en hoe ze aan ongezonde ideeën over mannelijkheid komen, zonder dat ouders of leraren dit door hebben? Belangrijk onderdeel van dit gesprek was de online manosphere, een heterogene groep misogiene websites, blogs en online fora die een bepaalde vorm van mannelijkheid (masculinisme) en sterke oppositie tegen feminisme promoten.

Ik moest hier aan denken toen ik het gedicht ‘Heavy Women’ van Sylvia Plath (1932-1963) las uit haar bundel ‘Crossing the Water’ uit 1971. Het gedicht weerspiegelt de maatschappelijke verwachtingen en het geïdealiseerde beeld van het moederschap dat in Plaths tijd heerste en waar jongens en mannen uit de manosphere een dubieus verlangen naar hebben. De vrouwen worden afgebeeld als ‘prachtig zelfvoldaan’, wat een gevoel van tevredenheid en zelfgenoegzaamheid oproept. Hun ‘zware magen symboliseren het leven dat ze dragen, terwijl hun kalme gezichten een loskoppeling suggereren van de potentiële pijn en complicaties die gepaard gaan met de bevalling. Helemaal in sync met het idee van de tradwives (een samenvoeging van de woorden ‘traditional’ en ‘wife’, Engels voor traditionele echtgenote). Een tradwife is een westerse vrouw die een levensstijl met een traditionele heteronormatieve rolverdeling verkiest, dat helemaal past in de ideeën van de manosphere.

De verwijzing naar ‘Venus, geplaatst op een halve schelp’ trekt parallellen met de klassieke weergave van schoonheid en vruchtbaarheid, wat het geïdealiseerde beeld van de zwangere vrouw nog meer benadrukt. Het gedicht hint echter naar een donkerdere onderstroom, met het ‘donker koestert nog steeds zijn geheim.’ en de naderende komst van de winter, wat suggereert dat er mogelijke uitdagingen en onzekerheden in het verschiet liggen.

Hieronder het gedicht in vertaling uit De Tweede Ronde, jaargang 9 (1988) in een vertaling van B.E. van Hasselt en P.J. Stokhof en in het oorspronkelijke Engels.

.

Zware vrouwen

.

Onweerlegbaar, prachtig zelfvoldaan
Als Venus, geplaatst op haar halve schelp
Gehuld in blond haar en de zoute
Sluier van zeewind, installeren de vrouwen
Zich in hun bollende jurken.
Boven iedere gewichtige buik zweeft
Een gezicht kalm als een maan of een wolk.
Innerlijk glimlachend, mediteren zij
Vroom als de Hollandse bloembol
Die zijn twintig blaadjes vormt.
Het donker koestert nog steeds zijn geheim.
Op de groene heuvel, onder het doornig hout,
Wachten zij gespitst op het duizendjarig rijk,
De klop van het klein, nieuw hart.
Kleuters met roze billetjes vergezellen hen.
Wol opwindend, met niets bijzonders omhanden,
Stappen zij tussen de archetypen.
Vallend duister kapt hen in Mariablauw
Terwijl ver weg de spil van de winter
Rondknarst, met zich meesleurend het stro,
De ster, de wijze grijze mannen.
.
Heavy Women
.
Irrefutable, beautifully smug
As Venus, pedestaled on a half-shell
Shawled in blond hair and the salt
Scrim of a sea breeze, the women
Settle in their belling dresses.
Over each weighty stomach a face
Floats calm as a moon or a cloud.
Smiling to themselves, they meditate
Devoutly as the Dutch bulb
Forming its twenty petals.
The dark still nurses its secret.
On the green hill, under the thorn trees,
They listen for the millennium,
The knock of the small, new heart.
Pink-buttocked infants attend them.
Looping wool, doing nothing in particular,
They step among the archetypes.
Dusk hoods them in Mary-blue
While far off, the axle of winter
Grinds round, bearing down with the straw,
The star, the wise gray men.
.

 

Gezonde democratie

Hans van Willigenburg

.

