Site-archief
Vloek van de oorlog
Li Tai Po
.
De Chinese lyriek behoort, samen met de Hebreeuwse en de Indische lyriek, tot de oudste van de wereldliteratuur (meer dan duizend jaar oud). Maar voor de Chinezen blijft deze literatuur tot op de dag van vandaag actueel en gelezen. En dat betreft vooral de verzen van lyricus, avonturier en drinker uit de T’ang periode Li Tai Po (701-762) of zoals hij tegenwoordig beter bekend is Li Bai. Li Bai wordt ook wel de onsterfelijke dichter genoemd en wordt beschouwd als de grootste Chinese dichter aller tijden.
In de bundel ‘Hart van Jade’ Chinese lyriek uit 1978 (derde druk) wordt Li Bai echter steeds opgevoerd als Li Tai Po en leefde hij van 702-763. Dichter Willem Brandt (1905-1981) heeft bijna dertig jaar in het Verre Oosten doorgebracht. Zijn poëzie is als resultaat daarvan sterk door oosterse motieven beïnvloed. Zijn aanrakingen met China gaven hem het gevoel van een bijzondere affiniteit ten aanzien van de klassieke Chine lyriek waarvan hij vele verzen herdicht heeft. Volgens deskundigen komen zijn herdichtingen het origineel op onnavolgbare wijze nabij (aldus de inslagtekst van de bundel).
Omdat Brandt zijn aantekeningen begint met Li Tai Po en omdat dit algemeen wordt gezien als de grootste dichter van China hier een gedicht van hem uit de bundel getiteld ‘Vloek van de oorlog’ een titel die nog steeds helaas heel actueel is.
.
Vloek van de oorlog
.
Een mager paard graast in de sneeuw van Tientsjan;
drie legerscharen roeiden zich hier uit.
Een snoer van bekkenelen op de vlakte,
geschrei van hengsten als een schrille fluit,
en raven rijgen, zwarte kraal na kraal,
zich aan de takken die hun knoken rekken.
Dode soldaten tot in het portaal
van het paleis. Laat nu de generaal
zijn doden wekken!
.
Vervloekt de oorlog, vloek over het zwaard.
Wat is het einde van uw waanzin waard?
.
De wijze zal slechts ’t eigen hart doorkerven
tot offerbloed, opdat de mens ervaart
hoe uit de dood het leven te verwerven.
.
Laatste oordeel
Rob Schouten
.
Dat Kerstmis niet voor iedereen altijd een fijne tijd is mag algemeen bekend zijn; ouderen die eenzaam zijn, daklozen, mensen die in armoede leven of op een globaler niveau mensen die in oorlogsgebieden wonen, op plekken waar genocide plaats vindt of waar natuur- en andere rampen plaats vinden. Kerstmis mag dan het feest van vrede op aarde zijn, helaas kan maar zo’n klein deel van de wereldbevolking dit ook echt dagelijks ervaren.
Ik sta ambivalent tegenover Kerstmis. Aan de ene kant zijn het gezellige dagen met familie en vrienden en aan de andere kant is het toch ook een vorm van opgelegde vrolijkheid en vrede op aarde (een belofte die nooit ingelost wordt). Dichter Rob Schouten (1954) heeft ook zo zijn eigen kijk op religieuze concepten. In de bundel ‘Dichters van het laatste oordeel’ uitgegeven door museum De Lakenhal in 2010 is het gedicht ‘Laatste oordeel’ opgenomen waarin Schouten redelijk duidelijk laat weten hoe hij erover denkt. Het gedicht is ook opgenomen in zijn bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012. Niet meteen over Kerstmis in dit geval maar wel met een verwijzing naar in de op een na laatste strofe.
.
Laatste oordeel
.
Moet dat nou echt? Is sterven niet genoeg.
In bed, op straat of in de strijd,
terwijl het regent of tijdens een hoog?
