Site-archief

Jubileum editie MUG

Nummer 25

.

Het begon in 2020 of eigenlijk al een jaar eerder. Ik was in het Justice museum in Nottingham (Engeland) en bij de balie stond ik even te wachten. Mijn oog viel op een rek met folders en daartussen stonden allemaal kleine zines, tijdschriftjes in A6 formaat van kunstenaars en dichters. Zelf gestencild en geknipt, nietje erdoor en klaar. De eenvoud, het formaat en de vrijheid van publiceren sprak me enorm aan. Dat wilde ik ook.

Nu had ik al jaren een facilitair poëzie uitgeverijtje (MUGbooks waar ik dichters die in eigen beheer willen uitgeven adviseer en help om niet) en daar wilde ik het aan linken. Maar zoals zoveel ideeën leek ook deze te stranden in schoonheid. Tot ik Marianne tegenkwam. Zij maakte ooit DURF!  een E-magazine voor de ondernemende Bibliotheek (ze zijn nog allemaal terug te vinden op Internet, zeer de moeite waard) en wist dus hoe je een tijdschrift in elkaar zet. Zij was de hoofdredacteur en had contact met schrijvers en vormgevers en was van de ideeën.

Toen we daarover spraken kwam mijn idee om een eigen klein poëzietijdschrift op te zetten weer boven drijven. De rest is geschiedenis. Want eerst probeer jezelf wat in elkaar te zetten (wordt hem niet) dan ga je aan de gang met vormgeven (kan ik niet) en dus vraag je je broer want die is vormgever. En dan gaat het ineens snel. Het eerste nummer was pionieren. De gedichten en teksten kwamen van Marianne en mijzelf en Bart deed de vormgeving. We besloten om MUGzine (want die naam had het inmiddels gekregen) gratis te publiceren op het Internet (dus moest er een website komen) maar we wilden ook echt bewust een papieren variant, een klein eigenzinnig, ander tijdschrift dat je kon oppakken en lezen en weer wegleggen. En we besloten 5 edities per jaar te gaan maken.

Van elke editie, besloten we, zouden er 100 gemaakt worden. Het grootste deel ervan werd opgestuurd naar allerlei stichtingen, uitgeverijen en mensen waarvan we dachten dat ze het wel zouden kunnen waarderen. De rest was guerilla-materiaal. Dat zou her en der verspreid worden, achtergelaten in boekwinkels, bibliotheken, bij festivals en voordrachten. We bedachten ook een klein lastig en eigengereid zusje Luule genaamd (Luule is het Estse woord voor poëzie) dat achterop elke MUGzine geplaatst zou worden.

Ook kwam al snel het idee om dichters (uit Nederland en Vlaanderen) te vragen en om MUGzine wat te verluchtigen met illustraties of afbeeldingen van kunst van kunstenaars. De eerste kunstenaar die we vroegen, Pieter Drift, was meteen enthousiast en leverde ons een combinatie aan van poëzie en beeld (zogenaamde concrete poëzie) en zo werd de tweede editie geboren.

Om lezers te trekken heb je een paar dingen nodig: inhoud (lees dichters die bereid zijn om een paar gedichten om niet aan te leveren), kunstenaars en/of illustrators (idem) en bekendheid. Dus naast de website kwamen er social media accounts van @l.uule, @mugzines (Instagram) @mugzines (X) en schrijf ik bij elk nummer dat verschijnt een stuk over de inhoud, dat vervolgens ook weer op Facebook gedeeld wordt.

Omdat MUGzines gratis wordt verspreid (via de website) en we er 100 van maken op papier waren er natuurlijk wel kosten aan verbonden. Die namen we in het begin graag voor lief, gemotiveerd als we waren om iets moois te maken. Op enig  moment kregen we vragen naar edities op papier en hebben we een vorm van donateurschap bedacht. Wordt je jaardonateur dan ontvang je automatisch via de post alle edities van dat jaar. We zijn er trots op dat er donateurs van het prille begin zijn die dus alle edities thuis ontvangen hebben. Omdat we niets hoeven te verdienen aan de MUGzine (we doen dit uit een grote voorliefde voor poëzie) kunnen we de kosten laag houden en ben je al donateur voor € 20,- per jaar.

