Site-archief

Films over dichters

Papusza

.

Op zoek naar iets anders (dat gebeurt me vaak maar ik laat me graag verrassen) kwam ik op een website waar Emily Temple, redacteur van Lit Hub, een lijstje van 16 films over dichters heeft geplaatst. Een bijzondere lijst want de meeste van de besproken films krijgen niet echt de goedkeuring van Temple. Pas vanaf nummer 9 (Papusza, een film over de Roma dichter Bronisława Wajs) krijgen de films een goede recensie.

De top vijf van haar lijstje bestaat uit films over Emily Dickinson, Reinaldo Arenas, Pablo Neruda (twee keer) en op nummer 1 de film ‘Bright star’ uit 2009 over het leven van John Keats (1795 – 1821). Ze schrijft hierover: “De biopic van John Keats van Jane Campion (“Bright star, would I were solid as thou art. …”) is een weemoedig verhaal van gedoemde liefde in de meest ondraaglijke scenario’s: wanneer het meisje van wie je houdt in hetzelfde kleine huis woont als jij , gescheiden door een muur (en heel veel fatsoen). Visueel prachtig, hartverscheurend en – door wat magie – eigenlijk heel poëtisch.”

Voor de liefhebber van films over dichters een aanrader dit lijstje. Ik was vooral nieuwsgierig naar Bronisława Wajs en Reinaldo Arenas omdat ik beide dichters niet ken. Vandaag wat meer informatie en een gedicht van de eerste, Bronisława Wajs (1908 – 1987).

Deze Poolse Roma dichter bekend onder haar Roma naam Papusza (Pop), heeft geen makkelijk leven gehad, ze groeide nomadisch op in Polen, waar ze leerde lezen door kippen te ruilen voor leesles bij lokale dorpelingen. Ze trouwde op haar 15e met harpist Dionizy Wajs. Ze was erg ongelukkig en begon te zingen waarbij haar man haar begeleidde op harp. Toen begon ze ook zelfs teksten voor liedjes te schrijven op basis van traditionele Roma-verhalen en liederen.

In 1949 hoorde de Poolse dichter Jerzy Ficowski haar liedjes en herkende meteen haar talent. Veel van haar gedichten gingen over “Nostos” ( Grieks voor “een terugkeer naar huis”), een thema dat veel voorkomt in Roma-poëzie. Hoewel Roma dit gebruikte om het verlangen om terug te keren naar de openbare weg te beschrijven, zag Ficowski dit als Papusza verlangen om zich te vestigen, om niet langer nomadisch te zijn. Hij publiceerde een aantal van haar gedichten in een tijdschrift genaamd ‘Problemy’. Hoewel de gedichten aan de ene kant Papusza voor het eerst bekend maakte bij het Poolse publiek, veroorzaakte het interview en vooral het eraan verbonden Romani-Poolse miniwoordenboek aan de andere kant een negatieve wending in het leven van de dichter, aangezien ze ervan beschuldigd werd van het onthullen van de geheimen van haar inheemse cultuur aan de gadjo’s ( iedereen die niet-Roma is).

De Roma-gemeenschap begon Papusza al snel als een verrader te beschouwen. Ze werd uitgescholden en bedreigd, omdat ze details van de Roma-taal, cultuur, gewoonten en gewoonterecht had onthuld, en voor haar contacten met gadjo’s. ( ook werd haar een rol toegedeeld in de anti-nomadische acties van de regering). Papusza beweerde dat Ficowski haar werk had uitgebuit en uit de context had gehaald. Haar oproepen waren aan dovemansoren gericht en de Baro Shero (Grote kop, een ouderling in de Roma-gemeenschap) verklaarde haar “onrein”.

