Site-archief

Eens was dit lijf

Laura Mijnders

.

Laura Mijnders (1991) werd geboren in Hardenberg, Overijssel, waar ze voor een groot deel opgroeide in de horeca, wat haar inspireerde tot het omzetten van haar observaties en ervaringen in verhalen en gedichten. Ze beschrijft zichzelf als: Zoekt, schrijft ’s nachts tussen de bomen door. Tattoomevrouw, afgestudeerd Ervaringsdeskundige in de Zorg en ernstig fan van de Muppets.

Het werk van Mijnders werd tot nu toe gepubliceerd in Avier, Schoon Schip, Meandermagazine, op Krakatau.nl en in diverse bloemlezingen. In 2013 behoorde ze tot de 10 genomineerden voor de Groninger Museum Poëzieprijs en won ze de Steen & Been Klaag trofee. Ook was ze in juli 2013 te zien tijdens het festival Dichters in de Prinsentuin. In zowel 2014 als 2015 werd ze genomineerd voor de El Hizjra Literatuurprijs. Ook is ze voorzitter en initiatiefnemer project Dichter bij het Verleden

Op haar website kun je gedichten van haar hand en alles over haar werk lezen. Van haar website nam ik het gedicht ‘Eens was dit lijf iemands dochter’ en de bijbehorende foto.

.

Eens was dit lijf iemands dochter

.

Eens waren het de bietjes,
de geur van kaneel en
warme appelmoes met rijst
de rijksdaalders die men
na een klusje in de stal
verloor, en terug vond
in de voering van een broekzak
van een oudere broer

het was de tuinbroek
van mijn oudste broer
waarin een ieder van ons
groot wilde worden
wanneer je deze
eenmaal bezat, ging men
voorbij aan de naïviteit
ervan, het kinderlijke
opgeheven

nu, verlang ik de dagen aan elkaar
probeer ik de tijd te vangen,
in een betekenis
ik ben slechts nog
een fragment van vroeger
een verkreukeld papieren vliegtuig
neergestort in een breekbaar lichaam
dat is beschadigd, niet langer helemaal het mijne is

eens was dit lijf iemands dochter,
woonde zij in een tuinbroek
door leven omhuld

.

Een kwiek sexfestijn

Johnny the Selfkicker

.

Soms heb je van die dagen dat je wel even een opkikkertje kan gebruiken. Voor mij werkt dan vaak het lezen van een gedicht of, nog beter, het kijken en luisteren naar een dichter die voordraagt. Een dichter die mij altijd een zetje de goede richting in duwt met zijn voordracht is Johnny van Doorn of Johnny the Selfkicker (1944 – 1991). Kijk maar eens op YOUtube naar zijn performances, die zijn van een geweldige kwaliteit.

Maar om te lezen zijn ze ook zeer te genieten, zoals het gedicht ‘Een kwiek sexfestijn’ uit de bundel ‘Droom vrijuit’ alle gedichten uit 2014.

.

Een kwiek sexfestijn

.

Achteraf bekeken heb

Ik het toch te

Bont gemaakt:

Van zo’n 50 (mijn

Huis instormende)

Handtekening-

Jaagsters heb ik

Er 12 van

Ontmaagd &

Op 4 ervan

Rugpuncties &

Hartinjekties

Verricht &

1 ervan

Vergiftigd

Met opdiumde

Rivaten & een

Stevige Spaanse

Vlieg, –

Na dit kwieke-

SexFestijn

Week ik mijn

Roofdgeschuurd

Geslachtsorgaan

Schoon onder de

Heetwaterstralen

Van een

Homofiel getint

Badgebouw,

Alwaar ik blind

Van Penisnijd

Met een haastig

Getrokken aard-

Appelmes een

Teelbal aan

Het lichaam

Van een sex-

Rivaal ontruk…

De terugslag

Komt zwaarder aan

Dan ik had ge-

Dacht:

Uitgeblust val ik

Neer op mijn

Doorgezakte

Legerstede &

Als mokers slaat

Een treiterende

Christelijke

Marsmuziek

Door mijn

Gefolterd

Brein &

Mijn darminven-

Taris raakt

Danig in

De war, –

Mijn dagelijkse

Portie gezuurde

Mosselen kots

Ik rap de

Dakgoot in &

Door een chro-

Nisch gebrek

Aan proteïnen

Is mijn potentie

Ondermijnd &

Geërgerd speel

Ik een spelletje

Russische Rou-

Lette:

Maar helaas

Zonder succes &

Dit bedroeft

Mij zeer

.

