Site-archief

De dichter vertelt

Colette

.

Afgelopen zaterdag was ik in, wat misschien wel mijn meest favoriete antiquariaat in Den Haag is, Colette & Co. in de Reinkenstraat. Ik kom er al jaren zo nu en dan want de hoeveelheid boeken die in de loop der jaren het pand zijn ingedragen nemen bijna alle vloeroppervlak in. Stapels en stapels aan boeken over alle onderwerpen denkbaar. Voor hele fijne kleine prijsjes. Ik kom er regelmatig maar niet heel vaak want elke keer loop ik er tegen aan dat ik er zo hebberig van word. En mijn huis heeft ook maar beperkte ruimte. Mijn poëziecollectie nadert de 17 meter boekenkastruimte en mijn huis groeit niet mee.

Toch kon ik het niet laten en heb ik een paar dichtbundeltjes gekocht. Twee keer een ‘Literair paspoort’ uitgegeven ter gelegenheid van het gelijknamige poëziefestival in Den Haag en Wassenaar in 2002 en 2004, een bundel ‘Dichter aan huis’ uitgegeven door de gelijknamige stichting die dit festival jarenlang organiseerde in wijken in Den Haag en, misschien wel de leukste maar zeker de oudste bundeling poëzie ‘De dichter vertelt’.

Deze bundel, samengesteld door dichter Gabriël Smit (1910-1981) als uitgave van K.R.O. Schoolradio Publicatie no. 105 in 1957, is een heerlijk ouderwetse bundeling van dichters die hun wortels hebben in de katholieke poëzie (Michel van der Plas, Jan Engelman, Anton van Wilderode, Anton van Duinkerken), de christelijke poëzie (Martinus Nijhoff, Guillaume van der Graft) maar ook naast een aantal wat meer moderne dichters als Jan Hanlo, Harriet Laurey, Paul van Ostayen en M. Vasalis, een aantal klassieke dichters als P.C. Boutens, Aart van der Leeuw en J.C. Bloem. Een klein overzicht van beroemde en bekende dichters uit eind 19e en begin 20ste eeuw.

Opmerkelijk is dat er maar twee vrouwelijke dichters zijn opgenomen en dat alle dichters inmiddels reeds enige of langere tijd zijn overleden terwijl ten tijde van publicatie slechts drie dichters waren overleden (P.C. Bouitens, M. Nijhoff, Aart van der Leeuw en Paul van Ostayen. Op de omslag de samensteller (met in de hand een sigaret) in een typisch jaren vijftig interieur omringd door geïnteresseerden jongelui. In het voorwoord schrijft hij: “de meeste mensen en ook nog veel jonge mensen vinden dichten en dichters eigenlijk wel een beetje raar. Er is sport er is film, er worden voortdurend mooiere en grotere auto’s gemaakt, straks worden we met een raket naar de maan geschoten.” Wat dat betreft is er niets veranderd behalve dan dat de verleidingen anders en diverser zijn geworden en dat tegenwoordig zelfs commerciële ruimtevluchten worden georganiseerd.

Een aantal bekende gedichten zijn opgenomen maar ook iets minder bekende gedichten zoals het onderstaande gedicht van Bertus Aafjes uit ‘Gedichten’, een bundel met sonnetten uit 1947, getiteld ‘De laatste brief’.

.

De laatste brief

.

De wereld scheen vol lichtere geluiden

En een soldaat sliep op zijn overjas.

Hij droomde lachend dat het vrede was

Omdat er in zijn droom een klok ging luiden.

.

Er viel een vogel die geen vogel was

Niet ver van hem tusschen de warme kruiden,

En hij werd niet meer wakker want het gras

Werd rood, een ieder weet wat dat beduidde.

.

Het regende en woei. Toen herbegon

Achter de grijze lijn der horizon

Het bulderen – goedmoedig – der kanonnen.

.

Maar uit zijn jas, terwijl hij liggen bleef,

Bevrijdde zich het laatste wat hij schreef:

Liefste, de oorlog is nog niet begonnen.

.

 

De Griekse liefde

Doris

.

In de loop der jaren zijn er vele vertalingen van klassieke dichters en gedichten gepubliceerd. Denk aan Ovidius’ (43 v.Chr. – 17 na Chr.) ‘Amores’ in een vertaling van Marietje D’Hane-Scheltema, Sappho (ca. 625 tot 565 voor Chr.), Gaius Valerius Catullus (±84-54 v.Chr.) en Quintus Horatius Flaccus (65 tot 8 voor Christus). Daar kan ik vandaag een uitgave aan toevoegen op dit blog en wel de bundel ‘De Griekse liefde’ honderdvijftig epigrammen, redactie door Paul Claes en Mon Nys en vertaald door Paul Claes uit 1997.

