Site-archief

Nicht Nancy

T.S. Eliot

.

Thomas Stearns Eliot (1888 – 1965) was een Amerikaans-Brits dichter, toneelschrijver, cultuurfilosoof en literatuurcriticus. Hij was een van de belangrijkste figuren uit de wereld van de literatuur van de 20e eeuw, een van de grootste vernieuwers van de poëzie, en kreeg in 1948 de Nobelprijs voor Literatuur. In 1983 verscheen bij uitgeverij Ambo de bundel ‘T.S. Eliot / Gedichten’ een keuze uit zijn poëzie in de Engelse tekst, vertalingen en commentaren samengesteld door W. Bronzwaer met medewerking van Kees Fens en Johan Kuin.

Een doorwrocht werk over de poëzie van T.S. Eliot door W.J.M. Bronzwaer, hoogleraar algemene literatuurwetenschap in Nijmegen. En ondanks de uitgebreide teksten en verklaringen van Eliot’s werk is dit boek ook zeker de moeite waard voor de wat minder wetenschappelijk geschoolde lezer want in deze bundel staan nagenoeg alle gedichten van T.S. Eliot die in het Nederlands vertaald zijn steeds samen met de oorspronkelijke tekst in het Engels. De vertalingen voor deze bundel werden verzorgd door een aantal vertalers waaronder Bert Voeten die het gedicht ‘Cousin Nancy’ vertaalde.

In ‘Cousin Nancy’ is Nancy de vertegenwoordigster van de geëmancipeerde vrouw, jong, mondain, sportief, oppervlakkig, rebellerend tegen de tradities van haar familie en haar culturele milieu, destructief, kortom een type dat zo uit de verhalen van Scott Fitzgerald gestapt zou kunnen zijn.

.

Cousin Nancy

.

Miss Nancy Ellicott
Strode across the hills and broke them,
Rode across the hills and broke them —
The barren New England hills —
Riding to hounds
Over the cow-pasture.
.
Miss Nancy Ellicott smoked
And danced all the modern dances;
And her aunts were not quite sure how they felt about it,
But they knew that it was modern.
.
Upon the glazen shelves kept watch
Matthew and Waldo, guardians of the faith,
The army of unalterable law.
.
.
Nicht Nancy
.
Miss Nancy Ellicott
Schreed de heuvels over en bedwong ze,
Reed de heuvels over en bedwong ze –
De dorre Nieuw Engeland-heuvels –
Op vossejacht
Over de koeiewei.
.
Miss Nancy rookte en danste
Al de moderne dansen;
En haar tantes wisten niet goed wat ervan te denken,
Maar zij wisten dat het modern was.
.
Op de glanzende boekenplank hielden
Matthew en Waldo de wacht,
Geloofsbeschermers, het leger,
Van de onwrikbare wet.
.

James Berry

Only one of me

.

James Berry (1924 – 2017) was een zwarte Jamaicaanse dichter die zich in de jaren veertig in Engeland vestigde. Zijn poëzie is opmerkelijk vanwege het gebruik van een mix van standaard Engels en Jamaicaans Patois. Berry’s poëzie “onderzoekt vaak de relatie tussen zwarte en blanke gemeenschappen en in het bijzonder de opwinding en spanningen in de zich ontwikkelende relatie van de Caribische immigranten met de Britten en Britse samenleving vanaf de jaren veertig”.

In 1948 ging hij in Londen wonen en over Londen zei Berry: Ik was bestemd voor Londen en Londen was bestemd voor mij, Londen heeft boeken en toegankelijke bibliotheken. In 1979 debuteerde hij met zijn eerste poëziebundel ‘Fractured Circles’. In 1981 was hij de eerste dichter van West Indische origine die de Poetry Society’s National Poetry Competition won. In 1990 werd hij verheven in de adelstand en werd hij Officer of the Order of the British Empire voor zijn bijdrage aan de poëzie. In 2007 werd hij Honorary Fellow of the Royal Society of Literature.

In 2004 verscheen van James Berry de bundel ‘Only One of Me’ met daarin de beste gedichten uit zijn eerder verschenen bundels ‘When I Dance’, Playing a Dazzler’, Isn’t My Name Magical?’en A Nest Full of Stars’. Uit deze bundel het gedicht ‘Coming Home On My Own’.

.