Verleidersspel

Vasko Popa

.

Vasile ‘Vasko’ Popa (1922 – 1991) was een Servische dichter van Roemeense afkomst. De verandering van naam (in feite een vorm van bijnaam) komt in de landen van het voormalige Joegoslavië vaker voor. Zo kende ik de Kroatisch-Bosnische dichter Hrvoje Senda eerst alleen als Pero Senda. 

Na het afronden van de middelbare school schreef Popa zich in als student aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Universiteit van Belgrado . Hij vervolgde zijn studie aan de Universiteit van Boekarest en in Wenen . Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij als partizaan en werd hij opgesloten in een Duits concentratiekamp in Zrenjanin in het huidige Servië. Na de oorlog in 1949 studeerde Popa af aan de Romaanse groep van de Faculteit der Wijsbegeerte aan de Universiteit van Belgrado. Hij publiceerde zijn eerste gedichten in het literaire tijdschrift ‘Književne novine’  en het dagblad ‘Borba’ (Worstel).

Van 1954 tot 1979 was hij redacteur van uitgeverij Nolit . In 1953 publiceerde hij zijn eerste grote verzenverzameling, Kora (Blaffen). Zijn andere belangrijke werk omvatte Nepočin-polje (1956), Sporedno nebo (1968), Uspravna zemlja (1972), Vučja so (1975) en Od zlata jabuka (1978), een bloemlezing van Servische volksliteratuur. Zijn ‘Collected Poems, 1943-1976′, een compilatie in Engelse vertaling, verscheen in 1978, met een inleiding van de Britse dichter Ted Hughes.

In 1995 heeft de stad Vršac een poëzieprijs ingesteld, vernoemd naar Vasko Popa. Het werd jaarlijks uitgereikt voor het beste dichtbundel gepubliceerd in het Servisch . De prijsuitreiking vindt plaats op de dag van Popa’s verjaardag, 29 juni.

Vasko Popa schreef in een beknopte modernistische stijl die veel te danken had aan het surrealisme en Servische volkstradities en absoluut niets aan het socialistisch realisme dat de Oost-Europese literatuur domineerde na de Tweede Wereldoorlog; in feite was hij de eerste in Joegoslavië na de Tweede Wereldoorlog die brak met het socialistisch realisme. Hij creëerde een unieke poëtische taal, meestal elliptisch, die een moderne vorm combineert, vaak uitgedrukt in spreektaal en gewone idiomen en uitdrukkingen, met oude, orale volkstradities van Servië – epische en lyrische gedichten, verhalen, mythen, raadsels, en dergelijke. Hij is een van de meest vertaalde Servische dichters en in die tijd was hij een van de meest invloedrijke werelddichters geworden.

In de bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ De canon van de Europese poëzie hebben Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries het gedicht ‘Spelen: Verleidersspel’ uit 1955 van hem opgenomen in een vertaling van de Rotterdamse dichter Jana Beranová.

.

Spelen: Verleidersspel

.

De een streelt de stoelpoot

Tot de stoel zich verroert

En lief gebaart met zijn poot

.

De ander kust het sleutelgat

Kust het als waanzinnig

Tot het sleutelgat hem terugkust

.

Een derde staat terzijde

Staart het tweetal aan

Schudt zijn hoofd en schudt

.

Tot het hoofd eraf valt

.

Kreek Daey Ouwens

Stille dag

.

Misschien komt het doordat ik als mede organisator van Dichter bij de dood op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, wat meer bezig ben met de dood of in ieder geval meer in aanraking kom met de uitingen rond de dood, want het gedicht van vandaag heeft de dood als onderwerp.