Maar nee, moeten we weer onder de mensen,
met weer dat licht, weer dat verkeer, links, rechts,
en alles afgerekend: geboeleerd
min stipt gestopt met zuipen plus de heiland,
vermomd als werkgever, vervloekt,
gedeeld door voorbestemming.
‘Maar Heer, ik was onder behandeling!’
‘Ik had aan het toneel gewild!’
.
Trouwens wat biedt het Nieuwe Jeruzalem?
Kan ik van huiselijk geluk op aan?
Die engel ruilen voor een centerfold?
Beloofd dat er niet weer zo’n boom…?
.
Lugubere vertoning, deze show,
gadegeslagen door het ramptoerisme.
Wat ik wil, niks, zit er niet bij.
.
Frontpoëzie
Nieuwe podcast
.
In de VPRO Etalage, een magazine dat je krijgt wanneer je VPRO lid bent, wordt een nieuwe podcast over poëzie aangekondigd. Vanaf dit najaar (datum wordt niet gegeven) komt de podcast Dichter aan het front in alle podcastapps. Dichter aan het front onderzoekt hoe het is te moeten overleven in en om de loopgraven in Oekraïne waar opmerkelijk veel soldaten blijken te dichten. Michiel Driebergen (1980), correspondent in Oekraïne, vertelde in 2022 nog tegen de VPRO Gids dat de echte verhalen niet in de loopgraven liggen maar daar is hij van terug gekomen.
De frontervaringen van soldaten worden verteld door dichters, een idee van Bureau Buitenland eindredacteur Herman Schulte Nordholt. Hij houdt van de Britse War Poets van de Eerste Wereldoorlog. Driebergen wist daar n iet van van maar hij wist wel dat er veel militairen waren die dichtten. Militairen, zo zegt hij, moeten constant een brug slaan van het front naar de gewone wereld. Ze zoeken naar woorden voor een ervaring die je in je normale leven nooit zult hebben. Velen gebruiken daar poëzie voor en bereiken zelfs een publiek. Er zijn in Oekraïne inmiddels bekende war poets.
Poëzie is altijd aanwezig geweest in Oekraïne, ze zijn heel poëtisch en kunnen vaak goed dichten. Driebergen sprak bijvoorbeeld een 22 jarige soldaat die schrijft over hoe het moet zijn voor de echtgenotes om hun man te verliezen. Of over een vijftiger die dicht hoe de natuur hem bijstaat tijdens de gevechten. En er is een psycholoog die militairen helpt met de omslag te maken van de gewone wereld naar het front en die daar dan gedichten over schrijft. Tot slot komt een man aan de orde die lichamen evacueert van het front en die dicht over hoe de zielen van de gesneuvelden smeken om te worden thuisgebracht.
Driebergen besluit het stuk in VPRO Etalage met: “in Nederland is er een stroming die zegt: het is ook onze oorlog. Zij vechten voor ons. Bij mij levert dat altijd veel weerstand op. Als Oekraïners vechten voor ons, waarom vechten wij dan niet mee? Maar als dat dan zo is, dan moeten we ook echt zoveel mogelijk proberen te begrijpen wat er in Oekraïne gebeurt”.
Dat kan vanaf het najaar als je de podcast Dichter aan het front gaat beluisteren. Omdat er nog geen gedichten van Oekraïense dichters van het front beschikbaar zijn koos ik voor een gedicht van de Roemeense dichter Agi Mishol (1946) die over dit onderwerp dicht in het gedicht ‘Gedicht voor een gedeeltelijke mens’.
.