Coming Home On My Own

.

I slept with fourteen strange

people, in the youth-hostel room.

All of us had to get up early.

I turned and opened my eyes –

it was bright open daylight.

Right away, everybody turned over

too, woke up, began to talk.

And it was good how we washed,

dressed and made breakfast together.

But we broke up. We separated

on foot, on bicycles

and I by bus – waving goodbye.

.

 

As

Anneke Brassinga

.

In mijn boekenkast staat de bundel ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen maken’ uit 2015. In die bundel staan allerlei gedichten die door bekende Nederlandse vrouwen zijn gekozen als ware het dat zo’n gedicht zo’n vrouw aan het huilen maakt. Nu kun je je afvragen of dat echt zo is, je kan ook denken dat zo’n gedicht een speciale betekenis heeft voor degene die het gedicht heeft gekozen. Een van de vrouwen die een gedicht koos is schrijfster Marjan Berk (1932). Zij koos het gedicht ‘As’ van Anneke Brassinga (1948) die oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Wachtwoorden’ Verzamelde, herziene gedichten 1987-2003 uit 2005. De reden dat Marjan Berk koos voor dit gedicht vind ik dan heel grappig:  het geeft een overzicht van wat ons in dit leven te wachten staat, met keiharde conclusie en een goeie grap aan het eind , daar ga ik voor. Aldus Marjan Berk. Reden genoeg om dit gedicht met jullie te delen.

.

As

.

Als ruimte is de tijd van afscheid naar terugkeer, als

tijd nadert nabijheid, alsnog op ons voorloopt,

als wij stilstaan bij elkaar, jij in winter- ik

in zomertijd, als ooit weer als destijds

.

als een vliegend tapijt de tijd

oprolt al die ruimte: as,

verbrande turf.

.

 

Ballade voor de meisjes van plezier

Balladen van Villon

.

In 1948 publiceerde L.J.Veen’s uitgeversmij N.V. in Amsterdam de bundel ‘Ballades de Villon’ of ‘Balladen van Villon’.

Volgens Wikipedia is een ballade een lied waarin een verhaal wordt verteld. De vorm is in de middeleeuwen is ontstaan. Een ballade bestaat uit een aantal korte strofen waarin gebeurtenissen verteld worden die zich vaak in een adellijk milieu afspelen. Elementaire thema’s als dood en wraak maken er de kern van uit en ze lopen meestal tragisch af.

De ballade heeft vaak als vorm AaBC, waarbij a dezelfde melodie, maar een andere tekst heeft dan A en waarin C een afsluitend refrein is, dat na iedere strofe weer onveranderlijk terugkomt.

Er is meestal een sprongsgewijze vertelling, veel herhaling en het lied eindigt vaak dramatisch. Er is veel directe rede en het is veelal ook gehuld in een magische of mythische sfeer.

François Villon, 1431– in of na 1463, was een Franse dichter, dief, landloper en vagebond. Villon is de beroemdste dichter uit Frankrijk van de late middeleeuwen. Hij was de schrijver van onder andere ‘Ballade des pendus’, ‘De ballade der gehangenen’.

De werkelijke naam van Villon is zeer waarschijnlijk François de Montcorbier, ook bekend als François des Loges. De naam Villon heeft hij misschien van zijn voogd overgenomen, Guillaume de Villon, die Villon in huis nam nadat zijn moeder na het overlijden van zijn vader hem aan diens zorgen overliet.

In deze bundel staan verschillende ballades van Villon zowel in het Frans als in de Nederlandse vertaling van Bert Decorte. De bundel eindigt met het grafschrift van Villon:

.

Regen heeft ons doorweekt en afgelikt,

de zon heeft ons geroosterd zwart en blauw,

eksters en kraaien de ogen uitgepikt

en ‘t laatste stoppelhaar uit baard en brauw.

Nooit heeft men kans dat men wat zitten zou,

nu hier, dan daar, volgens de winden waaien

en naar ‘t hun lust ons dansen doen en draaien,

van vooglen meer doorbekt dan vingerhoeden.

Laat onze broederschap dus liefst maar zwaaien,

maar bidt de Heer dat Hij ons allen hoede.

.

Prins Jezus, gij die Heer zijt over allen,

laat over ons de hel geen zege brallen;

aan haar betalen wij noch tol noch boete.