Op zichzelf is dat opvallend want ik ben aan het lezen in de bundel ‘Wij zijn de menigte die moeder heet’ gedichten over moederschap, samengesteld door dichter Ester Naomi Perquin uit 2018. Dan zou je een gedicht over een moeder of het moederschap verwachten. Ik ook. Mijn moeder is bijna jarig en dan gaan je gedachten toch al snel in die richting. Tot ik het gedicht zonder titel van dichter Kreek Daey Ouwens tegen kwam in de bundel.

De naam van deze dichter kwam me vaag bekend voor dus ging ik op zoek. Kreek Daey Ouwens (1942) is een schrijver en dichter. Ze bracht haar jeugd door in de Limburgse mijnstreek. In haar werk roept ze op fragmentarische wijze beelden en gebeurtenissen op uit haar jeugd en haar latere leven. Ze debuteerde in 1991 met de verhalen- en gedichtenbundel ‘Stokkevingers’ waarna nog 8 bundels zouden verschijnen. In 2013 ontving Kreek Daey Ouwens de Leo Herberghs-poëzieprijs. Haar bundel ‘De achterkant’ uit 2009 werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2009-2010 en haar bundel ‘Guillaume’ uit 2020 voor de Herman de Coninckprijs 2021.

Kenmerkend voor haar werk zijn de vermenging van herinnering en verbeelding, de opbouw in fragmenten met veel witruimte en een sobere, slechts schijnbaar ‘naïeve’ stijl. Persoonlijke indrukken en observaties worden door weglating en intensivering herkenbaar voor de lezer. Verwondering en angst, verbondenheid en isolement, liefde, dood en rouw zijn terugkerende thema’s. Een aantal van deze thema’s zijn terug te vinden in het titelloze gedicht dat oorspronkelijk in de bundel ‘Oefening in alleen lopen’ uit 2017 verscheen.

.

Vandaag zetten moeders en grootmoeders een

vierde bord op de tafel. Ze leggen er behoed-

zaam een lepel naast. Bij de lepel ligt de

foto van een jongetje. Na het eten wast

onze moeder het lege bord af en zet het

terug in de kast.

.

Dit is een stille dag.

.

pseudoniemen

Marieke Jonkman

.

De naam Marieke Jonkman zal je waarschijnlijk niet zoveel zeggen. Maar als je begin jaren negentig van de vorige eeuw actief met poëzie bezig was dan waarschijnlijk wel. Marieke Jonkman is namelijk een pseudoniem van de dichter Anton Ent (1939) wat dan weer een pseudoniem is van de persoon Henk van der Ent (zijn echte naam).

Op zichzelf is het hebben van een pseudoniem als dichter geen noviteit, in de loop der eeuwen zijn er vele dichters geweest met één of meer pseudoniemen. Dichters als Antoine de Kom (Raymond Sarucco), Willem Barnard (Guillaume van der Graft), Christa Widlund-Broer (Anna Enquist), Willem Eduard Keuning (Willem de Mérode), R.H. van den Hoofdakker (Rutger Kopland), Floris van Merckem (Maurice Gilliams), Frederik van Eeden (Cornelis Paradijs), Michael M. Kuijpers (K. Michel), Johan Willem van der Zant (Hans Andreus) en Sylvie Marie (Sylvie de Coninck) zijn ofwel bekend door hun echte naam (na eerst onder pseudoniem te hebben geschreven) of zijn bekend geworden onder hun pseudoniem en dan is hun echte naam vaak (veel) minder bekend. En dit zijn maar een paar voorbeelden, wanneer je als zoekterm pseudoniem intikt op dit blog kom je vele pagina’s blogberichten tegen met dichters met een pseudoniem. Ook ik heb mijn eerste gedicht gepubliceerd onder een pseudoniem (W. Vos).

En dit zijn maar een aantal voorbeelden van Nederlandse en Vlaamse dichters, ook internationale dichters van naam hebben zich bedient van pseudoniemen of zijn bekend onder hun pseudoniem (Pablo Neruda, José Ribamar Ferreira, Wahé Arsèn, Paul Celan, Paul Snoek en Andreas Thalmayr). Wat nog een andere, veel minder voorkomende categorie pseudoniemen is, is het mannelijke pseudoniem voor een vrouwelijke dichter (Petronella Buzing  die onder het pseudoniem Peter Jaspers bekend werd) en het vrouwelijke pseudoniem voor een mannelijke dichter (Anton Ent die bekend schreef onder de naam Marieke Jonkman).

