Site-archief
Laatste liefde
F.I. Tjoettsjev
.
Vandaag met mijn ogen dicht een bundel uit mijn boekenkast gepakt en opp gevoel gezocht naar een dunne bundel (de dikke laten zich makkelijker pakken). Het is de bundel ‘Gedichten’ van de Russische dichter F.I. Tjoettsjev (1803-1873) uit het Russisch vertaald door Frans-Joseph van Agt uit 1988 en uitgegeven door stichting De Lantaarn. Het gedicht werd geschreven tussen 1852 en 1854.
Ik opende de bundel op pagina 19 en daar staat het gedicht ‘Laatste liefde’.
.
Laatste liefde
.
O hoe, nu reeds ons leven zwicht,
groeit liefdes’ tederheid en bekoren…
O gloei nu, gloei nu afscheidslicht
van laatste liefde en ochtendgloren.
.
De nacht heeft half al ingezet,
slechts ginds, in ’t Westen, blijft vuurgloed nog hangen,-
vertraag, levensavond, vertraag je tred,
betovering, duurt langer, langer.
.
Verkilt in aderen het bloed,
het hart blijft tederheid belijden…
Wat jij, o laatste liefde doet!
Je bent verrukking en wanhoop beide.
.
Nieuwe gedichten & Nieuwe gedichten het andere deel
Rainer Maria Rilke
.
Schreef ik eerder deze week over dichters met eeuwigheidswaarde (William Shakespeare) van wie er nog steeds nieuwe bundels worden herdrukt en her- en vertaald, nu wil ik aandacht geven aan nog zo’n dichter en wel Rainer Maria Rilke (1875-1926). Want ook van deze dichter is opnieuw werk uitgegeven door uitgeverij IJzer dit keer. En in tegenstelling tot de sonnetten van Shakespeare dit keer in een tweetalige uitgave getiteld ‘Nieuwe gedichten & Nieuwe gedichten het andere deel’ met als ondertitel Neue Gedichte & Der neuen Gedichte anderer Teil, in een vertaling van Gerard Kessels.
Deze twee bundels van Rilke worden gerekend tot twee van de belangrijkste werken in de Duitse literatuur van het begin van de 20ste eeuw. Vele dichters hebben zich laten inspireren door deze poëzie en hun lyrische schoonheid en diepgang wordt nog steeds ervaren door vele lezers. De vertaler Gerard Kessels (1951), opgegroeid met de Duitse en de klassieke talen, verbonden aan het Poëziecentrum Nederland, kwam vanaf 2010 in contact met Rilke. Vanaf 2018 vertaalt hij de poëzie van Rilke. Zo vertaalde hij eerder ‘Het getijdenboek’ (‘Das Stunden-Buch’ drie delen gepubliceerd in 1899-1903) en ‘Het boek der beelden’ (‘Das Buch der Bilder’vier delen gepubliceerd in 1902-1906).
De bundel wordt door de uitgeverij als volgt in de markt gezet: “Rilke gaf de dichtbundels het predicaat ‘nieuw’ en daarmee bedoelde hij vooral een vernieuwing ten opzichte van zijn eigen poëzie. Rilke wilde geen ‘gebeden’ meer zoals in Het getijdenboek en ook geen impressionistische schetsen van stemmingen zoals hier en daar nog in het Buch der Bilder. Nu richt hij zich tot de wereld van de dingen, aanvankelijk geïnspireerd door de beeldhouwer Rodin en later door de schilder Cézanne. Door middel van gevoelige zintuiglijke waarneming, het Schauen, probeert hij de essentie van ‘de dingen’ te doorgronden. Dingen die ervaringen dragen en uitlokken zet hij om in nieuwe poëtische taal, o.a. door middel van talloze vergelijkingen en metaforen. En ‘dingen’ vat hij breed op: de gedichten zijn geïnspireerd door (Bijbelse) geschiedenis, mythologie, schilderijen, mensen, steden, dieren en natuur.”
Uit deze nieuwe vertaling van deze werken nam ik het gedicht ‘De trap van de orangerie’ of zoals de Duitse titel luidt ‘Die Treppe der Orangerie’ uit 1906.