Gedicht voor een gedeeltelijke mens
Gebrekkig als hij is, geliefd en beklaagd
Gewoon zoals hij is, nors en gespleten
Hongerig dorstig mopperend willend en
Boven een afgrond cirkelend
Een gedicht voor de mens die ongestreeld
Uit de nachtdroom in de dagdroom wordt geloosd
Kuchend rochelend naar zijn schoenen rondtastend
Zoals hij is, met zijn darmen die knorren
En iets voortstuwen wat straks zal worden
Uitgeworpen en malend over de liefdeshonger
Naar o naar is de liefdeshonger
Geen koffie zal hem stillen, het is
Een gedicht voor zijn zwakke gedachtestroom
Zoals die is, onbestemd, voor zich uit starend
Omhoog geknepen verlangend en smachtend
Naar iets, een gedicht voor zijn wond
Die niet bloedt
Voor de stille prop verontwaardiging, de sigaret
Waar hij zich nu aan vasthoudt
Terwijl hij achter zijn bureau gaat zitten
Alsof hij zich eindelijk wat rust laat welgevallen
Een gedicht voor zijn helwitte vellen papier, een kus
Op zijn ogen die zich ter ruste leggen in wolkendons –
Troost
Hoop
.
Vorige week schreef ik over een gedicht waarin de dichter zich verzet tegen de waanzin van haat en oorlog. Vandaag wil ik daar een gedicht van hoop aan toevoegen. Een gedicht over de hoop op een betere tijd dat ik al eens in de oorspronkelijke taal op dit blog deelde. Het betreft hier het gedicht “Hope” is the thing with feathers van Emily Dickinson (1830-1886). En hoewel dit gedicht uit 1861 stamt, is de boodschap nog steeds even krachtig en actueel.
Het gedicht nam ik uit de bundel ‘Zo heel je mij’ samengesteld door Isa Hoes uit 2020. Het origineel komt uit ‘Verzamelde gedichten’ vertaald en becommentarieerd door Peter Verstegen uit 2018.
.
‘Hoop’ is het ding met veren
.
‘Hoop’ is het ding met veren –
Dat in de ziel neerstrijkt –
Het lied zonder de woorden zingt –
En ’t zingen – nooit meer staakt –
.
En ’t zoetst – klinkt – in de stijve Bries –
En zwaar moet zijn de storm –
Die ’t Vogeltje beschaamde dat
Zo velen heeft verwarmd –
.
Ik hoorde het in ’t kilste zand –
En op de vreemdste Zee –
Toch vroeg het – nooit – in ’t Bangste uur,
Een kruimeltje – van mij.
.
Een Russisch uitstapje
Anna Achmatova
.
Regelmatig zet de oorlog die Rusland is begonnen tegen de Oekraïne me aan het denken. Ik schrijf en deel al heel lang gedichten van Russische dichters op dit blog. Veel van deze dichters waren ten tijde van de Sovjet Unie nog landgenoten (Russen en Oekraïners) of waren Oekraïners maar werkten en leefden hun hele leven in wat nu Rusland is. Door de sancties tegen Rusland is de communicatie en uitwisseling van bijvoorbeeld cultuur en literatuur stil komen liggen. Russische dichters bedenken zich wel twee keer om nu naar West Europa te komen (als het ze al wordt toegestaan). Hiermee lijkt het soms of alles wat uit Rusland komt met argwaan moet worden bekeken.
Maar al die grote schrijvers en dichters dan, die van voor Putin, die zijn toch niet besmet? Ik vind van niet, net zomin als ik dichters die ondanks de repressie hun werk voort zetten besmet vind. Daarom heb ik de bundel ‘In andermans handen’ uit 1981 maar weer eens uit mijn boekenkast gepakt. Deze bundel bevat een (beknopt) overzicht van de gedichten van Anna Achmatova (1889 – 1966). Ik koos het gedicht ‘Een uitstapje’ uit de bundel omdat het zo’n heerlijk onschuldig gedicht is.
.
Een uitstapje
.
Een veer streek langs het dak van het rijtuig,
Terwijl ik hem in de ogen keek.
Mijn hart deed pijn, maar het wist niet eens
Wat de reden van zijn bedroefdheid kon zijn.
.
De hemelboog was bewolkt, daaronder
Lag de windstille avond in treurnis geketend.