Marieke Jonkman schreef in 5 jaar (tussen 1991 en 1996) 4 dichtbundels waarvan de eerste drie heel succesvol waren. Haar poëzie verscheen in literaire tijdschriften als Maatstaf. Opvallend ook is dat de poëzie van Marieke Jonkman meer aandacht krijgt (recensies) en vaker wordt opgenomen in bloemlezingen. In 1993 maakt Anton Ent bekend dat hij achter dit pseudoniem schuil gaat. In een interview in Trouw uit 1993 gaat Anton Ent dieper in op het hoe en waarom van dit pseudoniem https://www.trouw.nl/nieuws/marieke-jonkman-in-andermans-huid~be8e37a4/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.nl%2F

In Maatstaf 3/4 uit 1994 zijn een aantal gedichten van Marieke Jonkman opgenomen waaronder het gedicht ‘Inzicht’.

.

Inzicht

.

Zo is het echt. Zo zit de woning in elkaar:

Schenk jij voor het bezoek iets in en waarom

moet ik jou dit vragen? Als ik dood ben, heb

ik gestreden, dagelijks, iedere seconde.

.

Afgewezen is de onderstroom en boventoon

van mijn bestaan. Juffrouw Strijdvaardig

legt het af. Legt het nimmer af. Ben. Maar.

.

Ik wil ontspannen vragen: wat wilt u drinken?

het dienblad dragen en geen fooi bedingen

zodra macht explodeert en mannen zingen:

de spiegelvrouw is gastvrouw op dit feest.

.

Antoine de Kom

Demerararamen

.

Dichter,  psychiater en schrijver Antoine de Kom is weliswaar in Den Haag geboren (1956) maar is van Surinaamse afkomst. Zijn opa,  Anton de Kom, is een Surinaamse verzetsheld die stierf in een concentratiekamp van de Duitsers. Antoine schrijft al over slavernij en onrecht sinds zijn debuut in 1991 met de bundel ‘Tropen’. Feitelijk debuteerde hij in 1989 in het tijdschrift ‘De Gids’ met de cyclus ‘Palmen’ – zes gedichten lang – die twee jaar later ook in ‘Tropen’ is opgenomen maar die hij schreef onder het pseudoniem Raymond Sarucco.

Zijn nieuwste bundel is getiteld ‘Demerararamen’. Ooit stond een deel van Demerara (een historisch deel van de Gyana’s tot 1815 een Nederlandse kolonie) samen met Suriname onder Nederlands bewind. Demerararamen zijn de ramen die de zonnehitte weren terwijl de verkoelende passaatwind toch vrij spel heeft. Houten louvreramen zijn het, die hellend als een dakraam een kijk op onze wereld bieden die deze nieuwe bundel van Antoine de Kom maakt tot wat hij is: gedichten die al wat wreed, kwaad en ellendig was laten warrelen in de koele hitte van hun schaduw.

In deze nieuwe bundel die dit jaar uit kwam schrijft de Kom opnieuw over de geschiedenis van Suriname (de coup van Bouterse) maar ook over de Koerden en vluchtelingen. Hier spreekt een dichter die zich verzet tegen onrecht. Zoals in het gedicht ‘Say’ over (toen nog) president en legerleider Bouterse.

.

Say

.

[JUSTITIA PIETAS FIDES we gaan uitspraak doen
Verdachte: ik kende het draaiboek ik leidde… strikte
geheimhouding Verdachte niet aanwezig geboren 13-10-1945
thans president van de republiek]
.
de maîtresse en titre boog zich broodmager hees en glanzend
zwart over een veelheid aan biljetten
op zoek naar kleine schade schermutselingen fear of china
dieptriest casa de la alegría gieren en onweer in dat netnietbijland
.
zo X: waar men het in het comité voor het razend gevaar niet
en nooit en nummer over had
.
zo Y: tijd voor een ander universum op naar de plastisch chirurg
op de vlucht voor het lijk met het laaghangend lichaam
met het lijk zonder lichaam inmiddels
.
[JUSTITIA PIETAS FIDES er werden lijsten opgemaakt alle
verbindingen blokkeren opdracht van de legerleiding nieuwe
wapens ingevlogen schietoefeningen door de zestien]

.