De Griekse liefde is een bloemlezing van de mooiste epigrammen van de Griekse en Byzantijnse dichters die schreven tussen 500 voor en 500 na Christus. In deze bundel wordt ernst afgewisseld met humor, krasse spotgedichten en ontroerende grafschriften met heteroseksuele lyriek en pederastische erotiek. De oude Grieken namen geen blad voor de mond en dat blijkt uit bijvoorbeeld dit korte gedicht:

 

Wens

.

Ik wou dat ik de wind was:

jij wandelde op het strand

met je beide borsten bloot

en ik blies er zachtjes in

.

Of deze:

.

Afgang

.

Slapen al aardig grijs,

lul lam tussen de benen,

ballen buiten dienst.

.

Mooie oude dag!

Neuken? Kennen we nog wel,

kunnen we niet meer.

.

Maar er staan ook meer romantische liefdes gedichten in deze vermakelijke bundel. Sommige erotisch of expliciet seksueel en andere weer heel onschuldig. Van de erotische poëtische gedichten hier ‘Doris’.

.

Doris

.

Ik spreidde haar roze dijen

open en ik verzonk in haar

bloem als een god.

.

Met haar ranke benen om me heen

rende ze zonder te verflauwen

de wedsloop van de liefde

.

met smachtende ogen die braken

en dekblaadjes die wild

sidderde in de storm

.

tot onze witte waanzin

was uitgewoed en zij slap lag:

een lam lichaam.

.

 

Koningsdag

Ben Kuipers

.

Pas geleden las ik in ‘Heel de wereld wordt wakker’ het beste van de moderne kinderpoëzie in 333 gedichten uit 2022. Ik las toen het gedicht zonder titel van Ben Kuipers dat begint met de zin ‘Els is prinses’. Na lezing wist ik dat ik dit gedicht op Koningsdag wilde plaatsen. Door met name deze eerste en de twee laatste zinnen. Ik mag niet meedoen. Ik ben mezelf.

Dat is het gevoel dat ik krijg wanneer ik naar de koning (of de koningin en de prinsessen) kijk. Was hij zichzelf dan mocht hij niet meedoen. Maar omdat hij niet zichzelf is maar de koning (hij is de functie) mag hij meedoen. Sterker nog moet hij meedoen.  Ook vandaag weer in Doetinchem. De hele dag een grote lach op zijn gezicht, luisteren naar het gezang van kinderen, de muziek van plaatselijke muzikanten, de goedbedoelde spelletjes waar hij aan mee moet doen, de historische figuren (met uitleg van goedwillende landgenoten) en het opzitten en zwaaien.

Terwijl hij waarschijnlijk liever op de bank met een biertje en Maxima aan zijn ene zij en de Labradoedel van het gezin aan zijn andere zijde, een Netflix serie binget. Daarom dit gedicht van journalist en kinderboekenschrijver Ben Kuipers (1944-2011) dat oorspronkelijk verscheen in ‘Ik wil alle kleuren aan’ uit 2005.

.

Els is prinses,

Peter agent.

Jan is zo’n monster

waar je heel bang voor bent.

Riet is fee, Anita elf.

.

Ik mag niet meedoen.

Ik ben mezelf.

.

Bijtgraag

Max Temmerman

.

Vandaag voor mijn boekenkast gaan staan (één van de vier met poëzie) en daar, met de ogen gesloten een bundel uit gepakt. Dit keer is dat het lijvige ‘Nieuw Groot Verzenboek’ 600 gedichten over leven, liefde en dood uit 2015, samengesteld door Jozef Deleu (1937).

Opnieuw dit boek op een willekeurige pagina opengeslagen en daar op pagina 378 staat het gedicht ‘Bijtgraag’ van Max Temmerman, uit de bundel ‘Vaderland’ uit 2011.

Max Temmerman (1975) debuteerde met deze bundel, welke hem meteen in 2012 een nominatie voor de C. Buddingh’-prijs opleverde. In 2013 verscheen de succesvolle opvolger ‘Bijna een Amerika’ waarvoor hij de Herman de Coninck Publieksprijs kreeg en werd genomineerd voor de Jo Peeters Poëzieprijs 2014 en de J.C. Bloemprijs 2015. Zijn laatste dichtbundel is alweer van 2019 getiteld ‘Huishoudkunde’.

