Site-archief
Bommen
Paul Rodenko
.
Uit de bundel ‘Gedichten’ uit 1951, het gedicht ‘Bommen’ van de van geboorte Haagse dichter, criticus, essayist en vertaler Paul Rodenko (1920 – 1976).
.
Bommen
.
De stad is stil.
De straten
hebben zich verbreed.
Kangeroes kijken door de venstergaten.
Een vrouw passeert.
De echo raapt gehaast
haar stappen op.
De stad is stil.
Een kat rolt stijf van het kozijn.
Het licht is als een blok verplaatst.
Geruisloos vallen drie vier bommen op het plein
en drie vier huizen hijsen traag
hun rode vlag.
.
Poëzie is een gebaar
Roberto Juarroz
.
In de fijne bundel ‘Poëzie is een gebaar’, uitgegeven ter gelegenheid van de jaarwisseling van 1994-1995, staan “gedichten van het brede gebaar en gedichten van de bondigheid, gedichten van de humor en van de pijn, gedichten over het leven en de poëzie”.
De dichters die zijn opgenomen in deze bundel hebben gemeen dat ze door de jaren heen door Poetry International zijn uitgenodigd om in Nederland aanwezig te zijn en voor te dragen bij Poetry International, De bundel is dan ook door hen samen met de Novib uitgegeven.
In de bundel bekende namen als Pablo Neruda en Octavio Paz maar ook een groot aantal, voor mij nog, onbekende dichters. Zoals de dichter Roberto Juarroz (1925 – 1995) uit Argentinië.
Juarroz was dichter, essayist en professor in de literatuur. Hij werd bekend door zijn “Poesía vertical” (Verticale poëzie). Hij publiceerde veertien dichtbundels, opeenvolgend genummerd 1 tot 14, onder de verzameltitel “Poesía vertical”. De eerste verscheen in 1958 en de laatste, postuum, in 1997 en ze zijn slechts van elkaar onderscheiden door een volgnummer, evenals de gedichten zelf, die in plaats van titels nummers dragen.
De poezië van Juarroz is sober en soms cryptisch met zinnen als “busco las espaldas de Dios” (“ik zoek de rug van God”). Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste Latijns-Amerikaanse dichters van de twintigste eeuw.
.
Tiende reeks. 44
.
weer voor Laura, in toenadering
.
Ik draai me naar jou om,
in bed of in het leven,
en ik ontdek dat je onmogelijk bent.
.
Dan keer ik me naar mezelf
en vind precies hetzelfde.
.
Vandaar dat wij,
ook al houden we van het mogelijke,
het op een dag in een doos stoppen
zodat het geen hindernis meer is voor het onmogelijke,
waar we niet buiten kunnen om samen door te gaan.
.
November
Freddy de Vree
.
De Vlaamse dichter, essayist en radiomaker Freddy de Vree (1939 – 2004) is in Nederland geen bekende naam. Hij schreef behalve onder zijn eigen naam ook onder het pseudoniem Marie-Claire de Jonghe, en mogelijk ook Conny Couperus. Freddy de Vree was een eigenzinnige, anarchistische en dandyeske persoonlijkheid. Hij schreef aanvankelijk in het Frans, maar schakelde daarna over op het Nederlands. Hij was redactielid van een paar literaire tijdschriften en publiceerde bij De Bezige Bij verscheidene dichtbundels. Hij was jarenlang werkzaam als programmamaker en producer bij de Vlaamse culturele radiozender Radio-3. Een tijdlang runde hij ook de kleine uitgeverij Ziggurat in Antwerpen, die luxueuze bibliofiele edities van onder andere Hugo Claus heeft uitgegeven.
Uit zijn bundel ‘ Drie ogen zo blauw’ uit 1987 het, voor deze maand, toepasselijke gedicht ‘ November’.
.
November
.
Als een vuur ging twijfel nogmaals door de seizoenen.