Hemelbed

Peter Verhelst

.

Voor de op een na laatste keer deze maand een gedicht van Peter Verhelst als dichter van de maand december. Dit keer het gedicht ‘Hemelbed (het mijne) dat komt uit de bundel ‘Witte bloemen’ uit 1991 dat bijzonder is door de vorm, een sonnetachtige vorm, maar ook door de inhoud. De bundel ‘Witte bloemen’ is geen doorsnee dichtbundel maar een rond de esthetiek van het geweld opgebouwde bundel die vergelijkbaar is met films als Blue velvet, Wild at heart en Twin Peaks. Als je meer hierover wil lezen kijk dan op https://www.dbnl.org/tekst/_poe007199101_01/_poe007199101_01_0091.php

.

Hemelbed (het mijne)

.

Gent. Een wijnglas stukslaan van verveling en

Leven in bed waar hij als een paarse bloem omhoogschiet

Langs mijn vingers. Ik kan hem doden maar ik giet

Hem in de vorm van een zoon in mijn schoot. Tweelingen

.

Aan één navelstreng, die elkaar bijten, ik en mijn golem.

Hem het bloed van onder de nagels pesten tot hij krom

Van razernij naar mijn zweepje danst. Dat is waar het om

Gaat: God zijn en weten wat te doen met hem;

.

Zijn vissebloed drinken tot hij ligt te happen naar lucht,

Die lege pop misbruiken, vuile ziektes tekenen op dat ruwe

Vel, de tong uit zijn mond zuigen als een vrucht,

.

Hem laten eten van de haat op mijn vuist als een valk?

Nee, hij was altijd het zonnetje, laat hem gensters spuwen

en daarna met rozen en al zijn bed in van ongebluste kalk.
.
.

Gedicht op een waaier en een ketting

Judith Herzberg en Emily Dickinson

.

Ik heb al vaak geschreven over gedichten op vreemde plekken. Ook Meander heeft nu de vraag aan de klezers van haar nieuwsbrief gesteld om met leuke en bijzondere voorbeelden te komen. Heel soms kom ik nog een voorbeeld tegen dat ik nog niet heb besproken op dit blog. Zoals vandaag een waaier en een 3D ketting.

De eerste is een vouwwaaier met dubbel blad van papier waarop aan de voorkant een gedicht van Judith Herzberg, ‘Er is nog zomer’ uit 1992, is gedrukt, op een glad montuur van bamboe met metalen sluitpin (1991) verkrijgbaar in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Het tweede voorbeeld is een gedicht van Emily Dickinson in een 3D geprinte halsketting.

.

Er is nog zomer

.

Er is nog zomer en genoeg

wat zou het loodzwaar

tillen zijn wat een gezwoeg

als iedereen niet iedereen terwille

was als iedereen niet iedereen

op handen droeg.

.

If I can stop one heart from breaking,
I shall not live in vain;

If I can ease one life the aching,

Or cool one pain,

Or help one fainting robin

Unto his nest again,

I shall not live in vain.

.

Groei

Remco Ekkers

.

Op de website van Remco Ekkers (1941) http://home.planet.nl/~ekker036/ blijkt dat hij niet alleen dichter en prozaïst is maar ook essayist en interviewer. Op zijn website zijn tal van interviews met dichters te lezen evenals veel nieuwe gedichten. Ekkers studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Groningen, doceerde letterkunde aan de Noordelijke Hogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen. Vanaf 1999 werkt hij als deeltijdletterkundige. Hoewel hij in 1965 debuteerde in De Nieuw Clercke, een literair/satirisch maandblad dat verscheen van 1975 t/m 1977, publiceerde hij zijn eerste poëziebundel pas in 1979 getiteld ‘Buurman’.

