Site-archief
Brodsky
Joseph Brodsky ( 1940 – 1996)
.
Van de Russische dichters vandaag de dichter Joseph Brodsky. Brodsky werd geboren in een Joods Russische familie in Leningrad. De familie Brodsky overleefde tijdens de tweede Wereldoorlog het beleg van Leningrad. Joseph werd vernoemd naar de Sovjet dictator Joseph Stalin. Na vele baantjes en zichzelf Engels en Pools te hebben geleerd, schreef Brodsky eind jaren vijftig zijn eerste gedichten. Vanaf 1960 publiceerde hij gedichten en vertaald werk in literaire tijdschriften. Na een schijnproces in 1963 waarin hij van parasitisme werd beschuldigd werd hij veroordeeld tot 5 jaar dwangarbeid. Het proces veroorzaakte veel ophef onder dichters in de Sovjet Unie en in het Westen. Onder andere Jean-Paul Sartre zette zich in voor zijn zaak. Na anderhalf jaar werd hij vrijgelaten en in 1972 werd hij uitgewezen. Hij verhuisde naar de Verenigde Staten waar hij de rest van zijn leven zou wonen.In 1977 kreeg hij het Amerikaans staatsburgerschap en in 1987 de Nobelprijs voor de Literatuur. Na de val van het communisme wilde Brodsky niet terug naar Rusland.
Ballingschap is een centraal thema in Brodsky’s poëzie, naast isolement van de mens in het algemeen. Een ander thema dat telkens terugkeert in zijn werk, is de relatie tussen dichter en maatschappij: Brodsky benadrukt telkens de kracht van de literatuur, die naar zijn mening in staat is het publiek positief te beïnvloeden en de cultuur en de taal waarvan zij deel uitmaakt, in sterke mate te vormen. Hij was van mening dat de westerse literaire traditie deels verantwoordelijk is voor het overwinnen van de grote rampen van de twintigste eeuw, zoals het nazisme, het communisme en de beide wereldoorlogen.
Uit ‘Triton’ uit 1998, in een vertaling van M. Zeeman het gedicht’Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië’
.
Ter nagedachtenis aan mijn vader: Australië
.
Ik droomde dat je nog leefde en geëmigreerd
was naar Australië. Van ver maar doodgemoedereerd
kwam je stem tot mij, mopperend over het klimaat
en het gedoe met je flat, je weet hoe dat gaat,
’t is helaas niet in het centrum, maar wel dicht bij zee,
vier hoog, geen lift, wel een bad, dat valt weer mee,
dikke enkels, ‘En ik ben mijn slippers kwijt’
klonk het zakelijk, om niet te zeggen, zuur.
En ineens gierde de hoor ‘Adelaide! Adelaide!’,
en bulderde, beukte, alsof er tegen de muur
een luik sloeg, van de scharnieren bijna los.
Toch is dit stukken beter dan ingeblikte as,
dan het document waarop een sterfdatum staat-
je echoënde norse stem die praat en praat
en de poging om je voor te doen als spook
.
voor ’t eerst sinds jij bent opgegaan in rook.
.
Met dank aan ‘Spiegel van de Russische poëzie’ en Wikipedia.
Samizdat dichter
Olga Sedakova
.
Vandaag een gedicht van een zeer geleerde Russische vrouwelijke dichter. Olga Sedakova (1949) is dichter, vertaler, filoloog en Russisch etnografe, ze is doctor honoris causa in de theologie aan de universiteit van Minsk en ze bekleedt de leerstoel van Theorie en Geschiedenis van de Wereld Cultuur in de Faculteit der wijsbegeerte aan de universiteit van Moskou.
Olga Sedakova begon met het doorgeven van haar poëzie als samizdat. De samizdat was een clandestiene circulatiesysteem van geschreven of getypte teksten, geschreven door dissidenten in de Sovjet Unie en in de landen van het voormalig Oostblok.
In 1986 verschenen haar eerste gedichten in Parijs en sinds 1989 publiceert ze in Rusland. Naast eigen werk schrijft ze over Russische schrijvers en dichters en publiceert ze vertalingen van onder andere Emily Dickinson, Rilke, Heidegger, Claudel, Paul Celan, Ezra Pound en vele anderen.
.
Code
.
Dichter is hij die wil, wat allen
wensen willen. Als een eekhoorn in een molentje
draait hij zijn verbeelde noodlot rond.
Maar zijn stijl, hoog als een dorpel,
voert van een verlicht bordes
in een eindeloos gebied voorbij de polen,
waar hij blijft sjirpen vanaf een speerpunt
als een krekel in het gras van het niet-zijnde.
.