Zuur sloeg neer, tyfus vergalde de boomgaard.
Nevels, ammoniak, kleffe rijm, dan zon. Slak weer.
.
Schuilen? In het ontwaarde huis dat jammerde als een hees kind
werd men niet verwacht. Op de sloten slakken van roest.
.
Het eigen spoor kwijt. Keldergedierte
ritselt langs splinters en planken.
In de hoge te droge zolder vermoedt men klauwvogels.
Geen stoel, geen kast, een ineengezakte tafel met een lege lade.
In de spoelbak mos en brijige schimmel. Men ziet de wilde tuin,
gegeseld door het zware weer, niet door de bedorven ramen.
Men weet de verdieping leeg, de slaapkamer verlaten
(geen bed, wat kraken van de vloer), het bad groenzwart.
Stapelplaats voor verloren leven. Afgedane zaken.
Thuis.
.
Zware pijnstillers
Rob Schouten
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Zware pijnstillers’ van Rob Schouten (1954), zijn 13e en voorlaatste dichtbundel alweer. Rob Schouten is dichter, prozaschrijver, columnist voor Trouw en literatuurcriticus. Daarnaast verzorgt hij sinds 1981 voor het weekblad Vrij Nederland recensies van dichtbundels.
In 1986 en 1987 was hij writer in residence aan de University of Minnesota, van 1993 tot 1996 bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij zat in talloze literaire jury’s, schreef naast dichtbundels en romans ook essays en een verhalenbundel. Daarnaast stelde hij een aantal bloemlezingen samen.In 2002 kreeg hij de Herman Gorterprijs voor ‘Infauste dienstprognose’.
De romantisch decadente elitaristische inslag van zijn vroege werk evolueerde gestaag in de richting van een eigenaardig soort realisme, dat het midden houdt tussen ruwhartig en gevoelig. Zo ook in de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.
Het gedicht ‘Vader’ uit deze bundel is een mooie illustratie van het ruwhartige en gevoelige in één gedicht.
.
Vader
.
Twee oorlogen had hij op zak, als twee horloges,
een peutertje, de ander een volwassen man.
Niemand van ons kende hem nog, misschien verzon
hij soms maar wat, dat hij eerst boekhouder
en later predikant, ‘van kasboek tot bijbel’,
Plots had hij ons verwekt, maar bleef even
‘hardcore’-gelovig als jongen van Jan de Wit.
Hij kon niet tegen onrecht en mijn puberteit.
.
Maar ’t echte werd tot allerlaatst bewaard
toen hij broodmager, zachtjes kotsend, snotterde:
ik wou m’n kleinkinderen groot zien worden.
.
O God, bewaar me, laat me nu afglijden,
sla me met pest, neem me mijn dochters af
en leg me als het erop aankomt kalm in bed!
.
100 inspirerende websites over poëzie
Voor poëzieliefhebbers
.
Via een Facebookgroep kwam ik op een website terecht waar ik erg blij van werd. De website http://mastersinenglish.org/poetry/ biedt een overzicht van maar liefst 100 Engelstalige websites over poëzie. Poëzie is volgens de makers van deze pagina één van de meest rijke, complexe en mooie vormen van expressie in elke taal. De culturele en emotionele impact van poëzie kan niet worden overschat. Schrijver Salman Rushdie zij ooit over poëzie: “A poet’s work is to name the unnameable, to point at frauds, to take sides, start arguments, shape the world, and stop it going to sleep.”. Mooi gezegd en helemaal waar.
Deze lijst bestaat uit een aantal onderdelen te weten poëzie organisaties, poëzie magazines, poëzie blogs, poëzie archieven en collecties, voordrachts- en evenementensites en websites voor dichters. Een schatkamer vol kortom. Uit deze lijst heb ik een keuze gemaakt voor Free verse, A journal of contemporary poetry and poetics. In deze website heb ik wat rond gestruind en daar kwam ik een gedicht tegen van Sarah Riggs getiteld ‘Van Gogh in a Landscape, 1957’. Dit gedicht verwijst naar een schilderij van Francis Bacon.