Ze werd uit de Roma gemeenschap verbannen, het contact met Ficowski werd verbroken (al bleef hij haar bewonderen en maakte hij haar werk toegankelijk) en de laatste 34 jaar van haar leven bracht ze door in isolatie. Tegenwoordig wordt ze gezien als de belangrijkste en bekendste Roma dichter ooit. De meeste gedichten van Papusza bevatten traditionele Roma elementen, samen met enkele ongebruikelijke aspecten zoals het schrijven in enkelvoud. Het meeste van haar werk gaat over nostalgie, verlangen en (vooral) verloren voelen. Een van de (ongeveer 40 handgeschreven) gedichten die bekend is en hoog aangeschreven staat is het gedicht uit 1950/1951 ‘Gypsy song’.

.

Gypsy song

.

In the forest I grew like a shrub of gold,
born in a Gypsy tent,
akin to a boletus.
I love fire like my own heart.
The winds lesser and greater
cradled the little Gypsy
and blew her far away into the world…

.

The rains washed away my tears,
The sun my golden, Gypsy father,
kept me warm
and beautifully tanned my heart.

.

From a blue stream I didn’t take strength
only washed my eyes…
The bear wanders the forests
like a silver moon,
the wolf fears the fire,
he won’t bite a Gypsy.

.

[..] Oh, how beautifully by the tent,
sings the girl,
the fire burns!
Oh, how beautifully, people, from afar
to hear the Easter songs of birds,
the whimpers of children, and the song, and the dance
of boys and girls.

.

[…] Oh, how beautifully the forest rustles for us-
sings me songs.
How beautifully the rivers flow,
they fill my heart with joy.
How delightful to behold the water deep
and to tell her everything.
Because no one can understand me,
only the forests and streams.
What I’m telling here it has all long passed
and took everything, everything with it-
and my younger years.’

.

 

 

 

 

Vakantieliefde

Dubbel-gedicht

.

Over reizen en over liefde zijn vele gedichten en zelfs bundels vol geschreven. Gedichten over liefdes op reis zijn wat schaarser. Maar ze zijn er. Daarom vandaag in de categorie ‘Dubbel-gedicht’ de vakantieliefde, of in dit geval de vakantieflirt want de liefde is kort, vluchtig maar intens.

Het eerste gedicht is van Esther Jansma (1958) en is getiteld ‘Vakantie-flirt’. Het gedicht komt uit het literair tijdschrift ‘De Tweede Ronde’ uit 1985. Het tweede gedicht is van Simon Carmiggelt (1913-1987) en is getiteld ‘Verliefde reiziger’. Het gedicht komt uit ‘De gedichten’ uit 1999.

.

Vakantie-flirt

.

Witter dan zout ligt boven zee

het labyrint van oude trappen

waar wij, bij toeval uit de nacht

ontstaan, de ronde van toeristen

gaan en pizza eten.

.

Ons gesprek spoelt af en aan

tegen de stadsmuur van Sperlonga.

.

Wat jouw gezicht voor mij betekent

blijft onzeker, wel weet ik

hoe in dit licht mijn lichaam staat

en hoe jij rekent.

.

Verliefde reiziger

.

In ’t kust-pension kwam liefde hem bezoeken.

Zij at haar visje en zijn hart werd warm.

De zoutpot gaf hij haar met blijde charm

en hij sprak Engels zonder een woord op te zoeken.

.

Zijn lieven thuis geraakten in het duister,

want in zijn knieën kwam een oud gevoel.

Hij schertste wervend naar zijn zondig doel.

Zijn nieuwe pak gaf hem ’n ongekende luister.

.

Eerbiedig keek ze naar de stempels in zijn pas,

het werd haar prentenboek – een meisjesdroom.

Haar kus bleek kinderlijk; het vreemd idioom

dwong hem alleen te melden dat ze lovely was.

.

Bij ’t afscheid werd geweend; op zo’n station

spant alles samen tegen een romantisch slot.

Hij reed naar huis en voelde zich een vod,

maar leerde spoedig, dat hij snel vergeten kon.

.

Op de rand van de taal

Een keuze uit 10 jaar poëzie

.

In 2001 publiceerde uitgeverij Atlas de bundel ‘Op de rand van de taal’ een keuze uit 10 jaar poëzie bij uitgeverij Atlas. De bundel werd samengesteld door Koen Vergeer en bevat poëzie van dichters die bij deze uitgeverij publiceren. Het betreft hier 22 dichters en van de een zijn slechts twee gedichten gekozen (James Fenton) en van een ander maar liefst tien (Frans Kuipers).