.
De trap van de orangerie
Versailles
.
Als koningen die enkel nog maar schrijden,
haast doelloos op den duur, om slechts van tijd
tot tijd zich in hun mantels eenzaamheid
te tonen aan de buigers aan weerszijden -:
.
zo stijgt, alleen tussen de balustraden
die buigen daar al van begin af aan,
de trap: gestadig en met Gods genade
en hemelwaarts om nergens heen te gaan –
.
alsof voor het gevolg er één bevel is:
terug te blijven, – zodat zij niet wagen,
en ook op afstand niet, te volgen – zelfs
de zware mantelsleep mag niemand dragen.
.
Die Treppe der Orangerie
Versailles
.
Wie Könige die schließlich nur noch schreiten
fast ohne Ziel, nur um von Zeit zu Zeit
sich den Verneigenden auf beiden Seiten
zu zeigen in des Mantels Einsamkeit -:
.
so steigt, allein zwischen den Balustraden,
die sich verneigen schon seit Anbeginn,
die Treppe: langsam und von Gottes Gnaden
und auf den Himmel zu und nirgends hin;
.
als ob sie allen Folgenden befahl
zurückzubleiben, – so dass sie nicht wagen
von ferne nachzugehen; nicht einmal
die schwere Schleppe durfte einer tragen.
.
Voor jou en jou alleen
Sonnet 121
.
Er zijn maar relatief weinig dichters die een eeuwigheidswaarde hebben, die ver na hun dood nog worden gelezen. William Shakespeare (1564-1616) is zeker één van hen en misschien wel de bekendste en beroemdste. Zo bekend en beroemd in ieder geval dat er weer een nieuwe uitgave is van zijn sonnetten. Waar in 1999 nog een Rainbow Pocket ‘Mijn liefde is een koorts’ verscheen met zijn sonnetten in het Engels en in een Nederlandse vertaling van Peter Verstegen, is er nu een nieuwe uitgave van alle 154 sonnetten vertaald door schrijver en acteur Frans van Deursen getiteld ‘Voor jou en jou alleen’ Shakespeare de sonnetten.
Toen hem werd gevraagd vijf van Shakespeares sonnetten voor te lezen tijdens een sonnettenmarathon, ging hij op zoek naar vertalingen die voor voordracht geschikt zijn, maar vond die niet. Dus ging hij zelf aan de slag als vertaler. Met respect voor vorm en inhoud van het origineel (dus met in achtneming van de regels van het sonnet wat betreft metrum en rijm) maakt hij de sonnetten toegankelijk voor iedereen.
De uitgever van ‘Voor jou en jou alleen’ spreekt in ronkende woorden van een fonkelnieuwe, frisse, brutale, verrassend begrijpelijke en heerlijk leesbare vertaling van deze beroemde liefdespoëzie. Of dit allemaal waar is laat ik graag aan de lezer over al ben ik geneigd een stuk mee te gaan in deze omschrijving. Hier een voorbeeld van sonnet 121.
.
121
.
Een mens kan beter fout zijn dan correct
want zelfs wie goed is krijgt met pek en veren
en moet, bang voor de indruk die hij wekt
ook nog de lol die ondeugd schenkt ontberen.
Hoe durft het overspelige sujet
mij te berispen om mijn stoeise bloed?
En waarom zondaars op mijn zaak gezet?
Wat zij als zonde zien noem ik juist goed!
Nee, ik ben die ik ben, en zij die ‘deugen’
verwarren mijn vergrijp met eigen kwaad.
Ben ik de waarheid en zijn zij de leugen?
Beoordeel mij niet naar hun ranse praat!
Tenzij u dit adagium aanvaardt:
de mensheid is tot op het bot ontaard.
.
Hotsnotgot
Gastblog van Marianne
.
Zoals ik al aangekondigd had schrijft Marianne van Poetry Affairs (en medemaker van MUGzine) af en toe een gastblog in mijn vakantie. Vandaag haar eerste proeve en meteen een hele fraaie.
Hotsnotgot
Wat doet de bidsprinkhaan in Nederland?