Sarah Riggs is een dichter, regisseur, essayist en kunstenaar afkomstig en woonachtig in New York na meer dan 10 jaar in Parijs te hebben gewoond. Ze publiceerde vijf dichtbundels en vertaalde er zes van het Frans naar het Engels. Daarnaast is ze docent aan het Pratt institute in Brooklyn.
.
Van Gogh in a Landscape, 1957
.
Rounding the outscape: stick figure drop off
Near dusk: a bluish blind sort of Giverny
Spongy, earth-stroked: miniscule artist
Become a twig: his head splashed on
Dot of yellow, to the side of neck: afterthought
Seen from around the curve: last walk?
Last neighborhood: also greens, reeds
A huge hole: mire of glanced pigments
The edge is clear: a trunk warps to the left
Barely on the road: save for the blotch of sun
Or seeds or mind: he won’t get here
Not landscape: paints pain out in it
.
Flirten
Rita Dove
.
Rita Frances Dove (1952) is een Amerikaanse dichter en essayist. Van 1993 tot 1995 was ze Poet Laureaat Consultant in Poetry aan de Library of Congress. Zij is de eerste Afro-Amerikaanse die aangesteld is sinds deze positie werd gecreëerd door ‘act of Congress’ in 1986 door de vorige ‘consultant in poetry’-positie . Dove kreeg ook de functie van ‘speciale consultant in poëzie’ voor het bicentenniale jaar van de Library of Congress van 1999 tot 2000. Dove is de tweede Afrikaanse Amerikaanse die de Pulitzer-prijs voor poëzie mocht ontvangen, in 1987, en ze was dichter laureaat van Virginia van 2004 tot 2006.
Uit haar bundel ‘Museum’ uit 1983 het gedicht ‘Flirtation’.
.
Flirtation
.
Staande tapijten
Annemarie Estor
.
Annemarie Estor (1973) is een Nederlandstalig dichter en essayist. Ze groeide op in Limburg en studeerde daar Cultuur- en Wetenschapsstudies aan de Universiteit Maastricht. Tussen 2006 en 2009 was ze wijkdichter van Zurenborg (Antwerpen). Zij was poet in residence bij het Nederlands Instituut voor Hersenwetenschap te Amsterdam (onder auspiciën van Dick Swaab) en bij het Labo voor Theoretische Neurobiologie (Universiteit Antwerpen) onder begeleiding van Erik De Schutter. Ze woont en werkt afwisselend in Antwerpen (België) en Aragon (Spanje).
In 2011 kreeg zij de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut ‘Vuurdoorn me’ en in 2013 diezelfde prijs voor de beste dichtbundel ‘De oksels van de bok’. In 2015 werd ze genomineerd voor de Pernathprijs. Estor vertaalt ook incidenteel hedendaagse poëzie van het Arabisch naar het Nederlands. Uit haar bundel ‘Vuurdoorn me’ uit 2010 het gedicht ‘Staande tapijten’.
.
Staande tapijten
.
Als je met je nagels op mijn billen schrijft
verschijnen op de doodgestaarde muur
tussen de palen van het hemelbed,
staande tapijten met uitzinnige partijen
en patronen: ontworpen voor stelsels
waar mensen door vluchten naar andere plaatsen,
tekens achterlatend voor wie hier niet leven kan.
.
Als je met je vingers rozenkruizen krieuwelt
over mijn gebladerte, camelia,
dan wellen geuren op
uit gebergten van hoofdkussens,
doordrenkt met rotte perzikken,
ajuin uit bergen waar de waarheid schuilt,
zwarte pruimen uit monden van mannen.
.
Foto: Knack, Charlie De Keersmaecker
Augustus
Victor Vroomkoning
.
