De term wordt dan ook heel vaak gebruikt als synoniem voor heel moeilijke poëzie ( die niet perse hermetisch is in de letterlijke zin). In de 20e-eeuwse Italiaanse literatuur wordt de stroming van het ‘ermetismo’ onderscheiden, waartoe belangrijke dichters behoorden als Guiseppe Ungaretti (1888-1970), Eugenio Montale (1896-1981) en Salvatore Quasimodo (1901-1968). Hermetische poëzie werd in Nederland o.a. geschreven door Gerrit Kouwenaar (1923-2014) en Hans Faverey (1934-1990). De bekendste hermetische dichter uit het buitenland is de Franse dichter Stéphane Mallarmé (1842-1898), die tot de stroming van het symbolisme behoorde.
Site-archief
E.E. Cummings
De Tweede Ronde
Ik ben een groot liefhebber van de poëzie van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings (1894 – 1962). En hoewel ik het Engels uitstekend beheers is een vertaling van zijn poëzie toch erg prettig om te lezen. In het literaire tijdschrift De Tweede Ronde, jaargang 2, nummer 1 uit 1981 stonden een aantal gedichten van Cummings in vertaling van Peter Verstegen. De Tweede Ronde was een Nederlands literair tijdschrift met ruime aandacht voor vertalingen en verscheen tussen 1981 en 2010. Genoeg reden om hier een gedicht, dat is genomen uit ‘Eight Harvest Poets’ (1917) in vertaling en in het Engels, met jullie te delen.
.
Gerrit Kouwenaar
Hermetische poëzie
.
Hermetische poëzie is voor de meeste mensen iets ongrijpbaars. Ik ken poëzielezers die zeer bedreven zijn in het lezen en interpreteren van poëzie maar niet aan hermetische poëzie beginnen omdat men er niks mee kan, of omdat men er geen betekenis in kan vinden. Wat is hermetische poëzie nou eigenlijk? Letterlijk betekent het: gesloten poëzie. Gedichten die zo weinig naar iets buiten zichzelf verwijzen (behalve soms naar het overige werk van de auteur), dat ze bijna ontoegankelijk voor de lezer zijn.
lopend in het steenslag
.
Zomergedichten
Dubbel-gedicht
.
Nu de zon weer schijnt in deze rare en ingewikkelde tijden vond ik het tijd om ook in mijn berichten wat vaker de zon te laten schijnen. Als hart onder de riem of gewoon als voorbode van betere tijden. Daarom vandaag een Dubbel-gedicht over de zon.
Het eerste gedicht ‘Zomer’ is van de dichter Jos De Haes (1920 – 1974) en komt uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986. De Haes was een Vlaams dichter, essayist en radiomaker. Hij debuteerde in de collectieve bundel ‘Aanhef’ in 1941 met ‘De diepe wortel’, publiceerde gedichten in ‘Podium (1943 – 1944) waar hij hoofdredacteur van was, in de ‘Poëziespiegel’ en in ‘Dietsche Warande & Belfort’ waarvoor hij in 1950 recensent werd en in 1960 redactielid. Na zijn dood verscheen zijn verzameld werk in 3 delen in 1974, 1986 en 2004.
Het tweede gedicht ‘Zonlicht’ is van dichter Rogi Wieg (1962 – 2015) en komt uit de bloemlezing ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ uit 2015. Rogi Wieg was schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en muzikant. Hij debuteerde in 1981 met de bundel ‘Cis-trans’. Hij was redacteur van de literaire bladen ‘Tirade’ en ‘Maatstaf’ en hij was tussen 1986 en 1999 als poëziecriticus verbonden aan ‘Het Parool’. Wieg kreeg onder andere het Charlotte Köhler Stipendium voor ‘De zee heeft geen manieren’ en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverblijf’. stipendium voor ‘De zee heeft geen manieren’ en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverdrijf’.
.
Zomer
.
Stond op de plek een wagen
scheef in de grond ter ziele.
De zon stond hout te zagen.
Ik sliep tussen de wielen.
Ik sloeg de liefde gade
van kevers en van maden.
Tedere bakelieten
plezierden en verdrietten
elkaar met dunne vijlen,
met haken en met bijlen,
met tatertjes en sprieten
alaam van sodomieten.
.
Ik lag in hoge klaver,
de rode toppen blekten.
Ik lag in hoge klaver
met wijfjes van insecten.
.
Zonlicht
.
Veel grote mannen hadden wel
een gezin, een warm bord op
tafel, een balkon boven de zee.
Ben ik een groot man, sla dan
.
tenminste een spijker in mijn
werk die niet krom en roestig
verleden of toekomst uitbeeldt,
maar als spijker het oog
juist op de hoogte houdt
.
van wat het moet zien:
ik mis je zo, eeuwigheid,
dat ik haastig naar huis ga
uit het zonlicht om nog
.
tijd te hebben thuis te komen
uit het zonlicht.
Grootheid is het meervoud omarmen
van grammaticaal zeer ongelijke tijden.
.
De vaas
Toon Tellegen
.
Van mijn broer kreeg ik uit de kringloopwinkel het boek ‘De geheimen van Wikke en Dille, aantekeningen over poëzie’ van Wiel Kusters uit 1988. In dit boek beschrijft Wiel Kusters op speelse en zinvolle wijze over verbanden tussen gedichten en andere verschijnselen in de Nederlandse poëzie. In korte hoofdstukken beschrijft hij gedichten en brengt hij allerlei informatie over op de lezer. Over dichters, levens van dichters, omstandigheden waarin de dichters leefden en waarin gedichten geschreven zijn. Maar ook verbanden tussen gedichten.
Zo beschrijft hij twee gedichten van Toon Tellegen waarin de vaas een rol speelt. Een van de twee gedichten is ook getiteld ‘De vaas’. Omdat ik dit gedicht zo mooi vind wil ik dit hier met jullie delen. Uit de bundel ‘De aanzet tot een web’ uit 1981 het gedicht ‘De vaas’.
.
De vaas
.
Tevoorschijn getoverd uit oude kranten
en tegen het licht gehouden,
je blauw is beroemd en nog altijd
kostbaar, je breekbaarheid
berucht.
Je bent mooi
en staat op een kast. Een kat
zoekt een vlieg die in jou zoemt.
Ik sta voor een gesloten deur, met bloemen, en te laat.
.
Nieuwjaarswens
2020
.
Op deze eerste dag van het nieuwe jaar wil ik iedereen een heel mooi, poëtisch, liefdevol en voorspoedig 2020 toewensen in goede gezondheid. En hoe kan ik dit beter illustreren dan door een gedicht van de Vlaamse dichter Paul Snoek (1933 – 1981) uit de bundel ‘Gedichten’ uit 2006 getiteld ‘Nieuwjaarswensen’.
.















