Site-archief
Die dag,
Kreek Daey Ouwens
.
Ik herinner me nog goed dat we dichter Kreek Daey Ouwens (1942) voor een bijdrage in MUGzine vroegen, het was voor nummer 9 in 2021. Het was door een gedicht dat ik las in de bundel ‘Wij zijn de menigte die moeder heet‘ uit 2018, samengesteld door Ester Naomi Perquin. Ik was meteen onder de indruk van haar poëzie en we besloten haar te vragen voor MUGzine. Ze reageerde meteen heel enthousiast op de uitnodiging en naar aanleiding van haar bijdrage had ik een heel leuk en inhoudelijk mooi gesprek met haar over de telefoon.
Na de publicatie van MUGzine nummer 9 verscheen poëzie van haar hand later in poëzietijdschrift Awater en schreef ik nog over haar poëzie in een dubbelgedicht. Tot ik las dat ze zou optreden bij Poetry International 2026 in Rotterdam. Ik was bij de opening van het festival en opnieuw was ik onder de indruk van haar performance en het gedicht dat ze daar voordroeg ‘Die dag,’. Dit gedicht is ook opgenomen in de festivalbundel ‘Achter mij is een schaduw’ waarvan de titel uit juist dit gedicht genomen is. Dat gedicht wil ik hier graag met jullie delen.
.
Die dag,
.
Ik heb niets gevoeld
Ik heb niets geweten
Ik had het moeten weten, lief!
Ik sliep
Ik werd wakker
Ik stond op
Ik maakte koffie voor mezelf
Zo ver was ik van jouw sterven, dat ik koffie
maakte voor mijzelf.
.
-Daar is de deur
en daar is de deur
en daar is de deur en daar is de deur
en daar is de deur-
.
Ik ga naar buiten
Ik loop over straat
Ik loop over mijn kam
.
Achter mij is een schaduw
De schaduw is scheef
De schaduw is niet van mij
Zoals de schaduw van de bomen niet van de bomen is
.
Als ik mijn schaduw wil aanraken is er het ontwijken,
.
Foto: Theo Rikken
Jenever
Lynn Vandermeulen
.
Ik heb hier op dit blog al vaker aandacht besteed aan bloemlezingen en verzamelbundels rond een bepaald thema. Dat zo’n thema echt van alles kan zijn bleek mij maar weer eens toen ik de bundel ‘Straks gaat het jenever sneeuwen’ op de kop tikte. In 2023 werd in het Nationaal Jenevermuseum in Schiedam de tentoonstelling georganiseerd met de gelijknamige naam.
In deze tentoonstelling stonden drie eeuwen Nederlandstalige jeneverpoëzie centraal. De titel ‘Straks gaat het jenever sneeuwen’ was gebaseerd op een gelijknamige bundel, waarin 148 jenevergedichten verzameld zijn. ‘De veelheid aan jeneverpoëzie, ook hedendaagse, nodigt ons uit om deze voor het voetlicht te brengen. Jenever kan de Muze wekken, maar komt ook veelvuldig zelfstandig in gedichten voor en wordt daarin bezongen, bejubeld, verguisd en beschuldigd. Het programma spreekt dan ook bewust diverse groepen aan; van poëten tot kroegtijgers en scholieren,’ aldus directeur Diederik von Bönninghausen destijds.
De tentoonstelling werd gepresenteerd in dichtvorm: Romantiek, Schiedam & Nederland, Matrozen & Soldaten en Jaargetijden. Een vijfde thema – Graan -van Korrel tot Borrel – was in Museummolen De Walvisch te bewonderen. De tentoonstelling is natuurlijk al lang weer verdwenen maar gelukkig waren de organisatoren zo verstandig een bundel van de poëzie uit de tentoonstelling uit te geven (door het PoëzieCentrum). Op deze manier is het verleden en de toekomst van jenever in poëzie bewaard gebleven voor de poëzieliefhebber.
Uit de bundel uit 2020, samengesteld door René Smeets nam ik het gedicht ‘Zoals’ van de Vlaamse dichter Lynn Vandermeulen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Jenever en poëzie’ (heel toepasselijk) dat in 1998 door de Stedelijke Dienst voor Cultuur Hasselt en het Jenevermuseum Hasselt werd gepubliceerd.