In 2008 verscheen van Hans van Willigenburg de bundel ‘Objectief verzuipen’. Van Willigeburg (1963) is dichter, journalist, copywriter, romanschrijver en programmamaker. Hij is wekelijks te horen op Radio Rijnmond. De bundel ‘Objectief verzuipen’ is zijn poëziedebuut. Zijn verhalen en poëzie verschenen onder meer in Maatstaf, Hollands Maandblad, De Brakke Hond, Dietsche Warande & Belfort en Propria Cures, maar zijn gedichten werden ook opgenomen in diverse bloemlezingen, waaronder de bloemlezing van Ilja Leonard Pfeijffer, ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’.

In de bundel Objectief verzuipen’ staat het gedicht ‘Gezonde democratie’ dat ook is opgenomen in de bloemlezing ‘Ik proef iets dat bedorven is’ uit 2016 onder redactie van Daniël Dee, Alexis de Roode en Benne van der Velde. Ik las het gedicht en moest meteen aan mijn gedicht ‘De grote leider‘ denken. Helaas is de strekking van dit gedicht nog altijd actueel of misschien wel actueler dan ooit nu het populisme groeit.

.

Gezonde democratie

.

de lijstrekker

één meter vijfentachtig

spierwitte tanden

correcte das

dito pak

pretogen

die zeggen

‘alles verloopt tot dusver perfect

een sterke jongen die mijn feestje

nu nog verpest’

.

zwaait naar zijn ritmisch klappende achterban

betreed nog steeds trouw zwaaiend het spreekgestoelte

terwijl rechts van hem een adviseur met oordopje

klein

vlekkerige huid

hem voor de zekerheid

en op gebiedende wijze

de heilige trits nog eens influistert

.

-Volk! Verandering! Victorie!-

.

alvorens zijn salariseisen

een verdieping lager

in de catacomben van de hal

naar een ander kamp te mailen

.

De stilte

Jan van Nijlen

.

Dat er heel veel themapoëziebundels zijn uitgegeven in de loop der jaren zal voor de vaste lezer van dit blog geen nieuws zijn. Over de meest uiteenlopende onderwerpen zijn bloemlezingen verschenen. Of het nu gaat over verzet, roken, fietsen, troost, de tweede wereldoorlog of beta’s, je kunt het zo gek niet bedenken of er is een verzameling gedichten van gemaakt.

Blijkbaar voorziet de bundeling van gedichten per onderwerp of thema in een vraag van poëzieliefhebbers. In de jaren 1979, 1980 en 1981 verscheen bij Erven Thomas Rap een serie Thema-poëzie. Onderwerpen waren de fiets, de moeder, Het werk, de vogel, de stad, het kind, de tuin en de dood. Maar ook de stilte. In 1980 stelde Kees Fens de bloemlezing ‘De stilte’ samen en in die bloemlezing staat het gedicht ‘De laatste dagen’ van Jan van Nijlen. Deze Vlaamse dichter (1884-1965) was ambtenaar, dichter en essayist.

In 1906 debuteerde van Nijlen met de bundel ‘Verzen’ en voor zijn werk (proza en poëzie) ontving hij onder andere de Constantijn Huygensprijs (1963) en de Staatsprijs Vlaamse Poëzie (1934). Van Nijlen is bij de meeste mensen (zeker in Antwerpen) bekend door zijn gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ dat uit zijn bundel ‘Geheimschrift’ uit 1934 komt en dat in 2011 in het centraal station van Antwerpen onthuld werd.

Van Jan van Nijlen is in de bloemlezing ‘De stilte’ het gedicht ‘De laatste dagen’ opgenomen uit ‘De dauwtrapper’ uit 1947.

.

De laatste dagen
.
Een blauwe schotel bleef, met enkle vruchten,
vannacht in het prieel op tafel staan,
en daarop schijnt, door winde en wilde wingerd,
een laatste straal van de verdoofde maan.
.
Geen wind beweegt de donkre notelaren,
rond zonnebloem en volle dahlia
gonst geen insekt: ’t is de volmaakte vrede
die eeuwig lijkt, als kwam niets daarna.
.
O laatste, warme dagen van september,
de weemoed van uw licht gloeit ook in mij,
ik laat, als gij, mij met een glimlach glijden
naar dood en vrede, beiden zo nabij.

.

MUGzine 24 is er!

welkom in het verlaten strandhuis

.

Het is van hout, natuurlijk. En het is klein, met ronde raampjes. Als een boot op palen, dieptreurig vast in het zand. 

