Site-archief
Biesbosch
Ben Cami
.
Veel mensen vieren vakantie in eigen land, niet alleen in Nederland maar ook in veel andere landen in de wereld. Door de onzekerheid over wat er wel; en niet mogelijk is kiezen Nederlanders om nu eens niet af te reizen naar de Spaanse stranden, de Turkse all in resorts, de Franse campings of de Thaise eilanden maar om in Nederland te blijven en vakantie te vieren in Otterlo, Veere, Lochem of de Biesbosch.
De Vlaamse dichter Ben Cami (1920 – 2004) schreef al eens een gedicht over een van deze plekken. In de bundel ‘Ben Cami Gedichten’, het verzameld werk van deze dichter uit 2009 staat het gedicht ‘Biesbosch’.
.
Biesbosch
.
Twee vissers in de stille morgen
Trekken ter visvangst. De Biesbosch
Licht voor hen zijn rustige nevels op
De vissen maken blaasjes in hun slaap,
De paling doet zijn lang lijf trillen
Diep in ’t goor.
.
Hebben ze alles mee? Het leefnet en het schepnet
Genoeg benzine, lijntjes voor de brasem
Lijntjes voor de voorn? en op hun tocht
Door de morgen die alleen voor vissers
Als een wonder opengaat,
Zuigen ze diep verheugd aan hun eerste sigaret.
Ze speuren naar de lucht, voorspellen
Zuidwestenwind en dat de vis zal bijten.
.
Vakantie
Harry Zevenbergen
.
Vandaag een echt vakantiegedicht uit de tijd dat er nog volop ansichtkaarten werden geschreven op vakantie, van Harry Zevenbergen uit de bundel ‘Punk in Rhenen’ uit 2004.
.
Vakantie
.
ik bel iedereen op
die ik ken
de groetjes van mij
zeg ik
en leg de hoorn neer
dit scheelt al gauw zo’n
27 ansichtkaarten
met zonovergoten stranden
zo kan ik mijn vakantie
tenminste ten volle benutten
.
Zomergedichten
Dubbel-gedicht
.
Nu de zon weer schijnt in deze rare en ingewikkelde tijden vond ik het tijd om ook in mijn berichten wat vaker de zon te laten schijnen. Als hart onder de riem of gewoon als voorbode van betere tijden. Daarom vandaag een Dubbel-gedicht over de zon.
Het eerste gedicht ‘Zomer’ is van de dichter Jos De Haes (1920 – 1974) en komt uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1986. De Haes was een Vlaams dichter, essayist en radiomaker. Hij debuteerde in de collectieve bundel ‘Aanhef’ in 1941 met ‘De diepe wortel’, publiceerde gedichten in ‘Podium (1943 – 1944) waar hij hoofdredacteur van was, in de ‘Poëziespiegel’ en in ‘Dietsche Warande & Belfort’ waarvoor hij in 1950 recensent werd en in 1960 redactielid. Na zijn dood verscheen zijn verzameld werk in 3 delen in 1974, 1986 en 2004.
Het tweede gedicht ‘Zonlicht’ is van dichter Rogi Wieg (1962 – 2015) en komt uit de bloemlezing ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ uit 2015. Rogi Wieg was schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en muzikant. Hij debuteerde in 1981 met de bundel ‘Cis-trans’. Hij was redacteur van de literaire bladen ‘Tirade’ en ‘Maatstaf’ en hij was tussen 1986 en 1999 als poëziecriticus verbonden aan ‘Het Parool’. Wieg kreeg onder andere het Charlotte Köhler Stipendium voor ‘De zee heeft geen manieren’ en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverblijf’. stipendium voor ‘De zee heeft geen manieren’ en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor ‘Toverdraad van dagverdrijf’.
.
Zomer
.
Stond op de plek een wagen
scheef in de grond ter ziele.
De zon stond hout te zagen.
Ik sliep tussen de wielen.
Ik sloeg de liefde gade
van kevers en van maden.
Tedere bakelieten
plezierden en verdrietten
elkaar met dunne vijlen,
met haken en met bijlen,
met tatertjes en sprieten
alaam van sodomieten.
.
Ik lag in hoge klaver,
de rode toppen blekten.
Ik lag in hoge klaver
met wijfjes van insecten.
.
Zonlicht
.
Veel grote mannen hadden wel
een gezin, een warm bord op
tafel, een balkon boven de zee.
Ben ik een groot man, sla dan
.
tenminste een spijker in mijn
werk die niet krom en roestig
verleden of toekomst uitbeeldt,
maar als spijker het oog
juist op de hoogte houdt
.
van wat het moet zien:
ik mis je zo, eeuwigheid,
dat ik haastig naar huis ga
uit het zonlicht om nog
.
tijd te hebben thuis te komen
uit het zonlicht.
Grootheid is het meervoud omarmen
van grammaticaal zeer ongelijke tijden.
.
Apenlier
Rob Schouten
.
In het krantenknipsel dat ik in de bundel ‘Apenlier’ van Rob Schouten (1954) schrijver, dichter, literatuurcriticus en columnist vind en zo te zien uit een Volkskrant komt (en naar ik vermoed uit 2004 stamt, het jaar dat ‘Apenlier’ werd gepubliceerd) wordt gesteld dat de dichter “troost put uit slordigheid”. Piet Gerbrandy, die de recensie schreef, stelt ook dat hier “een man aan het woord is met een christelijke achtergrond die op levensbeschouwelijke en vooral op erotisch terrein permanent de weg kwijt is, overigens niet tot zijn eigen genoegen”. Gerbrandy eindigt de recensie met “de troost van de slordigheid, daarom gaat het in dit oeuvre”.