Ik koos volledig willekeurig (er staat zoveel moois in deze bundel) voor een gedicht van Bernard Dewulf (1960) een Vlaams dichter, essayist, toneelauteur en columnist. Bernard Dewulf debuteerde met de bundel ‘Waar de egel gaat’ in 1995. Deze bundel werd bekroond met de Debuutprijs. Deze prijs was een literatuurprijs die tussen 1969 en 2017 aan de vooravond van de Boekenbeurs Antwerpen werd uitgereikt aan het literair debuut van een Vlaamse auteur dat werd uitgegeven in het voorbije kalenderjaar.

Reeds voor het verschijnen van deze bundel waren er gedichten van Dewulf gepubliceerd, onder meer in verschillende literaire tijdschriften. Publieke bekendheid verwierf hij voor het eerst in 1987, toen de collectieve dichtbundel ‘Twist met ons’ verscheen, met daarin gedichten van Dewulf zelf, Dirk van Bastelaere, Charles Ducal en Erik Spinoy. De laatste dichtbundel die van Bernard Dewulf verscheen was ‘Naar het gras’ uit 2018.

In ‘Op de rand van de taal’ dus een gedicht van deze dichter met de titel ‘Le rêve, 1955’ uit zijn debuutbundel ‘Waar de egel gaat’.

.

Le rêve, 1955

.

Een bloesje staat open, van linnen.

Al dertig jaar is zij de droom,

de gril van een schilder. Ik sta

aan de kant en kan het niet zien.

.

Haar enige hoop, een schaduw

van elders, schuift binnen.

.

Tepel wordt hard, Batlthus verstart.

Zijn penseel, als een gek, gaat tekeer

op de vlek. Mijn hand is maar even.

Op het doek ligt geen teken van leven.

.

Een suppoost loopt voorbij,

hij maakt het niet dicht.

.

Het poëtische genie

Jacques Hamelink

.

Afgelopen woensdag, 17 november overleed schrijver, dichter en literair criticus Jacques Hamelink (1939 – 2021). Hamelink die bekendheid verwierf met zijn verhalenbundels, koos ervoor eind jaren ’70, begin jaren ’80 zijn pessimistisch proza los te laten en meer te gaan voor het schrijven van poëzie vol historische en literaire referenties, hierbij de klankwaarde van zijn verzen niet verwaarlozend. Hamelinks poëzie werd meer en meer abstract, kaal van alle persoonlijke betrokkenheid, maar nog steeds met behoud van dezelfde thema’s. Zijn werk werd al snel hermetisch gebrandmerkt. Zijn werk werd ook steeds mystieker. Zijn groeiende geloof, geleend van dichters als Paul Celan en Hölderlin, was dat poëzie zou moeten proberen het onmogelijke te spreken, en dat het falen om dit te doen haar grootsheid vormt.

Sinds het verschijnen van de bundel ‘Sacrale komedie’ (1987) is zijn werk zeer zinspelend geworden. Persoonlijke en ‘algemene’ geschiedenis versmelten in steeds strakker opgebouwde gedichten. De taal van deze gedichten verhoogt hun moeilijkheidsgraad: de auteur graaft op bestaande woorden, creëert neologismen en introduceert tegelijkertijd archaïsche woorden. Toch had Hamelink de laatste jaren een vaste groep bewonderraars van zijn werk. In 2002 (‘Zilverzonnige en onneembare Maan’) en 2008 (‘De Dame van de Tapisserie’) werden bundels van Hamelink genomineerd voor de VSB poëzieprijs.

Hamelink werd tijdens zijn leven bekroond met de Constantijn Huygensprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs en de Herman Gorterprijs.

In 1986 verscheen de bundel ‘Eerste gedichten’ en uit deze bundel komt het gedicht ‘The poetical genius’. In het gedicht komt naar de gedachte naar voren dat ‘de dichter’ weinig erkenning krijgt.