In de nieuwe MUGzine hebben we een poëtisch huisje ingericht voor gestrande dromen. Een houten huis dat lijkt te huilen, een heilig toevluchtsoord van gestrande dromen. Dat zijn de laatste regels van het voorwoord van Marianne in de nieuwe editie van het kleinste meest eigenwijze en particulierste poëzietijdschrift van de lage landen. MUGzine #24 bevat poëzie van Sofie Verdoodt (1983), Steven Van de Putte (1976), Hans Franse (1940) en Gijs ter Haar (1963), een Luule en de illustraties zijn dit keer van kunstenaar Merlijne Marell.

MUGzine is, zoals geschreven, een particulier initiatief en we gaan op weg naar ons eerste lustrum. In december van dit jaar verschijnt alweer het 25ste nummer. Elke editie is gratis te downloaden via mugzines.nl maar omdat we weten dat veel poëzieliefhebbers graag gedichten van papier lezen, laten we vanaf het eerste nummer van elke editie een beperkte oplage drukken. Wil je MUGzine op papier ontvangen word dan donateur en mail naar mugazines@yahoo.com.

Alle reden dus om de nieuwe editie van MUGzine te downloaden of op papier te bestellen. Om alvast in de stemming te komen hieronder een gedicht van Sofie Verdoodt dat ze voor ILFU schreef en dat ik koos omdat het getiteld is ‘Zomer in Den Haag’.

.

Zomer in Den Haag

.

Gezinsvakantie in een koloniaal hotel
waar een straatfeest ons wekte.
Een keukenmeid gilde, rumoer woei
met de nachtvlinders binnen.
Ouders prikten de kinderen op bed.
.
We zwierven door de stad.
Als een hond die zijn neus volgt,
kwamen we enkel onszelf op het spoor.
.
Te midden van vergane glorie
moesten we elkaars lippen openwrikken
boven zeevruchten zo groot als kindervuisten.
Iemand gaf wrokkig de peper door.
Op de menukaart schreven we ‘help’.
.
Een deel van ons is daar achtergebleven,
door obers geruisloos van tafel geruimd.
Het meisje met de parel zwaaide niet terug.
.
Ik rilde in een oesterschelp.

.

Ontmoeting met Joseph Brodsky

Peter Du Gardijn

.

In de bundel ‘Onder de dieren’ van Peter Du Gardijn uit 2007, staat het gedicht ‘Ontmoeting met Joseph Brodsky’. In het kader van dichters over dichters leek me dit een geschikt gedicht. Joseph Brodsky (1940-1996) was een Russische dichter. Peter Du Gardijn (1963) publiceerde onder meer verhalen en gedichten in De Revisor , Tirade , Bunker Hill , De Tweede Ronde , Terras en De Gids. In 2006 debuteerde hij met de roman Nachtzwemmen. Een jaar later volgde zijn eerste dichtbundel, ‘Onder de dieren’. Pas in 2014 zou een tweede dichtbundel het licht zien getiteld ‘Wat huid is’. Bij deze twee dichtbundels is het vooralsnog gebleven.

Wil je meer gedichten van Peter Du Gardijn lezen, ga dan naar de website van uitgeverij van Oorschot. Hieronder het gedicht van zijn hand over Joseph Brodsky.

.

Ontmoeting met Joseph Brodsky

.

Een ontheemde met een sproetroestig gezicht

nooit gezwicht voor het lot van de worm.

Ritmisch kraste zijn stem steeds over het papier

in gespannen eendracht met de vorm.

.

Ik zag hem op een kade in Rotterdam, getij

dat zich vrij zong als een organische harmonica.

Tot hij de herfstkreet bitter van de havik sneed!

Zo was hij al opgestegen voor zijn dood,

.

in het rococo kolken van zijn sigarettenrook.

Heel de wereld omgesmeed tot miniatuur,

landschap van taal. En winter, winter! O ja?

.

Was het dan toch Russisch, zangzingend

klank op klank ontsnappen aan Lenins dictatuur?

Poëzie, levenssap helder en wrang als wodka.

.

La petit mort

Gijs ter Haar

.