Mensen laat hier geen spot u welgevallen,

maar bidt de Heer dat Hij ons allen hoede.

.

Na deze nogal religieuze tekst op het graf van Villon als tegenwicht een ballade van zijn hand, de ‘Ballade voor de meisjes van plezier’  of ‘La belle heaulmiere aux filles de joie’.

.

Ballade voor de meisjes van plezier

.

Jij, Jeanetton de kapselstikster,

zit nimmer om een knaap te kniezen,

en jij, Kaatje de beurzenstrikster,

stuur ‘t mansvolk niet meer in de biezen.

Je zal je schoonheid vlug verliezen

als de ouderdom op je zal fluiten,

want voor de liefde is de oude vieze

lijk waardeloos geworden duiten.

.

Meisjes, kreeg ik ‘t u wijs gemaakt

dat het geen tranen zijn met tuiten,

die ‘k schrei, omdat ge in onbruik raakt

lijk waardeloos geworden duiten.

.

Binnenhof

Lieven Rens

.

De Vlaamse dichter Lieven Rens (1925 – 1983) schreef elf dichtbundels. Hij was recensent in diverse kranten en tijdschriften, gerenommeerd wetenschapper inzake het renaissancedrama in de Nederlanden in het bijzonder de werken van Joost van den Vondel. Daarnaast was hij hoogleraar Europese en Nederlandse cultuurgeschiedenis aan de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen (UFSIA).

In 1948 debuteerde hij met de bundel ‘Schrikkeljaar’waarna hij tot zijn voortijdige overlijden (in 1983 overlijdt hij aan de gevolgen van een tragisch ongeval) om de paar jaar een dichtbundel publiceert.

Als dichter behoorde hij aanvankelijk tot de groep van ‘Nieuwe Stemmen’ een tijdschrift van de katholieke jongeren, waarvan hij van 1951 tot 1958 redactielid was. Zij streefden een katholiek reveil na, en gingen aldus in tegen die andere naoorlogse stroming het existentialisme, die, volgens hen, teveel nihilistisch van aard was. Ook keerden ze zich af van de experimentelen en geloofden in de kracht van de grote klassieke traditie.

Zijn dichterschap is in drie delen te beschouwen: de eerste 11 jaar dicht hij vooral over de liefde en de verwording van de westerse cultuur. In de acht jaar die daarop volgen verwoordt hij de spanning tussen het menselijk verblijf in het aardse en de hemelse bevrijdingshunker. en verinnerlijkt en vergeestelijkt hij  zijn poëzie in een reeks, landschappen, stillevens en portretten. In de laatste 7 jaar van zijn dichterschap evolueert hij naar een soort woordpoëzie, die haar eigen vorm en ritme vastlegt. Versregelbouw en woordschikking worden grilliger, associaties en referenties verruimen zijn poëtische wereld.

Voor zijn werk ontvangt hij enkele prijzen waaronder de Guido Gezelleprijs 1972-1976 van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor de dichtbundel ‘Leander’.

Uit de tweede periode van zijn dichterschap stamt de bundel ‘Op gouden grond’ (1971) waaruit het gedicht ‘Binnenhof (St.-Ignatius, Antwerpen)’ is genomen.

.

Binnenhof (St.-Ignatius, Antwerpen)

De platgetreden wegen,
Het gladgeschoren gras,
Alles ligt effen als een plaat van glas.

Heel even een bewegen
Van mus en mus, en soms
Een rilling onder de geraniums.

Ik voel de wereld wegen –
Iets is op til –
Iets moet gebeuren of de tijd valt stil.

.

Over emigreren en ander geluk

Anne Borsboom

.

“Mijn moeder liet zich op haar zeventigste inschrijven in een bejaardenhuis. Ik liet mij nergens inschrijven, maar dat er nog iets moest gebeuren stond vast. Toen ik een boerderij in Frankrijk kon huren op 300 kilometer van Den Haag twijfelde ik geen moment”.

Dit is de intrigerende achterflaptekst van de nieuwe bundel van dichter/schrijfster Anne Borsboom (1948) met de titel ‘Over emigreren en ander geluk’. Ik ken Anne via mijn uitgever. De Brouwerij, waar zij ook is gepubliceerd met onder andere ‘Brussels kant’. Ik had al enige tijd niets van haar gehoord maar pas geleden kreeg ik een bericht via Facebook. Ze had over haar verhuizing naar Frankrijk een bundeltje geschreven. Of ik het wilde lezen? Natuurlijk wil ik dat en dus kreeg ik via haar nichtje in Den Haag het fraai uitgegeven bundeltje met verhalen en gedichten.