.

The poetical genius

.

Waar is de tijd, vriend van Yeats,

dat dichterskrijgshaftige, Helmers, Tollens,

of godsdienstige, Beets, Ten Hate, buiksnorren

droegen en slechts als zeehond Holst

vermomd per trein reisden, alsmaar

met doffe gedichten dreigend.

.

Verlept zijn de titels der dames

die René Rilke per hutkoffer

met zich meesleepten in het zog

van hun onirische schommelstoel, de held

slablaadjes voerend evenals

zijn rivaal de schildpad.

.

Hedentendage zit de ene poëet in de lotus.

De andere leert, in een jute zak genaaid

of bekleed met een oude pokdalige ster,

zich een nieuw patiencespel: proeven,

bij kleine beetjes, van eigen mond.

.

Ik wil je niet

Carlos Drummond de Andrade

.

Na al die herfstgedichten van de afgelopen tijd is het goed om weer eens iets heel anders te delen met jullie. En wat is een beter medicijn tegen de grauwe grijsheid, het kille nat en de totale ontbladering dan een erotisch gedicht. Bij erotische gedichten denk ik altijd meteen aan het werk van Carlos Drummond de Andrade (1902 -1987).

Carlos Drummond (naar zijn moeder) de Andrade (naar zijn vader) was een Braziliaanse dichter en schrijver, door velen beschouwd als de grootste Braziliaanse dichter aller tijden. Hij is een soort nationaal cultureel symbool geworden in Brazilië, waar zijn zeer invloedrijke gedicht ‘Canção Amiga’ (Vriendelijk Lied) op het 50- cruzado novo- biljet staat.

Hij werkte het grootste deel van zijn leven als ambtenaar en werd uiteindelijk directeur van de geschiedenis van de nationale dienst voor historisch en artistiek erfgoed van Brazilië. Hoewel zijn vroegste gedichten formeel en satirisch zijn, nam Drummond snel de nieuwe vormen van Braziliaans modernisme over die zich in de jaren twintig van de vorige eeuw ontwikkelden. Het werk van Drummond is over het algemeen verdeeld in verschillende segmenten, die in elk van zijn boeken zeer duidelijk voorkomen. Die segmenten zijn zijn alledaagse gedichten, zijn socialistische gedichten (Drummond de Andrade was jarenlang redacteur van de officiële krant van de Braziliaanse Communistische Partij , Tribuna Popular) en zijn metafysische poëzie. Toch is de invloed van elk van deze segmenten in de poëzie van de andere segmenten herkenbaar.

Een laatste segment, en voor dit stuk de aanleiding) kwam aan het einde van zijn leven meer naar voren. Eind jaren tachtig begon zijn poëzie erotischer te worden. ‘O Amor Natural’ ( De Liefde Natuurlijk) is pas na zijn dood gevonden. Zijn bewust erotische poëzie is slechts in één boek gepubliceerd, ‘Moça deitada na grama’ (vrouw die in het gras ligt) die met toestemming en daadwerkelijke tussenkomst van zijn schoonzoon gepubliceerd is.

Volgens mij was het afgelopen zomer bij het televisieprogramma Zomergasten dat een fragment van de grandioze documentaire van Heddy Hodigmann getoond werd, waar oudere en jonge Brazilianen de zinneprikkelende gedichten van Drummond de Andrade uit het hoofd citeerden met hun eigen associaties erbij. Dat geeft wel aan hoe geliefd en gewaardeerd Carlos Drummond de Andrade is en was in zijn geboorteland maar ook ver daarbuiten.

August Willemsen vertaalde ‘O Amor Natural’ voor de Arbeiderspers tot ‘De liefde natuurlijk’ en uit de versie van 2006 nam ik het gedicht ‘Ik wil je niet als allerlaatste neuken’.

Wil je meer erotische gedichten lezen van Carlos Drummond de Andrade kijk dan hierhier, of hier.

.

Ik wil je niet als allerlaatste neuken

.

Ik wil je niet als allerlaatste neuken.