Die vraag stelt NRC in een artikel in NRC op 22 februari jl.
Wat blijkt? Nederland is een insectensoort rijker, een van vele nieuwkomers op de Limburgse heide. Nu ben ik niet bijzonder geïnteresseerd in bidsprinkhanen, maar mijn brein bleef er even haken omdat ik afgelopen week wat bladerde in de prachtige bundel ‘Ik herhaal je’ met de mooiste gedichten van de Zuid-Afrikaanse Ingrid Jonker (1933-1965), vertaald door Gerrit Komrij. Daar las ik onderstaand gedicht, waarin de hotsnotgot een rol speelt:
Madeliefies in Namakwaland
Waarom luister ons nog
na die antwoorde van die madeliefies
op die wind op die son
wat het geword van die kokkewietjies
Agter die geslote voorkop
waar miskien nog ’n takkie tuimel
van ’n verdrinkte lente
Agter my gesneuwelde woord
Agter ons verdeelde huis
Agter die hart gesluit teen homself
Agter draadheinings, kampe, lokasies
Agter die stilte waar onbekende tale
val soos klokke by ‘n begrafnis
Agter ons verskeurde land
sit die groen hotnotsgot van die veld
en ons hoor nog verdwaasd
klein blou Namakwaland-madeliefie
iets antwoord, iets glo, iets weet.
Madeliefjes in Nawakwaland
Waarom luisteren we nog
naar de antwoorden van de madeliefjes
op de wind en de zon
wat is er geworden van de koekoeksroep
Achter het gesloten voorhoofd
waar wie weet nog een takje zweeft
van een verdronken lente
Achter mijn gesneuvelde woord
Achter ons verdeelde huis
Achter het tegen zichzelf gesloten hart
Achter prikkeldraad, kampen, townships
Achter de stilte waarin onbekende talen
tuimelen als klokken bij een begrafenis
Achter ons verscheurde land
zit de groene bidsprinkhaan van het veld
en wij horen nog verdwaasd
klein blauw Namakwaland-madeliefje
iets antwoorden, iets geloven, iets weten
.
Dag 3
Adriaan Morriën
.
Vandaag een voorjaarsvakantiegedicht van dichter, essayist, vertaler en criticus Adriaan Morriën (1912 – 2002) getiteld ‘Opa’. Ik nam het gedicht uit het bundeltje ‘twintigste Nacht van de Poëzie’ uit 2000.
.
Opa
.
Als je al oud bent
wees het dan ook maar goed!
.
Je wist allang dat het afloopt;
nog niet in de wieg, of de box,
maar wel vroeg: toen je tante stierf
en je opa, die toch veel ouder was,
nog leefde, met een wandelstok.
Hij ging later dood.
.
’t Was niet zo erg, zei je moeder:
hij is toch heel oud geworden.
.
Dag 2
Joan Brossa
.
Van de Catalaanse dichter, toneelschrijver, beeldend kunstenaar en grafisch vormgever Joan Brossa (1919-1998) verscheen in De Tweede Ronde, jaargang 29 uit 2008 het gedicht ‘Nederlaag’ (‘Derrota’) in een vertaling van Helena Overkleeft en Peter Verstegen.
.
Nederlaag
.
Pegasus
Catharina Blaauwendraad
.
Zo nu en dan kom ik de naam van een dichter tegen die ik niet ken. Nu zal je denken dat dat niet zo vreemd is maar als je, zoals ik, al ruim 17 jaar dagelijks (de laatste 15 jaar) over poëzie schrijf, dan doen de meeste dichtersnamen wel ergens een belletje rinkelen. Maar niet altijd en is ook zo met de dichter en vertaler Catharina Blaauwendraad (1965). Voor de zekerheid check ik dan altijd nog even dit blog want na bijna 5.300 berichten weet ik ook niet precies meer over wie ik wat wanneer geschreven heb.