De bundel begint met het besluit om Den Haag na zovele jaren achter zich te laten. Anne verhuisd naar een boerderij die ze huurt op het noord Franse platteland de Hauts-de-France. En in tegenstelling tot wat je vaak in het programma ‘Ik vertrek’ ziet is de verhuizing van Anne een gelukkig. Op haar boerderij met geiten, poezen en kippen leeft ze als god in Frankrijk. Natuurlijk zijn er de ongemakken van het wonen in een ander land (paspoort, verzekeringen e.d.) maar al met al is dit een bundel om met een grote glimlach te lezen.

De bundel is uitgegeven door uitgeverij Gabriël en Anne Borsboom is terug te vinden op Facebook.

Naast de verhaaltjes staan er vele gedichten in dit mooie boekje. Zoals het gedicht ‘Fermate’. De term Fermate komt uit de muziek en betekent dat het metrum even doorbroken wordt.

.

Fermate

.

aan het einde van deze draad

jouw kiestoon

.

je neemt op en legt mij

hoog op de vleugel

.

ik wentel mij in klanken en beklim

de toonladders die jij tussen

de treden door vergeet

.

lang voorbij een stilte

keer je terug in het uur

.

als ik zeg je beter te kennen na vandaag

en niet te geloven in de leegte onder

.

woorden, maar meer voel voor

daden waarmee je desnoods mijn theorieën

.

omver schopt

.

je haakt af

ik leg je langzaam terug

in het passend model

.

Don Juan Lul

Lévi Weemoedt

.

Schrijver en dichter Lévi Weemoedt (1948) pseudoniem van Izaäk Jacobus van Wijk is één van die dichters die iedereen wel kent en waarvoor veel mensen een zwak hebben. Misschien komt dat door de toon in zijn gedichten, deze zijn van een ongebreidelde zelfspot en liefde voor taal die je eigenlijk verder alleen maar tegen komt bij Hans Dorrestijn en ook wel bij Midas Dekkers. Mede dankzij schrijver en columnist Özcan Akyol (1984) is er nu na jaren (de laatste bundel was van 2014) weer een nieuwe dichtbundel van Lévi Weemoedt getiteld ‘Pessimisme kun je leren’ waarin Akyol een keuze heeft gemaakt van de mooiste versjes uit het werk van deze fijne dichter.

In deze bundel veel korte geestige en treurige gedichten en het gedicht ‘Don Juan Lul’ waarvan Akyol schrijft in zijn inleiding op de bundel: “Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decenium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoon. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid is het de taal die hem overeind houdt.”

.

Don Juan Lul

.

‘k Kan niet lezen en niet schrijven.

‘k ben de langzaamste in vlijt.

Maar het allerdroevigst ben ik

in sociale vaardigheid.

.

Nooit kan ik iets leuks verzinnen!

Sta ik voor een mooie meid,

ach, dan schiet mij slechts te binnen

dat ik dood wil. Heel de tijd.

.

Rechtdoor…

Joan Brossa

.

In 1983 is het aantal bezoekers aan het Park in Rotterdam waar zich Poetry International afspeelt ongekend groot. In de kranten spreekt men van 40.000 bezoekers. Een verklaring van dit aantal is onder andere te vinden in het feit dat de dichter Breyten Breytenbach na 7,5 half jaar gevangenschap in zijn geboorteland Zuid Afrika is vrijgelaten en is teruggekeerd naar Parijs. In de voorgaande edities van Poetry International was altijd extra aandacht voor Breytenbach als protest tegen zijn gevangenschap en als steun. Al in die tijd spreken de kranten over Rotterdam als ‘de poëziehoofdstad van de wereld’.

