Site-archief
Django Reinhardt (1910-1953)
F. Papenhove
.
Door een berichtje van Jiske Foppe op Facebook werd ik gewezen op het bestaan van dichter F. (Fred) Papenhove (1956). Zij deelde een gedicht van zijn hand dat was opgenomen in de bundel ‘Van geluk gesproken’ een Rainbow pocket uit 2007. Na enig zoekwerk blijkt dat F. Papenhove in 2000 zijn debuut als dichter in het Haagse literaire tijdschrift Bordelaise Literair (tegenwoordig Sub Rosa) maakte.
Fred Papenhove werkte onder andere als dienstplichtig marinier, boekverkoper, privéchauffeur, museumdocent, verslaggever bij het Haags Straatnieuws en de daklozenkrant en hij is dichter en prozaschrijver. Sinds zijn debuut zijn er van hem o.a. gedichten geplaatst in de dichtbundels ‘Daar komen de dichters’ (2003), ‘War on War’ (2003), de ‘Kidsgids Den Haag’ (editie 2002-2003) en in de bloemlezingen ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan’ (2001), ‘Rotterdam de stad in gedichten‘ (2002) en ‘Antwerpen de stad in gedichten‘ (2003). Er is van hem ook poëzie geplaatst in het literaire wielertijdschrift De Muur (2004).
In 2005 verscheen van hem bij de Windroos de bundel ‘De Rode Soldatenvis / Poisson – Soldat Rouge’. In 2009 won hij de Halewijn-literatuurprijs van de stad Roermond voor de bundel ‘De hemel is vol zwaluwen’, in 2011 verscheen zijn bundel ‘Zweep je best been voor’ en in 2015 ‘Rechte paden doen ons niets en andere gedichten’. Van Fred Papenhove werd poëzie gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’, ‘Ballustrada’ en in ‘Hollands Maandblad’.
Op de site http://www.epibreren.com/ staan twee gedichten van zijn hand uit 2004 waaronder het gedicht over gitarist Django Reinhardt.
.
Django Reinhardt (1910-1953)
.
O, Franssprekende zigeunerguitarist,
De sterren halen je aan (ook op cd).
.
Weg met je linker pink & ringvinger
Snel.
.
Hiphoppers, beboppers, rockers &
Speedfreaks, zoeken net als jij – deed –
.
Naar een moment, waarin stilte
Vermengd met ruis, eeuwigdurend roept
Is daar iemand?
.
Sappho’s graf
Alberto de Lacerda
.
In de categorie dichters over dichters vandaag een gedicht van de Portugese dichter Alberto de Lacerda over Sappho, de lyrische dichteres uit het oude Griekenland. Alberto de Lacerda (1928 – 2007) was behalve dichter ook presentator van de BBC radio. Lacerda werd geboren in Mozambique maar verhuisde op 18 jarige leeftijd naar Lissabon. In 1951 begon hij met werken voor de BBC en verhuisde hij naar Londen waar hij als presentator en freelance journalist ging werken.
Hij was docent Europese en vergelijkende literatuur aan de universiteiten van Austin, Texas en Boston, Massachusetts, waar hij in 1996 met pensioen ging als emeritus hoogleraar in de Poëzie. Hij publiceerde in Portugal, Groot-Brittannië en de VS en droeg bij aan vele literaire publicaties in verschillende landen.
In 1985 verschenen enkele van zijn gedichten in ‘Ik verheerlijk het verleden niet’ (een Poetry International serie) waaronder het gedicht ‘Sappho’s graf’ in een vertaling van August Willemsen.
.
Sappho’s graf
.
Waar
Je cisterne van vuur, je tijgerlijk gloren
Meedogenloos, melodieus?
.
Waar
Je sap van gouden bijen
Zacht, vraatzuchtig, wreed,
Weerschitterend?
.
Waar, het welluidend fluiten van je tanden?
.
Waar
Je geliefde varengast?
Waarachtig of denkbeeldig?
.
Waar
Waar je graf,
Sappho, Sappho, Sappho?
.
Uit een sprookje
Rosa Schogt
.
Er zijn veel dichters. Heel veel. Ik ken er vele van naam en van lezen, en een klein deel persoonlijk. En elke keer weer word ik verrast wanneer ik weer een nieuwe naam ontdek (waarom ken ik deze dichter niet? Waarom nog nooit iets van deze dichter gelezen?). Dat gevoel had ik toen ik de bundel ‘Dansen te ontspringen’ van Rosa Schogt uit 2019 las. Schot is actrice, theaterwetenschapper en redacteur. En dichter dus. Volgens de gegevens op de achterflap speelt, schrijft en geeft ze poëzie- en taallessen en draagt ze haar poëzie graag en met verve voor.