En dan komt nu in december 2024 het 25ste nummer uit. Een jubileum. Wie had dat 5 jaar geleden durven dromen. Een lange reeks prachtige dichters en kunstenaars heeft meegewerkt aan die afgelopen 25 nummers, bij het verschijnen van #10 haalde ik al eens aan wie dat waren. Inmiddels hoen we steeds vaker terug dat men MUGzine kent, lezen we op dichterssites dat men in MUGzine heeft gestaan en stijgt het aantal donateurs en lezers online rustig door.

Voor deze jubileum editie hebben we weer wat nieuws bedacht (naast de special, de GUM en de poëzie ansichtkaart proberen we ook zo nu en dan inhoudelijk te vernieuwen) en dat is de Muggenbeet. En we komen begin volgend jaar met opnieuw een special.

Wij maken de MUGzine met heel veel plezier, enthousiasme en inzet. We willen al onze donateurs en lezers, de dichters die bijdroegen, de illustratoren en kunstenaars heel hartelijk danken. De vele mooie en enthousiaste reacties van jullie maken dat we MUGzine nog vele jaren willen blijven maken.

Marianne, Wouter en Bart

.

Er hangt iets in de lucht en het zoemt.

Het is stil op straat en nu horen we het ineens.

De collectieve twijfel aan de betekenis van ons bestaan.

Maar weet je, de mug is pas stil als ze platgeslagen is.

Alleen daarom is er literatuur, kunst, de poëzie.

Zomaar wat zinnen.

Voor die ene mug in de stille kamer.

.

Kantlijn

Jana Arns

.

Op 17 oktober was het Werelddag van het Verzet tegen Armoede, Voor deze dag schreef dichter Jana Arns (1983) een stadsgedicht (ze is sinds eind 2023 stadsdichter van Deinze in Oost  Vlaanderen). Het gedicht werd geprint op 100 mokken (of koffietassen zoals ze in Vlaanderen zeggen) die in die stad werden verspreid. Je kon ze gratis ophalen bij winkels en bedrijfjes in Deinze zolang de voorraad strekte. Ik ga ervan uit dat ze inmiddels allemaal een goed onderdak hebben gevonden.

Op de mok staat een QR code (zie hieronder) die je kan scannen waarmee je vrijblijvend een gift kan doen. De opbrengst gaat naar drie lokale organisaties die zich inzetten tegen armoede te weten de Zonnebloem in Nevele (helpt mensen bij hun strijd tegen armoede, sociale uitsluiting en discriminatie), de Regenboog in Deinze (activiteiten en ontmoeting) en de VZW Contactcentrum in Deinze (voedselbank of zoals ze in Vlaanderen zeggen voedselbedeling).

Een mooi initiatief waarvan ik hoop dat er veel donaties worden gedaan. Hieronder het gedicht ‘Kantlijn’ dat op de mok staat maar dat ook te vinden is op de website van Jana Arns.

.

Kantlijn

.

Je ziet het aan de rek in de kleren,

het nooit verjaren in de klas,

het klavertje vier in het vak

van je portefeuille.

.

Je ziet het aan de rugzak

met daarin de leegte die je torst,

het enige zilver

dat jouw lunch omhult.

.

Je ziet het aan de hond

die je een poolstok gunt,

aan je geweten knaagt.

.

Was je een klimmer

je bereikte de top via splinters,

maar voor jou wordt geen val gebroken.

.

Hogerop kan enkel in het woonblok.

In kamers met zuurstofgebrek

toren je uit over andermans dromen.

.

Ontmoeting met Joseph Brodsky

Peter Du Gardijn

.

In de bundel ‘Onder de dieren’ van Peter Du Gardijn uit 2007, staat het gedicht ‘Ontmoeting met Joseph Brodsky’. In het kader van dichters over dichters leek me dit een geschikt gedicht. Joseph Brodsky (1940-1996) was een Russische dichter. Peter Du Gardijn (1963) publiceerde onder meer verhalen en gedichten in De Revisor , Tirade , Bunker Hill , De Tweede Ronde , Terras en De Gids. In 2006 debuteerde hij met de roman Nachtzwemmen. Een jaar later volgde zijn eerste dichtbundel, ‘Onder de dieren’. Pas in 2014 zou een tweede dichtbundel het licht zien getiteld ‘Wat huid is’. Bij deze twee dichtbundels is het vooralsnog gebleven.

Wil je meer gedichten van Peter Du Gardijn lezen, ga dan naar de website van uitgeverij van Oorschot. Hieronder het gedicht van zijn hand over Joseph Brodsky.

.

Ontmoeting met Joseph Brodsky

.