En – het leek in Oostindische inkt getekend
Op vergeeld papier – het Bois de Boulogne.
.
De geur van seringen en benzine
In een rust, die behoedzaam zijn oren spitste…
Heel even raakte hij weer mijn knieën
Met een hand die nauwelijks merkbaar trilde.
.
De eer
Agnita Feis
.
Agnita Feis (1881-1944) was een experimenteel dichter, schrijfster, vertaler en beeldend kunstenares. Feis was autodidact. Omstreeks 1903 leerde ze de eveneens autodidactische beeldend kunstenaar Theo van Doesburg kennen. Waarschijnlijk zette zij hem aan gedichten te schrijven, want in september 1904 schreef hij enkele gedichten in zijn dagboek opgedragen aan haar. Vanaf 1913 publiceerde ze als A.H. Feis regelmatig in het tijdschrift ‘Eenheid’.
Eind 1915 verscheen Feis’ dichtbundel ‘Oorlog’. Verzen in staccato in eigen beheer in een oplage van 200 exemplaren waar Theo van Doesburg de omslag van ontwierp. Hiermee was ze de eerste Nederlandse dichter die een experimentele dichtbundel schreef over de Eerste wereldoorlog. Uit deze bundel komt het gedicht ‘De eer’.
.
De eer
.
t Is een
kanon.
‘t Is een
geweer….
Men schiet.
Men moordt:
Maar ‘t is
voor d’eer!
Men steekt
elkaar
een mes
in ‘t hart,
En zie
zoo’n daad
is wit,
niet zwart.
Want ‘t is
voor d’eer!
Men steelt.
Men brandt.
En zie
‘t is goed,
want ‘t is
voor ‘t land!
Vervloekt
die eer!
Vervloekt
dat land!
Vervloekt
de mensch!
Vervloekt
de hand,
die grijpt
naar ‘t zwaard,
die grijpt
naar d’eer,
die grijpt
in bloed.
Steeds meer.
Steeds weer.
Weg met
die eer!
Z’is voos!
Z’is rot!
Wat maakt
zij van
den mensch?
Een zot!
.
Schaamteloos!
Han G. Hoekstra
.
In tijden van oorlog en ellende is er altijd de liefde. Soms schaamteloos ervaren en bezongen door dichter Han. G. Hoekstra (1906-1988). Hoekstra was dichter, journalist en redacteur die ook veel gedichten voor kinderen schreef. Kort na de oorlog was hij een van de vernieuwers van de Nederlandse jeugdliteratuur. Vele wat oudere lezers zullen de naam Hoekstra wel kennen. Hij was samen met Annie M.G. Schmidt de vernieuwer van jeugdpoëzie na de tweede wereldoorlog. Hij is wat minder bekend geworden dan Annie M.G. Schmidt en ook als dichter voor volwassenen werd hij ingehaald door de Vijftigers in vernieuwing.
Toch was zijn werk van grote kwaliteit. Hij ontving niet voor niets in 1972 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre. Ik wil hier graag een liefdesgedicht van zijn hand delen dat verscheen in ‘Verzamelde gedichten’ in 1972 getiteld ‘Schaamteloos’. Dat ik dit gedicht koos heeft meerdere redenen. Allereerst omdat het zo heerlijk herkenbaar is, maar ook om haar muzikale en poëtische kwaliteit en als laatste om de laatste strofe waarin Hoekstra woorden geeft aan een dilemma dat veel mensen zullen herkennen.
.
Schaamteloos
.
Ik kan mij maar niet schamen,
omdat ik bij haar lig:
bij haar, mijn lief met name,
dat kreunt en koestert zich.
.
Ik kan alleen beamen,
dat ik niets wil of wens
dan samen zijn, en samen
binnen haar kamergrens.
.
De wereld vecht en vecht,
en raast buiten de ramen.
Ik lig hier naakt en slecht
en kan mij maar niet schamen.
.