En als we daar een steelse blik op werpen-
is de klank zelf toevallig, als een traan.
.
Met dank aan: ‘Spiegel van de Russische poëzie’, 2000
In Juni
Elke Erb
.
Via via kwam ik het werk tegen van Elke Erb (Duitsland, 1938). Elke Erb is vertaler en literair criticus, maar schrijft voornamelijk poëzie, proza en essays op een manier die zich niet makkelijk laat plaatsen in een enkel genre. Geboren in de Duitse Eifel, verhuisde haar familie in 1949 naar Halle in de DDR . Daar studeerde ze Duits, Slavische studies, geschiedenis en onderwijs.
Aangetrokken door de onafhankelijke vredesbeweging, het meewerken aan een onofficiële poëziebloemlezing en haar protest tegen de schending van de burgerrechtenactivist Roland Jahn leidt ertoe dat ze onder toezicht van de staat wordt geplaatst. Heden ten dagen woont Erb in Berlijn en is ze lid van de Saksische Academie van de Kunsten.
.
In 1998 verscheen in Raster een groot artikel over haar en uit deze uitgave het gedicht ‘In Juni’.
.
In juni
Ze is midden dertig, haar scheiding zit in het midden.
Schenkt iets in een glas, doet de deur dicht.
Maakt haar veters vast.
Ze werkt: ontwerpt, voert uit, doet.
Ze houdt wel van twee-keer-zo-oud.
Ze gaat naar een bos. Ze fietst. Ze woont beneden.
De huizen in haar buurt kruipen weg in het donker als rustende dieren, dicht bij elkaar.
En wat ik tot voor kort niet wist: ze is in juni jarig.
De planken kathedraal
Les Murray
.
Bij uitgeverij De Harmonie is een overzichtswerk verschenen in vertaling (door Maarten Elzinga)van de Australische dichter Les Murray(1938) met als titel De planken kathedraal. De carrière van Murray omspant al meer dan 40 jaar en hij heeft meer dan 30 bundels doen verschijnen. Hij heeft vele prijzen gewonnen en wordt als een van de leidende dichters uit zijn generatie gezien. Daarnaast is hij door de National trust of Australia benoemt als een van de 100 levende schatten van Australië. Zijn naam wordt regelmatig genoemd als het gaat om het mogelijk winnen van de Nobelprijs voor Literatuur. In 1997 noemde Michael Zeeman hem een van de belangrijkste Engelstalige dichters van deze tijd samen met Brodsky, Walcott en Heaney.
.
Terrassculptuur
.
Prachtig genadeloos werk
rond de hellingen van aarde
met bruuske hak gehouwen
terrassen op last van honger
of de wenk van een vorst.
Van grazers afgekeken
op rijm geoogde hoogten
rond om steilten van aarde
tree voor tree afdalende
water filterende balkons.
Kleuren van rimpelend gewas
zwellen in betreden dammen
mijlen dungerande potten
van de top gehaalde oogsten
door handen lang in de aarde.
Manden rijkgemaakte grond
armzalig door armen vergaarde
langs ladder en zandstenen stut
strofen van hymnische lengte
dankzij wrikkend zwoegen, vóór
geld, gaven eten en drank
maar scheuren nu als stugge zeilen
(sommige altijd al verdomme )
neer in ravijnen van aarde.
.
The farm terraces
.
Beautiful merciless work
around the slopes of earth
terraces cut by curt hoe
at the orders of hunger
or a pointin lord.
Levels eyed up to rhyme
copied from grazing animals
round the steeps of earth,
balconies filtering water
down stage to stage of drop.
Wind-stirred colours of crop
swell between walked bunds
miles of grass-rimmed contour
harvests down from the top
by hands long in the earth.
Baskets of rich made soil
boosted up poor by the poor,
ladder by freestone prop
stanzas of chant-long lines
by backwrenching slog, before
money, gave food and drunk
but rip now like slatted sails
(some always did damn to)
down the abrupts of earth.
Miroslav Holub
De geboorte van Sisyphus
.
Van dichter Jana Beranová kreeg ik het boek ‘De geboorte van Sisyphus, een keuze uit de gedichten en andere teksten 1958-1998’ uitgegeven door de Bezige Bij in 2008.
Jana Beranova is verantwoordelijk voor de samenstelling en de vertaling van de gedichten en teksten in dit boek en ze schreef het nawoord. De Tsjechische dichter Miroslav Holub (1923-1998) behoort tot de grote dichters uit Oost en Midden-Europa van de tweede helft van de 20ste eeuw. Hij werd veelvuldig uitgenodigd voor festivals in Rotterdam, Londen en elders maar hij kon, vanwege het communistische regime, slechts een enkele keer onder valse voorwendselen het land uit. De poëzie van Holub is zowel absurdistisch als onbeschaamd lyrisch.