.
Zoals
.
niet als champagne parels
die sterven op je tong
(tot slechts een dure gedachte rest)
.
niet als bier: teveel
en te vaak (een vluchtige
ontmoeting)
.
neen,
als jenever: langs de scherpte
van citroen, naar de rust
van rode bessen (met steeds
de zekerheid van graan)
.
– dàt soort leven.
.
De lente komt
Ali Şerik
.
Afgelopen week moest ik in de bibliotheek van Utrecht zijn en wanneer ik daar ben loop ik altijd even naar de poëzie afdeling. Om wat tijd te doden nam ik plaats op een deel van de tijdschriften en krantenafdeling op de tweede verdieping en las ik het tijdschrift ‘Schreef’ proza en poëzie door en voor liefhebbers, uitgegeven door Taalpodium, een vereniging van ruim honderd (vrijetijds-)schrijvers en -dichters, waarvan diverse leden hun sporen verdiend hebben met het winnen van dicht- en verhalenwedstrijden, anderen met de uitgave van dichtbundels, verhalenbundels en romans.
In ‘Schreef’ dat vier keer per jaar verschijnt staat poëzie van allerlei dichters die niet of vaak nog maar net gepubliceerd zijn, opgenomen met een gedicht. Een van die dichters is Ali Şerik (1962). Deze uit Turkije afkomstige dichter publiceerde in Turkije drie dichtbundels en in Nederland inmiddels 5 bundels waaronder ‘De zachte veren van de tijd‘ uit 2024.
Voor het Nationale Boekblog schrijft hij van maart 2012 tot augustus 2013 elke vrijdag een gedicht. In 2024 begint hij hier opnieuw mee, nu maandelijks met een gedicht. Op dit moment publiceert hij ook regelmatig gedichten in het blad ‘Dichter’ van Plint. Ook is Ali recensent voor Meander.
In de ‘Schreef’ is het gedicht ‘De lente komt’ van zijn hand opgenomen. En hoewel de zomer bijna een feit is, toch een toepasselijk gedicht voor deze tijd van het jaar.
.
De lente komt
.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
Of wij lief voor elkaar zijn
of het tegendeel proberen te bewijzen
de lente komt sowieso, als een eigenwijze kleuter.
.
De kou van de winter ontdooit
bomen schudden zich wakker
de leeuwerik is weer terug om te zingen.
De lente komt als vechtende meerkoeten.
.
De aarde ontwaakt met spinnen en vleermuizen
houten vogelnestjes worden schoongemaakt
winterjassen krijgen een stille plek.
De lente komt als de vleugels van zwanen.
.
Zaad voor nieuw leven ontkiemt
geschreeuw van kinderen steekt de straat over
iemand kust iemand vol op zijn of haar mond.
Wat zeker is, is dat de lente komt.
.
De zelfverkozen dood
Rogi Wieg
.
Tien jaar geleden (ruim) was het een zwaar jaar voor de poëzie. Binnen een jaar pleegden maar liefst drie bekende Nederlandse dichters zelfmoord; Rogi Wieg (1962-2015), Joost Zwagerman (1963-2015) en Wim Brands (1959-2016). Drie generatiegenoten ook nog. In de geschiedenis zijn zij niet de enige dichters die zich van het leven beroofden, wat denk je van Jan Arends (1925-1974), Halbo C. Kool (1907-1968) en Jan Emmens (1924-1971). De bekendste dichter uit de 19e eeuw is François Haverschmidt (1835-1894) bekend onder zijn pseudoniem Piet Paaltjens. En kijken we nog verder terug dan is er in de 18e eeuw nog de Friese jonker Willem van Haren (1710-1768).
Uiteraard zijn er ook in het buitenland beroemde dichters die zichzelf van het leven beroofden: de bekendste Vlaming is natuurlijk Jotie ‘T Hooft (1956-1977), en de bekendste Amerikaanse dichter Sylvia Plath (1932-1963). Als je kijkt naar schrijvers (dus geen dichters) dan is de lijst nog veel langer. In 2015 wijdde de Volkskrant nog een artikel aan het fenomeen onder de kop ‘Waarom komt zelfmoord onder schrijvers relatief vaak voor?’. Ik weet niet of dit echt zo is (wie werden er meegenomen in het vergelijkend onderzoek?) maar elke zelfmoord is er een teveel. En de dichters die zelfmoord pleegden worden gemist.