Een ontheemde met een sproetroestig gezicht

nooit gezwicht voor het lot van de worm.

Ritmisch kraste zijn stem steeds over het papier

in gespannen eendracht met de vorm.

.

Ik zag hem op een kade in Rotterdam, getij

dat zich vrij zong als een organische harmonica.

Tot hij de herfstkreet bitter van de havik sneed!

Zo was hij al opgestegen voor zijn dood,

.

in het rococo kolken van zijn sigarettenrook.

Heel de wereld omgesmeed tot miniatuur,

landschap van taal. En winter, winter! O ja?

.

Was het dan toch Russisch, zangzingend

klank op klank ontsnappen aan Lenins dictatuur?

Poëzie, levenssap helder en wrang als wodka.

.

Tijd heelt geen wonden; wie heeft dat beweerd

Edna St. Vincent Millay

.

Dichter en toneelschrijver Edna St. Vincent Millay (1892-1950) ken ik sinds ik in ‘Ter ere van de goedertieren maan’ uit 1978 van Herman de Coninck een gedicht van haar las dat Herman had vertaald. De hele bundel bestaat uit vertalingen van De Coninck van het werk van St. Vincent Millay. Zij was een opmerkelijke en bijzondere vrouw en dichter. Een prominent literatuurcriticus noemde haar  ‘een van de weinige dichters die in onze tijd in het Engels schreef, noemde en die zoiets als de status van grote literaire figuren had bereikt.’

In 1923 won ze de Pulitzer-prijs voor poëzie en was daarmee de eerste vrouw die die prestigieuze prijs won. In In 1943 was Millay de zesde persoon en de tweede vrouw die de Frost Medal ontving voor haar levenslange bijdrage aan de Amerikaanse poëzie. Schrijver en dichter Thomas Hardy (1840-1928) zei dat Amerika twee grote trekpleisters had: de wolkenkrabber en de poëzie van Edna St. Vincent Millay.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat haar poëzie en haar leven nog steeds tot de verbeelding spreken. Ans Bouter kreeg een bronzen medaille Schönste Bücher aus aller Welt, Leipzig 2017, voor haar bundel ‘Dwars vers’. In deze bundel staan vertalingen van de poëzie van Edna St. Vincent Millay en Emily Dickinson. Ook op haar website zijn verschillende vertalingen van de poëzie van Edna St. Vincent Millay te vinden, waaronder het gedicht ‘Tijd heelt geen wonden; wie heeft dat beweerd’ of  ‘Time does not bring relief; you all have lied’.

.

Tijd heelt geen wonden; wie heeft dat beweerd

Tijd heelt geen wonden, wie heeft dat beweerd
Die leugens dat de pijn wel ooit verdwijnt
Ik mis hem als de regen zachtjes dreint
Ik heb hem nodig als het tij zich keert
De oude sneeuwlaag smelt, desintegreert
Vermolmde blaadjes geuren op het plein
Maar hoe verbitterd liefde ook mocht zijn
Mijn hart blijft vol ervan, ‘t wordt niet verteerd
Er zijn wel honderd plekken die ik mijd
Zo allesoverheersend is hij daar
En als ik opgelucht iets rustigs vind
Waar hij nooit straalde, niemand werd verblind
Zeg ik, hier doet niets denken aan die tijd
En voel hem als ik in de verte staar

.

Time does not bring relief; you all have lied

Time does not bring relief; you all have lied
Who told me time would ease me of my pain!
I miss him in the weeping of the rain;
I want him at the shrinking of the tide;
The old snows melt from every mountain-side,
And last year’s leaves are smoke in every lane;
But last year’s bitter loving must remain
Heaped on my heart, and my old thoughts abide.
There are a hundred places where I fear
To go,—so with his memory they brim.
And entering with relief some quiet place
Where never fell his foot or shone his face
I say, “There is no memory of him here!”
And so stand stricken, so remembering him.

.

Kind

Iduna Paalman

.

Ik heb één keer voorgedragen op het Taalpodium in Zeist. Dat was in 2014, men had mij uitgenodigd en ik deelde toen het podium met Lucas Rijneveld  Literair Zeist heeft een zeer aangename website waarop ook nog eens veel poëzie te lezen is.

Al browsend over deze website kwam ik op de gedichtenpagina van Iduna Paalman (1991). Van haar las ik het gedicht ‘Kind’ en dat vind ik een zeer herkenbaar gedicht. Ik denk dat iedereen weleens zo over zichzelf denkt, over het kind dat nog ergens verborgen zit in het eigen volwassen lichaam. Het gedicht werd genomen van de website van Ooteoote.nl

.