In de nieuwe MUGzine #24 staan weer een aantal prachtige dichters. De nieuwe MUGzine verschijnt op 20  oktober en één van de dichters is Gijs ter Haar (1963). Ik ken Gijs al lang heb erg fijne herinneringen aan de keren dat we samen een podium deelde zoals bijvoorbeeld tijdens Dichter bij de bar in Delft in 2014. Ik ben dan ook heel blij dat hij een prachtig gedicht heeft aangeleverd voor MUGzine.

Mocht je nu denken ‘Die wil ik ook! en liefst op papier, word dan donateur van MUGzine. Stuur een mail naar mugazines@yahoo.com of lees op de website meer. Als je niet tot 20 oktober kan wachten hier alvast een prachtig erotisch sonnet van Gijs uit zijn bundel ‘Op klompen’ uit 2001 getiteld ‘Le petit mort’.

.

La petit mort

.

We liggen in jouw bed, alweer
is het verlangen sterker dan wij samen.
Het zweet parelt in heet beamen
de natheid naast ons naakt zijn neer.
.
En weer is elke ruit beslagen,
wentel ik mijzelf in de overdaad
die met jouw lichaam samengaat
in tijdloos wederzijds behagen.
.
Dan stopt geheel en als bij toverslag
heel de wereld, ook mijn hart,
maar wij gaan sneller dan het geluid.
.
Wij wisselen onze wezens uit,
en elke vezel in mijn lijf verstart
voordat ik in jou sterven mag.

.

De oma van mama

Erik van Os

.

Kinderboekenschrijver Erik van Os (1963) studeerde enkele jaren Nederlands en was brugwachter, poppenspeler, gezondheidsverzorger en redacteur voor het kindertijdschrift Okki. De meeste boeken (het zijn er inmiddels 200) schrijft hij samen met zijn vrouw Elle van Lieshout. Samen schrijven ze kinderboeken, liedjes (voor bijvoorbeeld de Efteling en Sesamstraat), versjes en leesmethodes voor basisscholen. In 2017 werd hun dichtbundel ‘Niets liever dan jij’ (2016) bekroond met een Vlag en Wimpel van de Griffeljury. In 2022 kwam ‘Applaus voor mijn vinger’ uit, een dichtbundel voor en over jongeren. Diverse gedichten zijn op muziek gezet en te beluisteren via o.a. YouTube, Spotify en TikTok.

Maar Erik van Os schrijft ook poëzie voor het magazine ‘Dichter’ gedichten voor kinderen van 6 tot 106, van Plint. In het eerste nummer van dit tijdschrift uit 2016 (het enige nummer samen met nummer 12 dat is uitverkocht lees ik op de website van Plint) staan naast gedichten van dichters als Hans Hagen, Joke van Leeuwen, Ted van Lieshout en Gil van der Heyden, vier gedichten van Erik van Os. Het gedicht ‘De oma van mama’ vind ik een van de leukste.

.

De oma van mama

.

Mama heeft nog een oma.

Het is een oud model.

Ze bestaat onder andere

uit de volgende onderdelen:

.

Bril.

Hoorapparaat.

Kunstgebit.

Nieuwe linkerheup.

.

Ze beweegt zich voort

met behulp van:

.

Wandelstok.

Rollater.

Scootmobiel.

Deeltaxi.

.

Een plastic pillendoosje

houdt haar in leven.

Als er iets kapot gaat

vervangt ze een lichaamsdeel.

.

Zo kan ze weer

een jaartje mee.

.

Lees jezelf slim

De kracht van poëzie

.

Zwervend op het internet kwam ik op de website Leesjezelfslim.nl en daar stuitte ik op een artikel getiteld ‘de kracht van poëzie; communiceren door taal en beelden’. In eerste instantie dacht ik, op basis van de afbeeldingen dat het hier een door AI gemaakte website was. Lezend in de artikelen denk ik dit nog steeds al moet ik zeggen dat de voorbeelden van dichters en gedichten er een is die misschien niet een, twee, drie door AI gekozen zou worden. Zo wordt ‘The Road Not Taken’ van Robert Frost (1874-1963) en ‘If’ van Rudyard Kipling (1865 – 1936) aangehaald als voorbeelden van respectievelijk gebruik van symboliek en van beknopte vorm om krachtige emoties en complexe gedachten te vatten in een relatief kort formaat.