Het is bijna augustus en ik herinnerde me een gedicht van Victor Vroomkoning op http://www.poezie-leestafel.info dat begint met de fraaie openingsregelregel ‘Wat weten vlinders van augustus?’ en dan het vervolg over een plant waar ik nog nooit van gehoord had de Buddléia, tot ik hem opzocht en ik tot de ontdekking kwam dat ik er zelfs eentje in mijn tuin heb staan. Het betreft hier namelijk de Vlinderstruik. De naam Buddléia wordt in Franstalige gebieden gebruikt voor deze plant.
Victor Vroomkoning, pseudoniem van Walter van de Laar (1938) is een Nederlands dichter. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en filosofie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was lange tijd werkzaam in het onderwijs. Zijn werk werd regelmatig onderscheiden. Zo won hij in 1983 de Pablo Nerudaprijs en in 2006 de Karel de Grote-prijs van de stad Nijmegen. Dat jaar ook won hij met zijn bundel ‘Stapelen’ de Publieksprijs voor de beste gedichtenbundel van 2005. Vroomkoning publiceerde inmiddels 18 dichtbundels maar ook proza, essays en tonbeelstukken.
Uit de bundel ‘Oud zeer’ uit 1993 het gedicht ‘Buddléia’.
.
Buddléia
.
Wat weten vlinders van augustus?
De buddléia bloeit, ze nemen het
ervan. Je dochter kan dat eigenlijk
niet aan, zo ijl, zo flinterdun
haar jurk. Je bent haar vader maar
kunt kijken als een man. Waar eindigen
haar poten? Hoge zomen vangen wind,
de zomer raakt nu op zijn bangst.
Ze fladdert weg, je kijkt haar na zoals
de vriend die laatst iets ongelukkigs
zei toen zij op haar fiets passeerde.
Later als het licht de middag heet
en scherp maakt bij de sloot aan gene
zijde jaagt een man bij de buddléia ‘s.
.
In de avond
Aleksej Poerin
.
Geboren in Leningrad, ontwikkelde Aleksej Poerin (1955) zich na zijn studie scheikunde als dichter, essayist en literair criticus. Als dichter treedt hij in de voetsporen van Annenski, Mandelstam en Koesjner. Hij oogstte veel lof met de cyclus ‘Eurazië’uit 1995, een lyrische studie van het leven in militaire dienst. Uit ‘Optima’ uit 1997 het gedicht ‘In de avond’ in een vertaling van Hans Boland.
.
In de avond
.
Steek maar een ‘Herzegovina Fleur’ op, drink je cognac
om je op te warmen, kijk naar het zwarte, harige zwerk,
sneeuwhopen achter mica, al bijna tot aan het dak,
allerlei zilvergehaltes, aardewerk van elk merk.
.
Ga je dan naar de slaapzaal, trek je schapenvacht aan,
voel je een beeldje worden, tinkend, het vriest dat het kraakt,
lippen die smaken naar mint, cilinders van adem slaan
tegen de grond stuk, wat een geluid van scherven maakt.
.
In de tv met zijn melkwit scherm een viskom met ijs.
Kleumend en sidderend. Koortsdromen, Zweeds of Noors ge-ijl.
Hier vindt je dus het Walhalla – blauwogige, hitte, gehijs.
De kapitein Gordejtsjik is strontzat. Geen enkel heil.
.
Is het een wonder, zo’n rotzooitje, onder zijn gezag?
Tegen een muur breekt een fles, er wordt iemand opgejaagd.
Opvoeden kan hij ze toch genoeg, de godganse dag?
Is het misschien de monotonie van de drank, die knaagt?
.
Loop dan maar door naar het meer met de kapotte pomp
en de verwarmingsketel, adem de smerige damp;
niemand zal weglopen, in deze vorst, naar de zomp,
voel je gezond als een visje in een drabbige zwamp.
.
.
