Max Temmerman schrijft gedichten voor de Eenzame Uitvaart te Antwerpen, een initiatief (ook in Nederland bekend) waarbij een passend gedicht bij de uitvaart van eenzame overledenen wordt voorgedragen.

.

Bijtgraag

.

Er is een klare lijn die jou omspant.

Van de achterkant van je hoofd

over het profiel van je ogen

van je vingers de onderkant en

langs de rug van je hand.

Via de regelmaat van die handen

bovenop je armen die omarmen

tot aan je benen die spreiden en verdwijnen.

.

Als een draaiende as figureert je hals. Hij loopt over in je rug,

verkent je schouders en mondt uit in je borst.

.

Je lippen, je tanden en de optelsom van je volle mond,

je buik, van het zachte en je buik, van het harde.

.

En overal je huid van warmte en geur.

Daar eindigt alles: hoe je ruikt naar wat seizoenen voorspellen.

Van wat ’s winters trilt boven donker water

tot het stoffige en broeiende van withete zomers.

.

Ik stel voor: laten we beginnen bij het begin en laten we het daar

dan ook bij houden. Laten we met de rede van onze jaren duidelijk maken

waar het op staat. Hier komt geen einde aan. Wij zijn niet van gisteren

en we doen dit al langer dan vandaag. We hebben geen vergelijk

en als we in elkaar bijten dan doen we dat rakelings en schaamteloos

en zo gulzig als onze honger dat vraagt.

.

 

 

Wat je hebt

Maaike de Wolf

.

In ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ zijn de beste 44 gedichten opgenomen van de Herman de Coninckprijs 2025, uitgegeven door Behoud de Begeerte (organisator van de prijs) en Poëziecentrum vzw. De 44 uit de titel is gekozen omdat ‘iedere bloemlezing een getal nodig heeft’ en 1944 het geboortejaar is van Herman de Coninck.

Deze bloemlezing werd samengesteld door de jury van de prijs: Erwin Jans, Anthony Manu, Ibe Rossel, Steven Vanackere en Rebekka de Wit. De laureaat (winnaar) van de prijs Maaike de Wolf is uiteraard ook opgenomen in de bloemlezing met het gedicht ‘Wat je hebt’. Dat gedicht komt uit haar debuutbundel ‘De dansvloer is van iedereen’ uit 2024.

Maaike de Wolf (1978) studeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht en de Schrijversvakschool Amsterdam. Haar poëzie verscheen in onder meer Hollands Maandblad, De Gids, Het Liegend Konijn en op derevisor.nl.

In het juryverslag staat onder andere het volgende over haar bundel: “Niet iedereen heeft immers evenveel plek op de dansvloer, niet iedereen is er even welkom, niet iedereen vindt een groep, laat staan een partner om mee te dansen, niet iedereen zit in het juiste ritme. De grillige schoonheid, de bizarre architectuur en de wrede intimiteit van de dansvloer in woorden te willen vatten: dat is de originaliteit van deze bundel.”

.

Wat je hebt

.

Op je beste momenten schrijf je een gedicht en bestel je pizza
l’art pour l’art, staat op het bonnetje van de bezorger
de performance is – dat moet gezegd – vijf sterren waard.

Beter loop je een ramp niet voor de voeten, denk je,
laat mij nou drinken in mijn lentehuid, mijn lentethee
je voelt hoe het leven verhevigt en het valt je zo mee dat

het lichaam doorgaat waar het mee bezig was: een eisprong
stilstaan voor een supermaan boven de avondwinkel, motoren
trekken op, een geurherinnering aan een stad in euforie.

Alles wat je hebt zit naast je op de bank te ademen
loopt kilometers door de stad, schrijft een zin, begint de dag
eet bastognekoeken met slagroom als ontbijt

Er zit een e-smoker op de stoep in de zon, ze spuugt op straat.
Miljarden mensen laten iets achter als ze vertrekken: een kind,
stenen, handschrift, een vochtig doekje over de kraan.

Wat je hebt zie je ramen lappen, zingen, mediteren, pillen slikken
theedoeken strijken, achter een kind aan rennen, huilen
op een bankje in het park, wat je hebt botst bijna
fronsend tegen je op.

.

De barones spreekt

Ramona Maramis

.