Desalniettemin is de opsomming van wat poëzie krachtig maakt een heel duidelijke. De kernonderdelen van wat krachtige poëzie maakt zijn:

  • De verbinding tussen woorden en gevoelens
  • De kracht van beeldspraak
  • De evocatieve kracht van ritme en klank
  • Verbeeldingskracht en interpretatie
  • De intimiteit van korte vormen
  • Bron van reflectie

Wanneer ik deze kernonderdelen, zoals ik ze wil noemen, lees dan moet ik onwillekeurig denken aan de enorme aantallen dichters of mensen die zich dichter noemen, die zich slechts bedienen van een enkele kernwaarde of in veel gevallen soms alleen van klank (lees rijm!). Tegen al die ‘dichters’ zou ik willen zeggen; Lees dit artikel en neem er notie van, gebruik deze kernwaarden in je gedichten en doe moeite om met je poëzie niet alleen voor het snelle effect te gaan (emotie of herkenning) maar probeer middels de taal en de mogelijkheden die de taal biedt tot diepere en oprechte poëzie te komen. Of zoals de (weliswaar wat plechtstatige) conclusie van dit artikel luidt:

“De kracht van poëzie is diep verankerd in zijn vermogen om communicatie te transformeren tot een emotioneel geladen en meeslepende ervaring. Door de nauwkeurige selectie van woorden en beelden creëert poëzie een intense verbinding tussen de dichter, de tekst en de lezer. Beeldspraak, ritme en klank voegen een extra laag van betekenis en emotie toe, terwijl de compacte vorm van poëzie het mogelijk maakt om krachtige emoties en gedachten te vangen in een beknopte vorm.

Poëzie is een kunstvorm die uitnodigt tot interpretatie en interactie. Lezers worden aangemoedigd om hun eigen betekenis te ontdekken en zich te verdiepen in de rijke lagen van de tekst. Terwijl we ons openstellen voor de wereld van poëzie, worden we beloond met momenten van diepe reflectie, zelfontdekking en een diepgaand begrip van de menselijke ervaring.

Door poëzie te omarmen als een uniek communicatiemiddel, kunnen we ons vermogen om emoties te begrijpen, te uiten en te verbinden op een dieper niveau versterken. Poëzie, met zijn vermogen om te raken, te verrassen en te inspireren, blijft een bron van schoonheid en betekenis die ons uitnodigt om de wereld met nieuwe ogen te bekijken en de complexiteit van de menselijke emoties te omarmen.”

Een dichter die veel van de genoemde kernwaarden van de poëzie gebruik maakte was Menno Wigman (1966-2018) getiteld ‘Kamer 421’ uit de bundel ‘Mijn naam is legioen’ uit 2012.

.

Kamer 421

.

Mijn moeder gaat kapot. Ze heeft een hok,
nog net geen kist, waar ze haar stoel bepist
en steeds dezelfde dag uitzit. Uitzicht
op bomen heeft ze, in die bomen vogels
en geen daarvan die zijn verwekker kent.

.

Ik ben al meer dan veertig jaar haar zoon
en zoek haar op en weet niet wie ik groet.
Ze heeft me voorgelezen, ingestopt.
Ze wankelt, hapert, stokt. Ze gaat kapot.

.

Geen dier, zegt men, dat aan zijn moeder denkt.
Ik lepel bevend eten in haar mond
en weet haast zeker dat ze me nog kent.

.

Het zullen merels zijn. Ze zingen door.
De aarde roept. Krijgt vloek na vloek gehoor.

.

 

 

 

Dichtung und Wahrheit

Jules Deelder

.

Een van de favoriete onderwerpen van dichters is het dichterschap, de poëzie en alles wat daarmee samenhangt. In 1994 werd een bloemlezing door Atte Jongstra (1956) en Arjan Peters (1963) gepubliceerd met de veelzeggende titel ‘Dichten over dichten’. Bloemlezing uit de Nederlandse poëzie van de 19e en 20ste eeuw. Meer dan 600 pagina’s poëzie over poëzie, het dichterschap, de dichtbundel, het proces van het schrijven, vormen van poëzie en nog veel meer.