Naast meer dan tien gedichtenbundels publiceerde Ekkers proza en kinderboeken. Daarnaast maakte hij deel uit van verschillende literaire vakjury’s op het gebied van poëzie en kinderliteratuur. Remco Ekkers publiceert op Tzum kritieken op proza en poëzie en gaf dertig jaar lang leiding aan een poëzie-leesclub in Groningen. Een zeer veelzijdig en literair man dus. In 1991 verscheen van hem de dichtbundel ‘Het gras vergeten’ en daarin staat het onderstaande gedicht ‘Groei’. Ik nam het gedicht over uit ‘600 gedichten over leven, liefde en dood’ het Nieuw Groot Verzenboek, samengesteld door Jozef Deleu.

.

Groei

.

Zoals de herinnering aan vorm

in mijn hand zich langzaam

aanpast aan je borst

groei ik weg van hoe je was

.

omdat we gemaakt zijn van tijd

en alleen kunnen vervallen

uiteenvallen, zoals het glas

in scherven, nooit terug

.

maar ik maak jou

zoals jij mij laat groeien

mijn hand zijn verlangen

geeft naar hoe je bent.

.

 

Van kop tot teen (recensie)

Charlotte Van den Broeck en Jeroen Dera

.

Nadat in 2018 ‘Woorden temmen, 24 uur in het licht van Kila & Babsie’ van Kila van der Starre (1988) en Babette Zijlstra (1988) uitkwam, kreeg dit boek vele positieve reacties en recensies zoals onder andere van mij https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/05/09/woorden-temmen/. Ik schreef toen onder meer: Dit is het boek dat elke docent Nederlands in zijn of haar kast zou moeten hebben staan. En gelukkig hebben veel docenten het boek aangeschaft. Ik zou deze zin nogmaals willen herhalen maar er een zin aan willen toevoegen: En regelmatig gebruiken in de lessen (Nederlands). Ik schrijf hier Nederlands tussen haakjes want feitelijk is het boek natuurlijk ook bij lessen in vreemde talen (Duitse, Engels of Franse poëzie) of bij culturele- en kunstzinnige vorming (CKV) te gebruiken.

En nu is er dan een tweede deel, met als titel ‘Van kop tot teen’ dit keer samengesteld door de Vlaamse dichter/schrijver Charlotte Van den Broeck (1991) en Letterkundige en literatuurcriticus Jeroen Dera (1986). Voordat ik in ga op de inhoud van dit tweede deel van ‘Woorden temmen’ twee observaties.

Vorm

Allereerst is er de vorm, ondanks mijn enthousiasme voor het boek blijf ik moeite houden met de ‘schuine vorm’. In mijn boekenkast blijft het tussen de andere poëziebundels en boeken over poëzie naar achter zakken waardoor, als ik er naar zoek, het me soms moeite kost het terug te vinden. Maar dat gezegd hebbende, wil ik hier meteen de opmerking bij maken dat dit boek natuurlijk niet in een boekenkast moet staan maar gebruikt moet worden.

Omvang

Een tweede observatie is de dikte van dit tweede deel; deze is bijna twee keer zo dik als deel 1. In deel 1 worden 24 gedichten behandeld en in deel 2 staan 29 gedichten die door de samenstellers worden besproken. Het verschil wordt vooral bepaald door de extra ruimte die de samenstellers hebben gekregen voor het behandelen van elk gedicht. Waar in deel 1 de opmerkingen en vragen van Kila en Babette vaak op 1 pagina stonden, waardoor de bladspiegel wat vol was of waardoor Kila en Babette zich beperkten in hun commentaren, is in deel 2 veel meer ruimte ingeruimd voor de vragen en overdenkingen van Charlotte en Jeroen. Ik vind dit een goede verbetering. In deel 2 zijn ook, mij onbekendere namen van (Vlaamse) dichters opgenomen. Ook dit vind ik een positieve verandering.