Vandaag ‘blind gepakt’ uit mijn boekenkast de bundel ‘Dichter aan huis’ uit 2003. In Den Haag was enige jaren de stichting ‘Dichter aan huis’ actief. Men organiseerde voordrachten in de stad bij mensen thuis in hun woonkamer. Klein en intiem maar heel erg leuk. Van deze voordrachten zijn ook bundeltjes gemaakt. Op LinkedIn vond ik de volgende informatie die volgens mij inmiddels achterhaald is.

Vanaf 1991 vond in de oneven jaren het poëziefestival plaats en in de even jaren de proza-variant. Vanaf dit jaar zullen beide festivals worden samengevoegd en zal het programma ruimte bieden aan poëzie in al haar facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis, biogra-fieën etc. Daarnaast vormen columnisten over uiteenlopende onderwerpen zoals wetenschap, politiek, religie, filosofie, mens en maatschappij etc. een belangrijk onderdeel van het programma. Ook programmering van theaterperformers in de intieme omgeving van de huiskamer wordt niet geschuwd.

Ik heb een aantal bundels van Dichter aan huis maar deze is dus uit 2003. Opnieuw open ik de bundel op een willekeurige plek (pagina 63) en daar staat het gedicht ‘De barones’ van Ramona Maramis (1968) dat oorspronkelijk verscheen in haar debuutbundel ‘Duckstad aan de Amstel’ uit 2001. Ik kende deze dichter niet dus ben ik op zoek gegaan. Haar gedichten verschenen in onder meer de bloemlezing ’10 jaar Winternachten’, Ons Erfdeel en ‘Den Haag. De stad in gedichten’. Ze is lid van het CDA en mentor van de CDA Talent Academie en ze was jarenlang huisdichter van de CDV (Christen Democratische Verkenningen).

.

De barones spreekt

.

Waarom begrijpt niemand de kunst van het verleiden

van kristal?

Men aait de kelk zachtjes warm

en drinkt zich langzaam dood

.

Waarom verstaat niemand de verfijnde kunst van linnen?

Men discussieert over de geometrie der lijnen in stof

om er daarna in te stikken

.

En, maakt niemand zich de kennis eigen van de jacht op

everzwijnen?

Natura non facit saltus

Men gooit met hompen vlees en pijlen

naar de meest gehate persoon in het gezelschap

.

Ik haat je

ik haat je

en ik tel tot drie

.

 

Schatplicht

Albert Hagenaars

.

Van de in Bergen op Zoom geboren en wonende dichter Albert Hagenaars (1955), die als dichter een bijdrage leverde aan MUGzine #25, kreeg ik een aantal bundels opgestuurd. De eerste die ik ter hand nam was meteen ook zijn meest recente uitgave (2023) getiteld ‘Schatplicht’. Dit keer geen dichtbundel maar een bloemlezing van zijn literaire werk aan de hand van fragmenten uit boeken, ongepubliceerd werk als dagboekbladen en reisverslagen, overzichtslijstjes, interviews en tal van foto’s.

Deze bloemlezing omvat alle hierboven genoemde onderdelen van 1977 tot 2023. Het boek begint met een stuk over A.I. Niet de A.I. die je verwacht (artificial intelligence) maar die van Aanschaf Informatie. De eerste keer dat ik van Albert Hagenaars hoorde was toen hij de A.I. schreef voor NBD Biblion (op basis van aanschaf informatie bepalen bibliotheken welke boeken ze kopen) van mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert‘. Inmiddels heeft hij meer dan 1400 aanschaf informaties geschreven, aanvankelijk over poëzie, met name Vlaamse dichters, later ook over kunstboeken (Hagenaars is naast dichter ook beeldend kunstenaar en galeriehouder) en reisliteratuur.

Verder een aantal interviews (Haagse Courant, Meander, met een Engelse interviewer Neil Leadbeater), dagboekfragmenten, Hagenaars visie op een passie hebben voor boeken, over recenseren en over poëzie vertalen. Een stukje over de twee keer dat hij deelnam aan een poëziewedstrijd (en beide keren in de prijzen viel), een overzicht van zijn poëzie in de openbare ruimte ( in Bergen op Zoom kom ik regelmatig een gedicht van zijn hand tegen op een gevel van een gebouw), romanfragmenten en zo kan ik nog wel even door gaan.

Als je een interessant boek wil lezen over een dichtersleven met alle ins & outs dan kan ik je ‘Schatplicht’ zeer aanraden. En om het helemaal af te maken zijn ook nog eens een groot aantal gedichten opgenomen die in de loop der jaren verschenen in zijn poëziebundels. Maar ook het gedicht ‘Onder de sneeuw’ dat verscheen op de website van Meander bij een interview dat Alja Spaan met Albert Hagenaars had in 2022.