Een dichter die regelmatig de poëzie en het dichterschap als onderwerp nam is Jules Deelder (1944-2019). Deelder was serieus over zijn dichterschap maar hij mocht er ook graag op schertsende op kolderieke wijze over schrijven. Een voorbeeld van dat laatste is het gedicht ‘Dichtung und Wahrheit’ uit de bundel ‘Interbellum’ uit 1987.

.

Dichtung und Wahrheit

.

‘Heb je ’t al gehoord

van de dichter D.?’

.

‘Nee, wat is er dan

met D.?’

.

Die heeft z’n lier

aan de wilgen gehangen

.

‘Is dàt alles? Nee

dan E.!’

.

‘Wat is er dan met E.?’

.

‘Die heeft zichzelf

aan z’n lier gehangen

.

Schilderij: Dick Bakhuizen van den Brink (1950)

 

Mark Insingel

Vlaams dichter

.

Afgelopen juli overleed de Vlaamse schrijver (proza, essays, hoorspelen) en dichter Mark Insingel (1935-2024). Insingel was het pseudoniem van Marcus Henri Laurent Thérèse Donckers. In 1956 debuteert Insingel met de bundel ‘Panorama’ onder zijn eigen naam Mark Donckers in de reeks ‘Bladen van de Poëzie’. Insingel evolueerde als dichter van vrij conventionele poëzie (zijn debuut en de drie bundels die tussen 1958 en 1966 werden gepubliceerd) via de concrete poëzie (‘Perpetuum mobile’ uit 1969, ‘Modellen’ uit 1970 en ‘Posters’ uit 1974) naar inhoudelijk zeer pure poëzie.

Vanaf 1963, met de publicatie van zijn bundel ‘Drijfhout’ gebruikt Insingel zijn pseudoniem als dichtersnaam. Zijn bundel Perpetuum mobile’ uit 1969 wordt beschouwd als de eerste bundel concrete poëzie in het Nederlands. Met zijn concrete gedichten nam hij deel aan internationale tentoonstellingen in Amsterdam, Neurenberg, Stuttgart, Liverpool en Oxford. Na zijn concrete poëzieperiode gaat hij een zowel vormelijke als inhoudelijk uitgepuurde (zoals men in Vlaanderen zegt) poëzie schrijven, opgebouwd rond zorgvuldige spiegelstructuren en herhalingen. De formuleringen zijn beknopt, de woorden zorgvuldig gekozen, de taal ontdaan van alle franjes. Zijn verzen leunen bijgevolg dicht aan bij de ‘poësie pure‘ van een Paul Van Ostaijen. In 2017 brengt het Poëziecentrum te Gent al zijn gedichten uit in één band getiteld ‘Het doel is wit’.

Insingel was naast schrijver en dichter onder andere Penningmeester P.E.N.-centrum voor Vlaanderen, redacteur Literair Akkoord en Kritisch Akkoord, docent aan de Schrijversacademie in Antwerpen en werkend lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Zijn werken werden meerdere malen bekroond.

In 2005 verschijnt van zijn hand de bundel ‘Niets’ en twee jaar later in 2007 de bundel ‘Iets’ die thematisch op elkaar aansluiten. Beide bundels bestaan uit liefdesgedichten waarin Insingel voor de verlatenheid van ‘niets’ en het verlangen naar ‘iets’ woorden en een ritme zoekt. In deze twee bundels zoekt hij naar het ongrijpbare van de liefde, naar haar waarom. Insingel zei hier zelf over:  ‘Het iets dat niets is, het niets dat iets is – de liefde zoals ze onmogelijk wordt als ze absoluut wil zijn, zoals ze slechts zichzelf wordt in dit absolute. En wie is uiteindelijk de minnaar, wie is de geliefde?’

In 2010 werden beide bundels uitgegeven onder de naam ‘Iets & Niets’. Uit deze bundel komt het gedicht zonder titel hieronder.

.

Toen jij niet klaar was –

en ik wachtte al.

.

Want jij zou klaar zijn –

en ik wachtte al.

.

En toen ik wachtte

dacht ik: zij is klaar,

.

ze zegt zo dadelijk:

je wachtte al.

.

En jij was klaar,

je zei: je wachtte al.

.