Kind

,

Geregeld groeit er
een kind in mij, het kietelt
alsof het er hoort, een label
in een sporttenue, het rent rustig
lussen om mijn wervelkolom
.
de mensen noemen me soms moeder
en ik knik langzaam, voel het schoppen
tegen schenen, voetbal al met de benen
van mijn kind
.
mijn borstkas deel ik als het even kan
met wie er adem vindt, mijn ribben
omklemmen alle troost, gevangen bal
tussen de palen
.
ik train mijn uithoudingsvermogen voor als
het komt, misschien een rondje joggen wil
of elkaar als maten een hand toe slaan
op dit donkere veld, een kat
langs de rand, hijgen in tweeslag, licht
uit de huizen.
.

Nieuwe poëzie

#16 van MUGzine

.

Zeer binnenkort (binnen nu en twee weken) verschijnt alweer #16 van MUGzine, het leukste en meest eigenzinnige poëzietijdschrift van Nederland en Vlaanderen. Dit keer is de richting die de dichters meekregen ‘Gedenk te overstromen’. Dichters David Troch, Els de Groen, Alex Gentjens en Sara Eelen (haar debuutbundel ‘Het nodige breken’ is eind vorig jaar verschenen) schreven zeer uiteenlopende gedichten en kunstenaar/illustrator Els van de Bosch (@els.illustration) verzorgde het artwork. De dichters behoren allemaal tot de zogenaamde Klimaatdichters.

Mugzines is zoals altijd gratis te lezen op de website en de ware liefhebber ontvangt de papieren editie gewoon via de post thuis. Wil je ook de papieren editie ontvangen? Word dan donateur (vanaf € 20,- per jaar ontvang je 5 edities plus elk jaar een extraatje) of mail naar mugazines@yahoo.com voor een editie (al dan niet in een cadeauverpakking). Was je donateur vorig jaar en wil je verzekerd zijn van weer een jaar mugzines ontvangen, maak dan je donatie over.

Om alvast in de stemming te komen hier een gedicht van Els de Groen (1949) uit haar bundel ‘Hebben mollen weet van zonsondergangen?’ uit 2020 van uitgeverij In de Knipscheer.

.

Zij die gaan sterven

.

Beseft het laatste dier nog wat voor dier hij was?
Zal hij te rechter tijd nog in het water kijken
en, enig in zijn soort, met niets te vergelijken
de laatste partner vinden onderin een plas?

.

Als hij haar dorstig aanraakt, spat het spiegelglas
zodat de ander plots een zelfportret zal blijken.
Hoe tragisch het zou zijn, het zou hem ook verrijken
je eigen kop te kennen komt immers van pas.

.

Voortaan zal hij bevroeden wat voor lief te zoeken:
vier poten, zachte wangen en een slanke nek.
Ja, vader zal hij worden, zij een prachtig moeke.

.

Helaas het zoeken eindigt in een hok met hek
in observatieruimten en notitieboeken.
Want hij is echt de laatste, er is geen comeback.

.

 

Mugzine wordt gemaakt door MarieAnne Hermans (Poetry Affairs) Wouter van Heiningen (MUGbooks) en Bart van Heiningen ( @brrt.graphic.design) i.s.m. een onafhankelijke redactie.

Doggy bag

Moniek Spaans

.

Multitalent Moniek Spaans (1961) is dichter, beeldend kunstenaar, schrijver, fotograaf, redacteur en coverontwerper. Daarnaast struint ze graag met haar camera door de stad en maakt ze foto’s voor haar blog. Haar werk werd opgenomen in verzamelbundels en o.a. gepubliceerd op de Meandersite, Het Gezeefde gedicht en SLA Avier. Op haar website kun je meer over haar en haar werk lezen en ook gedichten van haar hand. Een gedicht dat ik daar aantrof en kan waarderen wil ik hier met je delen.

.

doggybag

.

ik mis de man die een kuil groef

voor een stapel onbestelbare post

.

de man die een hoektand miste

maar niet de moeite nam om deze te laten vervangen

.

ik mis de hoogleraar vleeswetenschappen

.

ik mis de man die midden in de stad

naar olie boorde

.

de man die aangehouden werd

voor het verven van papegaaien

.

de chirurg die zich na een geslaagde

operatie liet ontvallen:

uw lichaam maakt mooie littekens

.

ik mis de man die vroeg of hij de rest van de avond

mee mocht nemen in een doggybag

.