In haar eerste bundel (ze publiceerde al gedichten in De Revisor en in de bundel van Ellen Deckwitz ‘Olijven moet je leren lezen’) smijt Rosa Schogt (1980) met seks, liefde, dood en theater, verfrissend, zinnelijk, helder en grappig. Ze maakt zich zorgen om dingen, maar net niet genoeg om er echt wat aan te doen. Maar dan is er altijd nog de poëzie, en dat helpt. Een beetje. Met zo’n introductie is mijn nieuwsgierigheid gewekt. En eerlijk is eerlijk, haar gedichten zijn grappig en verfrissend, soms wat anekdotisch, met verwijzingen naar haar jeugd maar altijd prettig leesbaar.
Uit de bundel ‘Dansen te ontspringen’ koos ik het gedicht ‘Uit een sprookje’.
.
Uit een sprookje
.
Hij weet niet goed meer waar vandaan,
waarheen hij kwam, er was geen grens,
er was eens maar die liep naar hier,
een kaft, een blad papier
.
Hij is de trol, gebuikt, bebaard,
hij is de sater, is de ork,
de draak, de dwerg die van je houdt,
de reus, de gnoom, de wolf
.
Hij was de hele tijd op weg
naar jou. Hij zag een man, dicht bij het eind
Die zat daar maar, keek bang, benard
Het paard smaakte zeer goed
.
Diens kroon nam hij maar mee, voor jou
Jij bent de mooiste vrouw die hij ooit zag
Gelukkig lang houdt hij je vast
Je bent van hem alleen
.
Het verhaal van de historicus
Michael Krüger
.
In 1990 vertaalde Cees Nooteboom de bundel ‘Idyllen, illusies’ van Michael Krüger, gevolgd in 2003 door de bundel ‘Rooksignalen’. In 2012 kwam alweer de derde bundel in vertraging van Nooteboom uit met de titel ‘Voor het onweer’.
Michael Krüger (1943) woont in München. Hij is dichter, romanschrijver, criticus en uitgever (van Hanser Verlag). Vanaf 1968 was hij mederedacteur van het literaire jaarboek ‘Tintenfisch’. Hij geeft het literaire tijdschrift ‘Akzente’ uit en ontving voor zijn werk verschillende literaire prijzen. In 1976 debuteerde hij als dichter met de bundel ‘Reginapoly’. Voor zijn werk ontving Krüger verschillende nationale en internationale literaire prijzen. Een bekende uitspraak van Krüger is: “Mijn doel is om mensen te laten zien dat een dag, zonder een gedicht te lezen, een verloren dag is”. Een uitspraak die ik volledig kan onderschrijven.
Ik koos uit de bundel ‘Voor het onweer’ het gedicht ‘Het verhaal van de historicus’. Een prachtig gedicht waarin de dichter met de poëtische middelen die hem ter beschikking staan een verhaal verteld, nu al één van mijn favoriete gedichten uit deze bundel.
.
Het verhaal van de historicus
.
Wat ik te pakken kon krijgen heb ik
uit de geschiedenis naar het heden gesleept.
Ik heb acties gelezen, documenten bestudeerd,
met barbaren gesproken
en met hun vijanden, onze vrienden.
Mijn potlood is nog maar een stompje,
de gum versleten, de inktpot
leeg. Ik wou erachter komen waarom wij
zijn zoals wij zijn.
Toen ik mijn werk had afgesloten
leek het op een donkere spiegel.
Ik schrok zelfs niet toen ik
erin keek en mij daar zag staan,
oneindig mislukt.
.
Rivier
Kusters en Kuypers
.
Vandaag in de categorie Dubbel-gedicht als onderwerp de rivier. Er zijn veel gedichten geschreven over rivieren, meanderend door het Hollandse landschap, over bruggen over rivieren, dorpen en steden aan rivieren en ga zo maar door. En in sommige gevallen krijgt de rivier iets menselijks of vereenzelvigd de dichter zich met een rivier.
In de twee gedichten in dit Dubbel-gedicht is er sprake van de laatste twee voorbeelden.