Vroeger geen lef, en nu is het te laat.

De oude vlam laait niet, je openbeuken

zou gerief zijn dat mij niet meer baat

nu dat mijn mond verdroogd is van het jeuken

van verlangen dat zich niet ontlaadt,

en ik, dorstend en hongerend, de kreuken

tel van anderen op je gelaat.

Ik wilde dat je al die oude glorie

wilde wassen van je ziel, van elke porie,

en zou komen, ongerept, tot een ontwaken

en tot mij, van aangezicht tot aangezicht,

om dan ons leven, in ultiem gevecht, te maken

tot een vlammend en universeel gedicht.
.
.

Geluk

Dichter van de maand oktober

.

Frans Dumortier debuteerde in 1987 onder het pseudoniem Charles Ducal met de dichtbundel ‘Het huwelijk’ een dichtbundel met een cynische toon, strakke vorm en Bijbelse referenties. Een mooi voorbeeld van met name de cynische toon is wat mij betreft het gedicht ‘Geluk’. Slechts aan jezelf nog lijden met zoveel geluk om je heen.

.

Geluk

.

Omdat ik geen honger, geen dorst lijd,
een huis heb, een baan, een voorbeeldig gezin,
duizend boeken, van Sade tot Grimm,
gezondheid, een trouwe maîtresse, veel tijd

.

voor kunst en liefde of wat daarop lijkt,
de wereld kan zien, mijn tuin cultiveren,
duizend gedichten opnieuw kan proberen
een God te zijn in het diepste geheim,

.

daarom is het dat ik mijn nagels bijt
in een kamer die niet wordt gelucht,
weerloos geworpen in zo veel geluk
dat ik slechts aan mijzelf nog lijd.

 

Kleinwild

Anne Broeksma

.

Ik ben al lang een gebruiker van Goodreads.com, een heerlijke site voor lezers. En ook lezers van Nederlandse boeken ondanks dat de site Engels is. Op deze site was ik wat aan het rond kijken en toen kwam ik de bundel ‘Vesper’ tegen van Anne Broeksma (1987) uit begin van 2021. Anne Broeksma treedt regelmatig op met haar poëzie op festivals als Mooie Woorden en Lowlands. Ze schreef gedichten voor Radio 1 en publiceerde in onder meer de tijdschriften Het Liegend Konijn, Kluger Hans en Tirade. Daarnaast presenteert ze literaire programma’s in Utrecht.

Hoewel ik weet dat smaken verschillen viel me op dat degene die de bundel ‘Vesper’ sterren hadden gegeven (van 1 niet zo best tot 5 fantastisch) nogal verschillend over deze bundel oordeelden. Het ging van 2 tot 5 sterren. Degene die bij Bol.com een review achterliet stelt voor om Anne Broeksma de volgende Dichter des vaderlands te maken maar op Meander schrijft Peter Vermaat in een recensie van deze bundel dat ‘taal ertoe doet, en dat het vaker mag, veel vaker’ https://meandermagazine.nl/2021/02/anne-broeksma-vesper/ In de recensie merkt hij ook op  “De dichter lijkt zich voornamelijk te richten op het schilderen van bepaalde beelden (die soms absoluut pregnant blijken), maar veel minder op de fonologische en de semantische suggestiviteit van de taal.” en “Weliswaar zal die laatste categorie (lezen wat er staat) het beter doen bij een publiek dat vooral toehoort en niet (mee)leest, maar een poëziebundel is nu eenmaal geen tekstboekje bij een voordrachtsprogramma.”.

Dit staat dan weer op gespannen voet met wat Jan de Jong in zijn recensie schrijft op de website Tzum https://www.tzum.info/2021/02/recensie-anne-broeksma-vesper/ waarin hij juist het tegenovergestelde stelt: “De zoektocht in Vesper is een lyrische, geen fysieke.”.

Een bundel kortom die nogal tot wisselende reacties leidt. Om je een indruk te geven en zelf een mening te vormen hier het gedicht ‘Kleinwild’ uit deze bundel.

.