 

Zonder mensen geen muziek

Alfred Schaffer

.

Ik weet dat ik nog wel eens kritisch ben op de CPNB, de club die het Nederlandse boek propagandeert. Mijn kritiek richt zich dan vooral op het feit dat de Poëzieweek, die ene week per jaar dat poëzie en dichters in de spotlight staan, niet meer wordt ondersteund door het CPNB. Misschien vraag je je af waarom dat erg of jammer is. Met een landelijk opererende club als het CPNB achter je weet je dat er in alle bibliotheken, boekhandels, op de social media en in de pers aandacht wordt gegenereerd voor poëzie. Zonder het CPNB (en dan vooral de middelen die het CPNB heeft om dit te doen) verword de Poëzieweek en de Landelijke Gedichtendag tot een evenement in de marge. En dat is toch al een vertrouwde plek voor poëzie dus die extra aandacht wordt node gemist. En niets dan lof voor het miniconsortium van organisaties die toch de Poëzieweek op de kaart willen blijven zetten maar het verschil tussen een poëzieweek met de CPNB en zonder de CPNB is pijnlijk groot.

In België is dat anders, daar is het Poëziecentrum als grote landelijke partij betrokken bij alle initiatieven en acties alsmede met de communicatie rondom de Poëzieweek. Als je de website van de Poëzieweek opent en bij de activiteiten kijkt staat pas op pagina 5! de eerste activiteit in Nederland (er staan 12 activiteiten op 1 pagina). Dat zegt genoeg lijkt me. Als het zo doorgaat zal de Poëzieweek in Nederland een kwijnend bestaan tegemoet zien.

Nu wil ik hier niet met zuur en azijn dit bericht eindigen. De CPNB geeft wel aandacht aan poëzie. Niet meer aan de week maar met af en toe een gedicht bij een activiteit door het jaar heen. Zo sturen ze hun partners en stakeholders sinds drie jaar elke december een nieuwjaarsgedicht toe speciaal geschreven voor de gelegenheid. Dit jaar is dit gedicht geschreven door Albert Schaffer (1973) en getiteld ‘zonder mensen geen muziek’. En omdat dit gedicht meer lezers verdient dan alleen degene die bevoorrecht zijn het van de CPNB te mogen ontvangen, deel ik het graag hier met jullie.

.

zonder mensen geen muziek

.

waarom de laatste dag gelijk is aan de eerste

als je zogenaamd verdwaald bent

in een bos, of nachtblind en besluiteloos

tot stilstand komt op een immense kruising

in een supergrote stad waar alles 24/7 open is.

er past veel stilte in een hoofd maar is dit nu

de wereld die verdween, of die zich niet heeft aangediend?

vroeger was je een prinses en wilde je dat alles

goed zou komen, nu was nu dus tekende je

elfjes, schapen, dinosaurussen, honden

en eenhoorns, beren, uilen, alles wat kon praten.

misschien dat je nog eens een lichaam ziet vanbinnen

en een hart vasthoudt, misschien wordt je onthaald

als held door mens en dier omdat je

rijkdom bracht en brandhout, uren lopen verderop.

misschien raak je je eigen nabestaande, ontploft

de ruimte en ontstaan er nieuwe sterren en planeten.

gewoon een liedje zingen, veel te moeilijk

met je dunne, hoge stem maar

toch, wat doet de geest kalmeren

komend jaar. denk daar maar over na

en neem de tijd, gek genoeg heb je geen haast.

.

 

Een pleidooi voor inspiratie

Overheid van nu over poëzie

.

Op de website Overheid van nu staat een interessant artikel van begin 2022 onder de titel ‘Alternatieve leestips: een pleidooi voor inspiratie’. Toen ik op het artikel stuitte en het had gelezen wist ik dat ik hier een blogpost aan zou wijden. In het kort is het artikel een aansporing aan professionals werkzaam bij de overheid om (meer) vrij te denken door het lezen van poëzie. Of, zoals het in het artikel wordt verwoord:

“Gedichten stimuleren je om vrij te denken, omdat er geen goed of fout is als het gaat om kunst. Er worden geen meningen gepresenteerd, maar vergezichten. Dat gunnen we alle professionals die interbestuurlijk samenwerken aan de grote maatschappelijke opgaven van nu.”