Inhoud

Dan de inhoud. De samenstellers stellen veel vragen en geven veel opdrachten over de taal en de poëzie van de behandelde dichters maar ook wordt regelmatig gevraagd naar wat het gedicht met de lezer doet, vragen over de ‘ik’ ervaring, over gedachten en gevoelens van de lezer na het lezen van het gedicht. Waar in deel 1 veelal vragen en opdrachten werden behandeld over de tekst, de techniek en de vormgeving gaat het in deel 2 meer over de de lees- en gevoelservaring. Ook dit vind ik een heel positieve aanvulling op al het moois en goeds wat deel 1 brengt. Hiermee wordt namelijk heel goed aangesloten bij veel literatuurlessen en literatuuronderwijs op middelbare scholen waarbij toch vooral de eigen ervaring en eigen mening belangrijk is. Door de juiste vragen te stellen en gerichte opdrachten te geven wordt hierin in ‘Woorden temmen’ deel 2 heel goed voorzien.

Menselijk lichaam

Op de achterflap van het boek staat te lezen dat Charlotte en Jeroen ervan overtuigd zijn dat je poëzie niet alleen met je hoofd, maar met je hele lichaam kunt lezen. Met al je zintuigen en sensaties. En dat lichamelijke hebben ze in dit boek heel letterlijk genomen. De gedichten in deze bundel vormen namelijk samen een menselijk lichaam. Ik kan in die gedachtengang goed meegaan. De samenstellers hebben aan de hand van verschillende delen van het lichaam gedichten gezocht die op de een of andere manier bij dit lichaamsdeel aansluiten of passen. Ook deze keuze maakt het lezen van het boek tot een avontuur. Ik merkte bij mezelf dat ik bij elk gedicht meteen op zoek ging naar de relatie tussen het lichaamsdeel en de inhoud van het gedicht. Op zo’n manier wordt het lezen van een boek een reis die je gaat maken waarvan je weet dat ie steeds opnieuw uitdagingen biedt, verrassingen in  petto heeft en je goeie zin geeft om door te lezen. Allemaal ingrediënten die dit, alweer, tot een essentieel boek over poëzie maakt.

Conclusie

Tot slot mijn conclusie. Als je denkt dat je met deel 1 genoeg stof hebt om nog jaren op voort te kunnen borduren als docent dan zou dat waar kunnen zijn. Tenslotte krijg je elk jaar nieuwe leerlingen voor wie deze vorm van poëzie-onderwijs nieuw is. Als je het voor je zelf leuk en interessant wil houden dan is de aankoop van deel 2 bijna een voorwaarde. Na het lezen van deel 1 dacht ik dat dit hét boek was waarmee het poëzie-onderwijs ‘gered’ was. Nu weet ik dat dit alleen maar een richting heeft gegeven, een weg is ingeslagen die steeds opnieuw kansen ziet en beidt. Op naar deel 3 zou ik zeggen maar eerst deel 2 aanschaffen en met heel veel plezier gaan lezen en gebruiken.

Gedicht

Omdat ik altijd met een gedicht wil eindigen koos ik voor het gedicht van Hélène Gelèns met de titel ‘plep’ dat werd genomen uit haar bundel ‘zet af en zweef’ uit 2010. Het gedicht relateert aan de linkerhand, ik kende de dichter niet en het is een heerlijk raak gedicht, direct, vreemd en bijzonder. Hélène Gelèns studeerde sterrenkunde, neerlandistiek, geschiedenis en wijsbegeerte in Leiden en Amsterdam waarvan ze alleen wijsbegeerte in Amsterdam afrondde. Haar debuutbundel ‘niet beginnen bij het hoofd’ verscheen in 2006 en haar tweede bundel ‘zet af en zweef’ in 2010. Voor haar eerste bundel werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en in 2010 won ze de Jan Campertprijs met haar tweede bundel. In 2014 verscheen haar voorlopig laatste bundel ‘Applaus vanuit het donker’. 

.

plep

.

de ringvinger langer dan de wijs

dus? iemand die kucht heeft zeker keelk

nee ik weet niet of het asperg en al

wist ik het wel ik vertelde je niets

.

ring langer dan wijs en jij plakt al plep

je etiket – enkel een wegwijzer zeg je

wat zeur ik? het is vrouwonvriendelijk en hip

geen lekkertje geen dikke tiet – en daar ga je

.

plep op de struikelteen plep op de stootarm

plep op de harkrug (geen nummer meer nodig)

plepplep op formele verwoording plepplepplep

op de koelkast vol lijstjes en schema’s plep

op het oor (nu de straat opeens loeit)

je bent nog niet klaar?

.