Kleinwild

.

het was tijdens de vrije vogeldagen
toen we op veldexcursie een duinpieper zagen
met Nico de Haan
iedereen die nooit van een duinpieper had gehoord
mocht niet met ons praten

.

gehurkt zaten we, op de grens van parklandschap en wilde natuur
we lieten onze verrekijkers zelden zakken

.

later die ochtend pluisden we uilenballen uit
plakten het skelet van een muis op een papiertje

.

er was een theaterstuk van een volwassen man in vogelpak
hij praatte met snerpend, Hollands accent
riep: ik ben de supervogel! ik ben de supervogel!

.

wij voelden ons als vogelaars niet serieus genomen
we gingen

.

Tom Lanoye

Wara Avatara (Vlammenzwijn)

.

Erotische poëzie kan heel direct zijn, omfloerst, beschrijvend of juist of heel subtiel verwijzend zijn. Net als elke andere vorm van poëzie eigenlijk. Tom Lanoye (1958) schreef in zijn bundel ‘In de piste’ uit 1987 het gedicht ‘Wara Avatara (vlammenzwijn). dat openhartig is en een beetje van al deze elementen in zich heeft. Wat Wara Avatara (of Vlammenzwijn) betekent heb ik niet kunnen achterhalen. In de informatica is een avatar (ook bekend als een profielfoto of userpic ) een grafische weergave van een gebruiker of het karakter of de persona van de gebruiker. Als je Wara leest als Ware dan zou je hieruit een idee kunnen afleiden: het ware karakter van de dichter. De term Vlammenzwijn daar heeft denk ik iedereen wel een idee bij in deze context.

Hoe dan ook, het gedicht spreekt voor zichzelf.

.

Wara Avatara (Vlammenzwijn)

.

Ik ga het hier niet

hebben over seks, dit is

tenslotte poëzie, maar ook

als ik loop of zwem of

mijn gespannen lichaam in

een spiegel zie, krijg ik het

zo warm. Het lijkt wel transpiratie

.

maar dan vooral vanbinnen.

In het diepst van mijn zinnen.

Het vervelende is wel, dat je je

daar moeilijk wassen kunt. Het

wordt er dan ook dierlijker en

natuurlijker met de dag. Maar dat kan

me eigenlijk niet schelen. Ik vind het

.

heerlijk zo, ik weet dat alles mag.

.

Houston we have a problem

Lotte Dodion

.

De Vlaamse dichter, performer en polyvalent (veelzijdig, meer dan één waarde bezittend) teksttalent Lotte Dodion (1987) ken ik al sinds 2011 toen ze als jonge aanstormende dichter op het Ongehoord! podium stond in Rotterdam als (toen nog) Mander dichter. Een Meander dichter was een dichter die ons (van Ongehoord!) werd aangeraden om te programmeren omdat deze talentvol was.  Lotte was toen 24 en inderdaad een aanstormend talent.

Daarna was ze één van de Vlaamse dichters op de Poëziebus in 2015 en programmeerde Ongehoord! haar opnieuw in 2016 op de jubileum editie in de Jacobustuin in Rotterdam. In maart van dat jaar verscheen haar poëziedebuut ‘Kanonnenvlees’ bij uitgeverij Atlas Contact dat zeer goed werd ontvangen.

Haar werk verscheen in bloemlezingen en in literaire tijdschriften als Plebs en Gierik NVT. Ze treedt op, verzorgt workshops en is inderdaad een veelzijdig woordkunstenaar. De laatste jaren werkte ze voor Vonk & Zonen, een literair productiehuis dat naast eigen producties ook een gastvrij huis is voor plannen van dichters en dromers. Een jonge literaire organisatie die sterk inzet op nieuwe vormen om literatuur te presenteren.

Vanaf 1 september dit jaar is ze echter weer terug op haar oude plek, als freelancer in de letteren. Op haar website https://www.lottedodion.be/ is alles over haar werkzaamheden te lezen. Daar staan ook gedichten van haar hand waaronder het mooie maar wrange ‘Houston we have a problem’.

.