Lezend in de bundel kan ik zijn analyse beamen. In het gedicht ‘Lam’ komen een aantal van de genoemde elementen terug. Daarom uit deze bundel dit gedicht.
.
Lam
.
Natuur. Mij best. Parende robben. Mos.
De muizenval. Sla. Een ijskast ontdooien.
Telefoonrekening. Het parlement.
Belachelijk modieuze jurken.
.
Als u maar weet dat ik er ook aan doe,
hoe dronken ook. Wie ligt daar op zijn kant?
Een auto winnen om langs berg en dal…
Bloemlezingen, toeristen, komma’s, punten.
.
Te veel om… nou ja, geweldig veel
en allemaal om het verstand te boeien
dat momenteel helaas geen zitting houdt
maar morgen weer voor alles openstaat.
.
Schaars licht
Hans Sleutelaar
.
De in 1935 geboren Rotterdamse schrijver en dichter Hans Sleutelaar groeide op met literatuur . In zijn ouderlijk huis was van 1957 tot 1959 het redactiesecretariaat van het literaire blad Gard Sivik gevestigd, daarna (tot 1964) in het souterrain van dat huis aan de Rotterdamse Essenburgsingel. Samen met Cornelis Bastiaan Vaandrager en Hans Verhagen behoorde Sleutelaar tot de Zestigers. Met de Zestigers wordt een literaire beweging in Nederland uit de jaren zestig aangeduid.
De Vijftigers en de Cobra streefde naar vrijheid. Esthetische conventies en traditionele lyriek diende te wijken voor de persoonlijk expressie. In de poëzie werd gestreefd naar vernieuwing door taalexperiment, waarin de spontane creativiteit voorgesteld werd. De Zestigers kwamen als reactie hierop met een neorealistische stroming, waarin de realiteit als vorm van kunst werd gepresenteerd. Zij waren fel gekant tegen de ‘verbale experimenteerkunst van de Vijftigers’. Beeldspraak en de persoonlijke gevoelens van de kunstenaar werden afgewezen. Verwant met het Amerikaanse popart zocht men zijn inspiratie in de werkelijkheid, en vond dit bijvoorbeeld in reclameteksten.
Hans Sleutelaar werkte onder andere als junior copywriter, als freelance tekstschrijver, als medewerker van de Haagse Post en als hoofdredacteur van uitgeverij Boelen. Hij heeft van 1985 tot 2000 een eigen uitgeverij gehad en woonde “als ambteloos pennenvoerder” in Normandië. Na een verblijf in Thailand, keerde hij terug in zijn geboortestad.
Het oeuvre van Sleutelaar is klein. Hij debuteerde met de bundel ‘Schaars licht’ in 1979 waarna in 2004 ‘Vermiste stad; Rotterdamse kwatrijnen’ verscheen en in 2015 ‘Wollt ihr die totale Poesie? korte en zeer korte gedichten. De titel van deze laatste bundel is genomen van het gelijknamige gedicht uit 1965 dat in ‘Schaars licht’ is opgenomen.
Uit zijn debuutbundel het gedicht in twee delen ‘Sturen’ uit 1963.
.
Sturen
.
1
.
Land. Land. Land.
Een continent,
niet zonder naslagwerken
en concurrentie.
.
We constateren
en rekenen regelmatig af.
.
Autoradio: American Forces Network.
.
Minuten en kilometers
worden gebruikt
om te sturen.
.
Voornamelijk om te sturen.
.
2
.
De snelheid doet ons goed.
.
Wij passeren
met een gezonde arrogantie
automobilisten en andere voorbijgangers.
.
De generiek is deel van een grotere
generiek. die deel is van een grotere.
.
De snelheid levert meer data,
meer inside information.
.
Trekkers
Wahé Arsèn
.
Na het uiteenvallen van de Sovjet Unie werd Armenië een onafhankelijk land. In die periode kwam er een nieuwe generatie van dichters op die zich afzette tegen de gangbare overheersende Russische stromingen in de literatuur.
Wahé Arsèn, pseudoniem van Wahe Arami Arsenyan, is reeds jaren lang docent anderstalige literatuur aan de Staatsuniversiteit van Yerevan. In 2004 werd hij toegelaten als lid van de Armeense Schrijvers Vereniging. Zijn gedichten verschijnen geregeld in kranten en literaire tijdschriften en naast doceren en dichten, houdt hij zich bezig met het maken van literaire vertalingen uit het Engels.
Zijn poëzie breekt met de klassieke Armeense dichtkunst met zijn strakke vormen en gedragen toon. Zijn rebelsheid uit zich niet alleen in de dichtvorm, maar ook in de inhoud en de beeldspraak. In zijn gedichten ontleedt hij zowel de samenleving om hem heen, als zijn eigen innerlijke wereld, met een pijnlijke nauwgezetheid. Deze gedichten zijn zeer rijk aan beelden en emoties, en ook ironie ontbreekt niet.
.
Uit de, bij uitgeverij de Brouwerij in 2007 uitgegeven, bundel ‘De terugkeer van de groene goden’ het gedicht ‘Trekker’.
.
Trekker
.
Een bedelaar sleept zijn denkwereld
op vier wielen achter zich aan.
Een hoer sleept haar ongeboren kind
op haar stel hakken achter zich aan.
Een klein kindje met een krullebol sleept
een echte sneltrein achter zich aan,
die met zijn cycloop-lamp vandaag
of morgen redding kan brengen…
zowel ruimte, als tijd kan afgrenzen.
.
