Gelukkig is er altijd het werk van deze dichters. Zoals van Rogi Wieg. In 2015 verscheen bij uitgeverij In de Knipscheer ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ een bloemlezing uit het poëtisch oeuvre van Rogi Wieg, samengesteld en ingeleid door Peter de Rijk. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘In de zin dat ik het sterven niet ken’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘De kam’ uit 2007.
.
In de zin dat ik het sterven niet ken
.
Ik zou me niet laten verleiden
door de vrouw, kennis laat me koud.
Het eeuwige leven,
.
in de zin dat ik het sterven niet ken,
een schildpad liggend op zijn rug,
die betekenis ken ik dan niet.
.
De appel niet hebben gezien,
de beet niet hebben gevoeld,
niet weten dat onder de schil de patholoog
aan het werk is.
.
God niet hebben gezien of gesproken.
Ik ben een alleswetende slak,
ik zou me niet laten verleiden.
.
Wie zijn we morgen
Babs Gons
.
Schrijver, dichter, spoken word artiest, theatermaker, columnist en voormalig Dichter der Nederlanden Babs Gons (1971) is geen vreemde op mijn blog. Als inspiratiebron, jurylid, optredend dichter, voorwoordschrijver, maar ook gewoon als dichter. Ik ben Babs door de jaren heen bijzonder gaan waarderen, als dichter maar ook als verbinder en mens. En nu is er een nieuwe bundel van haar hand verschenen.
De bundel ‘Wie zijn we morgen’ bevat urgente, geëngageerde poëzie over identiteit, macht en gemeenschap, waarin het persoonlijke met het publieke wordt verbonden en er ruimte komt voor nieuwe stemmen, en hoop, aldus de uitgeverij. En dat is precies wat we verwachten van Babs Gons. De titel verwijst naar het gedicht met de gelijknamige titel die ze schreef vlak voor ze werd geïnaugureerd als, toen nog Dichter des Vaderlands. Een titel die zij, geheel terecht in mijn ogen, veranderde naar Dichter der Nederlanden.
Het gedicht ‘Wie zijn we morgen’ schreef ze bij de start van het herdenkingsjaar Slavernijverleden dat liep van 1 juli 2023 tot en met 1 juli 2024. En nu is er dus de bundel met dezelfde titel. Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Wat we verdedigen’, een gedicht waar je alle populisten en machthebbers (bijvoorbeeld de minister van defensie) mee om de oren zou willen slaan om ze in te peperen dat een grote verantwoordelijkheid rust op hun schouders en dat ze die verantwoordelijkheid serieus dienen te nemen.
.
Wat we verdedigen
.
sterke legers worden niet slechts gebouwd
door zwaar materieel en gebeden
defensie begint bij omarmend rijm
bij zeges op velden van kunstgras
bij krantenpapier en waterverftekeningen
.
defensie begint
bij het afwegen van woorden
weten dat taal niet onschuldig is
dat je met drie lettergrepen
iemands veiligheid te grabbel kunt gooien
bij weten wat we buitensluiten
wie we welkom heten
wie we tot zondebok maken
.
defensie begint bij kinderen
genoeg bieden om terug te kunnen veren
een stem te geven in toekomstplannen
de straat de plek te laten zijn
waar je je mag laten horen
voor je idealen
.
een land dat zich wapent
begint bij ontwapenende ontmoetingen
buiten het isolement van dat ene mens
in de nabijheid van vele anderen
.
want om een macht
tot een andere macht te verheffen
zullen we elkaar moeten treffen
niet om elkaar te vrezen
en te verdelen
maar om elke dag
weer opnieuw te beginnen
.
Robert VanderMolen
Het meer
.
In het Volkskrantmagazine van afgelopen zaterdag staat een mooi artikel over een miljardair wiens vader begin vorige eeuw naar Amerika vertrok en daar een keten van supermarkten opzette. Zijn naam: Hendrik Meijer. Nu zul je je misschien afvragen waarom ik, op een blog over poëzie, iets ga schrijven over een miljardair die zijn geld verdient met het uitbaten van supermarkten in de Verenigde Staten? Een terecht vraag.