Het eerste gedicht is van Wiel Kusters (1947) en is getiteld ‘Rivier’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Leesjongen’ Verzamelde gedichten 1978 – 2017 uit 2017. In dit gedicht komt de rivier pas later in het gedicht voor maar Kusters geeft haar menselijke trekjes ( de rivier / die altijd weet waarheen ) en hij betrekt de rivier op zichzelf ( dat ik de rivier / niet meer kan zien / of stromen voel in mij ).
Het tweede gedicht is van Sjoerd Kuyper (1952) en is ook getiteld ‘Rivier’ en dit komt uit de bundel ‘Het heelal van jouw hart’ uit 2012. Kuyper begint zijn gedicht meteen met een wens (Ik zou zo graag / een rivier zijn ) en vervolgt het gedicht door de eigenschappen van een rivier op zichzelf te betrekken.
Twee totaal verschillende gedichten met de rivier als onderwerp.
.
Rivier
.
Toen mijn moeder
net zo oud was als mijn oma
wist ze niet goed meer
wie ze was.
.
Daar ben ik bang voor,
zei ze, en wees
naar witte strepen
in de blauwe lucht.
.
Later vlogen er ganzen
over. Wel zeven,
hoog boven de rivier.
.
(Ik had de strepen uitgewist
en was op weg
naar huis.)
.
Eén vloog er fier voorop,
zes volgden hem.
Allemaal achter die ene aan,
die ene wist de weg.
.
Of volgde hij soms niet
zichzelf maar de rivier
die altijd weet waarheen,
vanzelf?
.
Daar ben ik bang voor,
dacht ik vlug niet oud:
dat ik de rivier
niet meer kan zien
of stromen voel in mij.
.
Rivier
.
Ik zou graag
een rivier zijn
.
die door de zomer
stroomt, zo loom,
.
ik bewoog wel
maar niemand
die het zag.
.
Alleen een steen
zou zeggen:
Wat wriemel je toch!
.
En ik zei:
Praat niet zoveel.
.
Dan zou de steen
graag zijn
ik die dit schrijf
.
in een trein
op een brug.
.
Samenzijn
Nel Benschop
.
Ik heb getwijfeld over dit bericht. Of ik iets over dichter Nel Benschop zou schrijven. Al jarenlang kom ik vele bundels van haar tegen in kringloopwinkels, (vroeger) in bibliotheken, op tweedehands boekenmarkten en een enkele keer bij mensen thuis. Wanneer ik haar gedichten lees dan constateer ik vrijwel meteen dat dit niet mijn poëzie is maar aangezien ik graag over de rafelranden van de poëzie schrijf en ik weet dat er nog veel liefhebbers van haar gedichten zijn toch dit bericht.
Nel Benschop (1918-2005) was tijdens haar leven de bestverkochte dichter van Nederland. Benschop begon in 1948 met gedichten schrijven. Intussen declameerde ze gedichten van anderen, met soms een van haar eigen gedichten er tussendoor. Ze debuteerde in 1967 bij uitgeverij Kok uit Kampen met de bundel ‘Gouddraad uit vlas’. De uitgeverij had de uitgave bijna niet aangedurfd, maar de bundel werd goed verkocht en zestig keer herdrukt. Dit is ook de titel die je nog het meest aantreft her en der. Van al haar dichtbundels werden in totaal drie miljoen exemplaren verkocht. Drie miljoen! Daar kan geen andere dichter aan tippen.
Haar gedichten zijn zeer christelijk en werden om die reden door de literaire wereld niet erg serieus genomen. Tegelijkertijd is dit waarschijnlijk de reden dat ze zulke astronomische aantallen van haar bundels verkocht. Ze schreef over vaste thema’s als liefde, dood, lijden en christelijke troost. Zes jaar na haar dood verscheen postuum de bundel ‘Echte liefde kan niet sterven’, waarin geheime liefdesgedichten zijn opgenomen die zij schreef tijdens de Tweede Wereldoorlog, vóór haar debuut in 1967.
In totaal verschenen van haar hand 22 titels waarvan de meeste gepubliceerd werden in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. In 2015 verscheen de bundel ‘Benschops beste’ De 100 mooiste gedichten van Nel Benschop met daarin ook een aantal liefdesgedichten uit haar postuum uitgegeven bundel ‘Echte liefde kan niet sterven’. Uit dat hoofdstuk komt het gedicht ‘Samenzijn’.
.
Samenzijn
.
Jij dicht met ogen en met handen
het allermooiste liefdeslied
waarvan de woorden in mij branden
als zonnen in een grauw verschiet;
je ogen strelen, en je handen
zij kussen met je lippen mee;
je lichaam zingt, als op de stranden
de schelp zingt van de blauwe zee.