Samen met Milan Kundera en anderen stichtte hij het poëzieschrift ‘Kveten’ (Mei). Door zijn actieve deelname aan de Praagse lente werd hij na de inval door het Russische leger ontslagen aan het onderzoeksinstituut en verdwenen zijn boeken uit de rekken van bibliotheken en winkels. Pas na de publieke schuldbekentenis kreeg hij een nieuwe functie, maar zijn poëzie bleef verbannen tot 1982.
Uit deze prachtige bundel het gedicht ‘Niet te koop’
.
Niet te koop
.
En wat kost
het brein van een bosmuis,
en wat kost
het sperma van een potvis?
.
Dwaze dagen
in voddenzaken met grote partijen
uitverkoop
van Turkmeense jeans
en Verzamelde Werken
op crêpepapier.
.
En wat kost een ziel?
.
En wat kost
een emmer bloed
met zo weinig amberserum,
zo weinig antistoffen
tegen rode Shylocks?
.
Wat hebben we gekost
nog voor we gekelderd zijn
naar waardeloos?
.
Fabrique
Willem van Toorn
.
Willem van Toorn (1935) is schrijver, dichter, toneelschrijver, vertaler en bloemlezer. Met name in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw was Willem van Toorn een grote naam in de poëzie. Hij won in die periode vele poëzieprijzen, publiceerde vele bundels en zat in een aantal jury’s van poëziewedstrijden. Een uitgebreide bio- en bibliografie kun je lezen op de website van schrijversinfo.nl op http://www.schrijversinfo.nl/toornvanwillem.html . Willem van Toorn’s gedichten zijn doortrokken van een liefdevolle ironie waarbij het thema (on)zekerheid centraal staat.
Uit de bundel ‘Gedichten 1960-1997’ uit 2001, het gedicht Fabrique.
.
Fabrique
.
Is dit nog wel een tuin? Wat moet ik met
deze pagode zonder goden, obelisk
die slechts zichzelf gedenkt, een niks
met niks verbindende brug uit Tibet.
.
Vijvers waar je ook kijkt. Wolken erin
maar van een mens geen spiegelbeeld. Ik buig
mij over leegte. Een jachthuis
waar nooit een jager in woonde. Onzin.
.
Vond ik je hier, was je een herderin
met valse blossen. Nagespeeld. Niet pluis.
.
Gedicht in hout
Hendrik Marsman
.
H. Marsman (1899-1940) was dichter, vertaler en literair criticus. Marsman behoorde lange tijd tot de Vitalisten. Vitalisme betekent zoveel als levensdrift, de drang om intens, vurig en gevaarlijk te leven. Met ‘vitalisme’ wordt allereerst een filosofie of levenshouding aangeduid waarin de verheerlijking van het leven om het leven centraal staat. Voor de vitalist is het hoogste doel van de mens te leven en kan boven het leven geen andere waarde worden gesteld. Het uitleven van de intuïtieve en driftmatige levensdrang is voor de vitalist de enige vorm van wijsheid.
In de jaren 30 van de vorige eeuw nam hij echter afstand van deze stroming en zijn werk werd expressionistischer en zelfs futuristisch. Marsman verafschuwde de Nederlandse bekrompenheid. Hij zei ooit: “Holland is en blijft een ellende. Wie hier op de grond stampt, zakt weg in de modder”.
Toch werd Marsman vooral bekend om zijn gedicht ‘Herinnering aan Holland’ uit 1936 wat aan het einde van de 20ste eeuw werd verkozen tot gedicht van de eeuw.
Het gedicht ‘Schaduw’ werd door J. Havermans in hout gesneden voor een uitgave die echter nooit is verschenen. In de categorie gedichten in vreemde vormen wilde ik jullie deze niet onthouden.
.
Met dank aan dbnl.org en wikipedia
.
Presentatie bundel Hervé Deleu
De geur van de maan
.
Op zaterdag 12 oktober reisde ik af voor de presentatie van de nieuwe dichtbundel van Hervé Deleu. Hervé, in 2012 winnaar van de eerste Ongehoord! Gedichtenwedstrijd had al eerder in eigen beheer wat kleine bundeltjes uitgegeven maar nu was het een bijzondere dag.