.

Onder de sneeuw

.

Paul Celan

.

De woorden verliezen warmte

en kleur, zetten zich schrap

op de richel van de zegging,

.

schrappen dan elkaar

weg

waar ze winnen aan belang.

.

Hij schrijft zich uit de sneeuw

en verduistert wat hij zag

toen ze hem zagen.

.

Pijn is geen emotie, liefde

.

geen redding.

.

Nog een keer Buddingh’

Vergissen is menselijk

.

Zoals ik op 15 januari al schreef kocht ik in december een paar bundels van de illustere C. Buddingh’ (1918-1985). Schreef ik toen over zijn bundel ‘Deze kant boven’ uit 1965, vandaag gaat dit stukje over de bundel ‘De wind houdt het droog’ uit 1974. De bundel verscheen als Dar pocket, een reeks pockets waar ook bundels van Hugo Claus, Remco Campert, Lucebert, Bert Schierbeek en Adriaan Morriën en nog zo wat dichters verschenen. Maar in 1974 dus als geschreven ‘De wind houdt het droog’. De Dar pockets stonden onder redactie van Oscar Timmers en deze pocket was nummer 14 in de reeks.

De bundel is een poëzieselectie uit eerdere bundels van Buddingh’. Achterin is een chronologie opgenomen, een soort levensbeschrijving tot dan toe. En daar doe ik een verrassende ontdekking. Net als Cees Buddingh’ heb ook ik (weliswaar maar twee jaar) MO A Engels gestudeerd aan de Haagse school voor Taal- en Letterkunde. In de tijd dat Buddingh’ dat deed heette dat nog Middelbaar Engels. Buddingh’ maakte het overigens wel af en haalde er zijn diploma.

Na de chronologie is er ook nog een zeer leuk interview met hem opgenomen, afgenomen door P.J. Stolk. Over de tijd van toen gesproken: de eerste vraag die Stolk Buddingh’ stelt is: “Hoe vind je het eigenlijk, Kees, om met deze elektronische apparatuur zo’n gesprek op te nemen. Ben je geporteerd voor moderne apparatuur?” Buddingh’ geeft hierop een uitgebreid antwoord (hij is wel geporteerd voor moderne apparatuur) want: “Ik vind we moeten geen moderne apparaten uit de weg gaan. Dat is gewoon, ja die staan ons te wachten.”

In de bundel dus gedichten uit de jaren voorafgaand aan 1974. Met op pagina 70 een heerlijk, typisch Buddingh’ gedicht getiteld ‘vergissen is menselijk’.

.

vergissen is menselijk

.

op het schemerige station

stak de jongen

een dikke bruine tong naar mij uit

.

hij tilde zijn rechterhand op,

pakte de tong beet, beet

een stuk eraf en liet

zijn hand weer zakken: het was

.

zijn tong niet, maar een kroketje

.

Achter gewone woorden

De beste poëzie uit tien jaar De Tweede Ronde

.

In 1990 gaf het literair tijdschrift De Tweede Ronde, dat van 1981 tot 1993 werd uitgegeven door uitgeverij Bert Bakker (daarna door Van Oorschot en als laatste door Mouria) een bloemlezing uit naar aanleiding van hun 10 jarig jubileum. Het geeft een beeld, zo stellen de oprichters Marko Fondse en Peter Verstegen in hun voorwoord, van de beste Nederlandse poëzie die tussen 1980 en 1990 in het blad verscheen.

Het is poëzie, zo schrift men verder, waarin het verstand niet is uitgeschakeld, die niet primair appelleert aan het irrationele of onbewuste, en waarin is gestreefd – in  overeenstemming met de klassieke traditie- naar ordening, naar wat er kan ontstaan uit de fusie van gevoel en intelligentie, naar het buitengewone dat wordt opgeroepen met gewone woorden, en wat daarachter zit. Bent u er nog?

Van de namen van wie relatief vaak poëzie werd opgenomen in het tijdschrift heeft men vier gedichten genomen en en van de overige één gedicht. Op zichzelf een logische beslissing, blijkbaar waren de dichters die vaker werden opgenomen in het tijdschrift bekender of geliefder. bij het lezend publiek. Als ik de namenlijst doorneem zie ik dan ook allerlei voorbeelden van dichters bij wie ik daar meteen een beeld bij heb: Herman de Coninck, J. Eijkelboom, de net overleden Esther Jansma (één gedicht!), Neeltje Maria Min (één gedicht), Leo Vroman en Jean Pierre Rawie (aan wiens gedicht ‘Moment’ de titel zijn bundel heeft ontleend).