In het artikel wordt verwezen naar de bundel ‘Olijven moet je leren lezen’ van Ellen Deckwitz, de voormalig dichter des vaderlands (2013-2017) Anne Vegter wordt aangehaald en het artikel wordt geïllustreerd met regels en strofen uit gedichten van bovenstaande dichters en Lieke Marsman, Tjitske Jansen, Rodaan al Galidi, Hagar Peters en Joost Baars. Zo wordt er gesteld, en ik ben het daar zeer mee eens, dat: Wie poëzie leest, loopt het gevaar verliefd te worden op zinnen die je vervolgens de rest van je leven bij je draagt.

Ik denk dat iedere poëzieliefhebber een of meer dichtregels uit het hoofd kent omdat deze ooit een verpletterende indruk heeft gemaakt. Ook ik ken vele regels uit mijn hoofd, ik heb er al eerder over geschreven, uit gedichten van Judith Herzberg, Vasalis, Remco Campert en verschillende uit gedichten van Jules Deelder.

Het artikel eindigt met: “Poëzie neemt verschillende gedaantes aan: die van vergezicht, verdieping, vermaak, confrontatie, inspiratie of ontspanning. Die waarden gunnen we alle professionals die interbestuurlijk samenwerken aan de grote maatschappelijke opgaven van nu. Daarom dus poëzie als leestip op Overheid van Nu.” Een waardevolle tip lijkt me, elke dag poëzie lezen verrijkt je leven, je taal en je verbeeldingsvermogen. En ja sommige poëzie is niet meteen te begrijpen. Deckwitz schrijft hierover:  “Beginnen met lezen van poëzie is ermee akkoord gaan dat je niet meteen alles begrijpt. Maar wel dingen gaat aanvoelen.”

Een compliment voor de (anonieme) schrijver van dit artikel, hopelijk wordt het door vele ambtenaren gelezen en in praktijk gebracht. Natuurlijk een gedicht, dit keer van Ellen Deckwitz getiteld ‘Fietsen’ dat gepubliceerd werd in literair tijdschrift Liter jaargang 12 in 2009.

.

Fietsen

.

Toch knap dat u erin slaagde
het evenwicht te bewaren
op enkele pinkdunne buisjes
die met schroefjes en wat draad
aan twee wieltjes waren vastgemaakt.
.
Het enige wat u moest doen,
was de boel draaiende houden en de bel
alleen in noodgevallen aan te slaan
het kost wat
.
maar een melkgebit later
schept u er tijdens feestjes over op
tot u echt naar huis moet.
.
Daar gaat u dan
– op uiteraard de fiets –
toch even tonen dat u
ook met één hand kan
en dan ook de andere boven
het is net watertrappelen
voor gevorderden met als grande finale
voeten op het stuur en met de punt
van uw neus nog even tingeling en dan zoveel applaus
dat wanneer u op de brancard geladen wordt
er nog even door uw gedachten schiet
.
hoe knap het is,
dat u fietst.
.
.

Lago Maggiore

Tonnus Oosterhoff

.

Schrijver en dichter Tonnus Oosterhoff (1953) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Oosterhoff debuteerde in literair tijdschrift Raster. Naast poëzie schreef hij proza, verhalen, essays, hoorspelen en een toneelstuk. Oosterhoff publiceerde vanaf 1990 vele dichtbundels en zijn werk kenmerkt zich door onderkoelde humor en hij lijkt zich met elke nieuwe bundel te willen vernieuwen.

Vanaf 2001 werkt Oosterhoff aan een website met bewegende gedichten. In 2012 ontving Oosterhoff de P.C. Hooft-prijs voor zijn ‘in hoge mate vernieuwende poëzie’. In 2008 verscheen bij uitgeverij De Bezige Bij de bundel ‘Ware Grootte’ waarin ook het gedicht ‘Lago Maggiore’ staat.

.

Lago Maggiore

.

Onze geschiedenisleraar Treurniet,

doof, depressief, als student was hij

vrolijk geweest – hij is dood, allang

.

Mijn vriend die mijn vriend niet was

in bed rook hij naar ijzer, naar vrouwenoorijzer,

en ik, wij

.

Wij hadden ontdekt: ‘nu’ is Frans voor naakt.

.

In het donker vakantiehuis lachten wij, lachten

de open deur, het natuurstenen balkon,

de mimosahelling omlaag ins heilignüchterne Wasser

om de grap, de voorstelling:

‘Nu… komt Treurniet binnen.’

.