De presentatie van deze mooie bundel vond plaats in het Cultuurcentrum De Steiger in de woonplaats van Hervé, Menen. De introductie van de sprekers en musici werd gedaan door Tine Ducatteeuw (lerares dictie). Zij deed dit op een zeer eigen wijze, met uitspraken van dichters in een prachtig Vlaams. Als eerste was de beurt aan de Schepen van Cultuur Griet Vanryckeghem om een inleidend woord te spreken. Dat deed zij zeer professioneel, alweer met een prachtige Vlaamse tongval die de schrijver van dit verslag niet onberoerd liet. Zeker niet toe zij ook nog eens het (erotische) winnende gedicht van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd van Hervé voordroeg.
Vervolgens kwam Marcel Vaandrager aan het woord. Marcel is de uitgever van De geur van de maan. Hij vertelde over het proces van de uitgave, over de thema’s in Hervé’s werk en ook hij droeg een aantal gedichten van Hervé voor.
Vervolgens werd er gemusiceerd door een tweetal leerlingen van de plaatselijke muziekschool. Na dit muzikaal intermezzo was ik aan de beurt. Ik vertelde over de poëzie van Hervé waarin zijn (en mijn) favoriete thema ‘De vrouw’ veelvuldig voorkomt. Over hoe Hervé (net als ik) pas op latere leeftijd met poëzie naar buiten komt maar ook over het talent van Hervé om ook over andere zaken met veel poëtisch gevoel te dichten. Ook ik mocht drie gedichten van Hervé voordragen (zie de post van gisteren).
Hierna werd er opnieuw prachtig op de vleugel gespeeld door twee leerlingen van de muziekschool en tenslotte kreeg Hervé het woord. Bescheiden als Hervé is deed hij het voorkomen of het hem allemaal was overkomen. Hij bedankte de dichter/schrijver en stadsgenoot Willy Spillebeen voor zijn meelezen en kritiek, de sprekers (Marcel en mij) en uiteraard zijn vrouw Lut voor haar steun.
Hierna was het tijd voor een informeel samenzijn en de verkoop/signeersessie van de bundel.
Tijdens deze receptie sprak ik met de Schepen Griet Vanryckeghem en de dichter Willy Spillebeen (81 jaar en nog vol levenslust en enthousiasme) en zijn vriendin en natuurlijk met Hervé en Lut. Al met al was het een zeer geslaagde, interessante en mooie presentatie van een prachtige bundel.
De bundel is te koop voor € 15,- via http://www.marcelvaandrager.nl
Om 20.00 uur nam ik afscheid van een fijn gezelschap mensen om met de terugreis van 2 1/2 uur naar huis aan te vangen. Ik heb het er zeer graag voor over gehad. Het was meer dan de moeite waard, waarvoor dank.
.
De nieuwe bundel van Hervé
Tine Ducatteeuw
Een trotse Hervé met zijn vrouw Lut
Marcel Vaandrager met achter hem Schepen van Cultuur Griet Vanryckeghem
De dichter signeert
Marcel Vaandrager in gesprek met dichter/schrijver/vertaler Willy Spillebeen
Dichter in verzet
Maurits Mok (1907 – 1989)
.
Maurits Mok werd geboren als Mozes Mok maar veranderde zijn naam in 1971 naar Maurits. Mok was behalve dichter, schrijver, vertaler en criticus ook één van de oprichters in 1944 van uitgeverij De Bezige Bij.
Maurits Mok werd als kind geconfronteerd met de gevolgen van een oorlog: hij zag de vluchtelingen tussen 1914 en 1918 om zich heen. Ook nam hij in die tijd waar hoe hele ‘klassen’ slachtoffer waren van onrechtvaardige maatschappelijke verhoudingen. In de jaren dertig merkte hij wat het betekende, jood te zijn en tot een vervolgde bevolkingsgroep te behoren.
Mok debuteerde in 1934 met de roman Badseizoen , maar publiceerde later vooral veel poëzie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog dook hij onder in Het Gooi. In deze periode publiceerde hij onder de pseudoniemen Victor Langeweg en Hector Mantinga.
Naast een aantal andere literaire prijzen ontving hij in 1959 de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945.
Uit de bundel Avond aan avond uit 1970 (De Bezige Bij) een gedicht over gruwelen van de oorlog.
.
The face of god after Auschwitz
.
Al die zielen die goden aanhangen,
speeksel omzetten in gebeden,
dromen verwarmen tot mythen,
mythen verkillen tot stenen
grondslagen van een geloof –
ik schuif de mist van hun visioenen weg
en ben alleen; een ijskoud waaien
staat op, een vleugelslag
van horizon tot horizon
die vormen oproept en verslindt,
en enkel leegte achterlaat, sneeuwvelden
over de aarde, een met zwarte, uitgegloeide
zweren overdekte zon.
.




