In het zeer leesbare artikel wordt Hendrik Meijer niet alleen als een zeer vriendelijk en sociaal begaan persoon beschreven maar wordt ook gewag gemaakt van het feit dat hij zeer in poëzie geïnteresseerd is, zelf poëzie schrijft maar zichzelf een zeer matig dichter noemt (hij heeft ooit eens een gedicht weten te laten publiceren in een verzamelbundel getiteld ‘Comfort Inn, een gedicht dat ik overigens nergens heb kunnen vinden in full text).
In het artikel wordt beschreven dat hij deel uitmaakt van een groep die zichzelf The Scribblers noemen (vertaling: de pennenlikkers), allemaal geboren zijn vanuit ouders die ooit Nederland voor Amerika verruilde, en samen over literatuur, poëzie, politiek (allemaal zijn ze anti-Trump) praten. Op tafel ligt een bundel poëzie van Bob VanderMolen (1947-2025), een vriend en dichter die overleden is. Een romantisch, poëtisch figuur en een lokale beroemdheid, volgens de schrijver van het artikel.
In het dagelijks leven huisschilder, publiceerde ‘Bob’ Robert VanderMolen maar liefst dertien bundels met glasheldere gedichten. Wanneer ik zoiets lees ga ik uiteraard op zoek en ik vond inderdaad allerlei gegevens en gedichten van deze Robert. Zo verscheen zijn werk in The London review of Books, Poetry Daily, The Poetry Foundation, Grand Street Parnassus, Poetry, Epoch Michigan Quarterly Review en Saint Ann’s Review. Uit zijn bundel ‘Skin’ uit 2021 komt zijn gedicht ‘The Lake’.
.
The Lake
.
Dry snow, the pines scaly
As deer parade single file
As if on duty, declining
The ridge without effort
Their nostrils and breath
Suddenly enlarged, down
To the dock stacked
Under snow and
What has blown into it,
Twigs and bark from birches,
And out onto ice
Above fish staring skyward
As dry as stuffed bass and pickerel
Mounted over a mantel
Growing smaller, like in a dust
Of snow flakes,
Or a broken sentence
In Old English
During that era we did
So many illuminating detours
—a breeze stirs,
Something barks back
.
As the surface bends
Under its own weight
.
Liefdesbrief van tandenborstel aan fietsband
Sarah Kay
Toen ik vorige week bij de opening van Poetry International was vroeg ik me weer eens af hoe zij de dichters die ze uitnodigen selecteren. Nu weet ik dat Poetry International allerlei mensen in dienst heeft die banden onderhouden met poëzieorganisaties uit de hele wereld en dat ze zo aan hun dichters komen. Tenminste dat vermoed ik. Zelf mag ik altijd graag op zelfonderzoek uitgaan. Bijvoorbeeld door te zoeken op internet. Zo kwam ik enige tijd geleden terecht op de website van de Colorado State University bij de vakgroep Engels. Op de website heeft de vakgroep een bericht geplaatst met de uitdagende titel ’10 moderne dichters die geschiedenis schrijven’. Een van die dichters is Sarah Kay (1988).
Sarah Kay woont in New York City. Ze is bekend om haar voordrachtskunst. Ze is de oprichtster en mededirecteur van Project VOICE, een project dat zich inzet om jongeren te inspireren met voordrachtskunst. Kay heeft vier dichtbundels gepubliceerd: ‘All Our Wild Wonder’, ‘No Matter the Wreckage’, ‘B’ en ‘The Type.’ Op haar website staan verschillende van haar gedichten. Een van die gedichten ‘Love Letter from Toothbrush to Bicycle Tire’ heb ik hier in vertaling opgenomen. In de video draagt ze dit gedicht voor.
.
Liefdesbrief van tandenborstel aan fietsband
.Ze vertelden me dat ik voor een schoner leven bestemd was, dat jij me door het slijk zou halen. Ze zeiden dat je over me heen zou lopen, dat ze dwars door je heen konden kijken, dat je vol gebakken lucht zat, dat ik je altijd zou achtervolgen, altijd zou zien verdwijnen achter elegantere modellen, dat het een vicieuze cirkel zou zijn.