Maar toch ook verschillende dichters van wie ik in ieder geval nog niet gehoord had. Mees Houkind, H.L. Prenen, Harry Pallemans, Rob van Moppes, Jaap Westerbos en Klaas de Wit, allemaal vertegenwoordigd met één gedicht. Maar er is ook een dichter (naast Cees van Hoore en Marko Fondse) die ik niet ken en toch met drie gedichten is opgenomen en dat is Georgine Sanders (1921-2015).

Hoewel haar naam mij vagelijk bekend voorkwam kon ik haar niet plaatsen. Tot ik haar naam opzocht en bleek dat zij de vrouw was van dichter Leo Vroman (1915-2014). Maar ze was vooral antropoloog en schrijver. Daarnaast schreef ze twee dichtbundels: ‘Onvoltooid bestaan’ (1990) en ‘Autogeografie’ (1991). Overigens is Georgine veel bekender dan menigeen zal denken doordat ze met regelmaat in de poëzie van Leo Vroman werd opgevoerd als de geliefde Tineke en ook als Tineke Vroman-Sanders.

In deze bloemlezing dus drie gedichten van haar opgenomen. Ik koos het gedicht ‘Weerbericht’ omdat hier duidelijk naar voren komt hoe ze, na inmiddels 27 jaar in Brooklyn te hebben gewoond, toch nog steeds terugdenkt aan de tijd dat ze in Nederland woonde en dan met name aan dat laatste harde oorlogsjaar.

.

Weerbericht

.

Hoe zacht en vochtig voelt de lucht vandaag.

Een grauwe sneeuwbank drenkt het dorre gras

en vlakke kou ontleedt zich, laag op laag

van geuren die herroepen hoe het was

.

nu lang geleden, langer nog, het langst.

En, oude vrouw, ben ik opeens weer kind

in Amsterdam, doorsta in Utrecht de angst

om dat hard oorlogseind in voorjaarswind.

.

In deze straat in Brooklyn, zonder zon,

die gister nog slechts ging van hier naar daar,

loop ik door een herwonnen werkelijkheid

.

en zie hoe hier de lente weer begon.

Wat eens bestond maakt nog mijn heden waar:

de geur van het verleden weert de tijd.

.

Brooklyn, juni 1987 – mei 1988

.

Hugo Ball

Dodendans 1916
.
Ik schreef al vaker over Dadaïstische dichters als Jean Arp en Hugo Ball.
Vlak voordat Hugo Ball (1886-1927) in Zürich het dadaïstische Cabaret Voltaire opent, verschijnt het gedicht ‘Totentanz 1916’ in het links-revolutionair blad Der Revoluzzer, jaargang 2 nummer 1 in 1916. Het gedicht wordt dan ook (toen al) verspreid middels postkaarten. In het Nederlands luidt de titel ‘Dodendans 1916’ en het werd opgenomen in de bundel ‘De 100 beste gedichten van de eerste wereldoorlog‘ samengesteld door Geert Buelens en van een inleiding voorzien door Tom Lanoye. Het gedicht werd vertaald door Ton Naaijkens.
.
Dodendans 1916
.
Zo sterven we, zo sterven we,
we sterven alle dagen,
het is ook zo leuk om te sterven.
’s Morgens nog in slaap of droom,
’s middags al heen.
’s Avonds recht het diepste graf in.
.
De veldslag is onze hoerenkast.
Van bloed is onze zon.
Dood is ons teken en onze leus.
Kind en vrouw verlaten we-
wat kan ons het schelen.
Als men maar op ons
vertrouwen kan.
.
Zo moorden we, zo moorden we,
we moorden alle dagen.
Onze kameraden in de dodendans.
Broeder richt je toch op voor me,
broeder, je borst!
Jij, broeder, die vallen en sterven moet.
.
We morren niet, we knorren niet,
we zwijgen alle dagen.
Tot ons heupbeen uit de kom schiet.
Hard is onze legerstee,
droog ons brood.
Bloedig en bezoedeld Onze Lieve Heer.
.
We zeggen dank, we zeggen dank,
Meneer De Keizer, voor je genade,
want jij koos ons uit om te sterven.
Slaap nu maar, slaap zacht en stil,
tot jou opwekt
ons arme lichaam, door gras bedekt.

,