De dichter Joan Brossa (1919 – 1998) staat ook op Poetry International in 1983. Deze dichter uit Barcelona was daarnaast toneelschrijver, grafisch ontwerper en beeldend kunstenaar. Hij schreef alleen in de Catalaanse taal. Brossa was een van de grondleggers van zowel de groep als de publicatie bekend als Dau-al-Set (1948) en een van de toonaangevende vroege voorstanders van visuele poëzie in de Catalaanse literatuur. Hoewel hij in de voorhoede stond van de naoorlogse dichters. Hij schreef ook honderden formeel perfecte sonnetten , saphic odes en sestinas evenals duizenden gratis en directe gedichten. Zijn creatieve werk omarmde elk aspect van de kunsten: cinema, theater, muziek, cabaret , para-theatrale kunsten, magie en het circus.

In de bundel ‘100 Dichters uit 15 jaar Poetry International is onder andere het gedicht ‘Rechtdoor…..’ van hem opgenomen in een vertaling vanMadelon Zuyderhoff of zoals de titel luidt in het Catalaans ‘Tira Avall…..’.

.

Rechtdoor…..

.

Ga rechtdoor. Neem dan de eerste straat

rechts. na deze een stukje te hebben

gevolgd, vind je een straat die

naar boven loopt; die ga je af

tot aan de tweede kruising

en dan kom je op een plein; de

weg aan de linkerkant leidt

naar het huis dat je zoekt.

.

Maar ik weet niet of je binnen kunt,

want ze zijn nooit thuis.

.

Tira avall

.

Tira avall. Pren el carrer

de la dreta. Després d’haver

caminat un tros, en trobaràs un

altre que trenca amunt; segueix-lo.

Pren el segun carrer que trobis

i arribaràs en una placa; el

passatge de l’esquerra et portarà

a la casa que busques.

.

Però no sé si podràs entrar-hi

acostumen a no ser-hi mai.

.

Wacht … woorden

Anneke Brassinga

.

De kern van het werk van dichter, prozaïst, essayist en literair vertaler Anneke Brassinga (1948) bestaat volgens Piet Gerbrandy (uit een bericht uit 2015) uit (v)echtlust, geestige dwarsheid en grondeloze melancholie. Paul Demets schrijft over haar in ‘Awater’ uit 2011 dat ze allerlei onheil raakt dat met vergankelijkheid gemoeid is in haar poëzie, maar dat dat bij haar een soort dragelijke lichtheid krijgt. Anneke Brassinga wordt gezien als postmodernistisch dichter maar zelf rekent ze zich tot de surrealisten. Hoe het ook zij, haar werk wordt breed gewaardeerd.  Zo kreeg ze voor haar werk de Martinus Nijhoff Vertaalprijs (1978, niet door haar geaccepteerd), de VSB Poëzieprijs 2002 voor de bundel ‘verschiet’), de Constantijn Huygens-prijs (2008) en de P.C. Hooft-prijs (2015), voor haar poëtisch oeuvre.

In 1987 debuteerde Brassinga met de bundel ‘Aurora’ en haar laatste bundel ‘Het wederkerige’ dateert alweer van 2014 . In 1991 verscheen van haar hand de bundel ‘Thule’, uit deze bundel het gedicht ‘wachtwoorden’.

.

Wachtwoorden

.

Ik had me zo geoefend in het wachten

dat ik schrok toen er iemand kwam;

ik had nog nooit van hem gehoord

herkende hem op het eerste woord

zodat ik aan geen wachten dacht.

Twee gorilla’s, Lust en Vraatzucht,

bewaakten van bovenaf de poort;

in een schip gecamoufleerd met lakens

voeren wij de stad in, onder hen door.

Gesloten bleef de tas met taarten,

al jaren uit mijn mond gespaard,

nooit was er tijd, nooit tijd te over

om aan uitstel te ontkomen.

Wij zijn nu zo geoefend in het wachten

dat als een kind het bij ons hoort.

.

                                                                                                                                                                  Foto: Serge Ligtenberg

 

Droom

Patricia Lasoen

.

Tweede dichter in de week van de vakantiepoëzie is de Vlaamse dichteres Patricia Lasoen (1948). Uit ‘Landschap met roze hoed’ haar bundel uit 1981, het licht erotische gedicht ‘Droom’.

.

Droom

 

Ik droomde van de zon
hij was een gladde
bol van bloedkoraal
en werd toen op mijn smeken
een gespierde jongeling
in strak zwart trainingspak
met glanzend rode haren.
Het was onder een pereboom
dat hij mij toen besprong:
een zalige ervaring.

.