Maar ik weet wel beter. Ik ken je ruwe kantjes en ik heb je perfecte rondingen gezien, en ik pas me aan elke ruimte aan die je me geeft. Als van je houden betekent dat ik vies moet worden, laat het vuil dan maar komen, ik laat dit porseleinen huisje achter me. Ik ben gewend aan relaties van twee keer per dag, maar met jou neem ik alle tijd. En ik weet het, we leven in verschillende werelden en we hebben het allebei erg druk.
Maar in mijn dromen draai je zo snel om me heen dat ik altijd duizelig wakker word. Dus misschien word je op een dag moe van het reizen en rol je terug naar me. En als ik ’s ochtends mijn ogen open doe, zal jouw glimlach het enige zijn wat ik zie.
.
.
Projectmedewerkers
Anne Vegter
.
Bij het zomernummer van poëzietijdschrift Awater zit dit keer de bundel (de Poëzieclubkeuze) ‘Projectmedewerkers’ van dichter Anne Vegter (1958). Deze poëzieclubkeuze krijg je meegestuurd als je lid bent van Awater. Je kunt ook gewoon een abonnement nemen en dan krijg je de tijdschriften zonder bundels toegestuurd. Anne Vegter schrijft naast poëzie ook kinderboeken, theatermonologen en verhalen en ontving verschillende prijzen voor haar werk, waaronder de Anna Blaman Prijs (2004) voor haar gehele oeuvre, en de Ida Gerhardt Poëzieprijs in 2022. Daarnaast was ze stadsdichter van Rotterdam (2021-2022) en Dichter des Vaderlands van 2013-2017.
De bundel ‘Projectmedewerkers’ bevat naast een vrij lang gedicht dat als een soort verhaal leest en uitsluitend op de onderste 5 cm van elke bladzijde is afgedrukt, een groot aantal illustraties en tekeningen van Vegter zelf en een reeks gedichten met de titel ‘voor de vervuiling 1 t/m 15’.
Ik weet dat het heel modern is om vooral ook een bijzondere lay out en vormgeving te kiezen in moderne bundels maar ik vind het toch vooral erg afleiden van waar het om draait., namelijk de teksten. Desalniettemin zijn Gina van den Berg en Vicky Francken erg enthousiast over deze bundel (niet voor niets verkozen tot Poëzieclubkeuze tenslotte door de redactie van Awater). Zij schrijven hierover onder andere: ” Projectmedewerkers laat zich lezen als een zeer persoonlijke bundel. In een rauw-poëtische familieopstelling belciht ze de moederrol vanuit verschillende perspectieven, in een razende, bijna gekmakende maalstroom aan woorden. De moederfiguur die uit de taal oprijst is menselijk, bijna driedimensionaal tastbaar. De moeder is geen madonna, geen onaantastbare Biedermeier spil van het gezin; haar zonen beuken op haar in, worstelen zich los, spreken haar tegen, putten uit een ander taalregister.”
Toch blijf ik moeite hebben met poëzie die geen gebruik maakt van leestekengebruik (interpunctie), waardoor mijn hoofd meer bezig is met te snappen waar zinnen beginnen en eindigen en niet waar die zinnen nu eigenlijk over gaan. In de gedichten ‘voor de vervuiling’ lukt dit beter, ook al ontbreken daar de leestekens (maar er staat dan wel ineens een ! en een :). Hier een voorbeeld ‘voor de vervuiling 12’.
.
voor de vervuiling 12
.
we wegen meer dan alle harde dingen min de vissen
we versleepten continenten we zeulden met soorten
ik zeg eet geen rund er is genoeg te helpen zonlicht
heeft een prijs er is genoeg troep en als het niet breekt
doet het niet mee klimaatheld! als jullie toch eens zo
over me dachten beschrijving van een geboorte:
gezeefd uit beendermeel roze vinnen zuurstofschuld
iets met vleugels tijdgebrek mijn tip: eet geen varken
ik zeg jullie érgens in geloven sjor dan de aardplaten aan
.