Maar over Catharina Blaauwendraad dus nog nooit. Op zichzelf niet heel vreemd want na te zijn gedebuteerd in 2004 met de bundel ‘Niet ik beheers de taal’ verscheen daarna alleen nog in 2009 de bundel ‘Beroepsgeheim’. In 1989 debuteerde zij in het literaire blad De Tweede Ronde, waaraan zij in de loop van de daaropvolgende jaren veel bijdragen zou leveren. Ook trad ze een aantal malen op als gastredacteur voor dit blad. Als vertaler vertaalde ze onder andere ‘Honderd liefdessonnetten’ van Pablo Neruda.
Uit haar debuutbundel uit 2004 nam ik het gedicht ‘Pegasus’.
.
Pegasus
.
Ik heb mij plotseling bedacht
al weet ik niet waarom. Ik jaag
de trappen af
omlaag
omlaag
.
Op straat
heb ik mijn draai verloren
en raak ik buiten adem van zijn naam.
.
Ik sta te zwaaien naar een verre man
en zoek de woorden om hem te herroepen.
.
Dan keer ik op mijn schreden terug
en tel de gaten die mijn hakken
als paardehoeven in ’t plaveisel sloegen.
.
Lieke Marsman
Natalya Gorbanevskaya
.
Afgelopen vrijdag liep ik in de boekenwinkel op zoek naar een cadeautje voor mezelf (van mijn moeder) en daar zag ik ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’ van Lieke Marsman liggen. Ik kocht het en thuis gekomen las ik dat dit boek op die dag pas was uitgekomen. Spiksplinternieuw dus. En hoewel het geen dichtbundel is, werd ik toch aangetrokken door de inhoud. “dit boek is een filosofische trip tot in de diepten van de menselijke geest, afgewisseld met dagboekfragmenten die beschrijven hoe de dood haar op de hielen zit.”
Waarschijnlijk niet helemaal toevallig stond er gisteren in het Volkskrant Magazine een interview met Lieke Marsman (1990) over dit boek en haar situatie. In dit interview wordt geschreven over hoe Marsman op haar 17e een gedicht van Natalya Gorbanevskaya vertaalde (Het gedicht was vanuit het Russisch naar het Engels vertaald en zij vertaalde het naar het Nederlands). Een prima manier, zo vertaalde ik ooit begin deze eeuw het gedicht van Juhasz Gyula naar het Nederlands nadat het door een Hongaarse voor mij naar het Engels was vertaald. Mijn derde bundel kreeg zelfs als titel een zin uit dat gedicht.
Nieuwsgierig als ik ben wanneer ik dit sort verwijzingen lees ging ik op zoek. Natalya Yevgenyevna Gorbanevskaya (1936 – 2013) was een Russische dichter, vertaler van Poolse literatuur en burgerrechtenactiviste. Ze was een van de oprichters en de eerste redacteur van A Chronicle of Current Events (1968–1982) een van de langstlopende samizdat– periodieken van de post-stalinistische Sovjet-Unie. In 1968 nam ze samen met zeven anderen deel aan de demonstratie op het Rode Plein in 1968 tegen de Sovjetinvasie van Tsjecho-Slowakije. In 1970 veroordeelde een Sovjetrechtbank Gorbanevskaja tot opsluiting in een psychiatrisch ziekenhuis. Ze werd in 1972 vrijgelaten en emigreerde in 1975 uit de USSR en vestigde zich in Frankrijk. In 2005 werd ze staatsburger van Polen. Slechts negen van haar gedichten waren gepubliceerd in officiële tijdschriften toen ze in 1975 de USSR verliet; de rest circuleerde privé ( samizdat ) of werd in het buitenland gepubliceerd (tamizdat).
Ook het gedicht dat Lieke Marsman vertaalde heb ik kunnen achterhalen.
.
Sterven is – de globe omkeren en leven aan de ommezijde,
tegenvoeter worden van de aardbodem en van het kind,
geen berouw meer kennen en verharden in bewusteloosheid,
het verschil vergeten tussen zuster, kind en minnaar.
Sterven is – van een brug af vallen als een lucifer,
die de oceaan op drijft en aanspoelt in het binnenland…
Wie niet gestorven is, weet niets en begrijpt niets,
hij zet een gebarsten glas aan zijn mond, of een gammele fluit.
.