In zachte weelde weggezonken
tasten je lippen naar mijn borst. –
Wie eenmaal van de liefde dronken,
Hun kwelt een niet te lessen dorst.
.
Genieten van kunst
Dubbelgedicht
.
Dat er veel onderwerpen zijn waarover dichters schrijven is duidelijk. Feitelijk kan een dichter over alles schrijven. Opmerkelijk is het dat bepaalde onderwerpen dan juist weer veel voorkomen, waarschijnlijk omdat het veel mensen aanspreekt (liefde, dood, het dichterschap). Ook over kunst of eigenlijk over losse kunstwerken wordt veel gedicht. Zelf heb ik me daar ook ‘schuldig’ aan gemaakt (bijvoorbeeld mijn gedicht ‘Mae West Sofa’ over het gelijknamige kunstwerk van Salvador Dali https://www.deoptimist.net/2012/09/vers-in-de-etalage-17/ ).
Het is eigenlijk veel leuker om te kijken hoe dichters in algemene zin naar kunst kijken en erover schrijven, dus niet over een bepaald kunstwerk maar over de kunsten in brede zin. Daarover gaat dit dubbel gedicht.
Het eerste gedicht is van Willem Wilmink (1936 – 2003) en is getiteld ‘Kunstgenot’. Een gedicht waarin beschreven wordt hoe er van kunst (in dit geval klassieke muziek) genoten wordt door mensen die van kunst houden. het gedicht komt uit ‘Zeven liedjes voor een piek’ uit 1972.
In het tweede gedicht wordt door dichter Jules Deelder (1944 – 2019) ook de vraag gesteld wie er van kunst houdt, maar hier neemt het gedicht toch een heel andere wending. Het gedicht ‘Kunst’ komt uit ‘Renaissance; gedichten ’44 – ’94’ uit 1994.
.
Kunstgenot
(Wijze: Beethoven’s Negende, Slotkoraal)
Vers gekruid
Inge Boulonois
.
Een aantal jaar geleden (2008) mocht ik voordragen in het knusse huiskameratelier van Alja Spaan in Alkmaar waar zij regelmatig dichters en muzikanten vroeg op te treden. Tijdens die voordracht daar was ook Inge Boulonois aanwezig en zolang volg ik haar al. Inge (1945) volgde de opleiding tot beeldend kunstenaar aan de Akademie voor Beeldende Kunst Arnhem en voltooide later ze de studie kunstpsychologie aan de Universiteit van Nijmegen.
In het nieuwe millennium is ze overgestapt op het schrijven van gedichten. Ze is medewerker (en dus collega) van het literaire e-zine Meander. Voor meandermagazine.nl schrijft ze analyses, recensies van light verse en interviews.
Voor http://www.gedichten.nl schrijft ze elke dinsdag een actueel snelsonnet. Ook op http://www.hetvrijevers.nl staan gedichten van haar hand en maakt ze deel uit van de redactie.
Het genre waarin Inge schrijft, light verse, is een bijzonder genre binnen de poëzie. Er wordt wel eens wat schamperig over gesproken maar niet door mij. Ik weet hoe moeilijk het is om een goed light verse gedicht te schrijven. Voor Inge Boulonois is het schrijven van light verse echter geen enkel probleem (denk ik toch als ik haar gedichten lees).
In haar nieuwe bundel ‘Vers gekruid’ staan 100 humoristische en lichtvoetige gedichten die maar wat vaak een serieuze ondertoon hebben als het om de onderwerpskeuze gaat. Als voorbeeld het gedicht ‘Recensent’ uit deze bundel. In de vorm van een ‘onzijn’ of ‘elftal’ geschreven. Voor de specifieke vorm informatie kijk je op https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/26/onzijn-elftal/
De bundel met vele verrassingen is te koop in de boekhandel of via http://www.ingeboulonois.nl
.
Recensent
.
Zijn vak is honorabel maar ook zwaar
Hij is de zielzorger van bellettrie
En als zodanig van niveau bezeten
.
Zijn smaak en stijl zijn van een bel-esprit
Slechts híj weet hoe je kwaliteit moet meten
En heeft de schrijvers onwijs veel te leren
.
Maar wordt miskend, voor haarklover versleten
Het is zijn plicht zeer streng te kritiseren
Toch taalt hij soms naar lovend commentaar
.
Dan prijst hij één roman, ooit zelf geschreven
Die hij nog steeds maar niet krijgt uitgegeven
.













